Hoe klimaatwetenschappers zich aan Harvey overschreeuwen

JE KON EROP wachten. Nu de orkaan Harvey is uitgeraasd, de doden zijn geborgen en het water is gedaald, is er de nasleep: een tsunami van wetenschappers die met opgeheven vinger benadrukken dat Harvey de orkaan toch écht te maken had met het klimaat.

Of nou ja, een beetje. Of niet echt eigenlijk.

Orkanen worden namelijk niet veroorzaakt door klimaatverandering. Ja: de zeespiegel staat wat hoger en dat duwt de stormvloed op – alleen gebeurde dat nu in dunbevolkt kustgebied. Ja: een warmere dampkring houdt meer water vast en dat geeft meer regen – alleen is dat hoogstens zes procent meer, blijkt uit de berekeningen. En ja: in een warmere wereld gaat de windkracht van orkanen iets omhoog – maar het is omstreden of zo’n effect nu al zichtbaar is.

Dat de schade in de VS zo groot was, komt vooral doordat men zijn zaakjes niet op orde had. Armoede. Bezuinigingen op waterwerken. Stadsuitbreidingen. Een kwart meer stoeptegels en asfalt sinds 1996.

Maar dat hield een aantal heren (het zijn altijd heren) klimaatwetenschapper niet tegen om toch vooral uit te weiden over wat Harvey allemaal wél met het klimaat te maken heeft.

hansen
James Hansen ziet een klimaatramp

‘Deze storm moet je opvatten als een waarschuwing. Dit verschijnsel gaan we vaker krijgen’, zei Princeton-wetenschapper Michael Oppenheimer.  ‘Harvey laat zien hoe kwetsbaar moderne samenlevingen zijn als het klimaat opwarmt’, zei atmosfeerwetenschapper Kerry Emanuel. ‘Het is keiharde natuurkunde.’

‘Harvey is hoe klimaatverandering eruit ziet’, constateerde meteoroloog Eric Holthaus op nieuwssite Politico. ‘Het is tijd om onze ogen te openen.’

‘Het is een feit: klimaatverandering maakte orkaan Harvey dodelijker’, schreef atmosfeerwetenschapper Michael Mann in de Britse milieukrant The Guardian. ‘Er is een duidelijk verband tussen klimaatverandering en sterkere orkanen’, stelde klimaatwetenschapper en activist James Hansen.

‘De menselijke CO2-uitstoot is waarom we deze orkanen hebben’, poneerde Chris Cuomo, zelfverklaard klimatoloog, intussen bij CNN. ‘We kunnen een manier bedenken om het aantal van deze stormen te verminderen.’

Einde van het liedje: een humeurige verklaring van het milieuministerie EPA, dat de wetenschap de boel niet zo moest politiseren. En de klimaatsceptici die feestelijk de kachel aanmaakten met die malle ‘alarmistische’ wetenschappers.

13513-200

Wetenschappers die spontaan naar voren dringen om uit te leggen dat een gebeurtenis die weinig te maken heeft met klimaatverandering, tóch te maken heeft met klimaatverandering. Die na een weerramp met 45 dodelijke slachtoffers haast verlekkerd roepen: kijk eens mensen, dít staat ons nou te wachten!

Het is zoiets als de PVV die na ieder wissewasje over moslims begint. Geen open, wetenschappelijk denken, maar gewoon dramatische incidenten aanwijzen om je gelijk te halen.

Zouden de Oppenheimers, Emanuels, Holthausens, Manns, Hansens, Cuomos, Emanuels en Rahmstorfen nou écht niet begrijpen dat hun gedram en gepreek alleen doordringt tot de al diepbekeerden – en ook averechts kan werken?

Dat het niet gaat om nóg snedigere soundbites, maar gewoon om het aanreiken van eerlijke, transparante, controleerbare informatie, zodat burgers zelf een oordeel kunnen vormen? (Zoals hier, of hier.)

Much to learn, you still have.

En, o ja: de eerste klimaatpraat over orkaan Irma is intussen al begonnen.

irma

 

NASCHRIFT 8-9: Dat het ook anders kan, bewijst hoofd orkaanvoorspellingen Gerry Bell van het Amerikaanse Climate Prediction Center in de New York Times. Opvallend: ‘Dr. Bell said his group does not consider climate change in developing its forecasts.’

 

Advertisements

Zó klimaatsceptisch is team Trump helemaal niet

Klimaatsceptisch, zo wordt het nieuwe kabinet van Donald Trump alom genoemd. Maar wie door de retoriek heenprikt, ontdekt dat het met het wetenschap ontkennen best meevalt – en dat Trump gewoon een minder linkse koers zoekt.

En zo doet Trump precies wat men al van de man verwachtte: zich omringen met klimaatsceptici. Na het binnenhalen van openbaar aanklager Scott Pruitt als hoofd van het milieuagentschap EPA, komt klimaathater Cathy McMorris Rodgers waarschijnlijk op binnenlandse zaken.

Leuk, voor de planeet. ‘Een trotse klimaatontkenner’, zo noemen ze Rodgers ook wel. Iemand die niets moet hebben van ‘klimaatverandering of klimaatwetenschap’. Ze stak als congreslid dan ook stokjes voor allerlei milieumaatregelen, krijgt geld van de fossiele industrie en poneerde dat Al Gore beter is in creatief schrijven dan in wetenschap. Fout, fout, fout.

Ja, wacht even.

Een kabinet van wetenschapshaters en kop-in-het-zandstekers? De werkelijkheid ligt belangrijk anders. Dit zijn namelijk niet zozeer malloten die alle wetenschap ontkennen; het zijn vooral gewoon rechtse politici. Mensen, die geloven dat er ook een rechts-liberale uitweg uit de klimaatproblemen is. En dat is een cruciaal verschil.

rodgers
Cathy McMorris Rodgers.

Neem Rodgers. Hoe reageerde ze toen Obama een paar jaar geleden aangaf dat aardgas ‘de overbruggingsbrandstof is die onze economie kan aandrijven met minder van de koolstofvervuiling die klimaatverandering veroorzaakt’?

We agree’, noteerde ze in een officiële reactie. Niet direct het antwoord van een glasharde ontkenner van klimaatverandering.

En die keer dat ze Al Gore uitmaakte voor fantast? Leuk om het oorspronkelijke stuk erbij te zoeken: ze deed dat in een min of meer grappig bedoelde speech voor haar achterban. Én voegde er iets cruciaals aan toe, dat bij het nakakelen van haar citaat door haar tegenstanders steevast wordt weggelaten:

We recognize the obvious: hydropower is a renewable resource.

Waterkracht. Dát is waar Rodgers op inzet. Al in 2008 gaf ze er in een toespraak blijk van heus wel door te hebben dat er zoiets is als klimaatverandering veroorzaakt door CO2:

‘Ik ben vastbesloten dat terwijl we voortgaan met het debat over klimaatverandering en hoe we onze koolstofemissies moeten terugbrengen, waterkracht erkenning verdient voor de belangrijke rol die hij speelt in het noordwesten.’

muursticker-ijsbeertje-zoo-familyZo kent Trumps klimaatscepticisme vele tinten grijs. Wat zei Trump zelf trouwens toen de New York Times hem op de man af vroeg of er nu wel of geen door de mens veroorzaakte klimaatverandering bestaat?

I think right now … well, I think there is some connectivity. There is some, something.

Nog steeds een aanfluiting tegen de wetenschappelijke consensus natuurlijk, maar toch alweer heel wat anders dan zijn eerdere brullade dat klimaatverandering een complot is van China.

Ook Pruitt, de ijzervreter die de baas wordt van het milieudepartement, blijkt bij nadere inspectie niet helemaal op zijn door de olieindustrie betaalde achterhoofd gevallen. Een essay dat hij schreef voor het rechtse opinietijdschrift National Review verheldert veel van zijn denkwijze – en ongetwijfeld van die van Trump en Rodgers.

pruitt
Scott Pruitt: vazal van de fossiele industrie

Pruitt is voor zo ver ik weet nergens te betrappen op keiharde ontkenning van klimaatverandering. Al gaat hij wel vér: ‘Wetenschappers zijn het nog steeds oneens over de mate en schaal van het broeikaseffect en de connectie met het menselijk handelen.’ Strikt genomen klopt dat, al zal het bij de meeste wetenschappers het bloed onder de nagels vandaan halen.

Maar daarna komt de aap uit de mouw. ‘Klimaatverandering heeft geleid tot een van de grote beleidsdebatten van onze tijd. Dat debat is verre van beslecht’, schrijft Pruitt. Wat hem dwarszit, is niet zozeer of het klimaat al dan niet verandert – dat lijkt ook hij te zien als een gegeven – maar in hoeverre de federale overheid mag ingrijpen over de hoofden van staten en bedrijven heen.

Pruitt, nou eenmaal een rechtse rakker en belangenbehartiger van de fossiele industrie, vindt uiteraard van niet. Dat mondt uit in dit prachtige stukje Republikeinse politieke porno:

‘Zelden in de geschiedenis van de natie is de politiemacht van de overheid zo gretig ingezet om burgers tot stilte te intimideren. Maar nog verontrustender zijn de interne e-mails en andere documenten die aangeven dat deze inmenging is georkestreerd door groene-energie-lobbygroepen die de ambtenaren als marionetten gebruiken om hun extreme agenda’s te bevorderen. Dat zou ons allen angst moeten inboezemen. Groepen van buiten zouden niet in staat mogen zijn om de macht van de overheid te gebruiken als zwaard om achter hun politieke tegenstanders aan te gaan.’

Heerlijk. Er is geweld, er is intimidatie, er is de grote boze overheid en er zijn zelfs geheimzinnige ‘groepen van buiten’ (outside groups) aan het werk. Maar: als puntje bij paaltje komt, zijn geharnaste tegenstanders als Trump en Pruitt best bereid om te erkennen dat er zoiets is als klimaatverandering. ‘I have a very open mind to it’, zoals Trump dat zei.

muursticker-ijsbeertje-zoo-family

Een belangrijk onderscheid. Het zijn hier niet zozeer de wetenschappelijke feiten die botsen, maar de onderliggende wereldbeelden. De klimaat- en milieuwetenschap, gedomineerd door liberale, linkse mensen, weten wel wat wat hen betreft te oplossing is: nú de CO2-productie terugdraaien, met wind- en zonne-energie (en liever geen kernenergie), anders gaan kwetsbare ecosystemen ten onder, gevolgd door allerlei andere milieuellende. Zo is klimaatwetenschap als vanzelfsprekend synoniem komen te staan met links beleid. Maar wie zegt dat we allemaal even begaan zijn met het lot van de koralen en de ijsberen?

Natuurlijk zijn er ook andere visies denkbaar. Zoals: kom maar op met de klimaatverandering, als de nood echt hoog wordt lost de industrie het wel op met innovatie en misschien ‘geo-engineering’ van het klimaat. Of: dat hele klimaatverhaal wordt zó gecontroleerd door linkse types, het zal als puntje bij paaltje komt vast wel meevallen. Of zelfs: ach, als de klimaatverandering echt rampen gaat geven zoals overstromingen en natuurgeweld, zijn wij in het westen rijk en sterk genoeg om onszelf te redden, en de rest zoekt het maar uit.

En ja, dat is cynisch en rechts – maar daarom niet per se minder waar of minder wetenschappelijk dan de zelfverzekerde ‘de aarde staat in brand en nú is het tijd voor actie’-retoriek die in het discours allesoverheersend is geworden.

Het klimaatdebat zou minder moeten gaan om het winnen van zieltjes, en meer om het klimaat. Wie de strijd om het klimaat écht wil winnen, heeft weinig aan gehakketak met nog indringender milieufolders en nog alarmerender cijfers. Veel meer heb je aan dialoog, en met verbredende, pragmatische ideeën komen die ook op rechts acceptabel zijn – zoals ‘ecomodernistische’ ideeën over grootschalige industriële zon- en kernenergie.

En als zo’n Rodgers zich dan weer eens laat ontvallen dat de wetenschap dit of de wetenschap dat, let dan op. Wat probeert hij op zo’n moment eigenlijk te zeggen?

Waarom u deze foto niet mag zien

2eb0fe7f-a540-4d9b-b5b4-a395818d8be6

DE MENSEN SCHROKKEN ervan, en het was natuurlijk ook best een griezelig gezicht. Een ‘verslangde’ muis, een proefmuis die genetisch zo is gemanipuleerd dat hij geen pootjes meer heeft. Brrr, zielig, softenon, als ik de reacties een beetje samenvat. Wat hebben die wetenschappers nou toch weer gedaan?

Het was dan ook niet de bedoeling dat u de foto te zien kreeg. De wetenschappers in kwestie – een Duits-Amerikaanse onderzoeksgroep – wilden hem desgevraagd niet in hoge resolutie beschikbaar stellen. Te onkies, gaven ze per e-mail aan. De mensen mochten eens denken. En de financiering van het onderzoek staken.

Een begrijpelijke angst. In 1997 raakte de biotechnologie ernstig van de leg, nadat er een foto opdook van een muis met een oor op zijn rug. Binnen een mum van tijd was het beeld iconisch geworden voor biotechnologie: getver, ze maken muizen waaruit mensenoren groeien! De foto zou de wetenschap nog jaren achtervolgen. (Het experiment zat trouwens anders.)

vacanti_mouse

Terwijl er toch minstens twee uitstekende redenen zijn om enge muizenfoto’s wél te publiceren. In vol ornaat, in volle glorie. Met gepaste trots.

Ten eerste: we hebben er recht op. Het is immers wél ‘van onze belastingcenten’, dat die wetenschappers daar hun muizen zitten te verbouwen. En bij academische openheid en transparantie hoort dat je ook de ongemakkelijke dingen laat zien. Niet alleen de directeur die een prijs uitreikt.

Belangrijker nog is reden nummer twee: zo’n rare muis roept direct de vraag op waarmee de wetenschap dan wél bezig is. En als iedereen dan toch met open mond zit te staren – een mooi moment om uit te leggen wat er eigenlijk aan de hand is.

Zelf deed ik dat op Twitter:

kniptwit

Zo verging het in 1997 in feite ook de oormuis. Wetenschappers reageerden geschrokken – dit wilden we helemaal niet laten zien! – maar intussen zorgde het diertje óók voor fascinatie. In één klap was duidelijk dat de wetenschap bezig was nieuw gebied te betreden. Of je dat nu leuk vindt of niet.

Als u nog ergens een enge muis heeft rondslingeren: probeer hem niet te verstoppen. Ja, mensen zullen erover vallen, erdoor geëmotioneerd raken, roepen dat u een Dr. Frankenstein bent die per direct door een woedende menigte met fakkels dient te worden verdreven uit uw horrorkasteel.

Maar misschien is dat wel het juiste moment om gewoon eens te vertellen wat u eigenlijk aan het doen bent.

 

 

Biotech = Godzilla?

(Deze column schreef ik voor het Volkskrant/KNAW/Nemo KennisCafé van oktober 2016, ‘Gentech in je eten’)

Beste mensen,

Zo half in de 20 zal ik zijn geweest toen ik voor het eerst hoorde van Freeman Dyson.

Dronken van jeugdige opstandigheid was ik destijds. ‘Biotech is Godzilla’ had ik gehoord van de Braziliaanse thrashmetalband Sepultura. En die konden het weten: ze kwamen uit een land waar Monsanto de armen uitwrong met Terminatorzaden, patenten op genen en gifthat melts your face’, om Sepultura te citeren.

En toen was daar Freeman Dyson. Een fijnzinnige theoretisch natuurkundige van de Princeton-universiteit die er warempel zelf een beetje uitzag alsof-ie genetisch was gemanipuleerd. Zoals we in de 20ste eeuw elektronen hebben getemd, schreef Dyson in allerlei essays die ik las en herlas, zo gaan we in de 21ste eeuw de genen temmen. Het leven zal versmelten met de technologie. En hij begon over kinderen die in de biologieles de meest fantastische levende wezens knutselden, en over hoe onze verre nakomelingen zichzelf genetisch zouden upgraden tot levende ruimteschepen.

Levend weefsel als bouwmateriaal, wat je dáár allemaal niet mee kunt! Je zou de wereld kunnen voeden met supersnel groeiende, extreem gezonde gewassen. Het klimaatprobleem oplossen door planten te ontwerpen die CO2 afvangen en diep onder de grond opslaan. De wereld van energie voorzien met zwarte planten die zonlicht omzetten in elektriciteit. De software van de natuur heeft al die fabelachtige plug-ins al in huis.

2.jpg
Freeman Dyson

Nog natter werd mijn biotechnologische droom met de komst van nieuwe, goedkope gentechnieken. De laatste jaren werd het voor het eerst mogelijk om aan biotech te doen zonder dat je er miljarden voor nodig hebt. Kunnen we eindelijk Godzilla Monsanto zijn monopolie uit de gierige klauwen slaan.

Er is eigenlijk maar één probleem: mijn oude makkers op links. Die willen niet. Ze komen op dit punt met allerlei bangmaakverhalen over hoe gevaarlijk gengewassen zijn, maar eigenlijk bedoelen ze iets heel anders: ze verlangen naar puurheid en eenvoud. Een ideaal dat teruggaat op de filosofie van Jean-Jacques Rousseau.

Wat natuurlijk is, is goddelijk en puur; en alles wat is aangeraakt door mensenhanden, dient te worden gewantrouwd – net als gentech. Een religieus sektarisme, dat zich doorgaans uit in onschuldige malloterieën met dolfijnen, gladde steentjes en gemekker over aura’s – maar dat hier opeens de vorm aanneemt van een algehele weigerachtigheid om ook maar één tengel uit te steken en iets te doen aan honger, armoede en milieuproblemen.

Monsanto is allang niet meer de enige Godzilla; Greenpeace en Friends of the Earth zijn hier de nieuwe multinationals die met leugen en intimidatie de dienst uitmaken.

Tijd voor een nieuwe opstand der agressieve langharigen, zou ik zo zeggen. Ik stel me een revolutie voor van bio-punkers, genetische hackers en achtertuin-anarchisten, die zelf de meest fantastische gewassen ontwerpen en online met elkaar delen: ultragezonde tomaat, supergroeiend fruit, groenten in allerlei modieuze vormen en kleuren.

Want wat was volgens Sepultura, die metalband uit de Braziliaanse sloppenwijk, ook alweer het beste antwoord op armoede en onderdrukking? Precies: je moest ze om de oren slaan met wetenschap:

‘Knowledge is the weapon against the hunger in the land.’

 

Jongens en hun machines

Waarom verduurzamen? Een deel van de verklaring zou, onverwacht, wel eens met man-vrouwverhoudingen te maken kunnen hebben, betoogde ik in mijn column voor het Volkskrant KennisCafé van mei.

 

EEN JAAR OF twaalf zal ik zijn geweest toen mijn stoere, iets oudere buurjongen iets heel bijzonders liet zien: hij had een heuse miniatuurstoommachine gekregen.

Wat een wonderlijk ding! Hele middagen lang konden we met glimmende ogen staren naar het puffende en zuigende apparaat, zonder een woord te wisselen, terwijl zuigertjes heen en weer schoten, het vliegwiel rondzoefde en er wolkjes stoom omhoog puften.

Als u op internet opzoekt hoe die stoommachientjes er ook alweer uit zagen, valt één ding op: ze worden allemaal bediend door, jawel, jongens. Jongens van een jaar of zestig, zeventig meestal, maar toch: jongens. Een opvallend patroon. Bezoek een willekeurige stoomvereniging, en wat je er vindt: jongens. In het rijk der verbrandingsmotoren schijnt werkelijk geen vrouw rond te lopen.

Daarvoor zijn allerlei sociologische verklaringen – de populairste is dat vrouwen vanouds zijn buitengesloten uit de cultuur van dingen verbranden om er motoren mee aan te drijven – maar ik denk dat er een veel simpelere reden is: mannen herkennen iets van zichzelf in zo’n motor. Een verbrandingsmotor is immers ook een ding dat lawaai maakt en grote hoeveelheden brandstof omzet in maar een klein beetje nuttige arbeid.

Dat brengt mij op een interessante gedachte. Is dát de reden waarom de verbrandingsmotor in onbruik raakt? Sociologen en demografen wijzen erop dat naar mate de manvrouw-gelijkheid oprukt, ook de wereld geleidelijk zal feminiseren. Je ziet dat nu al op de werkvloer, waar strenge hiërarchische verhoudingen geleidelijk hebben plaatsgemaakt voor vriendelijkere, meer vrouwelijke omgangsvormen, met meer nadruk op overleg en wederzijds begrip.

O zeker, natuurlijk praten we elkaar graag aan dat de verbrandingsmotor eruit moet vanwege fijnstof, zwavelnorm en klimaat. Maar als cultureel antropoloog weet ik dat maatschappelijke veranderingen uiteindelijk altijd een reflectie zijn van de veel geleidelijkere cultuurveranderingen daaronder.

Op straat zie je de vervrouwelijking nu al. Woest burlende vrachtwagens hebben plaatsgemaakt voor zedig knorrende bestelbusjes, stoer grommende auto’s zijn vervangen door geruisloos langsglijdende voertuigjes op stroom en zelfs brommer en motor – nota bene vernoemd naar dat woeste ding onder de motorkap – hebben het veld geruimd voor laffe, pastelgetinte scootertjes en e-bikes. (vervolg onder afbeelding)

6 (2).jpg

Dus dat is er met diesel, turbine en zuigermotor aan de hand! Verdrongen door feminiene – wij kerels zeggen wijverige – energievormen zoals zon, wind en desnoods de plantjes in het veld. De nieuwe motor is groen, of blauw, of roze – alles waarvoor een echte kerel de neus ophaalt.

Ik voorzie een My Little Pony-wereld waarin we ons knarsetandend voortbewegen in krappe Kiaatjes en onderdanige Honda’s op batterijen, waarin schepen worden voortgetrokken door vliegers en zelfs de vliegtuigen hun straalmotoren hebben verruild voor slappe hap op waterstof.

Tot de avond valt en wij, mannen, stiekem samenkomen in de schuur van de buurman. Sssst, de deur op slot, pak de schoenendoos van de kast, zet het ding op tafel. Zodat we samen, in het geheim, met glinsterende ogen kunnen kijken naar…

Klikt u hier maar.

 

2

[Deze column sprak ik uit voor het Volkskrant KennisCafé over het einde van de verbrandingsmotor, 23 mei 2016, in De Balie]

De journalistiek telt de bomen

Welk medium schrijft wat over van wie? Een onschuldig nieuwsbericht – over bomen – biedt een verrassend en gedetailleerd inkijkje, ontdekt Maarten Keulemans, gastblogger bij DNR en zelf wetenschapsredacteur bij De Volkskrant.

Continue reading “De journalistiek telt de bomen”

Het PBL verkoopt een zedenpreekje

EEN KENNIS WEES me op een onderzoek van het Planbureau voor de Leefomgeving, dat een tijdje terug verscheen in het vakblad Environmental Science and Technology. Ik had het niet opgemerkt, en dat is niet zo vreemd, want de uitkomst is niet direct iets om van om te vallen: aan de hand van enquetes met 1868 wetenschappers die over klimaat schrijven, komen de Nederlanders tot de ontdekking dat hoe meer iemand over het klimaat publiceert, des te meer verstand hij (of zij) heeft van de opwarming van de aarde. Een bevinding die in de Volkskrant-rubriek ‘open deur van de week’ niet zou misstaan.

Waaróm, vraag je je af. Zo’n onderzoek kost toch geld, en de onderzoekers hadden een interessante (en grote!) club respondenten bij elkaar weten te krijgen, aan wie ze ook veel spannender vragen hadden kunnen stellen.

Maar er zat een adder onder het gras. Het ging het Planbureau niet zozeer om het peilen van de kennisstand onder wetenschappers – het ging ze uiteindelijk om het winnen van zieltjes voor de Grote Strijd tegen de broeikasgassen. Zó begint het artikel (vertaald uit het Engels, vet van mij):

‘Het algemene publiek is sterk verdeeld over de kwestie van de menselijke veroorzaking van klimaatverandering. Velen geloven dat klimaatwetenschappers net zo verdeeld zijn over diezelfde vraag, anders dan wat verschillende onderzoeken hebben uitgewezen. Percepties van de mate van eensgezindheid of verdeeldheid onder wetenschappers beïnvloeden de publieke acceptatie van wetenschappelijke conclusies in hun steun voor daaraan gerelateerd beleid.’

Ofwel: door te laten zien hoe eensgezind de wetenschap is, willen de onderzoekers een argument aanreiken om klimaattwijfelaars de wind uit de zeilen te nemen. Een uitstekend idee – hoe meer wetenschappelijk geïnformeerd mensen zijn hoe beter, denk ik altijd maar.Er is alleen wel een probleem: die ‘sterke publieke verdeeldheid’ waarover de onderzoekers het hebben, bestáát helemaal niet.

Althans, niet in onze contreien. De voetnoot uit het onderzoek verwijst naar een Amerikaanse publiekspeiling, waaruit blijkt dat in de VS maar 34 procent gelooft dat de aarde opwarmt door toedoen van de mens. Bovendien denkt minder dan de helft (44 procent) dat er onder wetenschappers eenstemmigheid is.

Schokkend inderdaad. Rare jongens die Amerikanen. Doe er eens wat aan. Maar het lijkt me nu niet direct een klus die op het pad ligt van het Planbureau voor de Leefomgeving uit Bilthoven.

Bij ons liggen de verhoudingen namelijk helemaal anders. 90 Procent vindt klimaatverandering een groot tot zeer ernstig probleem. 70 Procent snapt dat de mens de hand heeft in de opwarming, driekwart vindt dat er belastingmaatregelen moeten komen om het energieverbruik af te remmen. En in Europa vindt men de opwarming van de aarde een van de grootste wereldproblemen (PDF) – erger nog dan kernwapens, overbevolking, internationaal terrorisme en de besmettelijke ziekten die jaarlijks tientallen miljoen levens eisen.

Het heeft er, kortom, alles van weg dat klimaatscepsis een typisch Amerikaanse eigenaardigheid is, net als ’s ochtends de vlag groeten of het in twijfel trekken van de evolutie.

Maar die helft van de werkelijkheid vegen de onderzoekers onder het tapijt. De positievere, Europese cijfers worden verzwegen (terwijl de onderzoekers er beslist van op de hoogte zijn: twee van hen schreven er pas nog een ingezonden brief over in de krant) en de cijfers worden niet uitgesplitst naar continent.

U wordt hier dus eigenlijk bepreekt: het is toch verschrikkelijk, de mensen nemen klimaatverandering niet serieus genoeg!

d6bZon-wolk

Er is nog iets anders, want ik zou dit niet eens schrijven als vervolgens mijn vakgenoten en ik niet de schuld van alle narigheid kregen. Want wat blijkt? De media hebben het gedaan!, aldus de PBL’ers. Wij houden de domheid in stand door voortdurend klimaatsceptici aan het woord te laten. Zo staat het althans in het onderzoek:

‘[Onze resultaten] geven aan dat diegenen die het het meest oneens zijn met een merkbare invloed van door de mens uitgestoten broeikasgassen op het klimaat, oververtegenwoordigd zijn in de media, ten opzichte van de aanwezigheid van die meningen in de wetenschappelijke gemeenschap.’

Op zijn weblog – ook al zoiets, een prominent klimaatactivistisch weblog runnen en dan toch aangeven dat er geen sprake is van verstrengelde belangen – zet hoofdauteur Bart Verheggen het nog wat sterker aan: ‘Dit toont aan dat ‘klimaatsceptische’ meningen in de publieke media vaker voorkomen dan in de wetenschappelijke gemeenschap.’

Dat is inderdaad zorgwekkend (en van FOX News trekken ook mijn tenen krom), maar ook hier spinnen de onderzoekers de feiten. De onderzoekers hadden hun respondenten gewoon gevraagd naar hun indruk: hoe vaak (of hoe weinig) komen jullie naar jullie gevoel in het nieuws?

Daaruit bleek dat wetenschappers die de opwarming van de aarde laag inschatten naar eigen zeggen vaak de media halen, net als trouwens wetenschappers die menen dat de rol van broeikasgassen beperkt is. Kijk maar (tekst vervolgt onder grafiek):

Hoe vaak haalt u de media? Een grafiek uit het PBL-onderzoek om even rustig te bekijken. Links uitgesplitst naar geloof in klimaatgevoeligheid, midden naar geloof in broeikasgassen als aandrijfkracht van de opwarming, rechts naar geloof in de mate van opwarming.
Hoe vaak haalt u de media? Een grafiek uit het PBL-onderzoek om even rustig te bekijken. Links uitgesplitst naar geloof in klimaatgevoeligheid, midden naar geloof in broeikasgassen als aandrijfkracht van de opwarming, rechts naar geloof in de mate van opwarming.

Dat ziet er inderdaad ernstig uit. En hoewel het raar is om klimaatsceptici nu opeens wél op hun woord te geloven – ze zullen maar gelijk hebben.

Geschrokken heb ik toch eens de proef op de som genomen voor de Nederlandse (en Vlaamse) situatie, door in het archief van Trouw, NRC, Volkskrant, AD, De Morgen en Het Laatste Nieuws te checken hoe vaak ‘wij van de journalistiek’ sceptisch ingestelden aan het woord laten. Gunnen we echt vaker het podium aan econoom Hans Labohm, publicist Marcel Crok en PVV’er Richard de Mos dan aan onversneden ‘klimaatalarmisten’ (excusez le mot) als hoogleraar duurzaamheid Wubbo Ockels, hoogleraar transitiekunde Jan Rotmans of klimaatjournaliste Bernice Notenboom?

Ach welnee:

grafiek1

Daar komt nog eens bij dat sceptici als Labohm en De Mos, als ze ‘de media halen’, dat in de regel negatief doen: een factcheck waarin ze op hun nummer worden gezet, een beschouwing hoe je ze het beste kunt negeren, een cynisch nieuwsstuk met als kop ‘Handelaren in wetenschappelijke twijfel.’

d6bZon-wolk

Het punt is, natuurlijk, opnieuw dat Europa geen Amerika is en dat je The Guardian, Trouw of De Volkskrant niet kunt vergelijken met FOX News of The Washington Post. Zorgwekkend genoeg als je in Amerika woont – maar volstrekt belachelijk om dat door te trekken naar de hele wereld.

Toch is dat precies wat de auteurs graag willen: doen alsof de Amerikaanse situatie de hele wereld betreft. Alsof er ook hier enorm veel onbegrip is over het klimaat.

Dat sluit namelijk beter aan bij het bekende klimaatactivistische frame van goed en kwaad: je hebt de klimaatwetenschappers die proberen de wereld te redden, en kwaadaardige tegenkrachten die dat tegengaan (en o ja, de domme media die Het Kwaad de hele tijd aan het woord laten). De Amerikaanse situatie voorhouden als truc om de massa te mobiliseren: kijk uit, u neemt het niet serieus genoeg, de grote boze klimaatontkenners zitten overal, en de media zijn niet te vertrouwen!

Dat er intussen in Europa rondom het klimaat een complete industrie is verrezen van pseudowetenschappelijke onderzoeksbureautjes, zichzelf aan subsidies lavende zakenmannetjes, en hoogleraren die met miljoenen aan publiek geld allerlei triviaal onderzoek doen – daarover hoor je deze mensen helaas wat minder.

Dat de PBL-onderzoekers de beste bedoelingen hebben, daaraan twijfel ik geen moment. Het is alleen wel een beetje jammer dat hun studie – nu alweer vijf keer geciteerd door anderen – vooral bijdraagt aan een verdere verdeling van wetenschappers in goed en kwaad.

Niet langs de lijnen van wie de sterkste wetenschappelijke argumenten heeft – maar gewoon, op morele en ideologische gronden.

d6bZon-wolk

Naschrift:

Omwille van de leesbaarheid heb ik enkele meer technische bezwaren tegen de resultaten van de PBL-onderzoekers achterwege gelaten:

Ten eerste geldt zelfrapportage, in ethisch beladen kwesties, als zeer onbetrouwbaar. De wetenschappers die aangeven dat ze zeer vaak in de media komen, voelen zich misschien in het nauw gedreven: ‘Maar ik heb anders net nog een journalist gesproken hoor!’

Ten tweede ontbreekt een indeling van de geïnterviewden naar precieze vakachtergrond. Dit kan de zaak zeer vertekenen, omdat de ene discipline nu eenmaal ‘mediagenieker’ is dan de andere: menswetenschappers en artsen halen vaker de krant dan natuurkundigen of scheikundigen. De antwoorden kunnen dus gewoon een artefact zijn: beleidswetenschappers halen vaker het nieuws én staan verder af van de klimaatwetenschap. De onderzoekers hadden in mijn optiek hiervoor moeten corrigeren.

Ten derde (in het verlengde hiervan) ontbreekt een analyse van waarmee de bevraagde onderzoekers in het nieuws komen. Het is best denkbaar dat, zeg, een astronoom die wel eens onderzoek doet naar het klimaat vaak in het nieuws is vanwege zijn expertise op het gebied van Mars en Venus. Even zo is het denkbaar dat een klimaatwetenschapper vaak het nieuws haalt vanwege zijn kennis van het weer. Ook hiervoor hadden de onderzoekers in mijn optiek moeten corrigeren.

Ten vierde wijst psycholoog José Duarte er in een venijnig commentaar op dat het PBL-onderzoek teruggetrokken zou moeten worden om allerlei redenen: zo zou de aanwezigheid van onderzoekers uit totaal triviale vakgebieden de resultaten ernstig vertekenen. In een reply gaan Verheggen en collega’s daar tegenin. Maar oordeelt u vooral zelf, erg overtuigend vond ik het antwoord van de PBL’ers niet.

Ten vijfde is het vreemd dat de PBL-onderzoekers niet met een steekproef of een media-analyse hebben geprobeerd hun beweringen te valideren. Dat is des te vreemder omdat hun paper erom draait dat ‘sceptisch’ ingestelde wetenschappers niet goed zijn te vertrouwen. Maar kennelijk vertrouwen de PBL-onderzoekers hen wel als ze aangeven veel in de media te komen?

Ten zesde stelt Verheggen in zijn blog wetenschappers die de opwarming van de aarde laag inschatten zonder meer gelijk met ‘klimaatsceptische meningen’. Dat is ten onrechte: het kan er ook op duiden dat het hier gaat om wetenschappers die eenvoudigweg minder kennis van zaken hebben omdat ze verder van het klimaatonderzoek af staan (beleidsonderzoekers, bijvoorbeeld). Ook hiervoor hadden de onderzoekers in mijn optiek moeten corrigeren.

Edits:

13/4/15: Kleine tekstuele aanpassingen.

Is zo’n bioloog die de beertjes aait wel te vertrouwen?

‘MOOI WERK!’, ZO reageerde een ter zake kundige collegajournalist op mijn blogpost over Bogus de Klimaatbeer van laatst. ‘Jammer dat je verwijst naar ontkennersagitprop, dat wel.’

Die ‘ontkennersagitprop’ – mijn collega is lenig met woorden – ging over een hyperlink helemaal op het einde van mijn blog, naar een rapport over ijsberen. Het zou allemaal reuze meevallen met het leed van de ijsberen in het hoge noorden, schrijft daarin de Canadese poolbioloog Susan Crockford.

Ook andere lezers stoorden zich eraan dat ik die link had opgenomen. ‘Niet bepaald de meest betrouwbare bron als het gaat om onafhankelijke feiten over het lot van de ijsbeer’, mailde helemaal vanuit Suriname een onderzoeker van bladsprietkevers.

Daar stond ik mooi voor lul. Crockford is dan wel bijzonder ijsbeerdeskundig, ze maakt ook deel uit van de Global Warming Policy Foundation (GWPF), een los netwerk van intellectuelen en wetenschappers die vinden dat we te paniekerig doen over de opwarming van de aarde. Bovendien zou ze volgens haar critici voor 750 dollar per maand op de loonlijst staan van het Heartland Institute, een aartsconservatieve Amerikaanse lobbyclub die de opwarming van de aarde ontkent. Fout, fout, fout.

Ik besloot iets te doen dat in ons tijdperk van meningenroeperij nogal ongebruikelijk is: het gewoon aan haar vragen.

muursticker-ijsbeertje-zoo-family DE IJSBEERVROUW REAGEERDE ijzig. Jemig, die paar grijpstuivers. ‘Het is beledigend beyond words om te denken dat een respectabele wetenschapper zoals ik te koop zou zijn, laat staan zo goedkoop.’

Dr. Susan Crockford
Dr. Susan Crockford

Het ging ook helemaal niet om een vaste betaling, maar om een freelanceklus die ze had gedaan, verduidelijkte ze. ‘Ik werd één dag in de maand betaald om samenvattingen te maken van gepubliceerde papers over gewervelde dieren (mijn specialiteit) waarvan ik vermoedde dat ze wellicht waren weggelaten uit het IPCC-rapport.’

Maar goed: waarom zo aanleunen tegen de dark side van de force?, drong ik aan.

Crockford, per ommegaande: ‘Het was vast makkelijker geweest om de klus niet te aanvaarden om de verdenkingen te omzeilen. Maar daar ben ik de persoon niet naar. Ik zag aan het IPCC-rapport dat er legitieme literatuur was weggelaten die nodig is om een gefundeerd oordeel te vormen. Als ik iets onderzoek, kijk ik naar alle kanten: dat is wat een wetenschapper hoort te doen.’

Waarop ze mopperend haar geloofsbrieven nog maar eens op tafel legde: 40 jaar werkzaam, talloze publicaties, nog nooit beschuldigd van vooroordelen of valsspelen tot ze de klus van het Heartland Institute aannam.

‘Ik ben opgevoed in een streng progressief gezin, ik ben voor abortus en levenslang atheïst. Ik zit zo ver van het karikatuur van de conservatieve klimaatontkenner als maar denkbaar is. Ik ben bovenal een overtuigd wetenschapper – dat is waar het mij om gaat.’

full30378760

BEHULPZAAM SPEELDE DE agitpropcollega me intussen een heel ander artikel toe. ‘IJsberen verdwijnen uit sleutelgebied’, stond er in ronkende termen boven. Uit onderzoek zou blijken dat het juist reuze slecht gaat met de arme ijsbeertjes, stelde het stuk.

Juist, ja. De ijsberenonderzoeker in kwestie bleek ecoloog Steve Amstrup, die destijds weliswaar in overheidsdienst werkte, maar nog voor publicatie van het onderzoek zou verkassen naar het andere kamp – dat van de natuurbeschermers. Bij het artikel zie je hem op de foto, terwijl hij drie baby-ijsbeertjes aait, lekker objectief wel.

Ook al fout, fout, fout.

Steve Amstrup aait, eh, onderzoekt de beren.
Dr. Steve Amstrup aait, eh, onderzoekt de beren.

‘Maar natuurbeschermers zijn niet gelijk aan kapitalistische lobbyclubs’, wierp de collega tegen. ‘Algemeen belang versus egoïsme. En mijn basisvertrouwen in altruïsten is groter dan egoïsten.’

Was het maar zo simpel. Ook bij conservationisten gaat het vaak gewoon om poen, roem en baantjes. Natuurbeschermers hebben er nu eenmaal direct belang bij om te roepen dat het slecht gaat met de natuur.

De Surinaamse bladsprietkeveronderzoeker gaf intussen een verstandig geluid af. ‘Ik durf er wel van uit te gaan dat de GWPF net zo hard wil roepen dat er niks aan de hand is, als dat Greenpeace wil roepen dat de Noordpool morgen gesmolten is als we nu niets doen.’

En, toen ik hem antwoordde dat er wel meer studies zijn die aangeven dat het best goed gaat met de ijsbeer: ‘Dan zou ik je willen aanraden om naar die volkomen onverdachte bronnen te linken’, kopte bladsprietkeverman in. ‘Dat komt bij gelijke inhoud toch betrouwbaarder over.’

Goed punt, maar Crockford is leesbaarder en completer. Een mooie introductie ijsberenkunde, the untold story. ‘Ian Stirling (bioloog en prominente ijsberenbeschermer) heeft tonnen aan oliegeld aangenomen gedurende zijn loopbaan’, zegt Crockford. ‘En toch vroeg niemand zich af of hij bevooroordeeld was. Zo hoort het ook: een goede wetenschapper laat de bron van zijn contractgeld het resultaat niet beïnvloeden.’

Haar advies: ‘Houd het zakelijk. Als er kritiek is op wat ik schrijf, laat ze hun argumenten geven, zoals ik die van mij heb gegeven.’

full30378760 ZO KIBBELDEN ZE verder, de ijsbeeronderzoekster, de blogger en de bladsprietkeverbioloog, tot de lange, koude poolnacht inzette en de ijsbeertjes kwamen vragen of het wat zachter kon.

Les geleerd: zelfs over zoiets basaals als het aantal ijsbeertjes op de noordpool kunnen voor- en tegenstanders het niet eens worden. Je zou toch zeggen: als we robots op een komeet kunnen zetten, dan moet het tellen van die knotsen van ijsberen toch een koud kunstje zijn?

Het is maar hoe je het bekijkt. Er zijn plekken waar het goed gaat met de beren, en plekken waar het slecht gaat. Methodes waarmee je meer beren vindt, en methodes voor minder.

Je kunt roepen dat er steeds minder noordpoolijs is in de nazomer, of benadrukken dat de ijsberen dan allang met hun dikke witte kont op het land zitten (ze jagen vooral in het voorjaar en begin zomer). En de waarheid? Die ligt, zoals zo vaak, in het midden. (Echt waar).

Dan te bedenken dat mijn blog niet eens ging over de vraag of het goed of slecht gaat met de ijsbeer. Maar noem het woord ‘ijs’ of ‘noordpool’, en overal spitsen de fanaten hun oren: ‘Hee, hoorde ik daar nou iemand klimaat zeggen?’

De avonturen van Bogus de Beer

Hoe is het mogelijk dat een getruukte foto van een ijsbeer op een ijsschots telkens weer opduikt als ‘echt’? Het ongelooflijke verhaal van Bogus de Beer.

Daar was-ie weer, bij een beschouwing over klimaatfabels nog wel. De Ombudsvrouw van de Volkskrant had een verstandig stuk geschreven over hoe de krant dient om te gaan met schijnfeiten op klimaatgebied. Niet wetende dat de fotoredactie er vervolgens per abuis zo’n schijnfeit bij zou zetten: een niet echt bestaande ijsbeer op een ijsschots.

Bogus de Beer in vol ornaat.
Bogus de Beer in vol ornaat.

Inderdaad, een nepijsbeer. Gemaakt door de Duitse bruidsfotograaf Jan Will, zo blijkt na wat zoekwerk. ‘Het is een fotocompositie’, verheldert Will desgevraagd. ‘De ijsschots en de beer stonden op twee aparte foto’s die ik nam in de poolzee. De lucht komt ook van een andere foto. Mijn bedoeling was om een beeld met een stevige boodschap te maken.’

Will zette de beer, in een kritisch commentaar ooit gekscherend ‘Ursus Bogus’ genoemd, in de zomer van 2007 voor het eerst op zijn ijsschots. Een paar maanden later stelde Will de plaat tegen betaling beschikbaar via fotostockbureau iStock.

En toen gebeurde het ongelooflijke. Prompt werd Bogus de Beer door de buitenwereld op de schouders gehesen als icoon van klimaatverandering. Kijk die arme, tot uitsterven gedoemde ijsbeer daar nu eens op zijn smeltende plakje drijfijs staan!

De gevolgen waren enorm. Zo belandde Bogus in een rapport van ontwikkelingsorganisatie World Vision, vond ik hem terug bij een reclame van duurzaam-multinational Sycada Green en dook hij zelfs op in het statige Amerikaanse wetenschapsblad Science.

Bogus in een rapport van World Vision.
Bogus in een rapport van World Vision.

Je zou zeggen: onderhand weet men beter. Zeker nadat Science zijn excuses aanbood, Bogus in de media werd ontmaskerd als nepijsbeer, iStock bij de foto zette dat het hier om een collage gaat, en rechts Amerika niet gehinderd door de feiten brieste: ‘De lunatic left heeft nu een bedrijfstak gewijd aan het maken van nepbewijs van global warming. Van onze gestolen belastingcenten!’

Het veranderde weinig aan Bogus’ populariteit. Ik heb het eens geteld: dit jaar werd hij twee keer zoveel ingezet als in het jaar dat Science over hem struikelde, en zelfs zeven keer meer dan in zijn beginjaren. Bogus is booming. Je vindt hem bij ABC News, in La Repubblica en in Het Laatste Nieuws. Je ziet hem op talloze blogs en websites, verrassend genoeg haast even vaak op klimaatsceptische sites als op webplekken voor milieuactivisten.

En overal wordt hij weer voor echt aangezien. ‘Een ijsbeer is erin geslaagd om op een van de laatste ijsschotsen in de poolzee te komen’, luidt zijn fotobijschrift bij de Richard Sandbrook Trust, een NGO gewijd aan duurzame ontwikkeling. ‘Eenzame ijsbeer op solitaire ijsschots’, luidt de toelichting van nota bene de Universiteit van Otago.

En nu dus de Volkskrant. Al ruim 2900 keer werd de beer bij iStock gedownload. Bogus de Beer is een wereldster.

Meer nog dan voor de opwarming van de aarde is Bogus een metafoor voor de hedendaagse doorgeefmaatschappij. Wat geeft het of iets nep is of echt, als het maar emoties oproept. Als men het maar liket en tagt en tweet, gaat zo’n beer vanzelf de wereld wel over.

Gek eigenlijk. De echte Bogus zou allang door zijn schots zijn gezakt. Of zijn weggezwommen, dat kan natuurlijk ook. Naar een grotere ijsschots, of het vasteland misschien. Want in alle drukte zou je bijna vergeten: zó slecht gaat het nu ook weer niet, met de witte beren van de noordpool.

sycadagreen

Milieuvriendelijk doucheplassen valt nog niet mee

Goed: volgens de Aa en Hunzese wethouder Bert Wassink moeten we dus plassen onder de douche, om water te besparen. Een prachtig idee, al was het maar om de grappen die volgden: kunnen we gelijk de afwas doen en de plantjes water geven, daar onder de douche. Continue reading “Milieuvriendelijk doucheplassen valt nog niet mee”