Is dit nou de redding van de regiojournalistiek?

EN DAAR VERSCHEEN, zo tussen Sint en de Kerstman door, een journalistieke productie die de wereld moet veranderen. In het Leiderdorps Weekblad – wie leest hem niet? – stond de allereerste productie van het ‘Leids Mediafonds’, een initiatief dat de kwijnende regionale journalistiek moet redden.

Het idee is geweldig, vind ik althans. De regionale journalistiek wordt immers ernstig bedreigd, door afhakende lezers, opdrogende advertentie-inkomsten en kapot bezuinigde redacties. En daarmee dreigen de dorpen en middelgrote steden, toch de haarvaten van de samenleving, iedere vorm van onafhankelijke journalistieke controle te verliezen. Bij de meeste gemeenteraden staan de perstribunes inmiddels stof te vergaren; laat staan dat er ooit nog een journalist de gemeentelijke declaraties controleert, kritische vragen stelt aan de wethouder of zich verdiept in het handjeklap tussen de gemeente en de projectontwikkelaars.

Het Mediafonds moet daarin verandering brengen. Het fonds, onafhankelijk beheerd, verdeelt een subsidie van de gemeente Leiden over journalistieke projecten. Uniek, moedig en best visionair eigenlijk: de gemeente die zijn eigen waakhond betaalt.

Dan moet die waakhond alleen wel een beetje kunnen keffen natuurlijk. En de eerste journalistieke productie betaald door het fonds laat wat dat betreft toch wel wat te wensen over, bemerkte ik toen ik licht rillend van opwinding de eerste PDF open klikte.

Geen splijtende primeur. Geen stof opwaaiende reportage. Geen spraakmakend interview. Nee: het eerste dat we te zien kregen was… jawel, een interview met de wethouder van Leiderdorp. ‘SAMEN MET BEWONERS NADENKEN OVER ENERGIETRANSITIE IN DE ORANJEWIJK’, stond erboven. Een kop die de lezer op het puntje van zijn stoel zal brengen, zullen we maar zeggen.

kop1

In het interview legt de wethouder in beheerst ambtelijk jargon en niet gehinderd door enige tegenvraag uit dat de CO2-uitstoot ook in Leiderdorp omlaag moet en welke procedures daarvoor inn stelling zijn gebracht. Citaat: ‘Dat zijn stevige doelstellingen en er wordt hard gezocht naar maatregelen om die te realiseren.’

Waarna de wethouder nogmaals benadrukte dat hij toch echt vooral samenwerkt met de bewoners. En dat er een ‘drukbezochte’ bijeenkomst was geweest waar volgens de wethouder allemaal ‘positieve’ dingen waren gebeurd, maar waar de verslaggever merkwaardigerwijs ontbrak.

joostwillemsen.JPG
De wethouder poseert voor een reclamebord. Foto uit Leiderdorps Weekblad.

Vooruit, volgende artikel dan maar. Alweer een interview. Met de ‘EnergieAmbassadeur’ ditmaal en alweer onder een kop waarvan het nog lang onrustig zal zijn in Leiderdorp:

koop2

Knalt de interviewer er eens flink in: ‘Hoe pak jij je rol als energieambassadeur op?’

Artikel nummer drie, misschien? We zien een grijze mevrouw die glimlachend naar haar meterkast wijst. ‘VOLOP BEZIG MET VOORBEREIDINGEN OP EEN GASVRIJE TOEKOMST’, verduidelijkt de kop boven – alweer – een interview. Want ook mevrouw Van Goozen is er ‘klaar voor’ en is ‘hard bezig’ om ‘van het gas af’ te komen, stelt het stuk monter.

goozen
Mevrouw Van Goozen is ‘hard bezig’ om van het gas af te komen, volgens het Leiderdorps Weekblad.

Nou ja, tot je bij de een na laatste alinea komt. Van Goozen is waarschijnlijk al te oud om haar investering nog terug te verdienen, staat daar kort, en trouwens: onduidelijk is hoe ze sowieso aan het geld moet komen om haar woning om te bouwen. ‘Kortom, nog volop vragen, vooral over de financiële kant’, strijkt de interviewer die onverwachte dissonant vlug glad.

Kom, het is het Leiderdorps Weekblad maar, zult u zeggen. Het plaatselijk sufferdje, waar het gouden echtpaar een hand krijgt van de burgemeester en klaverjasvereniging Hartje Troef zijn uitslagen publiceert. Dat zal, maar was dit initiatief niet juist bedoeld om de kritische, onafhankelijke journalistiek wakker te kussen? Júíst hier, tussen de aankondigingen van de kerkdiensten op zondag en het laatste nieuws over de rolstoeluitleen in de Winkelhof in?

Toegegeven, dit was nog maar de eerste productie, op stapel staan nog zeventien projecten die er stuk voor stuk best veelbelovend uit zien. Maar toch, zorgen baart het me wel. Zo’n pagina waarop de wethouder zijn plannen mag toelichten en mevrouw Van Goozen mag zeggen hoe blij ze daarmee is: noemden we dat vroeger niet gewoon de gemeenteberichten?

Ik hoop van harte dat het Mediafonds opzienbarende, mooie en belangrijke producties voortbrengt. Ik hoop dat er onthullingen komen, en eye-openers, want journalistiek hoort nu eenmaal een beetje te schuren.

Maar ik sluit ook niet uit dat het voor de regiojournalistiek inmiddels te laat is – en dat het fonds in al zijn goede bedoelingen bezig is een allang opgegeven lijk te reanimeren.

Advertisements

Hey, Jesse Klaver, ben je soms klimaatontkenner?

GROENLINKS-VOORMAN JESSE KLAVER hoefde er welgeteld één dag over na te denken. Kernenergie? No way, wat hem betreft, zo stelde hij in een achtknaller op Twitter. Dat was amper een etmaal nadat Arjen Lubach op Zondag zijn nek uitstak en het opnam voor de omstreden energiewinning uit atoomsplitsing, en VVD’er Klaas Dijkhoff er meteen maar een nucleair proefballonnetje achteraan stuurde.

Terecht, om zo je twijfels te hebben bij kernenergie. Lubach mag dan gelijk hebben dat kernenergie relatief veilig is – het hoeft maar één keer écht mis te gaan en de poppen zijn aan het dansen. En Lubach heeft wel gelijk dat kernenergie een CO2-vrije, stabiele en goedkope manier van energie-opwekking is, hij stapt wel erg makkelijk heen over de nadelen. Zoals dat het tijd kost (en klauwen vol geld) om kerncentrales te bouwen en dat de winning van grondstoffen vaak problematisch is. Plus dat voorstanders de neiging hebben om de mooie kanten van nieuwe technieken, zoals kernfusie, zwaar te overdrijven.

Maar op zijn beurt lijkt ook Jesse Klaver iets te vergeten: de wetenschappelijke consensus.

In zijn tussenrapport van vorige maand becijfert het VN-klimaatpanel het IPCC wat er precies nodig is om de internationale klimaatdoelstelling te halen, van 1,5 graad opwarming, en zeker niet meer dan 2 graden. En in al die vingeroefeningen gaat de hoeveelheid kernenergie flink omhoog, omdat China, Rusland en India nog heel wat centrales willen bouwen.

Zo gaat zelfs in het meest ‘groene’ scenario de hoeveelheid kernenergie met 59 procent omhoog in 2030, en met 150 procent in 2050. In de minst strenge scenario’s, waarbij we de 1,5 graad tijdelijk overschrijden, vervijfvoudigt de kernenergie zelfs. Vervijfvoudigt!

Hier, kijk zelf even naar de cijfers (van links naar rechts staan de vier scenario’s, van streng naar minder hard):

nuclear

Interessant is dat die informatie een beetje verstopt staat in het rapport, en niet voorkomt in het persbericht. Kennelijk voelt het IPCC de bui ook wel hangen: shit, we zijn voor ons draagvlak afhankelijk van Groenen en Linksen, en daar is kernenergie hartstikke taboe.

Maar hee, Jesse Klaver, klimaatwetenschapontkenner! Met zo’n njet tegen kernenergie ligt het vrij simpel: we halen die doelstelling niet.

Welles!, zeggen de Jesse Klavers op dit punt altijd. We moeten en zullen de CO2-uitstoot in 2030 met 49 procent hebben verminderd, via het klimaatakkoord en met windmolens en zonnecellen.

Maar het venijn zit in dat ‘we’. Klaver denkt daarbij, lekker pastoraal, aan Nederland. Terwijl de klimaatdoelstellingen internationaal zijn. Al stoot Nederland vanaf vandaag geen molecuul CO2 meer uit, voor onze internationale klimaatafspraken maakt dat vreemd genoeg niet uit. Daarvoor kijkt men namelijk niet naar de besparing van Nederland – maar naar die van Europa.

Daar zit Klavers denkfout. Bij ‘vijf keer meer kernenergie’ ziet hij er, bij wijze van spreken, al vijf kerncentrales à la Dodewaard of Doel bij bouwen in ons toch al krap bemeten land. Terwijl het er natuurlijk om gaat dat Nederland als de sodemieter kernstroom moet gaan aanmoedigen – die vervolgens wordt opgewekt in Frankrijk of Oost-Europa. Waarna de markt zijn werk doet en er wellicht ergens in Europa iemand op het idee komt om er kerncentrales bij te bouwen.

Ik ben persoonlijk helemaal niet zo’n voorstander van kernenergie, voordat u dat nou denkt. Maar in een klimaatrealiteit waar de VVD’er zijn geliefde auto duurder ziet worden, de CDA’er zijn lapje vlees moet verruilen voor een tofuburger en de PvdA’er huurders moet lastigvallen met klimaattoeslagen, mag ook milieuminnend links best wat water bij de ideologische wijn doen.

Voorlopig weten we één ding zeker: met de koers van GroenLinks, de Groenen, Greenpeace en nog zowat wat begint met ‘Gr’ houden we de opwarming van de aarde niet onder de 2 graden, en zeker niet onder de 1,5 graad.

Dat is geen politiek of moreel oordeel – maar gewoon de wetenschappelijke consensus.

 

Is dat Bikini-atol soms een beetje nep?

Ja, verrek zeg, nou je het zegt. Dat Bikini-atol waarvan de Volkskrant afgelopen zaterdag een grote satellietfoto afdrukte? Het ziet er eigenlijk best nep uit:

jankrant1

Neem die golven. Waar je normaal rond een eiland golfbreking zou verwachten, lijken ze dwars door het eiland heen te lopen. En in de ‘baai’ zien ze er hetzelfde uit als erbuiten, alsof het er kilometers diep is. ‘Gemanipuleerd’, oordeelde emeritus-hoogleraar geologie Jan Smit (VU), die de zaak aankaartte. Iemand moet een filter over het plaatje hebben gelegd, of zoiets.

Achter de schermen gaf dat wat consternatie. De Volkskrant is in elk geval onschuldig: we kochten de foto van fotopersbureau Getty Images, mét de verdachte golfjes er al bij. Dat bureau zegt de foto weer te hebben overgenomen van de Europese ruimtevaartorganisatie ESA. Daar maakte men de opname vorig jaar met een aardobservatiesatelliet uit het zogeheten Copernicus-programma.

We vragen de originele foto op bij ESA, waar ‘mission scientist’ Craig Donlon ons uiterst behulpzaam van materiaal voorziet. En warempel: als je inzoomt, zie je wel degelijk kleine golflijntjes verschijnen. En in de baai lopen ze inderdaad anders dan buiten het eiland:

GOLFPATROON2

Maar die nepgolven dan, die zo goed zichtbaar zijn op de foto? Het is een soort gezichtsbedrog. Een schaduweffect dat je alleen maar van grote afstand ziet. Op deze uitsnede zie je goed dat de ‘grote’ golven anders lopen dan de echte golflijntjes:

TWEEDE GOLFPATROON

Wat we hier zien, zijn ‘wind-rijen’, legt Donlon uit. Door de wind ontstaan er wervelingen in de zee, en komt er organisch materiaal zoals zeewier en schuim boven. Dat gebeurt in regelmatige banden. En omdat die stroken met organische materiaal iets minder zonlicht weerkaatsen, zie je ze vanuit de ruimte als donkere stroken – de ‘gemanipuleerde’ golven van Smit.

En dat ze er zo regelmatig uitzien? Dat is de regelmaat die je vaker ziet in de natuur, legt Donlon uit: net zoals wolken soms geordend zijn in mooie rechte straten, en zandkorrels worden opgeworpen in keurige rijen.

Fascinerend. Zó vol verrassingen zit de natuur dat je zelfs als getraind geoloog nog wel eens denkt: dit bestaat niet, dit móét gewoon wel nep zijn.

931_25_62-lake-water-langmuir

Is ‘valse balans’ niet gewoon een trucje om kritiek te smoren?

DAAR WAS HET verwijt weer, in het kabaal rond de omstreden klimaattweet van Thierry Baudet deze keer. ‘Jullie creëren een valse balans!’, klonk het in koor nadat de Volkskrant een brief plaatste waarin wetenschapsjournalist Simon Rozendaal betoogt dat Baudet helemaal zo’n ongelijk nog niet heeft. ‘Schandalig!’

Valse balans, ‘false balance’ voor degenen die het wat deftiger willen laten klinken. Betekent zoiets als: een wetenschappelijk vaststaand feit in twijfel trekken, door er een minderheidsstem tegenover te stellen. Alsof die even belangrijk zouden zijn. Bij voordrachten illustreer ik het altijd met dit plaatje:

Afbeelding1

 

Inderdaad, soms valsbalanceert het uit de hand. Jeroen Pauw moest vorig jaar openlijk excuses aanbieden, nadat hij in een uitzending over vaccins een gewone arts tegenover drie vaccin-ontkennende dwaallichtjes uit het sprookjesbos had gezet. En in een open brief klaagden ruim honderd Nobelprijswinnaars dat journalisten bij berichten over genetisch gemodificeerde gewassen altijd weer de onwetenschappelijke onzin van de anti-gmo-activisten van stal halen dat gengewassen kankerverwekkend zouden zijn.

Jammer alleen dat ‘valse balans’ soms ook wordt gebruikt als trucje om tegenstanders het zwijgen op te leggen. Vooral klimaatactivisten hebben hiervan een handje. Toen ik onlangs in een uitgebreid stand-van-zakenartikel over het klimaat ook de kritische klimaatpublicist Marcel Crok kort aan het woord liet, joelden vanaf de publieke tribune prompt de blauwe twittervogeltjes: false balance, weg ermee!

Dat is natuurlijk inflatie van de valse balans. In een radioreportage op NPO1 over Monsanto’s landbouwgif ‘Roundup’ verzuimde men te vermelden dat er net een grote, onafhankelijke studie is verschenen die aantoont dat het gehate gif bij de mens géén verhoogd kankerrisico geeft. Het zou maar een ‘valse balans’ geven om zo’n ontlastend onderzoek te noemen, was het onthutsende antwoord toen ik een van de journalisten ermee confronteerde.

valsebalans

Zo ontstaat een ideologische dictatuur, een meningenkalifaat waarin alleen de heersende partijlijn mag worden uitgedragen. Het debat over het klimaat wordt verpest, niet alleen door roeptoeters als Thierry Baudet, maar net zo goed door betweters aan het andere uiterste die bij iedere tegenspraak ‘klimaatscepticus!’ beginnen te roepen en daarbij inhoudelijk redelijk goed geïnformeerde critici als Rozendaal, Crok of de Delftse hoogleraar geologie Salomon Kroonenberg het spreekrecht willen benemen. Dat werkt averechts en kan de scepsis juist voeden: welke sinistere klimaatlobby is hier eigenlijk aan het werk?

De zwijgende meerderheid van klimaatwetenschappers, zo is mijn ervaring, benoemt in interviews gewoon de onzekerheden. Daags na de herrie rond Baudet postte de Tilburgse hoogleraar Reyer Gerlagh een uitstekende, genuanceerde uitleg waar Baudet gelijk heeft en waar niet; en bij Jinek zette weerman Peter Kuipers Munneke kalm en helder uiteen dat de polen harder opwarmen. Een verademing tussen de bittere beschietingen over en weer tussen ‘klimaatsceptici’ en ‘klimaatalarmisten’, zoals de kampen elkaar noemen.

Intussen is er in de klimaatkwestie zelf best ruimte voor discussie. Vast staat dat het klimaat opwarmt en dat broeikasgassen van de mens daar de hand in hebben: een uitgangspunt dat ook critici als Rozendaal, Crok en Baudet volledig onderschrijven. Maar een stuk minder duidelijk is hoe snel dat precies gaat en wat de gevolgen zijn – laat staan welke maatregelen we de komende decennia moeten nemen.

13513-200

Natuurlijk zou het absurd zijn om bij ieder bericht over klimaatverandering een ‘ontkenner’ op te trommelen, net zoals het idioot is om bij nieuws over evolutie een creationist te bellen of bij economisch nieuws de waarzegger te raadplegen. Dat gebeurt dan ook niet. Maar valse balans mag nooit ontaarden in een heksenwaag, een instrument om ook ‘gewone’ onwelgevallige standpunten te verketteren: verboden kennis!

Zo lang die andersdenkenden maar integer zijn, een zekere autoriteit hebben zodat ze aansprakelijk zijn op hun mening, en voortbouwen op dezelfde feitenbasis als iedereen: wie wil beweren dat klimaatopwarming een complot is uit China, doet dat maar lekker bij dagblad De Kabouterbode. En, de andere voorwaarde, zo lang maar duidelijk is dat het gaat om een minderheidsstandpunt of persoonlijke mening, géén evenwichtig enerzijds-anderzijds.

trumop

Op dit moment noemt maar 2 procent van de Nederlanders het klimaat spontaan als maatschappelijk probleem, en met domheid of gebrek aan informatie heeft dat niets te maken. Wel met ideologie: er zijn nu eenmaal ook mensen die níét ’s nachts wakker liggen om de koralen bij Australië. Of die erop vertrouwen dat als de nood écht aan de man is, we ons wel een weg uit de crisis MacGyveren. Dat mag. Bij de hoogoplopende discussies over het klimaat gaat het doorgaans niet om wetenschap, maar om de achterliggende ideologieën en wereldbeelden.

Fanatieke klimaatbezorgden moeten toch eens leren dat je mensen niet overtuigt met nóg meer cijfers of nog onheilspellender toekomstbeelden – daarmee bereik je vooral de al bekeerden. Ook omerta’s en banvloeken hebben de kennistoename nooit erg  geholpen. Open discussie daarentegen scherpt het inzicht, dwingt tot nadenken en het opfrissen van oude kennis, en genereert nieuwe ideeën.

Het zou zomaar kunnen dat ongeïnformeerde meelezers niet prompt worden vergiftigd met een of andere boosaardige dwaalleer, zoals de vals-balansroepers schijnen te denken – maar dat ze er wijzer van worden.

 

 

 

scp

Ojee, het NOS Journaal wordt gevirald

WAT IS ECHT en authentiek, en waar wordt het reclame en nep? Voor diepere gedachtes over die vraag kun je natuurlijk naar de nieuwe Blade Runner gaan – óf je zet gewoon het NOS Journaal aan.

Want het was natuurlijk best een wonderlijk incident dat zich daar donderdagavond voltrok.

Het begon met een item over het plan om woningen van het aardgas af te halen. ‘Een gigantische opgave, maar wel haalbaar’, aldus de NOS, op last van netbeheerder Stedin. Waarop dit lollige itempje volgde, met twee gewone burgers die van het gas af willen en daar een vlog over bijhouden:

Eh, juist. ‘Bewoner’ Ingrid? Een beetje verbaasd over haar gebruik van het jargonwoord ‘transitie’, besloot ik toch eens te googelen wie deze mevrouw eigenlijk is.

En ja hoor. Zo heel doorsnee is Van Prooijen ook weer niet. Ze is ‘businessontwikkelaar’ bij Alliander Duurzame Gebiedsontwikkeling, de poot van energiebedrijf Alliander met ‘als doel open netwerken te realiseren voor transport en distributie van duurzame en lokale energie.’

Een mevrouw wier werk het is om huizen van het gas te krijgen, dus. En dat doet ze met enthousiasme, zo blijkt uit de blurb bij haar profiel:

vanprooijen.JPG

En ‘bijdragen aan de versnelling van de energietransitie’ is dan ook precies wat ze, vermomd als ‘bewoner’, op ’s lands meest prominente nieuwspodium mocht doen. Citaat: ‘Ik denk dat het heel belangrijk is om de bewoners en woningeigenaars nu al te informeren: deze transitie zit eraan te komen.’

Verantwoordelijk verslaggever Henrik-Willem Hofs reageerde via Twitter snel en professioneel. Hij wist het niet. En voegde op de NOS-site toe dat Van Prooijen behalve burger ook duurzaamheidsadviseur bij Alliander DGO is.

Ja, maar nou nog dat vlog.

Daarop reist Van Prooijen samen met haar vriend het land af, op zoek naar duurzame techniekjes. Zo bezoeken Henk en Ingrid (‘Ja, zo heten we écht!’) een gezin dat de verwarming heeft vervangen door infraroodpanelen, krijgen ze een duurzaamadviseur over de vloer, en bezoeken ze Bert en Ellis, een paar dat een bestaande woning liet isoleren.

Een leuk, enthousiasmerend vlog. Het is alleen wel érg goed gemaakt. Met geavanceerde video-effecten, een professioneel afgewerkte geluidsband en een leader waar ik als ervaren amateur dágen over zou doen.

En dan heeft het vlog ook nog eens dezelfde naam als de campagne ‘Van Gas Los’ die het Programmabureau Warmte Koude Zuid-Holland vorige week lanceerde – toevallig precies tegelijk met de start van het vlog.

Citaat uit de communicatiestrategie van die campagne: “Om Nederlandse bewoners mee te krijgen in deze transitie, zullen zij allen geïnformeerd moeten worden met een optimistische boodschap.”

Ik bel Van Prooijen toch maar eens op.

Die is er eerlijk over: het idee voor het vlog was van haarzelf, ‘en daarna hebben we voor de uitvoering partners gezocht’. Zo is de montage van de video’s gratis uitgevoerd door Alliander DGO. En kreeg ze de mensen waar ze met haar vriend op bezoek ging aangereikt van het programmabureau.

Pr, dus gewoon.

Maar dat wordt in de video’s verzwegen. De namen van Alliander of het Programmabureau komen nergens voor, en als het stel bij een duurzaam gezin op bezoek gaat, heet het dat ze die ‘via via’ hebben leren kennen. Ook op de sociale kanalen van Henk en Ingrid: geen woord over de sponsoring.

vanprooij2

We worden hier, kortom, gevirald waar we bij staan. Subtiel gehersenspoeld, rijp gemaakt om ook ‘de energietransitie’ te maken: wég met dat vermaledijde gas, die leuke en vooral heel gewone Henk en Ingrid doen het ook!

Van Prooijen zelf baalt ervan. Ze heeft er slecht van geslapen, belooft haar pagina’s aan te passen. ‘Ik leer hier ook weer van’, zegt ze.

Dat is vervelend, want zij kan het natuurlijk ook niet helpen. Háár enthousiasme is tenminste oprecht. En van boze opzet is geen sprake.

Word je opeens ingezet als ‘influencer’, zoals dat dan heet. ‘Dan staat opeens de NOS in je huiskamer. We waren zó overdonderd’, zegt ze.

Maar de bureau’s en bedrijven achter het offensief, hadden díé niet open kaart moeten spelen? En de NOS? Had men zich daar niet even moeten afvragen: wacht even, dat leuke spontane vlog, in hoeverre is dat gewoon reclame?

 

(Dit blog is geheel in vrije tijd geschreven, zonder sponsoring, steun of sturing van welke derde partij ook. Alleen het fragment uit het NOS Journaal is losgeknipt door een collega, omdat mijn capture-programma het niet deed. Mijn professionele cv vindt u hier.)

 

Hoe klimaatwetenschappers zich aan Harvey overschreeuwen

JE KON EROP wachten. Nu de orkaan Harvey is uitgeraasd, de doden zijn geborgen en het water is gedaald, is er de nasleep: een tsunami van wetenschappers die met opgeheven vinger benadrukken dat Harvey de orkaan toch écht te maken had met het klimaat.

Of nou ja, een beetje. Of niet echt eigenlijk.

Orkanen worden namelijk niet veroorzaakt door klimaatverandering. Ja: de zeespiegel staat wat hoger en dat duwt de stormvloed op – alleen gebeurde dat nu in dunbevolkt kustgebied. Ja: een warmere dampkring houdt meer water vast en dat geeft meer regen – alleen is dat hoogstens zes procent meer, blijkt uit de berekeningen. En ja: in een warmere wereld gaat de windkracht van orkanen iets omhoog – maar het is omstreden of zo’n effect nu al zichtbaar is.

Dat de schade in de VS zo groot was, komt vooral doordat men zijn zaakjes niet op orde had. Armoede. Bezuinigingen op waterwerken. Stadsuitbreidingen. Een kwart meer stoeptegels en asfalt sinds 1996.

Maar dat hield een aantal heren (het zijn altijd heren) klimaatwetenschapper niet tegen om toch vooral uit te weiden over wat Harvey allemaal wél met het klimaat te maken heeft.

hansen
James Hansen ziet een klimaatramp

‘Deze storm moet je opvatten als een waarschuwing. Dit verschijnsel gaan we vaker krijgen’, zei Princeton-wetenschapper Michael Oppenheimer.  ‘Harvey laat zien hoe kwetsbaar moderne samenlevingen zijn als het klimaat opwarmt’, zei atmosfeerwetenschapper Kerry Emanuel. ‘Het is keiharde natuurkunde.’

‘Harvey is hoe klimaatverandering eruit ziet’, constateerde meteoroloog Eric Holthaus op nieuwssite Politico. ‘Het is tijd om onze ogen te openen.’

‘Het is een feit: klimaatverandering maakte orkaan Harvey dodelijker’, schreef atmosfeerwetenschapper Michael Mann in de Britse milieukrant The Guardian. ‘Er is een duidelijk verband tussen klimaatverandering en sterkere orkanen’, stelde klimaatwetenschapper en activist James Hansen.

‘De menselijke CO2-uitstoot is waarom we deze orkanen hebben’, poneerde Chris Cuomo, zelfverklaard klimatoloog, intussen bij CNN. ‘We kunnen een manier bedenken om het aantal van deze stormen te verminderen.’

Einde van het liedje: een humeurige verklaring van het milieuministerie EPA, dat de wetenschap de boel niet zo moest politiseren. En de klimaatsceptici die feestelijk de kachel aanmaakten met die malle ‘alarmistische’ wetenschappers.

13513-200

Wetenschappers die spontaan naar voren dringen om uit te leggen dat een gebeurtenis die weinig te maken heeft met klimaatverandering, tóch te maken heeft met klimaatverandering. Die na een weerramp met 45 dodelijke slachtoffers haast verlekkerd roepen: kijk eens mensen, dít staat ons nou te wachten!

Het is zoiets als de PVV die na ieder wissewasje over moslims begint. Geen open, wetenschappelijk denken, maar gewoon dramatische incidenten aanwijzen om je gelijk te halen.

Zouden de Oppenheimers, Emanuels, Holthausens, Manns, Hansens, Cuomos, Emanuels en Rahmstorfen nou écht niet begrijpen dat hun gedram en gepreek alleen doordringt tot de al diepbekeerden – en ook averechts kan werken?

Dat het niet gaat om nóg snedigere soundbites, maar gewoon om het aanreiken van eerlijke, transparante, controleerbare informatie, zodat burgers zelf een oordeel kunnen vormen? (Zoals hier, of hier.)

Much to learn, you still have.

En, o ja: de eerste klimaatpraat over orkaan Irma is intussen al begonnen.

irma

 

NASCHRIFT 8-9: Dat het ook anders kan, bewijst hoofd orkaanvoorspellingen Gerry Bell van het Amerikaanse Climate Prediction Center in de New York Times. Opvallend: ‘Dr. Bell said his group does not consider climate change in developing its forecasts.’

 

Zó klimaatsceptisch is team Trump helemaal niet

Klimaatsceptisch, zo wordt het nieuwe kabinet van Donald Trump alom genoemd. Maar wie door de retoriek heenprikt, ontdekt dat het met het wetenschap ontkennen best meevalt – en dat Trump gewoon een minder linkse koers zoekt.

En zo doet Trump precies wat men al van de man verwachtte: zich omringen met klimaatsceptici. Na het binnenhalen van openbaar aanklager Scott Pruitt als hoofd van het milieuagentschap EPA, komt klimaathater Cathy McMorris Rodgers waarschijnlijk op binnenlandse zaken.

Leuk, voor de planeet. ‘Een trotse klimaatontkenner’, zo noemen ze Rodgers ook wel. Iemand die niets moet hebben van ‘klimaatverandering of klimaatwetenschap’. Ze stak als congreslid dan ook stokjes voor allerlei milieumaatregelen, krijgt geld van de fossiele industrie en poneerde dat Al Gore beter is in creatief schrijven dan in wetenschap. Fout, fout, fout.

Ja, wacht even.

Een kabinet van wetenschapshaters en kop-in-het-zandstekers? De werkelijkheid ligt belangrijk anders. Dit zijn namelijk niet zozeer malloten die alle wetenschap ontkennen; het zijn vooral gewoon rechtse politici. Mensen, die geloven dat er ook een rechts-liberale uitweg uit de klimaatproblemen is. En dat is een cruciaal verschil.

rodgers
Cathy McMorris Rodgers.

Neem Rodgers. Hoe reageerde ze toen Obama een paar jaar geleden aangaf dat aardgas ‘de overbruggingsbrandstof is die onze economie kan aandrijven met minder van de koolstofvervuiling die klimaatverandering veroorzaakt’?

We agree’, noteerde ze in een officiële reactie. Niet direct het antwoord van een glasharde ontkenner van klimaatverandering.

En die keer dat ze Al Gore uitmaakte voor fantast? Leuk om het oorspronkelijke stuk erbij te zoeken: ze deed dat in een min of meer grappig bedoelde speech voor haar achterban. Én voegde er iets cruciaals aan toe, dat bij het nakakelen van haar citaat door haar tegenstanders steevast wordt weggelaten:

We recognize the obvious: hydropower is a renewable resource.

Waterkracht. Dát is waar Rodgers op inzet. Al in 2008 gaf ze er in een toespraak blijk van heus wel door te hebben dat er zoiets is als klimaatverandering veroorzaakt door CO2:

‘Ik ben vastbesloten dat terwijl we voortgaan met het debat over klimaatverandering en hoe we onze koolstofemissies moeten terugbrengen, waterkracht erkenning verdient voor de belangrijke rol die hij speelt in het noordwesten.’

muursticker-ijsbeertje-zoo-familyZo kent Trumps klimaatscepticisme vele tinten grijs. Wat zei Trump zelf trouwens toen de New York Times hem op de man af vroeg of er nu wel of geen door de mens veroorzaakte klimaatverandering bestaat?

I think right now … well, I think there is some connectivity. There is some, something.

Nog steeds een aanfluiting tegen de wetenschappelijke consensus natuurlijk, maar toch alweer heel wat anders dan zijn eerdere brullade dat klimaatverandering een complot is van China.

Ook Pruitt, de ijzervreter die de baas wordt van het milieudepartement, blijkt bij nadere inspectie niet helemaal op zijn door de olieindustrie betaalde achterhoofd gevallen. Een essay dat hij schreef voor het rechtse opinietijdschrift National Review verheldert veel van zijn denkwijze – en ongetwijfeld van die van Trump en Rodgers.

pruitt
Scott Pruitt: vazal van de fossiele industrie

Pruitt is voor zo ver ik weet nergens te betrappen op keiharde ontkenning van klimaatverandering. Al gaat hij wel vér: ‘Wetenschappers zijn het nog steeds oneens over de mate en schaal van het broeikaseffect en de connectie met het menselijk handelen.’ Strikt genomen klopt dat, al zal het bij de meeste wetenschappers het bloed onder de nagels vandaan halen.

Maar daarna komt de aap uit de mouw. ‘Klimaatverandering heeft geleid tot een van de grote beleidsdebatten van onze tijd. Dat debat is verre van beslecht’, schrijft Pruitt. Wat hem dwarszit, is niet zozeer of het klimaat al dan niet verandert – dat lijkt ook hij te zien als een gegeven – maar in hoeverre de federale overheid mag ingrijpen over de hoofden van staten en bedrijven heen.

Pruitt, nou eenmaal een rechtse rakker en belangenbehartiger van de fossiele industrie, vindt uiteraard van niet. Dat mondt uit in dit prachtige stukje Republikeinse politieke porno:

‘Zelden in de geschiedenis van de natie is de politiemacht van de overheid zo gretig ingezet om burgers tot stilte te intimideren. Maar nog verontrustender zijn de interne e-mails en andere documenten die aangeven dat deze inmenging is georkestreerd door groene-energie-lobbygroepen die de ambtenaren als marionetten gebruiken om hun extreme agenda’s te bevorderen. Dat zou ons allen angst moeten inboezemen. Groepen van buiten zouden niet in staat mogen zijn om de macht van de overheid te gebruiken als zwaard om achter hun politieke tegenstanders aan te gaan.’

Heerlijk. Er is geweld, er is intimidatie, er is de grote boze overheid en er zijn zelfs geheimzinnige ‘groepen van buiten’ (outside groups) aan het werk. Maar: als puntje bij paaltje komt, zijn geharnaste tegenstanders als Trump en Pruitt best bereid om te erkennen dat er zoiets is als klimaatverandering. ‘I have a very open mind to it’, zoals Trump dat zei.

muursticker-ijsbeertje-zoo-family

Een belangrijk onderscheid. Het zijn hier niet zozeer de wetenschappelijke feiten die botsen, maar de onderliggende wereldbeelden. De klimaat- en milieuwetenschap, gedomineerd door liberale, linkse mensen, weten wel wat wat hen betreft te oplossing is: nú de CO2-productie terugdraaien, met wind- en zonne-energie (en liever geen kernenergie), anders gaan kwetsbare ecosystemen ten onder, gevolgd door allerlei andere milieuellende. Zo is klimaatwetenschap als vanzelfsprekend synoniem komen te staan met links beleid. Maar wie zegt dat we allemaal even begaan zijn met het lot van de koralen en de ijsberen?

Natuurlijk zijn er ook andere visies denkbaar. Zoals: kom maar op met de klimaatverandering, als de nood echt hoog wordt lost de industrie het wel op met innovatie en misschien ‘geo-engineering’ van het klimaat. Of: dat hele klimaatverhaal wordt zó gecontroleerd door linkse types, het zal als puntje bij paaltje komt vast wel meevallen. Of zelfs: ach, als de klimaatverandering echt rampen gaat geven zoals overstromingen en natuurgeweld, zijn wij in het westen rijk en sterk genoeg om onszelf te redden, en de rest zoekt het maar uit.

En ja, dat is cynisch en rechts – maar daarom niet per se minder waar of minder wetenschappelijk dan de zelfverzekerde ‘de aarde staat in brand en nú is het tijd voor actie’-retoriek die in het discours allesoverheersend is geworden.

Het klimaatdebat zou minder moeten gaan om het winnen van zieltjes, en meer om het klimaat. Wie de strijd om het klimaat écht wil winnen, heeft weinig aan gehakketak met nog indringender milieufolders en nog alarmerender cijfers. Veel meer heb je aan dialoog, en met verbredende, pragmatische ideeën komen die ook op rechts acceptabel zijn – zoals ‘ecomodernistische’ ideeën over grootschalige industriële zon- en kernenergie.

En als zo’n Rodgers zich dan weer eens laat ontvallen dat de wetenschap dit of de wetenschap dat, let dan op. Wat probeert hij op zo’n moment eigenlijk te zeggen?

Biotech = Godzilla?

(Deze column schreef ik voor het Volkskrant/KNAW/Nemo KennisCafé van oktober 2016, ‘Gentech in je eten’)

Beste mensen,

Zo half in de 20 zal ik zijn geweest toen ik voor het eerst hoorde van Freeman Dyson.

Dronken van jeugdige opstandigheid was ik destijds. ‘Biotech is Godzilla’ had ik gehoord van de Braziliaanse thrashmetalband Sepultura. En die konden het weten: ze kwamen uit een land waar Monsanto de armen uitwrong met Terminatorzaden, patenten op genen en gifthat melts your face’, om Sepultura te citeren.

En toen was daar Freeman Dyson. Een fijnzinnige theoretisch natuurkundige van de Princeton-universiteit die er warempel zelf een beetje uitzag alsof-ie genetisch was gemanipuleerd. Zoals we in de 20ste eeuw elektronen hebben getemd, schreef Dyson in allerlei essays die ik las en herlas, zo gaan we in de 21ste eeuw de genen temmen. Het leven zal versmelten met de technologie. En hij begon over kinderen die in de biologieles de meest fantastische levende wezens knutselden, en over hoe onze verre nakomelingen zichzelf genetisch zouden upgraden tot levende ruimteschepen.

Levend weefsel als bouwmateriaal, wat je dáár allemaal niet mee kunt! Je zou de wereld kunnen voeden met supersnel groeiende, extreem gezonde gewassen. Het klimaatprobleem oplossen door planten te ontwerpen die CO2 afvangen en diep onder de grond opslaan. De wereld van energie voorzien met zwarte planten die zonlicht omzetten in elektriciteit. De software van de natuur heeft al die fabelachtige plug-ins al in huis.

2.jpg
Freeman Dyson

Nog natter werd mijn biotechnologische droom met de komst van nieuwe, goedkope gentechnieken. De laatste jaren werd het voor het eerst mogelijk om aan biotech te doen zonder dat je er miljarden voor nodig hebt. Kunnen we eindelijk Godzilla Monsanto zijn monopolie uit de gierige klauwen slaan.

Er is eigenlijk maar één probleem: mijn oude makkers op links. Die willen niet. Ze komen op dit punt met allerlei bangmaakverhalen over hoe gevaarlijk gengewassen zijn, maar eigenlijk bedoelen ze iets heel anders: ze verlangen naar puurheid en eenvoud. Een ideaal dat teruggaat op de filosofie van Jean-Jacques Rousseau.

Wat natuurlijk is, is goddelijk en puur; en alles wat is aangeraakt door mensenhanden, dient te worden gewantrouwd – net als gentech. Een religieus sektarisme, dat zich doorgaans uit in onschuldige malloterieën met dolfijnen, gladde steentjes en gemekker over aura’s – maar dat hier opeens de vorm aanneemt van een algehele weigerachtigheid om ook maar één tengel uit te steken en iets te doen aan honger, armoede en milieuproblemen.

Monsanto is allang niet meer de enige Godzilla; Greenpeace en Friends of the Earth zijn hier de nieuwe multinationals die met leugen en intimidatie de dienst uitmaken.

Tijd voor een nieuwe opstand der agressieve langharigen, zou ik zo zeggen. Ik stel me een revolutie voor van bio-punkers, genetische hackers en achtertuin-anarchisten, die zelf de meest fantastische gewassen ontwerpen en online met elkaar delen: ultragezonde tomaat, supergroeiend fruit, groenten in allerlei modieuze vormen en kleuren.

Want wat was volgens Sepultura, die metalband uit de Braziliaanse sloppenwijk, ook alweer het beste antwoord op armoede en onderdrukking? Precies: je moest ze om de oren slaan met wetenschap:

‘Knowledge is the weapon against the hunger in the land.’

 

Jongens en hun machines

Waarom verduurzamen? Een deel van de verklaring zou, onverwacht, wel eens met man-vrouwverhoudingen te maken kunnen hebben, betoogde ik in mijn column voor het Volkskrant KennisCafé van mei.

 

EEN JAAR OF twaalf zal ik zijn geweest toen mijn stoere, iets oudere buurjongen iets heel bijzonders liet zien: hij had een heuse miniatuurstoommachine gekregen.

Wat een wonderlijk ding! Hele middagen lang konden we met glimmende ogen staren naar het puffende en zuigende apparaat, zonder een woord te wisselen, terwijl zuigertjes heen en weer schoten, het vliegwiel rondzoefde en er wolkjes stoom omhoog puften.

Als u op internet opzoekt hoe die stoommachientjes er ook alweer uit zagen, valt één ding op: ze worden allemaal bediend door, jawel, jongens. Jongens van een jaar of zestig, zeventig meestal, maar toch: jongens. Een opvallend patroon. Bezoek een willekeurige stoomvereniging, en wat je er vindt: jongens. In het rijk der verbrandingsmotoren schijnt werkelijk geen vrouw rond te lopen.

Daarvoor zijn allerlei sociologische verklaringen – de populairste is dat vrouwen vanouds zijn buitengesloten uit de cultuur van dingen verbranden om er motoren mee aan te drijven – maar ik denk dat er een veel simpelere reden is: mannen herkennen iets van zichzelf in zo’n motor. Een verbrandingsmotor is immers ook een ding dat lawaai maakt en grote hoeveelheden brandstof omzet in maar een klein beetje nuttige arbeid.

Dat brengt mij op een interessante gedachte. Is dát de reden waarom de verbrandingsmotor in onbruik raakt? Sociologen en demografen wijzen erop dat naar mate de manvrouw-gelijkheid oprukt, ook de wereld geleidelijk zal feminiseren. Je ziet dat nu al op de werkvloer, waar strenge hiërarchische verhoudingen geleidelijk hebben plaatsgemaakt voor vriendelijkere, meer vrouwelijke omgangsvormen, met meer nadruk op overleg en wederzijds begrip.

O zeker, natuurlijk praten we elkaar graag aan dat de verbrandingsmotor eruit moet vanwege fijnstof, zwavelnorm en klimaat. Maar als cultureel antropoloog weet ik dat maatschappelijke veranderingen uiteindelijk altijd een reflectie zijn van de veel geleidelijkere cultuurveranderingen daaronder.

Op straat zie je de vervrouwelijking nu al. Woest burlende vrachtwagens hebben plaatsgemaakt voor zedig knorrende bestelbusjes, stoer grommende auto’s zijn vervangen door geruisloos langsglijdende voertuigjes op stroom en zelfs brommer en motor – nota bene vernoemd naar dat woeste ding onder de motorkap – hebben het veld geruimd voor laffe, pastelgetinte scootertjes en e-bikes. (vervolg onder afbeelding)

6 (2).jpg

Dus dat is er met diesel, turbine en zuigermotor aan de hand! Verdrongen door feminiene – wij kerels zeggen wijverige – energievormen zoals zon, wind en desnoods de plantjes in het veld. De nieuwe motor is groen, of blauw, of roze – alles waarvoor een echte kerel de neus ophaalt.

Ik voorzie een My Little Pony-wereld waarin we ons knarsetandend voortbewegen in krappe Kiaatjes en onderdanige Honda’s op batterijen, waarin schepen worden voortgetrokken door vliegers en zelfs de vliegtuigen hun straalmotoren hebben verruild voor slappe hap op waterstof.

Tot de avond valt en wij, mannen, stiekem samenkomen in de schuur van de buurman. Sssst, de deur op slot, pak de schoenendoos van de kast, zet het ding op tafel. Zodat we samen, in het geheim, met glinsterende ogen kunnen kijken naar…

Klikt u hier maar.

 

2

[Deze column sprak ik uit voor het Volkskrant KennisCafé over het einde van de verbrandingsmotor, 23 mei 2016, in De Balie]

Zika en het larvengif: hoe zit het nou echt?

Het waren heus niet alleen paranoïde complotdenkers die me besprongen. Want kom, ‘een bruikbare hypothese gelijk samenzweerderskolder noemen?’ Dat ging veel mensen te snel.

Onderwerp van discussie was de onrust over zika, dat door muggen overgedragen virus dat in verband wordt gebracht met ‘microcefalie’ (baby’s geboren met kleine hoofdjes) en het verlammingssyndroom Guillain-Barré.

Maar het venijn schuilt hem precies in die woorden: ‘in verband gebracht met’. Dat klinkt niet heel zeker. Volgens onder meer de groep ‘doctors van de besproeide dorpen’ uit Argentinië komen de mismaakte baby’s helemaal niet door het virus, maar, losjes gezegd, door ‘Monsanto’. In Brazilië is een nieuw landbouwgif toegevoegd aan het drinkwater, bedoeld tegen muggenlarven. Dát zou de echte oorzaak zijn van de problemen.

In de krant had ik weinig ruimte om uit de doeken te doen waarom dat heel waarschijnlijk onzin is. Nu na de NOS en het Algemeen Dagblad zelfs het keurige NRC Handelsblad in de val is gestapt en denkt dat de gifhypothese ‘mogelijk’ is, lijkt het me geen overbodige luxe om het hier nog eens in iets meer detail – en met bronverwijzingen – te doen. Al is het maar voor mijzelf: om me te dwingen me er nog eens goed in na te verdiepen.

Een bijpraatsessie dus, in vier lemma’s.

mug-beter

 1. Zika veroorzaakt écht babyproblemen!

 

Dat de huidige variant van het zikavirus microcefalie veroorzaakt, is meer dan aannemelijk. Al meerdere keren is het virus rechtstreeks aangetoond in de weefsels van een mismaakte baby.

Neem het geval (pas beschreven in vakblad NEJM) van de 25-jarige Sloveense gezondheidswerkster die zich in oktober meldde bij het ziekenhuis. Ze was in februari 2015 zwanger geworden in Natal, Brazilië, waar ze toen werkte. In de dertiende week van haar zwangerschap kreeg ze koorts en griepachtige verschijnselen, en vier maanden later bleek het hoofdje van haar baby ernstig mismaakt. Zó ernstig, dat ze de zwangerschap afbrak. Er volgde een uitgebreide autopsie: de baby bleek het virus in de hersenen te hebben – en in geen enkel ander orgaan – en bij de vrouw had het virus zich in de placenta gevestigd.

Zo zijn er inmiddels meer gevallen. Tel dat op bij de waarneming dat het aantal meldingen van kleinhoofdigheid in het gebied met een factor 20 omhoog is geschoten, en het ligt erg in de rede om het virus te verdenken.

Ja, wacht: daaraan zitten twee haken en ogen.

De eerste is dat je, om het virus onomstotelijk aan te tonen, eigenlijk hersenbiopten moeten nemen bij álle baby’s, en dan alleen op het moment dat het virus nog actief is. (Naderhand is het virus namelijk niet meer goed aan te tonen: de ‘vingerafdruk’ die zika achterlaat in het immuunsysteem lijkt erg op die van verwante, andere virussen). Dat kan natuurlijk niet.

Tweede voetangel is de dat kleinhoofdigheid ook zónder virus soms voorkomt. Het defect kent meerdere oorzaken, zoals andere virusinfecties, domme pech of – jawel – omgevingsfactoren. Vandaar dat sommige artsen zich nogal voorzichtig uitlaten: per geval kun je niet goed zeggen hoe het komt. Sterker, je kunt zelfs niet uitsluiten dat er niet óók gevallen zijn die door gif zijn veroorzaakt.

Dat punt is voor veel mensen lastig te bevatten. Het verband met zika is dus zoiets als het verband tussen roken en longkanker – een statistisch verband, dat per definitie een beetje ambigu is. Van geval tot geval is lastig vast te stellen of roken longkanker veroorzaakt: er zijn immers rokers die géén kanker krijgen, en er zijn ook niet-rokers die wél longkanker krijgen. Maar zoom uit, naar het geheel, en je ziet dat er wel degelijk een zeer sterk verband is: negen van de tien gevallen van longkanker treden op bij rokers.

mug-beter

2. Maar… op andere plekken waar zika toesloeg waren er géén problemen!

 

Een veel gehoorde uitspraak. Alleen: hij klopt niet.

De huidige variant van het zikavirus (ZIKV) komt uit Frans Polynesië – die eilandengroep in de Stille Oceaan waarvan Tahiti u het bekendst in de oren zal klinken. Inmiddels is duidelijk dat het virus ook daar zorgde voor meer gevallen van Guillain-Barré: bewijs dat het virus de hersenen aantast.

Ook mismaakte baby’s werden er vastgesteld. Ze vielen alleen minder op. Frans Polynesië heeft maar 260 duizend inwoners; een factor duizend minder dan de 205 miljoen inwoners van Brazilië. Dat zijn er simpelweg te weinig om subtiele zaken als een verhoging van een zeldzame geboorteafwijking in het oog te laten springen. Pas achteraf bleek zo’n verhoging er wel degelijk te zijn (PDF).

Ja, en Afrika dan? Het continent waar het virus in 1947 voor het eerst werd ontdekt? Het antwoord is eigenlijk simpel. Experts denken dat het virus daar al zo lang rondwaart dat de bevolking resistentie heeft opgebouwd. Brazilië zou wel eens de eerste keer kunnen zijn dat het virus een grote mensenpopulatie ‘aanboort’ die nog geen immuniteit tegen het virus heeft.

En de omliggende landen, Colombia, Suriname, Argentinië? Daar is de voor de hand liggende verklaring: misschien komt het nog. Het virus sloeg immers als eerste toe in Brazilië, voordat het zich naar andere gebieden verspreidde. Eventuele problematische zwangerschappen zijn daar nog ‘gaande’, hoe cru dat ook klinkt.

Een lichtpuntje is er ook. Duidelijk is inmiddels dat het aantal gevallen van microcefalie in Brazilië wordt ‘overschat’. Iedere ouder die net een baby heeft gekregen met een enigszins klein of verdacht hoofdje, denkt direct aan zika. Gelukkig blijkt dat lang niet altijd terecht: bij ruim duizend verdachte kinderen bleek haast tweederde bij nader onderzoek gelukkig toch gezond.

Als je het zo bekijkt, is het denkbaar dat de schade meevalt en dat ouderwetse ongerustheid nog het meeste van de problemen verklaart. Dat zou natuurlijk goed nieuws zijn.

mug-beter

3. Het insecticide pyriproxyfen is uiterst verdacht!

 

Enfin, ik begin een beetje te klinken als de voorlichter van het ziekenhuis. Laten we dat beruchte landbouwgif eens beter bekijken. Want zoals we sinds DDT weten, kan gif gemene en vooral sluipende gevolgen hebben voor de volksgezondheid.

Maar in het geval van pyriproxyfen zijn er toch wel belangrijke verzachtende omstandigheden.Het gif verhindert dat muggenlarven uitrijpen tot volwassenheid – en doet dat door de mug bij een chemisch ‘haakje’ te pakken dat mensen niet eens hebben. Het middel doet dat trouwens al 20 jaar, in 40 landen, waaronder Nederland, Frankrijk, Denemarken en Spanje, zonder dat daar problemen aan het licht kwamen. In Brazilië gebruikt men het spul sinds 2004; sinds 2014 wordt het in sommige regio’s toegevoegd aan drinkwater.

Dat klinkt griezelig. Maar omdat het spul zo specifiek is afgestemd op insecten, is de dosis waarbij het schadelijk wordt voor zoogdieren zeer hoog, blijkt uit dierproeven en de veiligheidsrapporten. Omgerekend naar de mens zou je een theelepel pure pyriproxifen per dag moeten nemen voordat je misschien schade ondervindt. In Brazilië zou je iedere dag 1000 liter behandeld water moeten drinken om in de gevarenzone te komen.

Maar wacht. In januari heeft de Braziliaanse organisatie van arbo- en milieuartsen Abrasco tegen het middel gewaarschuwd, stellen diverse nieuwsberichten (en Wikipedia). Alleen klopt dat niet helemaal, blijkt als je het rapport zelf leest. In de ‘technische notitie’ pleit Abrasco niet zozeer tegen pyriproxyfen, maar tegen de strategie die Brazilië al 40 jaar hanteert om muggen te bestrijden met soms schadelijke giffen zoals organofosfaten en pyrethroïden. Dat werkt niet, stellen de artsen: veel beter zou het zijn om gewoon eens aandacht te besteden aan de hygiëne. Pyriproxyfen komt in de marge van dat betoog slechts drie keer kort ter sprake – en over eventuele schadelijkheid van het middel laten de artsen zich niet uit.

Resteert dat het wel erg toevallig is dat het gebruik van het gif in ruimte en tijd precies samenvalt met de problemen. Maar ook dat klopt niet helemaal. Zo is Recife het ‘epicentrum’ van de geboorteproblemen, maar gebruikt men juist daar het larvengif niet. Bovendien werd het gif in Brazilië al in 2014 aan sommige drinkwatervoorraden toegevoegd – een timing die eenvoudigweg niet klopt met de uitbraak van microcefalie van eind 2015.

Vrijgepleit, dus? Dat is ook weer te kort door de bocht. Denkbaar is bijvoorbeeld dat het gif en het virus elkaar op de een of andere nog onbekende manier versterken. Maar eerlijk is eerlijk, logisch is het niet. De meeste experts vinden zo’n verband dan ook niet erg waarschijnlijk (zie hierna).

O ja, een detail tenslotte: het larvenmiddel wordt in Brazilië niet door het eng klinkende Monsanto ingezet, zoals velen suggereren, maar door de WHO. Dat geeft toch weer een wat ander gevoel: doel is hier om de gezondheid te bevorderen, niet ‘om geld te verdienen’.

En het middel is, opnieuw anders dan veel websites aangeven, geen product van Monsanto, maar van het Japanse bedrijf Sumitomo. Dat is zelfs geen ‘dochterbedrijf’ van Monsanto, zoals men hier en daar noteerde (zelfs ik trapte erin).

mug-beter

 

4. Maar de experts zeggen het ook!

 

Een belangrijk en telkens herhaald misverstand is dat onafhankelijke experts ‘verdeeld’ zouden zijn over de link tussen microcefalie en zika. Maar bij nadere inspectie is dat helemaal niet het geval en is men redelijk unaniem.

Ja, sommige kenners zijn voorzichtig en houden zich op de vlakte: nader onderzoek is nodig, je weet immers nooit. Maar wetenschappers met kennis van zaken die de zaak bestuderen en wél tot een inschatting komen, verwijzen de link met larvicide unaniem naar het rijk der fabelen. Complete onzin, en zelfs zeer kwalijk om antimuggenspul verdacht te maken in een gebied waar het wemelt van de muggenziektes.

Het zijn ook niet de minsten die dat zeggen: directeur Francis Colins van de Amerikaanse National Institutes of Health, het Amerikaanse RIVM de CDC, een panel onafhankelijke academische Australische experts, hoogleraren neurotoxicologie, Braziliaanse experts, medische factcheckrubrieken, medisch onderzoekers ter plaatse, bloggende hoogleraren oncologie, Nederlandse muggenexperts en niet te vergeten de WHO zelf.

De opschudding over zika en pyriproxifen is ontstaan door een rapport van een Argentijnse organisatie genaamd de ‘dokters van de besproeide dorpen’, die actie voert tegen gewasbestrijdingsmiddelen.

Toevallig kende ik de ‘dokters’. Onlangs checkte ik een andere nogal uitzinnige claim van dit gezelschap, namelijk dat tampons en maandverbandjes ‘besmet’ zouden zijn met Monsanto’s landbouwgif glyfosaat. Dat klopte niet, maar nog veelzeggender was het inkijkje in hoe deze dokters opereren: officiële, controleerbare publicaties hadden ze niet, en op vragen over hun werkwijze of cijfers kwam geen antwoord, ondanks vele mailtjes, telefoontjes en diverse plechtige beloftes hunnerzijds om te antwoorden.

Ik werd, kortom, wekenlang aan het lijntje gehouden. Een schimmige club: zo riep een decaan van de Universiteit van Cordoba recent op tot een integriteitsonderzoek tegen hun voorzitter Ávila Vazquez, en vonden diverse onafhankelijke experts die ik zelf sprak over de ‘tamponzaak’ hun metingen om allerlei technische redenen nogal verdacht.

En nu dus zika en pyriproxifen. Het is beslist aardig het ‘rapport’ van de dokters eens te lezen: een opvallend amateuristisch opgesteld pamflet, zonder technische details (hier de PDF). Zelfs de naam van het middel waar het allemaal om gaat heeft men verkeerd geschreven: pyroproxyfen, in plaats van pyriproxyfen.

‘Médicos de Pueblos Fumigados is een verre van wetenschappelijk betrouwbare organisatie’, concludeerde vorige week ook onderzoeksjournalist Kavin Senapathy in zakenblad Forbes. ‘Deze groep is meer een randverschijnsel dan betrouwbaar, meer bevooroordeeld dan objectief.’

Toen ik het vorige week checkte, schrok ik een beetje hoeveel Nederlandse media meegaan in de riedel: dit gif is verdacht. Dat is dan ook de gemakkelijke weg: er is nog veel onduidelijk, dus zo’n gif kan er ook nog wel bij, waarom niet?

Ja, volgens die denkwijze kunnen buitenaardse kaboutertjes en mannen in het zwart van de CIA er ook achter zitten. De technische term voor de redenatie is het ‘ad ignorantium’-argument: je weet iets niet helemaal zeker, dús zal al het andere dat men roept wel kloppen.

Ja,. vast. Maar alles afwegend weet ik wel waar ik mijn geld op zou inzetten.