Is ‘valse balans’ niet gewoon een trucje om kritiek te smoren?

DAAR WAS HET verwijt weer, in het kabaal rond de omstreden klimaattweet van Thierry Baudet deze keer. ‘Jullie creëren een valse balans!’, klonk het in koor nadat de Volkskrant een brief plaatste waarin wetenschapsjournalist Simon Rozendaal betoogt dat Baudet helemaal zo’n ongelijk nog niet heeft. ‘Schandalig!’

Valse balans, ‘false balance’ voor degenen die het wat deftiger willen laten klinken. Betekent zoiets als: een wetenschappelijk vaststaand feit in twijfel trekken, door er een minderheidsstem tegenover te stellen. Alsof die even belangrijk zouden zijn. Bij voordrachten illustreer ik het altijd met dit plaatje:

Afbeelding1

 

Inderdaad, soms valsbalanceert het uit de hand. Jeroen Pauw moest vorig jaar openlijk excuses aanbieden, nadat hij in een uitzending over vaccins een gewone arts tegenover drie vaccin-ontkennende dwaallichtjes uit het sprookjesbos had gezet. En in een open brief klaagden ruim honderd Nobelprijswinnaars dat journalisten bij berichten over genetisch gemodificeerde gewassen altijd weer de onwetenschappelijke onzin van de anti-gmo-activisten van stal halen dat gengewassen kankerverwekkend zouden zijn.

Jammer alleen dat ‘valse balans’ soms ook wordt gebruikt als trucje om tegenstanders het zwijgen op te leggen. Vooral klimaatactivisten hebben hiervan een handje. Toen ik onlangs in een uitgebreid stand-van-zakenartikel over het klimaat ook de kritische klimaatpublicist Marcel Crok kort aan het woord liet, joelden vanaf de publieke tribune prompt de blauwe twittervogeltjes: false balance, weg ermee!

Dat is natuurlijk inflatie van de valse balans. In een radioreportage op NPO1 over Monsanto’s landbouwgif ‘Roundup’ verzuimde men te vermelden dat er net een grote, onafhankelijke studie is verschenen die aantoont dat het gehate gif bij de mens géén verhoogd kankerrisico geeft. Het zou maar een ‘valse balans’ geven om zo’n ontlastend onderzoek te noemen, was het onthutsende antwoord toen ik een van de journalisten ermee confronteerde.

valsebalans

Zo ontstaat een ideologische dictatuur, een meningenkalifaat waarin alleen de heersende partijlijn mag worden uitgedragen. Het debat over het klimaat wordt verpest, niet alleen door roeptoeters als Thierry Baudet, maar net zo goed door betweters aan het andere uiterste die bij iedere tegenspraak ‘klimaatscepticus!’ beginnen te roepen en daarbij inhoudelijk redelijk goed geïnformeerde critici als Rozendaal, Crok of de Delftse hoogleraar geologie Salomon Kroonenberg het spreekrecht willen benemen. Dat werkt averechts en kan de scepsis juist voeden: welke sinistere klimaatlobby is hier eigenlijk aan het werk?

De zwijgende meerderheid van klimaatwetenschappers, zo is mijn ervaring, benoemt in interviews gewoon de onzekerheden. Daags na de herrie rond Baudet postte de Tilburgse hoogleraar Reyer Gerlagh een uitstekende, genuanceerde uitleg waar Baudet gelijk heeft en waar niet; en bij Jinek zette weerman Peter Kuipers Munneke kalm en helder uiteen dat de polen harder opwarmen. Een verademing tussen de bittere beschietingen over en weer tussen ‘klimaatsceptici’ en ‘klimaatalarmisten’, zoals de kampen elkaar noemen.

Intussen is er in de klimaatkwestie zelf best ruimte voor discussie. Vast staat dat het klimaat opwarmt en dat broeikasgassen van de mens daar de hand in hebben: een uitgangspunt dat ook critici als Rozendaal, Crok en Baudet volledig onderschrijven. Maar een stuk minder duidelijk is hoe snel dat precies gaat en wat de gevolgen zijn – laat staan welke maatregelen we de komende decennia moeten nemen.

13513-200

Natuurlijk zou het absurd zijn om bij ieder bericht over klimaatverandering een ‘ontkenner’ op te trommelen, net zoals het idioot is om bij nieuws over evolutie een creationist te bellen of bij economisch nieuws de waarzegger te raadplegen. Dat gebeurt dan ook niet. Maar valse balans mag nooit ontaarden in een heksenwaag, een instrument om ook ‘gewone’ onwelgevallige standpunten te verketteren: verboden kennis!

Zo lang die andersdenkenden maar integer zijn, een zekere autoriteit hebben zodat ze aansprakelijk zijn op hun mening, en voortbouwen op dezelfde feitenbasis als iedereen: wie wil beweren dat klimaatopwarming een complot is uit China, doet dat maar lekker bij dagblad De Kabouterbode. En, de andere voorwaarde, zo lang maar duidelijk is dat het gaat om een minderheidsstandpunt of persoonlijke mening, géén evenwichtig enerzijds-anderzijds.

trumop

Op dit moment noemt maar 2 procent van de Nederlanders het klimaat spontaan als maatschappelijk probleem, en met domheid of gebrek aan informatie heeft dat niets te maken. Wel met ideologie: er zijn nu eenmaal ook mensen die níét ’s nachts wakker liggen om de koralen bij Australië. Of die erop vertrouwen dat als de nood écht aan de man is, we ons wel een weg uit de crisis MacGyveren. Dat mag. Bij de hoogoplopende discussies over het klimaat gaat het doorgaans niet om wetenschap, maar om de achterliggende ideologieën en wereldbeelden.

Fanatieke klimaatbezorgden moeten toch eens leren dat je mensen niet overtuigt met nóg meer cijfers of nog onheilspellender toekomstbeelden – daarmee bereik je vooral de al bekeerden. Ook omerta’s en banvloeken hebben de kennistoename nooit erg  geholpen. Open discussie daarentegen scherpt het inzicht, dwingt tot nadenken en het opfrissen van oude kennis, en genereert nieuwe ideeën.

Het zou zomaar kunnen dat ongeïnformeerde meelezers niet prompt worden vergiftigd met een of andere boosaardige dwaalleer, zoals de vals-balansroepers schijnen te denken – maar dat ze er wijzer van worden.

 

 

 

scp

Advertisements

Het PBL verkoopt een zedenpreekje

EEN KENNIS WEES me op een onderzoek van het Planbureau voor de Leefomgeving, dat een tijdje terug verscheen in het vakblad Environmental Science and Technology. Ik had het niet opgemerkt, en dat is niet zo vreemd, want de uitkomst is niet direct iets om van om te vallen: aan de hand van enquetes met 1868 wetenschappers die over klimaat schrijven, komen de Nederlanders tot de ontdekking dat hoe meer iemand over het klimaat publiceert, des te meer verstand hij (of zij) heeft van de opwarming van de aarde. Een bevinding die in de Volkskrant-rubriek ‘open deur van de week’ niet zou misstaan.

Waaróm, vraag je je af. Zo’n onderzoek kost toch geld, en de onderzoekers hadden een interessante (en grote!) club respondenten bij elkaar weten te krijgen, aan wie ze ook veel spannender vragen hadden kunnen stellen.

Maar er zat een adder onder het gras. Het ging het Planbureau niet zozeer om het peilen van de kennisstand onder wetenschappers – het ging ze uiteindelijk om het winnen van zieltjes voor de Grote Strijd tegen de broeikasgassen. Zó begint het artikel (vertaald uit het Engels, vet van mij):

‘Het algemene publiek is sterk verdeeld over de kwestie van de menselijke veroorzaking van klimaatverandering. Velen geloven dat klimaatwetenschappers net zo verdeeld zijn over diezelfde vraag, anders dan wat verschillende onderzoeken hebben uitgewezen. Percepties van de mate van eensgezindheid of verdeeldheid onder wetenschappers beïnvloeden de publieke acceptatie van wetenschappelijke conclusies in hun steun voor daaraan gerelateerd beleid.’

Ofwel: door te laten zien hoe eensgezind de wetenschap is, willen de onderzoekers een argument aanreiken om klimaattwijfelaars de wind uit de zeilen te nemen. Een uitstekend idee – hoe meer wetenschappelijk geïnformeerd mensen zijn hoe beter, denk ik altijd maar.Er is alleen wel een probleem: die ‘sterke publieke verdeeldheid’ waarover de onderzoekers het hebben, bestáát helemaal niet.

Althans, niet in onze contreien. De voetnoot uit het onderzoek verwijst naar een Amerikaanse publiekspeiling, waaruit blijkt dat in de VS maar 34 procent gelooft dat de aarde opwarmt door toedoen van de mens. Bovendien denkt minder dan de helft (44 procent) dat er onder wetenschappers eenstemmigheid is.

Schokkend inderdaad. Rare jongens die Amerikanen. Doe er eens wat aan. Maar het lijkt me nu niet direct een klus die op het pad ligt van het Planbureau voor de Leefomgeving uit Bilthoven.

Bij ons liggen de verhoudingen namelijk helemaal anders. 90 Procent vindt klimaatverandering een groot tot zeer ernstig probleem. 70 Procent snapt dat de mens de hand heeft in de opwarming, driekwart vindt dat er belastingmaatregelen moeten komen om het energieverbruik af te remmen. En in Europa vindt men de opwarming van de aarde een van de grootste wereldproblemen (PDF) – erger nog dan kernwapens, overbevolking, internationaal terrorisme en de besmettelijke ziekten die jaarlijks tientallen miljoen levens eisen.

Het heeft er, kortom, alles van weg dat klimaatscepsis een typisch Amerikaanse eigenaardigheid is, net als ’s ochtends de vlag groeten of het in twijfel trekken van de evolutie.

Maar die helft van de werkelijkheid vegen de onderzoekers onder het tapijt. De positievere, Europese cijfers worden verzwegen (terwijl de onderzoekers er beslist van op de hoogte zijn: twee van hen schreven er pas nog een ingezonden brief over in de krant) en de cijfers worden niet uitgesplitst naar continent.

U wordt hier dus eigenlijk bepreekt: het is toch verschrikkelijk, de mensen nemen klimaatverandering niet serieus genoeg!

d6bZon-wolk

Er is nog iets anders, want ik zou dit niet eens schrijven als vervolgens mijn vakgenoten en ik niet de schuld van alle narigheid kregen. Want wat blijkt? De media hebben het gedaan!, aldus de PBL’ers. Wij houden de domheid in stand door voortdurend klimaatsceptici aan het woord te laten. Zo staat het althans in het onderzoek:

‘[Onze resultaten] geven aan dat diegenen die het het meest oneens zijn met een merkbare invloed van door de mens uitgestoten broeikasgassen op het klimaat, oververtegenwoordigd zijn in de media, ten opzichte van de aanwezigheid van die meningen in de wetenschappelijke gemeenschap.’

Op zijn weblog – ook al zoiets, een prominent klimaatactivistisch weblog runnen en dan toch aangeven dat er geen sprake is van verstrengelde belangen – zet hoofdauteur Bart Verheggen het nog wat sterker aan: ‘Dit toont aan dat ‘klimaatsceptische’ meningen in de publieke media vaker voorkomen dan in de wetenschappelijke gemeenschap.’

Dat is inderdaad zorgwekkend (en van FOX News trekken ook mijn tenen krom), maar ook hier spinnen de onderzoekers de feiten. De onderzoekers hadden hun respondenten gewoon gevraagd naar hun indruk: hoe vaak (of hoe weinig) komen jullie naar jullie gevoel in het nieuws?

Daaruit bleek dat wetenschappers die de opwarming van de aarde laag inschatten naar eigen zeggen vaak de media halen, net als trouwens wetenschappers die menen dat de rol van broeikasgassen beperkt is. Kijk maar (tekst vervolgt onder grafiek):

Hoe vaak haalt u de media? Een grafiek uit het PBL-onderzoek om even rustig te bekijken. Links uitgesplitst naar geloof in klimaatgevoeligheid, midden naar geloof in broeikasgassen als aandrijfkracht van de opwarming, rechts naar geloof in de mate van opwarming.
Hoe vaak haalt u de media? Een grafiek uit het PBL-onderzoek om even rustig te bekijken. Links uitgesplitst naar geloof in klimaatgevoeligheid, midden naar geloof in broeikasgassen als aandrijfkracht van de opwarming, rechts naar geloof in de mate van opwarming.

Dat ziet er inderdaad ernstig uit. En hoewel het raar is om klimaatsceptici nu opeens wél op hun woord te geloven – ze zullen maar gelijk hebben.

Geschrokken heb ik toch eens de proef op de som genomen voor de Nederlandse (en Vlaamse) situatie, door in het archief van Trouw, NRC, Volkskrant, AD, De Morgen en Het Laatste Nieuws te checken hoe vaak ‘wij van de journalistiek’ sceptisch ingestelden aan het woord laten. Gunnen we echt vaker het podium aan econoom Hans Labohm, publicist Marcel Crok en PVV’er Richard de Mos dan aan onversneden ‘klimaatalarmisten’ (excusez le mot) als hoogleraar duurzaamheid Wubbo Ockels, hoogleraar transitiekunde Jan Rotmans of klimaatjournaliste Bernice Notenboom?

Ach welnee:

grafiek1

Daar komt nog eens bij dat sceptici als Labohm en De Mos, als ze ‘de media halen’, dat in de regel negatief doen: een factcheck waarin ze op hun nummer worden gezet, een beschouwing hoe je ze het beste kunt negeren, een cynisch nieuwsstuk met als kop ‘Handelaren in wetenschappelijke twijfel.’

d6bZon-wolk

Het punt is, natuurlijk, opnieuw dat Europa geen Amerika is en dat je The Guardian, Trouw of De Volkskrant niet kunt vergelijken met FOX News of The Washington Post. Zorgwekkend genoeg als je in Amerika woont – maar volstrekt belachelijk om dat door te trekken naar de hele wereld.

Toch is dat precies wat de auteurs graag willen: doen alsof de Amerikaanse situatie de hele wereld betreft. Alsof er ook hier enorm veel onbegrip is over het klimaat.

Dat sluit namelijk beter aan bij het bekende klimaatactivistische frame van goed en kwaad: je hebt de klimaatwetenschappers die proberen de wereld te redden, en kwaadaardige tegenkrachten die dat tegengaan (en o ja, de domme media die Het Kwaad de hele tijd aan het woord laten). De Amerikaanse situatie voorhouden als truc om de massa te mobiliseren: kijk uit, u neemt het niet serieus genoeg, de grote boze klimaatontkenners zitten overal, en de media zijn niet te vertrouwen!

Dat er intussen in Europa rondom het klimaat een complete industrie is verrezen van pseudowetenschappelijke onderzoeksbureautjes, zichzelf aan subsidies lavende zakenmannetjes, en hoogleraren die met miljoenen aan publiek geld allerlei triviaal onderzoek doen – daarover hoor je deze mensen helaas wat minder.

Dat de PBL-onderzoekers de beste bedoelingen hebben, daaraan twijfel ik geen moment. Het is alleen wel een beetje jammer dat hun studie – nu alweer vijf keer geciteerd door anderen – vooral bijdraagt aan een verdere verdeling van wetenschappers in goed en kwaad.

Niet langs de lijnen van wie de sterkste wetenschappelijke argumenten heeft – maar gewoon, op morele en ideologische gronden.

d6bZon-wolk

Naschrift:

Omwille van de leesbaarheid heb ik enkele meer technische bezwaren tegen de resultaten van de PBL-onderzoekers achterwege gelaten:

Ten eerste geldt zelfrapportage, in ethisch beladen kwesties, als zeer onbetrouwbaar. De wetenschappers die aangeven dat ze zeer vaak in de media komen, voelen zich misschien in het nauw gedreven: ‘Maar ik heb anders net nog een journalist gesproken hoor!’

Ten tweede ontbreekt een indeling van de geïnterviewden naar precieze vakachtergrond. Dit kan de zaak zeer vertekenen, omdat de ene discipline nu eenmaal ‘mediagenieker’ is dan de andere: menswetenschappers en artsen halen vaker de krant dan natuurkundigen of scheikundigen. De antwoorden kunnen dus gewoon een artefact zijn: beleidswetenschappers halen vaker het nieuws én staan verder af van de klimaatwetenschap. De onderzoekers hadden in mijn optiek hiervoor moeten corrigeren.

Ten derde (in het verlengde hiervan) ontbreekt een analyse van waarmee de bevraagde onderzoekers in het nieuws komen. Het is best denkbaar dat, zeg, een astronoom die wel eens onderzoek doet naar het klimaat vaak in het nieuws is vanwege zijn expertise op het gebied van Mars en Venus. Even zo is het denkbaar dat een klimaatwetenschapper vaak het nieuws haalt vanwege zijn kennis van het weer. Ook hiervoor hadden de onderzoekers in mijn optiek moeten corrigeren.

Ten vierde wijst psycholoog José Duarte er in een venijnig commentaar op dat het PBL-onderzoek teruggetrokken zou moeten worden om allerlei redenen: zo zou de aanwezigheid van onderzoekers uit totaal triviale vakgebieden de resultaten ernstig vertekenen. In een reply gaan Verheggen en collega’s daar tegenin. Maar oordeelt u vooral zelf, erg overtuigend vond ik het antwoord van de PBL’ers niet.

Ten vijfde is het vreemd dat de PBL-onderzoekers niet met een steekproef of een media-analyse hebben geprobeerd hun beweringen te valideren. Dat is des te vreemder omdat hun paper erom draait dat ‘sceptisch’ ingestelde wetenschappers niet goed zijn te vertrouwen. Maar kennelijk vertrouwen de PBL-onderzoekers hen wel als ze aangeven veel in de media te komen?

Ten zesde stelt Verheggen in zijn blog wetenschappers die de opwarming van de aarde laag inschatten zonder meer gelijk met ‘klimaatsceptische meningen’. Dat is ten onrechte: het kan er ook op duiden dat het hier gaat om wetenschappers die eenvoudigweg minder kennis van zaken hebben omdat ze verder van het klimaatonderzoek af staan (beleidsonderzoekers, bijvoorbeeld). Ook hiervoor hadden de onderzoekers in mijn optiek moeten corrigeren.

Edits:

13/4/15: Kleine tekstuele aanpassingen.