Is dat Bikini-atol soms een beetje nep?

Ja, verrek zeg, nou je het zegt. Dat Bikini-atol waarvan de Volkskrant afgelopen zaterdag een grote satellietfoto afdrukte? Het ziet er eigenlijk best nep uit:

jankrant1

Neem die golven. Waar je normaal rond een eiland golfbreking zou verwachten, lijken ze dwars door het eiland heen te lopen. En in de ‘baai’ zien ze er hetzelfde uit als erbuiten, alsof het er kilometers diep is. ‘Gemanipuleerd’, oordeelde emeritus-hoogleraar geologie Jan Smit (VU), die de zaak aankaartte. Iemand moet een filter over het plaatje hebben gelegd, of zoiets.

Achter de schermen gaf dat wat consternatie. De Volkskrant is in elk geval onschuldig: we kochten de foto van fotopersbureau Getty Images, mét de verdachte golfjes er al bij. Dat bureau zegt de foto weer te hebben overgenomen van de Europese ruimtevaartorganisatie ESA. Daar maakte men de opname vorig jaar met een aardobservatiesatelliet uit het zogeheten Copernicus-programma.

We vragen de originele foto op bij ESA, waar ‘mission scientist’ Craig Donlon ons uiterst behulpzaam van materiaal voorziet. En warempel: als je inzoomt, zie je wel degelijk kleine golflijntjes verschijnen. En in de baai lopen ze inderdaad anders dan buiten het eiland:

GOLFPATROON2

Maar die nepgolven dan, die zo goed zichtbaar zijn op de foto? Het is een soort gezichtsbedrog. Een schaduweffect dat je alleen maar van grote afstand ziet. Op deze uitsnede zie je goed dat de ‘grote’ golven anders lopen dan de echte golflijntjes:

TWEEDE GOLFPATROON

Wat we hier zien, zijn ‘wind-rijen’, legt Donlon uit. Door de wind ontstaan er wervelingen in de zee, en komt er organisch materiaal zoals zeewier en schuim boven. Dat gebeurt in regelmatige banden. En omdat die stroken met organische materiaal iets minder zonlicht weerkaatsen, zie je ze vanuit de ruimte als donkere stroken – de ‘gemanipuleerde’ golven van Smit.

En dat ze er zo regelmatig uitzien? Dat is de regelmaat die je vaker ziet in de natuur, legt Donlon uit: net zoals wolken soms geordend zijn in mooie rechte straten, en zandkorrels worden opgeworpen in keurige rijen.

Fascinerend. Zó vol verrassingen zit de natuur dat je zelfs als getraind geoloog nog wel eens denkt: dit bestaat niet, dit móét gewoon wel nep zijn.

931_25_62-lake-water-langmuir

Advertisements

Vijf fijne feitenvideo’s

HET PODCASTPROGRAMMA Onder Mediadoctoren wilde me interviewen, over hoe het is om video’s te maken bij de Volkskrant, en dus leek het me aardig om de balans eens op te maken. Welke van onze factcheckvideo’s zijn de beste?

Kijkcijfers zijn daarvoor niet de beste maat. Op Facebook, ons belangrijkste platform voor de video’s, lopen de kijkcijfers van de feitenvideo’s nogal uiteen – van 10 duizend tot, jawel, 1,9 miljoen views. Ook zonder die uitschieter (want dat was het) wisselt het aantal views sterk: gemiddeld 35 duizend views, maar met een standaardafwijking van 25 duizend, om het precies te zeggen.

Daarom kijk ik, als een volleerd sociale-media-goeroe, liever naar het aantal interacties. Hoe vaak werd een video per duizend views door kijkers geliked en gedeeld? Dat levert deze top-vijf op van onze, ik durf wel te zeggen, door de bezoeker meest gewaardeerde video’s:

Op 5: Wonen er echt tienduizend illegale asielzoekers in Amsterdam?

Op 4: Is Nederland probleem-drinkland nummer drie van de wereld?

Op 3: Zijn er in ons land meer fundamentalistische Christenen dan moslims?

Op 2: Is deze ijsbeer echt slachtoffer van klimaatverandering?

Op 1: Hoe zit dat nou met dat lagere zwarte IQ?

Leuk en motiverend, dat onze video’s zo goed worden bekeken en gewaardeerd. En veelzeggend natuurlijk, dat de best gewaardeerde video’s allemaal gaan over maatschappelijke thema’s.

We blijven vrolijk doorgaan!

(Ons vaste team bestaat uit: Rizky (coördinatie, montage, camera), Robin (camera, montage), Ronald, Tomas, Enith, Jennie (research), Myrthe (animatie), ikzelf (research, scripts, presentatie).)

Waarom u deze foto niet mag zien

2eb0fe7f-a540-4d9b-b5b4-a395818d8be6

DE MENSEN SCHROKKEN ervan, en het was natuurlijk ook best een griezelig gezicht. Een ‘verslangde’ muis, een proefmuis die genetisch zo is gemanipuleerd dat hij geen pootjes meer heeft. Brrr, zielig, softenon, als ik de reacties een beetje samenvat. Wat hebben die wetenschappers nou toch weer gedaan?

Het was dan ook niet de bedoeling dat u de foto te zien kreeg. De wetenschappers in kwestie – een Duits-Amerikaanse onderzoeksgroep – wilden hem desgevraagd niet in hoge resolutie beschikbaar stellen. Te onkies, gaven ze per e-mail aan. De mensen mochten eens denken. En de financiering van het onderzoek staken.

Een begrijpelijke angst. In 1997 raakte de biotechnologie ernstig van de leg, nadat er een foto opdook van een muis met een oor op zijn rug. Binnen een mum van tijd was het beeld iconisch geworden voor biotechnologie: getver, ze maken muizen waaruit mensenoren groeien! De foto zou de wetenschap nog jaren achtervolgen. (Het experiment zat trouwens anders.)

vacanti_mouse

Terwijl er toch minstens twee uitstekende redenen zijn om enge muizenfoto’s wél te publiceren. In vol ornaat, in volle glorie. Met gepaste trots.

Ten eerste: we hebben er recht op. Het is immers wél ‘van onze belastingcenten’, dat die wetenschappers daar hun muizen zitten te verbouwen. En bij academische openheid en transparantie hoort dat je ook de ongemakkelijke dingen laat zien. Niet alleen de directeur die een prijs uitreikt.

Belangrijker nog is reden nummer twee: zo’n rare muis roept direct de vraag op waarmee de wetenschap dan wél bezig is. En als iedereen dan toch met open mond zit te staren – een mooi moment om uit te leggen wat er eigenlijk aan de hand is.

Zelf deed ik dat op Twitter:

kniptwit

Zo verging het in 1997 in feite ook de oormuis. Wetenschappers reageerden geschrokken – dit wilden we helemaal niet laten zien! – maar intussen zorgde het diertje óók voor fascinatie. In één klap was duidelijk dat de wetenschap bezig was nieuw gebied te betreden. Of je dat nu leuk vindt of niet.

Als u nog ergens een enge muis heeft rondslingeren: probeer hem niet te verstoppen. Ja, mensen zullen erover vallen, erdoor geëmotioneerd raken, roepen dat u een Dr. Frankenstein bent die per direct door een woedende menigte met fakkels dient te worden verdreven uit uw horrorkasteel.

Maar misschien is dat wel het juiste moment om gewoon eens te vertellen wat u eigenlijk aan het doen bent.

 

 

Biotech = Godzilla?

(Deze column schreef ik voor het Volkskrant/KNAW/Nemo KennisCafé van oktober 2016, ‘Gentech in je eten’)

Beste mensen,

Zo half in de 20 zal ik zijn geweest toen ik voor het eerst hoorde van Freeman Dyson.

Dronken van jeugdige opstandigheid was ik destijds. ‘Biotech is Godzilla’ had ik gehoord van de Braziliaanse thrashmetalband Sepultura. En die konden het weten: ze kwamen uit een land waar Monsanto de armen uitwrong met Terminatorzaden, patenten op genen en gifthat melts your face’, om Sepultura te citeren.

En toen was daar Freeman Dyson. Een fijnzinnige theoretisch natuurkundige van de Princeton-universiteit die er warempel zelf een beetje uitzag alsof-ie genetisch was gemanipuleerd. Zoals we in de 20ste eeuw elektronen hebben getemd, schreef Dyson in allerlei essays die ik las en herlas, zo gaan we in de 21ste eeuw de genen temmen. Het leven zal versmelten met de technologie. En hij begon over kinderen die in de biologieles de meest fantastische levende wezens knutselden, en over hoe onze verre nakomelingen zichzelf genetisch zouden upgraden tot levende ruimteschepen.

Levend weefsel als bouwmateriaal, wat je dáár allemaal niet mee kunt! Je zou de wereld kunnen voeden met supersnel groeiende, extreem gezonde gewassen. Het klimaatprobleem oplossen door planten te ontwerpen die CO2 afvangen en diep onder de grond opslaan. De wereld van energie voorzien met zwarte planten die zonlicht omzetten in elektriciteit. De software van de natuur heeft al die fabelachtige plug-ins al in huis.

2.jpg
Freeman Dyson

Nog natter werd mijn biotechnologische droom met de komst van nieuwe, goedkope gentechnieken. De laatste jaren werd het voor het eerst mogelijk om aan biotech te doen zonder dat je er miljarden voor nodig hebt. Kunnen we eindelijk Godzilla Monsanto zijn monopolie uit de gierige klauwen slaan.

Er is eigenlijk maar één probleem: mijn oude makkers op links. Die willen niet. Ze komen op dit punt met allerlei bangmaakverhalen over hoe gevaarlijk gengewassen zijn, maar eigenlijk bedoelen ze iets heel anders: ze verlangen naar puurheid en eenvoud. Een ideaal dat teruggaat op de filosofie van Jean-Jacques Rousseau.

Wat natuurlijk is, is goddelijk en puur; en alles wat is aangeraakt door mensenhanden, dient te worden gewantrouwd – net als gentech. Een religieus sektarisme, dat zich doorgaans uit in onschuldige malloterieën met dolfijnen, gladde steentjes en gemekker over aura’s – maar dat hier opeens de vorm aanneemt van een algehele weigerachtigheid om ook maar één tengel uit te steken en iets te doen aan honger, armoede en milieuproblemen.

Monsanto is allang niet meer de enige Godzilla; Greenpeace en Friends of the Earth zijn hier de nieuwe multinationals die met leugen en intimidatie de dienst uitmaken.

Tijd voor een nieuwe opstand der agressieve langharigen, zou ik zo zeggen. Ik stel me een revolutie voor van bio-punkers, genetische hackers en achtertuin-anarchisten, die zelf de meest fantastische gewassen ontwerpen en online met elkaar delen: ultragezonde tomaat, supergroeiend fruit, groenten in allerlei modieuze vormen en kleuren.

Want wat was volgens Sepultura, die metalband uit de Braziliaanse sloppenwijk, ook alweer het beste antwoord op armoede en onderdrukking? Precies: je moest ze om de oren slaan met wetenschap:

‘Knowledge is the weapon against the hunger in the land.’

 

Schrijf gewoon eens géén persbericht!

‘MAAR WAAR LIGT nu de grens tussen nieuws en geen nieuws? Ik heb geprobeerd mijn onderzoek in het persbericht niet te hypen. Maar het probleem is natuurlijk dat dicht bij de feiten blijven toch minder catchy persberichten geeft.’

Het is zomaar een van de reacties van wetenschappers op een stuk dat ik dit weekeinde in de Volkskrant schreef. Van het wetenschapsnieuws in de media, betoogde ik daarin, blijkt een aanzienlijk deel bij nadere inspectie helemaal niet te kloppen. En een van de hoofdschuldigen is het persbericht, dat de vertaalslag maakt van wetenschap naar begrijpelijk bericht.

Daarin worden nuances en armslagen vaak weggelaten, bevindingen aangedikt, en wordt tegenbewijs soms zelfs weggepoetst. Waarna de media vaak zo’n zelfde oppoetsbeurt nog eens uitvoeren en er opeens iets staat wat nergens meer op slaat: vrouwen slapen langer dan mannen, van chocolade val je af, wie slecht kan rekenen heeft een moeder met een slecht werkende schildklier.

Openhartig

Terwijl er voor het dilemma van de wetenschapper – ‘maar als ik bij de feiten blijf wordt het zo saai!’ – toch een simpele uitkomst is. Een oplossing, die wetenschappers in hun goede bedoelingen om aan ‘outreach’ te doen soms over het hoofd zien.

Misschien is het gevondene gewoon geen nieuws.

Schitterend werd dat duidelijk in een van de gesprekken die leidde tot mijn artikel, met Karien Stronks en Anton Kunst, beiden hoogleraar aan het AMC, en auteurs van een door henzelf te zwaar aangezet onderzoek naar de vermeende gezondheidseffecten van het Vogelaarwijkenbeleid.

‘Eindeloos’ hadden ze gepraat over ‘de richting’ van het persbericht, vertelden ze me in een openhartig, uitgebreid gesprek. ‘Ook met onze partners, en verschillende maatschappelijke organisaties.’

Het punt was dat de onderzoekers slechts enkele heel voorzichtige aanwijzingen hadden gevonden dat het ‘krachtwijkenbeleid’ van minister Vogelaar de bewoners van achterstandswijken gezonder had gemaakt. Er waren ook aanwijzingen dat het beleid níét had geholpen. En wat de onderzoekers hadden gevonden, kon eigenlijk ook gewoon toeval zijn, noteerden ze in een vakartikel.

Nuances weg

Maar in het persbericht werd dat: ‘Achterstandswijken gezonder door krachtwijkenbeleid’ en waren alle bedenkingen verschrompeld tot een korte zin helemaal onderaan de laatste paragraaf: ‘Veel andere problemen verbeterden echter niet.’

Stronks: ‘Als ik het zelf zou schrijven, zou ik schrijven dat mensen in de krachtwijken er op sommige aspecten op vooruit zijn gegaan in hun gezondheid. Maar de nuanceringen die ik aanbreng als onderzoeker worden vaak door de journalist weer weggehaald.’

Dus daar zaten ze. Met hun wankele resultaten. Stronks gaf een haast ontwapenend eerlijk kijkje wat er dan omgaat in het hoofd van de wetenschapper die het gevoel heeft dat er aan ‘outreach’ moet worden gedaan:

‘Wij dachten over dat persbericht: wat is nou de kop die erboven moet? Moet je dan zeggen: no evidence for an effect? Of moet je zeggen: ze zijn gezonder geworden? De kop: ‘op sommige aspecten zijn ze gezonder geworden’, die willen jullie niet. Daar hebben we lang over gesproken. We hadden ook verschillende kampen.’

De meest logische conclusie kwam kennelijk niet bij de onderzoekers op: misschien was er gewoon wel geen nieuws. Of althans: geen kraakhelder, eenduidig nieuws dat per persbericht de wereld in geschoten dient te worden. (verder onder foto)

vogelaar

Een Vogelaarwijk

Verontrustend monster

Het merkwaardige is dat die slotsom voor de hand lag – hij ligt besloten in die opmerking, ‘de kop ‘op sommige aspecten gezonder’, die willen jullie niet.’ Inderdaad, zo’n kop haalt de krant niet. En dus moet de waarheid worden getweakt, om de krant dan maar wél te halen?

Het nieuws mooier maken dan het is, om in godsvredesnaam de media te halen; mij lijkt het de wereld op zijn kop. Maar ik kan me de druk voorstellen: zo beschikken alle universiteiten tegenwoordig over ‘communicatieprofessionals’ die de wetenschapper achter de broek aan zitten om eens naar buiten te treden, en moet je bij het indienen van onderzoeksvoorstellen vaak al aangeven hoe je aan ‘outreach’ denkt te gaan doen.

Een systeem dat wel problemen móét geven, niet in de laatste plaats voor de geloofwaardigheid van de wetenschap zelf.

Iets zegt me dat onze beleidsmakers een verontrustend monster hebben gecreëerd, met al die nadruk op wetenschappelijk concurreren, opvallen, scoren en verkopen en voor het voetlicht brengen van je onderzoek.

 

 

Jongens en hun machines

Waarom verduurzamen? Een deel van de verklaring zou, onverwacht, wel eens met man-vrouwverhoudingen te maken kunnen hebben, betoogde ik in mijn column voor het Volkskrant KennisCafé van mei.

 

EEN JAAR OF twaalf zal ik zijn geweest toen mijn stoere, iets oudere buurjongen iets heel bijzonders liet zien: hij had een heuse miniatuurstoommachine gekregen.

Wat een wonderlijk ding! Hele middagen lang konden we met glimmende ogen staren naar het puffende en zuigende apparaat, zonder een woord te wisselen, terwijl zuigertjes heen en weer schoten, het vliegwiel rondzoefde en er wolkjes stoom omhoog puften.

Als u op internet opzoekt hoe die stoommachientjes er ook alweer uit zagen, valt één ding op: ze worden allemaal bediend door, jawel, jongens. Jongens van een jaar of zestig, zeventig meestal, maar toch: jongens. Een opvallend patroon. Bezoek een willekeurige stoomvereniging, en wat je er vindt: jongens. In het rijk der verbrandingsmotoren schijnt werkelijk geen vrouw rond te lopen.

Daarvoor zijn allerlei sociologische verklaringen – de populairste is dat vrouwen vanouds zijn buitengesloten uit de cultuur van dingen verbranden om er motoren mee aan te drijven – maar ik denk dat er een veel simpelere reden is: mannen herkennen iets van zichzelf in zo’n motor. Een verbrandingsmotor is immers ook een ding dat lawaai maakt en grote hoeveelheden brandstof omzet in maar een klein beetje nuttige arbeid.

Dat brengt mij op een interessante gedachte. Is dát de reden waarom de verbrandingsmotor in onbruik raakt? Sociologen en demografen wijzen erop dat naar mate de manvrouw-gelijkheid oprukt, ook de wereld geleidelijk zal feminiseren. Je ziet dat nu al op de werkvloer, waar strenge hiërarchische verhoudingen geleidelijk hebben plaatsgemaakt voor vriendelijkere, meer vrouwelijke omgangsvormen, met meer nadruk op overleg en wederzijds begrip.

O zeker, natuurlijk praten we elkaar graag aan dat de verbrandingsmotor eruit moet vanwege fijnstof, zwavelnorm en klimaat. Maar als cultureel antropoloog weet ik dat maatschappelijke veranderingen uiteindelijk altijd een reflectie zijn van de veel geleidelijkere cultuurveranderingen daaronder.

Op straat zie je de vervrouwelijking nu al. Woest burlende vrachtwagens hebben plaatsgemaakt voor zedig knorrende bestelbusjes, stoer grommende auto’s zijn vervangen door geruisloos langsglijdende voertuigjes op stroom en zelfs brommer en motor – nota bene vernoemd naar dat woeste ding onder de motorkap – hebben het veld geruimd voor laffe, pastelgetinte scootertjes en e-bikes. (vervolg onder afbeelding)

6 (2).jpg

Dus dat is er met diesel, turbine en zuigermotor aan de hand! Verdrongen door feminiene – wij kerels zeggen wijverige – energievormen zoals zon, wind en desnoods de plantjes in het veld. De nieuwe motor is groen, of blauw, of roze – alles waarvoor een echte kerel de neus ophaalt.

Ik voorzie een My Little Pony-wereld waarin we ons knarsetandend voortbewegen in krappe Kiaatjes en onderdanige Honda’s op batterijen, waarin schepen worden voortgetrokken door vliegers en zelfs de vliegtuigen hun straalmotoren hebben verruild voor slappe hap op waterstof.

Tot de avond valt en wij, mannen, stiekem samenkomen in de schuur van de buurman. Sssst, de deur op slot, pak de schoenendoos van de kast, zet het ding op tafel. Zodat we samen, in het geheim, met glinsterende ogen kunnen kijken naar…

Klikt u hier maar.

 

2

[Deze column sprak ik uit voor het Volkskrant KennisCafé over het einde van de verbrandingsmotor, 23 mei 2016, in De Balie]

De journalistiek telt de bomen

Welk medium schrijft wat over van wie? Een onschuldig nieuwsbericht – over bomen – biedt een verrassend en gedetailleerd inkijkje, ontdekt Maarten Keulemans, gastblogger bij DNR en zelf wetenschapsredacteur bij De Volkskrant.

Continue reading “De journalistiek telt de bomen”

Hoe een teleurstellend vaccin toch nog een mijlpaal werd

EEN CARTOON DIE een kennis me stuurde laat zien hoe wetenschapsnieuws soms kan rondstuiteren door de mallemolen van het nieuws. Aan het begin ontdekt een wetenschapper dat er een correlatie is tussen A en B, onder voorwaarden C en D. En in het laatste plaatje… Affijn, kijk zelf maar (de hele prent staat hier):

oma

Ik moest eraan denken toen er deze week zowaar eens goed nieuws uit Afrika was. Men had, zo vernam ik, een ‘wetenschappelijke mijlpaal’ bereikt in de strijd tegen malaria.

malaria vk

Een mijlpaal! Als je doorlas, kwamen er wel wat slagen om de arm, maar een mijlpaal is een mijlpaal: nog even en we hebben geen malaria meer.

Vreemd eigenlijk. Het vaccin waarover de heisa ging, een stof die nu nog gebukt gaat onder de reageerbuisnaam ‘RTS,S/AS01’ wordt immers al tientallen jaren achtervolgd door tegenslagen. Bij proefdieren werkte het nog zo goed, maar toen het op mensen werd getest, begonnen de trubbels: bijwerkingen, lage resistentie, een afnemend effect na een poosje.

De eindresultaten, opgetekend in artsenblad The Lancet, zijn dan ook bepaald tobberig. Aan de positieve kant: na drie prikken en nog een vierde prik na anderhalf jaar blijkt het vaccin aantoonbaar malariagevallen te voorkomen.

Maar aan de minder zonnige kant: het vaccin blijkt maar in 30 procent van de gevallen bescherming te bieden, veel minder dan andere vaccins, en alleen als je het vier keer toedient – kinderen die de vierde prik niet namen, hebben opeens méér kans op malaria. Bovendien waren er 22 gevallen van gevaarlijke hersenvliesontsteking als bijwerking (naast de meer voorkomende koorts en stuiptrekkingen), en gaf een expert van Artsen Zonder Grenzen te kennen dat het niet zal meevallen ouders te overtuigen: ook een kind dat ingeënt is, krijgt immers nog malaria (maar minder vaak).

Dat gaf bedrukte nieuwskoppen, vooral op de wat meer gespecialiseerde sites:

malaria nbcmalaria wsj problems

 

Maar toen de witwasmachine van het doorgeefnieuws eenmaal een beetje op gang begon te komen, begon de toon op te klaren. Er waren immers ook lichtpuntjes, signaleerden de al wat populairdere media.

malaria medicdailymalaria ap

 

Maar dát is leuk! Goed nieuws is beter dan slecht nieuws, moet ook de BBC hebben gedacht. Boven een troebel stuk vol mitsen en maren hing de Britse omroep de vlag uit:

malaria bbc

 

En die lente in de nieuwskoppen zette door. Let op hoe weer andere media het goede nieuws (het werkt wél!) voorop zetten; het slechte nieuws kwam pas daarna, een nuancering achteraf.

malaria guardianmalaria rt

 

Bij weer andere populaire media nam de tegenslag de vorm aan van een, jawel, doorbraak en een mijlpaal. Het wondermiddel zou zelfs al binnen maanden worden verstrekt!

malaria scotsman malaria independent

 

Heerlijk, die illusiemachine van het wetenschapsnieuws: je stopt er een tegenslag in en een doorbraak is wat je krijgt. Ik ben nog aan het uitvogelen welke factor hier nu precies voor de positieve draai zorgde: het land van herkomst, het lezersaantal, of gewoon de achtergrond van de journalist in kwestie?

En het vaccin – toegegeven, dat kan in theorie malariadoden voorkomen, miljoenen zelfs, hier leest u een goede (en positieve) analyse. Maar eerlijk gezegd zal het me nog benieuwen of de Wereldgezondheidsorganisatie het wondermiddel in oktober wel omarmt. ‘Alleen voor bijzondere situaties’, is de aanbeveling die je nu al zo hier en daar hoort.

Maar ach, wie maalt erom; in de headlines zijn we alweer toe aan het volgende. Hup, weer een wereldprobleem opgelost: nu nog een vaccin tegen aids, een dieet tegen kanker en een apparaat tegen overgewicht.

Nog mijlpalen gezien, iemand?