Het PBL verkoopt een zedenpreekje

EEN KENNIS WEES me op een onderzoek van het Planbureau voor de Leefomgeving, dat een tijdje terug verscheen in het vakblad Environmental Science and Technology. Ik had het niet opgemerkt, en dat is niet zo vreemd, want de uitkomst is niet direct iets om van om te vallen: aan de hand van enquetes met 1868 wetenschappers die over klimaat schrijven, komen de Nederlanders tot de ontdekking dat hoe meer iemand over het klimaat publiceert, des te meer verstand hij (of zij) heeft van de opwarming van de aarde. Een bevinding die in de Volkskrant-rubriek ‘open deur van de week’ niet zou misstaan.

Waaróm, vraag je je af. Zo’n onderzoek kost toch geld, en de onderzoekers hadden een interessante (en grote!) club respondenten bij elkaar weten te krijgen, aan wie ze ook veel spannender vragen hadden kunnen stellen.

Maar er zat een adder onder het gras. Het ging het Planbureau niet zozeer om het peilen van de kennisstand onder wetenschappers – het ging ze uiteindelijk om het winnen van zieltjes voor de Grote Strijd tegen de broeikasgassen. Zó begint het artikel (vertaald uit het Engels, vet van mij):

‘Het algemene publiek is sterk verdeeld over de kwestie van de menselijke veroorzaking van klimaatverandering. Velen geloven dat klimaatwetenschappers net zo verdeeld zijn over diezelfde vraag, anders dan wat verschillende onderzoeken hebben uitgewezen. Percepties van de mate van eensgezindheid of verdeeldheid onder wetenschappers beïnvloeden de publieke acceptatie van wetenschappelijke conclusies in hun steun voor daaraan gerelateerd beleid.’

Ofwel: door te laten zien hoe eensgezind de wetenschap is, willen de onderzoekers een argument aanreiken om klimaattwijfelaars de wind uit de zeilen te nemen. Een uitstekend idee – hoe meer wetenschappelijk geïnformeerd mensen zijn hoe beter, denk ik altijd maar.Er is alleen wel een probleem: die ‘sterke publieke verdeeldheid’ waarover de onderzoekers het hebben, bestáát helemaal niet.

Althans, niet in onze contreien. De voetnoot uit het onderzoek verwijst naar een Amerikaanse publiekspeiling, waaruit blijkt dat in de VS maar 34 procent gelooft dat de aarde opwarmt door toedoen van de mens. Bovendien denkt minder dan de helft (44 procent) dat er onder wetenschappers eenstemmigheid is.

Schokkend inderdaad. Rare jongens die Amerikanen. Doe er eens wat aan. Maar het lijkt me nu niet direct een klus die op het pad ligt van het Planbureau voor de Leefomgeving uit Bilthoven.

Bij ons liggen de verhoudingen namelijk helemaal anders. 90 Procent vindt klimaatverandering een groot tot zeer ernstig probleem. 70 Procent snapt dat de mens de hand heeft in de opwarming, driekwart vindt dat er belastingmaatregelen moeten komen om het energieverbruik af te remmen. En in Europa vindt men de opwarming van de aarde een van de grootste wereldproblemen (PDF) – erger nog dan kernwapens, overbevolking, internationaal terrorisme en de besmettelijke ziekten die jaarlijks tientallen miljoen levens eisen.

Het heeft er, kortom, alles van weg dat klimaatscepsis een typisch Amerikaanse eigenaardigheid is, net als ’s ochtends de vlag groeten of het in twijfel trekken van de evolutie.

Maar die helft van de werkelijkheid vegen de onderzoekers onder het tapijt. De positievere, Europese cijfers worden verzwegen (terwijl de onderzoekers er beslist van op de hoogte zijn: twee van hen schreven er pas nog een ingezonden brief over in de krant) en de cijfers worden niet uitgesplitst naar continent.

U wordt hier dus eigenlijk bepreekt: het is toch verschrikkelijk, de mensen nemen klimaatverandering niet serieus genoeg!

d6bZon-wolk

Er is nog iets anders, want ik zou dit niet eens schrijven als vervolgens mijn vakgenoten en ik niet de schuld van alle narigheid kregen. Want wat blijkt? De media hebben het gedaan!, aldus de PBL’ers. Wij houden de domheid in stand door voortdurend klimaatsceptici aan het woord te laten. Zo staat het althans in het onderzoek:

‘[Onze resultaten] geven aan dat diegenen die het het meest oneens zijn met een merkbare invloed van door de mens uitgestoten broeikasgassen op het klimaat, oververtegenwoordigd zijn in de media, ten opzichte van de aanwezigheid van die meningen in de wetenschappelijke gemeenschap.’

Op zijn weblog – ook al zoiets, een prominent klimaatactivistisch weblog runnen en dan toch aangeven dat er geen sprake is van verstrengelde belangen – zet hoofdauteur Bart Verheggen het nog wat sterker aan: ‘Dit toont aan dat ‘klimaatsceptische’ meningen in de publieke media vaker voorkomen dan in de wetenschappelijke gemeenschap.’

Dat is inderdaad zorgwekkend (en van FOX News trekken ook mijn tenen krom), maar ook hier spinnen de onderzoekers de feiten. De onderzoekers hadden hun respondenten gewoon gevraagd naar hun indruk: hoe vaak (of hoe weinig) komen jullie naar jullie gevoel in het nieuws?

Daaruit bleek dat wetenschappers die de opwarming van de aarde laag inschatten naar eigen zeggen vaak de media halen, net als trouwens wetenschappers die menen dat de rol van broeikasgassen beperkt is. Kijk maar (tekst vervolgt onder grafiek):

Hoe vaak haalt u de media? Een grafiek uit het PBL-onderzoek om even rustig te bekijken. Links uitgesplitst naar geloof in klimaatgevoeligheid, midden naar geloof in broeikasgassen als aandrijfkracht van de opwarming, rechts naar geloof in de mate van opwarming.
Hoe vaak haalt u de media? Een grafiek uit het PBL-onderzoek om even rustig te bekijken. Links uitgesplitst naar geloof in klimaatgevoeligheid, midden naar geloof in broeikasgassen als aandrijfkracht van de opwarming, rechts naar geloof in de mate van opwarming.

Dat ziet er inderdaad ernstig uit. En hoewel het raar is om klimaatsceptici nu opeens wél op hun woord te geloven – ze zullen maar gelijk hebben.

Geschrokken heb ik toch eens de proef op de som genomen voor de Nederlandse (en Vlaamse) situatie, door in het archief van Trouw, NRC, Volkskrant, AD, De Morgen en Het Laatste Nieuws te checken hoe vaak ‘wij van de journalistiek’ sceptisch ingestelden aan het woord laten. Gunnen we echt vaker het podium aan econoom Hans Labohm, publicist Marcel Crok en PVV’er Richard de Mos dan aan onversneden ‘klimaatalarmisten’ (excusez le mot) als hoogleraar duurzaamheid Wubbo Ockels, hoogleraar transitiekunde Jan Rotmans of klimaatjournaliste Bernice Notenboom?

Ach welnee:

grafiek1

Daar komt nog eens bij dat sceptici als Labohm en De Mos, als ze ‘de media halen’, dat in de regel negatief doen: een factcheck waarin ze op hun nummer worden gezet, een beschouwing hoe je ze het beste kunt negeren, een cynisch nieuwsstuk met als kop ‘Handelaren in wetenschappelijke twijfel.’

d6bZon-wolk

Het punt is, natuurlijk, opnieuw dat Europa geen Amerika is en dat je The Guardian, Trouw of De Volkskrant niet kunt vergelijken met FOX News of The Washington Post. Zorgwekkend genoeg als je in Amerika woont – maar volstrekt belachelijk om dat door te trekken naar de hele wereld.

Toch is dat precies wat de auteurs graag willen: doen alsof de Amerikaanse situatie de hele wereld betreft. Alsof er ook hier enorm veel onbegrip is over het klimaat.

Dat sluit namelijk beter aan bij het bekende klimaatactivistische frame van goed en kwaad: je hebt de klimaatwetenschappers die proberen de wereld te redden, en kwaadaardige tegenkrachten die dat tegengaan (en o ja, de domme media die Het Kwaad de hele tijd aan het woord laten). De Amerikaanse situatie voorhouden als truc om de massa te mobiliseren: kijk uit, u neemt het niet serieus genoeg, de grote boze klimaatontkenners zitten overal, en de media zijn niet te vertrouwen!

Dat er intussen in Europa rondom het klimaat een complete industrie is verrezen van pseudowetenschappelijke onderzoeksbureautjes, zichzelf aan subsidies lavende zakenmannetjes, en hoogleraren die met miljoenen aan publiek geld allerlei triviaal onderzoek doen – daarover hoor je deze mensen helaas wat minder.

Dat de PBL-onderzoekers de beste bedoelingen hebben, daaraan twijfel ik geen moment. Het is alleen wel een beetje jammer dat hun studie – nu alweer vijf keer geciteerd door anderen – vooral bijdraagt aan een verdere verdeling van wetenschappers in goed en kwaad.

Niet langs de lijnen van wie de sterkste wetenschappelijke argumenten heeft – maar gewoon, op morele en ideologische gronden.

d6bZon-wolk

Naschrift:

Omwille van de leesbaarheid heb ik enkele meer technische bezwaren tegen de resultaten van de PBL-onderzoekers achterwege gelaten:

Ten eerste geldt zelfrapportage, in ethisch beladen kwesties, als zeer onbetrouwbaar. De wetenschappers die aangeven dat ze zeer vaak in de media komen, voelen zich misschien in het nauw gedreven: ‘Maar ik heb anders net nog een journalist gesproken hoor!’

Ten tweede ontbreekt een indeling van de geïnterviewden naar precieze vakachtergrond. Dit kan de zaak zeer vertekenen, omdat de ene discipline nu eenmaal ‘mediagenieker’ is dan de andere: menswetenschappers en artsen halen vaker de krant dan natuurkundigen of scheikundigen. De antwoorden kunnen dus gewoon een artefact zijn: beleidswetenschappers halen vaker het nieuws én staan verder af van de klimaatwetenschap. De onderzoekers hadden in mijn optiek hiervoor moeten corrigeren.

Ten derde (in het verlengde hiervan) ontbreekt een analyse van waarmee de bevraagde onderzoekers in het nieuws komen. Het is best denkbaar dat, zeg, een astronoom die wel eens onderzoek doet naar het klimaat vaak in het nieuws is vanwege zijn expertise op het gebied van Mars en Venus. Even zo is het denkbaar dat een klimaatwetenschapper vaak het nieuws haalt vanwege zijn kennis van het weer. Ook hiervoor hadden de onderzoekers in mijn optiek moeten corrigeren.

Ten vierde wijst psycholoog José Duarte er in een venijnig commentaar op dat het PBL-onderzoek teruggetrokken zou moeten worden om allerlei redenen: zo zou de aanwezigheid van onderzoekers uit totaal triviale vakgebieden de resultaten ernstig vertekenen. In een reply gaan Verheggen en collega’s daar tegenin. Maar oordeelt u vooral zelf, erg overtuigend vond ik het antwoord van de PBL’ers niet.

Ten vijfde is het vreemd dat de PBL-onderzoekers niet met een steekproef of een media-analyse hebben geprobeerd hun beweringen te valideren. Dat is des te vreemder omdat hun paper erom draait dat ‘sceptisch’ ingestelde wetenschappers niet goed zijn te vertrouwen. Maar kennelijk vertrouwen de PBL-onderzoekers hen wel als ze aangeven veel in de media te komen?

Ten zesde stelt Verheggen in zijn blog wetenschappers die de opwarming van de aarde laag inschatten zonder meer gelijk met ‘klimaatsceptische meningen’. Dat is ten onrechte: het kan er ook op duiden dat het hier gaat om wetenschappers die eenvoudigweg minder kennis van zaken hebben omdat ze verder van het klimaatonderzoek af staan (beleidsonderzoekers, bijvoorbeeld). Ook hiervoor hadden de onderzoekers in mijn optiek moeten corrigeren.

Edits:

13/4/15: Kleine tekstuele aanpassingen.

Advertisements

8 thoughts on “Het PBL verkoopt een zedenpreekje

  1. Het oorspronkelijke artikel is in het Engels, niet in het Nederlands. Dat je het citaat zelf vertaald hebt had er dan ook wel even bij mogen staan.

    Het is gepubliceerd in een tijdschift van de American Chemical Society. Het hierboven vet gezette stukje tekst is geen conclusie van het onderzoek, maar een verwijzing naar eerder gepubliceerde literatuur. Dat er niets over Nederland in deze wordt gezegd is niet vreemd, gegeven de Amerikaanse oriëntatie van het tijdschrift.

    Impliciet vind jij kennelijk dat medewerkers van het PBL alleen maar wetenschappelijk onderzoek mogen doen naar de Nederlandse situatie. Daar hang je je hele betoog aan op; zonder die gedachte blijft er weinig van je kritiek over. Maar het is geen PBL-onderzoek, andere mede-auteurs werken en werkten daar niet.

    Als je het over framing hebt, kijk dan eerst even in de spiegel. En leg daarna de volgende flauwekul eens uit: ” het ging ze uiteindelijk om het winnen van zieltjes voor de Grote Strijd tegen de broeikasgassen.”

    1. Dank je, ik heb ten overvloede toegevoegd dat de citaten vertaald zijn – en zal dat ook volgende keren doen, goede tip.

      Nee: ik vind niet ‘dat medewerkers van het PBL alleen maar wetenschappelijk onderzoek mogen doen naar de Nederlandse situatie’; ik vind het verontrustend dat ze een bijzondere situatie (die in de VS) veralgemeniseren zonder de relevante Europese en Nederlandse cijfers en onderzoeken te noemen. Dit bewust selectief citeren valt onder QRP’s (questionable research practices), zoals door allerlei beroepsverenigingen en wetenschapsacademies zijn vastgelegd.

      De doelstelling van het PBL (http://www.pbl.nl/overpbl) vermeldt niets over het doen van onderzoek om de Amerikaanse overheid te dienen.

      1. Je blijft volhouden dat het een PBL-onderzoek is, maar dat is het niet. Verder overdrijf je ontzettend door dan over één zinnetje in de inleiding zo te vallen. Als je verwacht dat een Amerikaans tijdschrift van de ACS een verwijzing naar iets als het Rathenau-instituut (zie hieronder – niet eens in het Engels) zou laten staan, dan heb je het flink mis.

        Je vergelijking van die namen in het nieuws gaat nogal mank. Je moet natuurlijk wel even kijken waarom men genoemd wordt. Ockels is vaak in het nieuws, maar ockels+klimaatverandering scoort slechts 15 hits, tegen crok+klimaatverandering 20 hits (bron: http://zoeken.bibliotheek.nl/?exact=Krantenbank). Om het lijstje compleet te maken: Labohm 54, de Mos 46 , Rotmans 19 en Nootenboom 23.

        Dat is toch een heel ander beeld dan jij schetst.

  2. Hi Maarten

    Rathenau publiceerde in 2010 een rapport over klimaatdebat:
    http://www.rathenau.nl/uploads/tx_tferathenau/Studie_Ruimte_voor_Klimaatdebat_april_2010_01.pdf

    Daarin lezen we:

    “4.5 De toon van het klimaatdebat in kranten en
    opiniebladen
    Klimaatalarmisten waarschuwen dat er een ernstig klimaatprobleem bestaat en er urgent drastische
    maatregelen nodig zijn. Klimaatsceptici daarentegen trekken het bestaan of de ernst van de opwarming
    van de aarde in twijfel en pleiten veelal tegen vergaand klimaatbeleid of vinden klimaatbeleid in zijn
    geheel niet nodig. In Amerika krijgen klimaatsceptische geluiden relatief veel aandacht in de media op
    grond van het journalistieke principe van hoor en wederhoor (Boykoff en Boykoff 2004). Het resultaat
    daarvan is schijnevenwichtigheid: de kleine minderheid van sceptische klimaatwetenschappers krijgt er
    evenveel ruimte als hun niet-sceptische collega’s. In deze paragraaf bekijken we of dat ook in de
    Nederlandse geschreven media het geval is. We beschrijven hoeveel alarmerende en sceptische
    geluiden omtrent klimaatverandering in deze media zijn te vinden. Daarnaast geven we aan wat de
    verhouding is tussen alarmerende en sceptische geluiden voor verschillende kranten en opiniebladen.
    Geen schijnevenwichtigheid
    In tabel 1 van de appendix is voor elke categorie weergegeven wanneer een artikel is ingedeeld als
    alarmerend, onbepaald of sceptisch. Let op dat ‘sceptisch’ voor bijvoorbeeld de categorie ‘oplossingen’
    iets anders betekent dan voor de categorie probleem. Uitingen als “de voorgestelde oplossingen zijn
    geen goede of geen noodzakelijke methoden om klimaatverandering tegen te gaan” en “deze oplossing
    werkt niet” getuigen van scepsis ten aanzien van de eerste categorie. Een bewering als “er moet geen
    actie ondernomen worden om het klimaatprobleem aan te pakken” of “het probleem rechtvaardigt geen
    overheidsingrijpen” is sceptisch ten aanzien van het probleem.
    Figuur 4.6 laat zien dat ook de Nederlandse situatie niet vergelijkbaar is met die in de VS. Iets minder
    dan de helft (45%) van de artikelen is alarmerend van aard, 37% is onbepaald en 18% heeft een
    sceptische strekking. De beeldvorming in de diverse door ons onderzochte media is in zijn totaliteit dus
    niet louter alarmerend of sceptisch. Er blijkt binnen de Nederlandse geschreven media dus geen sprake
    te zijn van balance as bias ofwel schijnevenwichtigheid.”

    Ik heb nauw samengewerkt met Bart Verheggen aan Climate Dialogue (CD). Dat ging heel moeizaam, we lagen continu met elkaar in de clinch over de inhoud. Maar dat was tegelijkertijd het mooie van de opzet van CD. Het geeft aan hoe moeilijk het communiceren is binnen het klimaatdebat met andersdenkenden.
    Bart heeft een obsessie voor de “false balance” van Max Boykoff. Het was ook zijn voornaamste bezwaar tegen CD. Maar zoals Rathenau ook liet zien is die false balance niet aanwezig in de Nederlandse media.

    Overigens is het ook niet helemaal eerlijk om nu Rotman cs tegenover Labohm cs te zetten in een staafje. Voor het onderzoek werden voornamelijk publicerende (klimaat)wetenschappers benaderd. Ik heb al vaker gezegd dat er in Nederland nagenoeg geen publicerende klimaatwetenschappers zijn die openlijk sceptisch in de materie staan (Bas van Geel is eigenlijk de enige maar zijn expertise beperkt zich tot de rol van de zon). In de VS zijn die er uiteraard wel (Lindzen, Spencer, Christy, Soon, Pielke, Curry etc.) en dus is het ook logischer dat de media hen weten te vinden. Wat zou jij doen?

    Overigens kwam dit onderzoek van Strengers et al voort uit de motie Nepperus waaruit ook CD voortkwam en mijn opdracht om AR5 te reviewen. Het was dus de bedoeling om te peilen waarin internationale klimaatsceptici en mainstreamers met elkaar van mening verschillen.

    groet
    Marcel

    1. Dank Marcel, zeer verhelderend. Ik heb in mijn steekproef gekozen voor mensen zoals Labohm, omdat Verheggen et al. ook een ruime marge namen en zich niet beperkten tot publicerende wetenschappers:

      “…supplemented by an additional ∼500 authors of recent (2009–2011) climate science peer-reviewed literature. Prall’s database also includes signatories of public statements disapproving of mainstream climate science. They were included in our survey to ascertain that the main criticisms of climate science would be captured. This last group amounts to less than 5% of the total number of respondents, about half of whom had only published in the gray literature on climate change.”

  3. Bovendien lijkt het er op dat de groep van 1868 respondenten (van de 6550 benaderde wetenschappers) tenderen naar een ‘warm bias’ zo niet ‘alarmistisch’ zijn ingesteld. Dat blijkt m.i. uit de vragen 2a (‘recent trend’), 14 (‘sea level rise’) en 19a (‘climate model vs observations’).

    Zie bijvoorbeeld:

    https://klimaatverandering.wordpress.com/2015/04/12/klimaatenquete-alle-vragen-en-antwoorden/#comment-12573

    en

    https://klimaatverandering.wordpress.com/2015/04/12/klimaatenquete-alle-vragen-en-antwoorden/#comment-12583

    Naar mijn mening is de groep respondenten niet representatief voor de mainstream klimaatwetenschap. Dus moeten we alle resultaten met een flinke korrel zout nemen.

  4. “Naar mijn mening is de groep respondenten niet representatief voor de mainstream klimaatwetenschap.” – denk het ook niet. Vooral niet vragen om een onderzoek naar de eigenlijke klimaatonderzoekers, goed zo, je weet immers heel goed dat je dan een nog hogere consensus zien zal.

    Grappig hoe Amesz probeert de de facto klimaatverandering totaal te ontkennen zonder dat gewoon even te kunnen zeggen. Heel simpel, Amesz, zeg het nou maar: “Ik vind dat CO2 geen broeikasgas is” 🙂

  5. [Het volgende stuk is de officiële reactie van Bart Strengers en Bart Verheggen op mijn stuk]

    In tegenstelling tot wat Maarten Keulemans beweert is er wel degelijk sprake van een diepe kloof tussen klimaatwetenschappers en het brede publiek –ook in Europa en Nederland. Zijn betoog in het stuk ‘Het Planbureau voor de Leefomgeving bepreekt u’ rust in belangrijke mate op een aantal misvattingen. Keulemans beweert dat er in Europa en Nederland geen kloof bestaat tussen de klimaatwetenschap en het brede publiek omdat uit een recente opiniepeiling van Weeronline.nl onder ruim 23.500 Europeanen blijkt dat 70% ‘snapt dat de mens de hand heeft in de opwarming’. Op basis van ons onderzoek blijkt dat 95% van de wetenschappers het hiermee eens is. Maar de kloof die wij benoemden, en de vraag die centraal stond in ons onderzoek, gaat echter over iets heel anders, namelijk: de mate waarin de mens een hand heeft in die opwarming, oftewel de omvang van de bijdrage van de mens.

    Volgens het IPCC is de menselijke bijdrage ‘dominant’, dat wil zeggen: meer dan 50% van de opwarming sinds 1950 is veroorzaakt door de mens. Dit wordt in ons onderzoek onderschreven door 90% van actief publicerende respondenten (wetenschappers met meer dan tien publicaties op hun naam). Zoals Keulemans terecht aangeeft wisten wij van de eerder genoemde opiniepeiling; we hebben daarop zelfs gereageerd in de Metro en op de blog van Bart Verheggen. Keulemans noemt echter niet dat diezelfde opiniepeiling laat zien dat slechts 35% van de Nederlandse bevolking vindt dat de menselijke bijdrage groot is. Als je ‘groot’ als ‘dominant’ definieert, wat wellicht te genereus is, dan moet die 35% dus vergeleken worden met 90% van de klimaatwetenschappers. En dan is er dus wel degelijk ook in Nederland een diepe kloof – 55% – tussen wetenschappers en publiek.

    Dat klimaatscepsis niet alleen een Amerikaans fenomeen is, maar eveneens ook hier in Nederland een belangrijke rol speelt, blijkt wellicht uit de ontstaansgeschiedenis van de enquête. De enquête is opgezet op verzoek van de Tweede Kamer in de Motie Nepperus uit 2010. Voor wie dit niets meer zegt: er werd in de politiek getwijfeld of het IPCC wel representatief was voor de stand van de wetenschap. Aan PBL werd naar aanleiding van de motie Nepperus onder meer de opdracht gegeven om het spectrum aan wetenschappelijke opinies over klimaatverandering te peilen. Doel van het onderzoek was te verifiëren in hoeverre wetenschapers het met het IPCC eens of oneens zijn. Dit is gedaan middels een enquête onder bijna 1900 internationale wetenschappers waarbij expliciet wetenschappers werden benaderd die verklaringen hadden ondertekend die ingingen tegen de ‘mainstream’ klimaatwetenschap. De analyse in het wetenschappelijke artikel naar aanleiding van de enquêteresultaten richtte zich grotendeels op de mate van consensus onder de bevraagde wetenschappers over de menselijke oorzaak van klimaatverandering. Het onlangs uitgebrachte achtergrondrapport geeft de resultaten voor alle gestelde vragen.

    Uit de enquête blijkt ook dat wetenschapers met sceptische opinies relatief vaker in de media komen, ten opzichte van de aanwezigheid van sceptische meningen in de wetenschappelijke gemeenschap. Dit betekent niet dat sceptische geluiden ook in absolute zin vaker in de media zijn te horen dan mainstream wetenschappers. Keulemans concludeert echter dat het PBL de media de schuld geeft van bovengenoemde kloof door het voortdurend aan het woord laten van klimaatsceptici. Ook hier leest Keulemans dus niet goed. Jammer.

    Bart Strengers, PBL
    Bart Verheggen, Amsterdam University College

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s