Ojee, het NOS Journaal wordt gevirald

WAT IS ECHT en authentiek, en waar wordt het reclame en nep? Voor diepere gedachtes over die vraag kun je natuurlijk naar de nieuwe Blade Runner gaan – óf je zet gewoon het NOS Journaal aan.

Want het was natuurlijk best een wonderlijk incident dat zich daar donderdagavond voltrok.

Het begon met een item over het plan om woningen van het aardgas af te halen. ‘Een gigantische opgave, maar wel haalbaar’, aldus de NOS, op last van netbeheerder Stedin. Waarop dit lollige itempje volgde, met twee gewone burgers die van het gas af willen en daar een vlog over bijhouden:

Eh, juist. ‘Bewoner’ Ingrid? Een beetje verbaasd over haar gebruik van het jargonwoord ‘transitie’, besloot ik toch eens te googelen wie deze mevrouw eigenlijk is.

En ja hoor. Zo heel doorsnee is Van Prooijen ook weer niet. Ze is ‘businessontwikkelaar’ bij Alliander Duurzame Gebiedsontwikkeling, de poot van energiebedrijf Alliander met ‘als doel open netwerken te realiseren voor transport en distributie van duurzame en lokale energie.’

Een mevrouw wier werk het is om huizen van het gas te krijgen, dus. En dat doet ze met enthousiasme, zo blijkt uit de blurb bij haar profiel:

vanprooijen.JPG

En ‘bijdragen aan de versnelling van de energietransitie’ is dan ook precies wat ze, vermomd als ‘bewoner’, op ’s lands meest prominente nieuwspodium mocht doen. Citaat: ‘Ik denk dat het heel belangrijk is om de bewoners en woningeigenaars nu al te informeren: deze transitie zit eraan te komen.’

Verantwoordelijk verslaggever Henrik-Willem Hofs reageerde via Twitter snel en professioneel. Hij wist het niet. En voegde op de NOS-site toe dat Van Prooijen behalve burger ook duurzaamheidsadviseur bij Alliander DGO is.

Ja, maar nou nog dat vlog.

Daarop reist Van Prooijen samen met haar vriend het land af, op zoek naar duurzame techniekjes. Zo bezoeken Henk en Ingrid (‘Ja, zo heten we écht!’) een gezin dat de verwarming heeft vervangen door infraroodpanelen, krijgen ze een duurzaamadviseur over de vloer, en bezoeken ze Bert en Ellis, een paar dat een bestaande woning liet isoleren.

Een leuk, enthousiasmerend vlog. Het is alleen wel érg goed gemaakt. Met geavanceerde video-effecten, een professioneel afgewerkte geluidsband en een leader waar ik als ervaren amateur dágen over zou doen.

En dan heeft het vlog ook nog eens dezelfde naam als de campagne ‘Van Gas Los’ die het Programmabureau Warmte Koude Zuid-Holland vorige week lanceerde – toevallig precies tegelijk met de start van het vlog.

Citaat uit de communicatiestrategie van die campagne: “Om Nederlandse bewoners mee te krijgen in deze transitie, zullen zij allen geïnformeerd moeten worden met een optimistische boodschap.”

Ik bel Van Prooijen toch maar eens op.

Die is er eerlijk over: het idee voor het vlog was van haarzelf, ‘en daarna hebben we voor de uitvoering partners gezocht’. Zo is de montage van de video’s gratis uitgevoerd door Alliander DGO. En kreeg ze de mensen waar ze met haar vriend op bezoek ging aangereikt van het programmabureau.

Pr, dus gewoon.

Maar dat wordt in de video’s verzwegen. De namen van Alliander of het Programmabureau komen nergens voor, en als het stel bij een duurzaam gezin op bezoek gaat, heet het dat ze die ‘via via’ hebben leren kennen. Ook op de sociale kanalen van Henk en Ingrid: geen woord over de sponsoring.

vanprooij2

We worden hier, kortom, gevirald waar we bij staan. Subtiel gehersenspoeld, rijp gemaakt om ook ‘de energietransitie’ te maken: wég met dat vermaledijde gas, die leuke en vooral heel gewone Henk en Ingrid doen het ook!

Van Prooijen zelf baalt ervan. Ze heeft er slecht van geslapen, belooft haar pagina’s aan te passen. ‘Ik leer hier ook weer van’, zegt ze.

Dat is vervelend, want zij kan het natuurlijk ook niet helpen. Háár enthousiasme is tenminste oprecht. En van boze opzet is geen sprake.

Word je opeens ingezet als ‘influencer’, zoals dat dan heet. ‘Dan staat opeens de NOS in je huiskamer. We waren zó overdonderd’, zegt ze.

Maar de bureau’s en bedrijven achter het offensief, hadden díé niet open kaart moeten spelen? En de NOS? Had men zich daar niet even moeten afvragen: wacht even, dat leuke spontane vlog, in hoeverre is dat gewoon reclame?

 

(Dit blog is geheel in vrije tijd geschreven, zonder sponsoring, steun of sturing van welke derde partij ook. Alleen het fragment uit het NOS Journaal is losgeknipt door een collega, omdat mijn capture-programma het niet deed. Mijn professionele cv vindt u hier.)

 

Advertisements

Wetenschap, breng je zaakjes eens op orde!

‘EN HUP, WEER even opstaan!’, tweette een collega monter. Daarbij de link naar een bericht uit NRC Handelsblad: ‘Ieder half uur opstaan maakt zitten minder dodelijk’, op basis van onderzoek in het prominente medische vakblad The Annals of Internal Medicine.

Totdat in de dagen die volgden de reacties binnendruppelden. Het ging hier om onderzoek gesponsord door Coca-Cola, dat er belang bij heeft om de gezondheidsgevaren van zitten te benadrukken, om zo de aandacht van frisdrank af te leiden. En het onderzoek zelf zat ‘tjokvol alarmbellen, beperkingen en verlammende tekortkomingen’, ging een van de critici tekeer.

hoed

Ach, die domme journalisten ook, is dan al snel de reactie. Die kun je ook van alles wijsmaken. Zelfs die van NRC, toch slijpsteen van de geest. We zien het bericht binnenkort wel gefileerd en in mootjes gehakt terug in het schandblok van een of andere factcheckrubriek. (Behalve NRC liepen onder meer CNN, CBS en The New York Times in de val.)

Maar wacht, dat is me toch wat te makkelijk. Want we hebben het hier natuurlijk niet over zomaar een nieuwtje uit de dorpskroeg. Dit is keiharde wetenschap, vastgelegd in een vakblad, niet het eerste het beste bovendien. Horen we er niet gewoon van op aan te kunnen dat wat je daar leest, een soort van, nou ja… klopt?

Maar nee.

Dat begint bij de ‘peer review’, het wetenschappelijke systeem van zelfcontrole door collega’s waarop men altijd zo trots is. Leuk, maar in de praktijk is de ‘review’ vooral een informele, op vrijwillige basis uitgevoerde controle, uitgevoerd door goedbedoelende wetenschappers die vooral letten op de methodes – maar minder op zaken als presentatie of overdrijving.

De gevolgen laten zich raden. Vorige week nog bleek dat van al het gepubliceerde biomedische onderzoek een kwart ‘spin’ bevat: de resultaten zijn dikwijls met kunstgrepen en trucjes ‘opgeleukt’, om het onderzoek beter te laten uitkomen.

Moet de reviewer daar niet ook op letten? Of zou de uitgever van zo’n vakblad niet een anti-spindokter moeten aanstellen? Of er tenminste in grote, opvallende letters boven zetten: LET OP, DIT ONDERZOEK WERD MEDE MOGELIJK GEMAAKT DOOR COCA-COLA? Dat staat nu ergens in laffe kleine lettertjes helemaal onderaan, op een plek waar alleen de meest gestaalde lezer nog komt.

hoed

En er is het persbericht. De analyses wijzen steevast uit dat persberichten neigen naar overdrijving en zelfs rechtstreekse verdraaiing van resultaten. Hebben de wetenschappers die het onderzoek in kwestie hebben uitgevoerd hier niet óók een zekere verantwoordelijkheid? Zo’n persbericht schrijft toch zeker niet zichzelf?

En zo’n universiteit of vakblad dat het persbericht uitbrengt? Heeft men daar geen enkel besef dat het openbaar maken van wetenschappelijke onderzoeksresultaten iets anders is dan het verkopen van een tweedehands auto? Ik weet het wel: geld, targets, er moet ‘gevaloriseerd’ worden. Maar is gedegen wetenschap niet óók een target – of ben ik nu ouderwets?

Arm NRC. Want kom op: dat eens in het half uur even opstaan uit je stoel de dood zou uitstellen, als een soort wonderolie tegen het sterven, dat is natuurlijk absurd. Een vrolijke puntmuts die de pr-machine op het onderzoek heeft gezet.

Maar het is te makkelijk om alleen de journalistiek de schuld te geven. Hoe pijnlijk en onterecht het ook is tegenover al die integere, ploeterende onderzoekers die ongetwijfeld de meerderheid vormen; zo lang de wetenschap zijn eigen kwaliteitscontrole niet op orde heeft, is er alle reden om onderzoek te wantrouwen.

Ík ben in elk geval weer wakker.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Aardappel anders

HAD IK HET al gehoord? Een Nederlands bedrijf is er eindelijk in geslaagd een aardappel te ontwikkelen die ongevoelig is voor de gevreesde aardappelziekte, zo gonsde het rond. Een doorbraak van jewelste, kopte het toch altijd fatsoenlijke Financieele Dagblad. De gewasziekte kost de wereld immers zo’n 10 miljard euro per jaar.

Dus wat doe je dan. Je gaat eens rondbellen.

Al snel werd duidelijk dat de aardappel toch wat minder heet diende te worden gegeten. De aardappel is nog in ontwikkeling. En het is nog de vraag of het allemaal wel lukt. Zo’n aardappel is toch meer dan resistentie alleen, duidde iemand uit de industrie. Hij moet ook een goede opbrengst hebben, een mooie vorm, geen rare knobbels, lekker smaken.

Bovendien zijn er veel meer bedrijven bezig met de ontwikkeling van zo’n meervoudig resistente aardappel. Nog maar zien wie straks de echte knaller op de markt brengt. Dit is wel erg voorbarig, vond een van de wetenschappers die ik sprak.

 

Aap uit de mouw

Maar het nieuws dan? Er was hier toch een Grote Doorbraak In De Strijd Tegen De Gevreesde Aardappelziekte geboekt?

Na wat doorvragen kwam de aap uit de mouw. Het bedrijf in kwestie heeft woensdag een open dag. Belangstellenden van harte welkom.

Een van de genodigde journalisten was daarop aangeslagen. Joh, wat interessant, zo’n pieper. Mag ik niet een paar dagen eerder langskomen?

De dynamiek die volgt laat zich raden. Journalist komt langs. Bedrijfsleider steekt stoer verhaal af. Journalist onder de indruk. Exclusief nieuws, we hebben het als eerste! Schrijf je het wel newsy op? Weinig ander nieuws. Maandag. Opening krant. NOS erop, RTL erbij. Mediastorm compleet.

Zonder dat iemand op het idee komt het blindingly obvious te vragen. Bestáát dit gewas al? Is dit de eerste, de enige, de grootste kanshebber?

 

Nerveus

Ik kan het me hebben verbeeld, maar de bedrijfsleider in kwestie leek nerveus toen ik hem ermee confronteerde. Jazeker, het onderzoek was een hoopvolle nieuwe fase ingegaan. Maar een nieuw gewas was wat teveel eer. Ach, u weet hoe dat gaat. Die krantenkoppen he? Daarover hebben we helaas geen controle.

Waarna ik op mijn To-Do-lijstje schreef dat ik ooit eens een verhaal over phytophtora moet maken, ik mijn aantekeningen in de fik stak, enkele verwensingen uitsprak over Het Financieele Dagblad en ik mijzelf in slaap huilde: wéér een dag verknald met het checken van nepnieuws.

 

Naschrift:

Door alle media-aandacht voor het onderwerp kwam het later die avond alsnog van een nieuwsartikel van mijn hand, met daarin alle nuances van dien; u leest het hier.

Wie heeft de langste, Jesse of Emile?

HET IS EEN klassiek trucje om grafieken extra dramatisch te laten lijken – en behalve GroenLinks, die ik er al eerder op betrapte, maakt nu ook de SP ervan gebruik. De truc? Laat bij een grafiek de rechtopstaande y-as niet beginnen bij nul, maar hoger. Toe- en afnames lijken dan opeens veel dramatischer: een rustig stijgende huur verandert in een ijzingwekkend stijgende lijn, een geleidelijke daling van het aantal vaste contracten lijkt wel een achtbaan.

Kijk maar:

groenlinks1

sp1

Gelukkig leerde ik deze week een leuke manier om zo’n grafiek te ontmaskeren, van Ionica Smeets, die het weer had van wiskundige Hans Wisbrun, die het op zijn beurt weer had van de New York Times. Want trek die y-as maar eens door naar beneden, naar de nul. Dan zie je veel beter hoe het nu écht zit.

Het voorbeeld van Ionica ging over een dubieuze grafiek van Donald Trump; maar wat ze in Amerika kunnen, kunnen we hier natuurlijk ook. Dus besloot ik die grafieken van de SP en GroenLinks zelf door te trekken.

De SP-grafiek met de stijgende huren ziet er dan opeens zó uit:

sp_bewerkt

En het dalend aantal vaste contracten van GroenLinks? Die zien er aangevuld zó uit:

groenlinks_bewerkt.jpg

Maar dát is leuk! En het smaakt naar meer. Want wie van de twee partijen zou de kluit het meest belazeren? Even tekenen, even rekenen. De grafiek van de SP bestrijkt 150 euro (de y-as loopt van 400 tot 550 euro); die van GroenLinks begint bij 61 en loopt tot 74. Zo kun je de grafieken leuk met elkaar vergelijken, om te zien welke partij het meeste verborgen houdt onder zijn x-as:

vergelijking

Voeg hier uw grappen in over neuslengtes voorsprong en wie van de heren lijsttrekker de langste heeft; dan maak ik nog even een tekeningetje:

pinokkio2

En nee, die neuzen zijn niet op schaal (zo handig ben ik namelijk niet met Photoshop).

O, en mocht u in de verkiezingskoorts nog andere rare grafieken zien, laat u het me even weten?

Waarom u deze foto niet mag zien

2eb0fe7f-a540-4d9b-b5b4-a395818d8be6

DE MENSEN SCHROKKEN ervan, en het was natuurlijk ook best een griezelig gezicht. Een ‘verslangde’ muis, een proefmuis die genetisch zo is gemanipuleerd dat hij geen pootjes meer heeft. Brrr, zielig, softenon, als ik de reacties een beetje samenvat. Wat hebben die wetenschappers nou toch weer gedaan?

Het was dan ook niet de bedoeling dat u de foto te zien kreeg. De wetenschappers in kwestie – een Duits-Amerikaanse onderzoeksgroep – wilden hem desgevraagd niet in hoge resolutie beschikbaar stellen. Te onkies, gaven ze per e-mail aan. De mensen mochten eens denken. En de financiering van het onderzoek staken.

Een begrijpelijke angst. In 1997 raakte de biotechnologie ernstig van de leg, nadat er een foto opdook van een muis met een oor op zijn rug. Binnen een mum van tijd was het beeld iconisch geworden voor biotechnologie: getver, ze maken muizen waaruit mensenoren groeien! De foto zou de wetenschap nog jaren achtervolgen. (Het experiment zat trouwens anders.)

vacanti_mouse

Terwijl er toch minstens twee uitstekende redenen zijn om enge muizenfoto’s wél te publiceren. In vol ornaat, in volle glorie. Met gepaste trots.

Ten eerste: we hebben er recht op. Het is immers wél ‘van onze belastingcenten’, dat die wetenschappers daar hun muizen zitten te verbouwen. En bij academische openheid en transparantie hoort dat je ook de ongemakkelijke dingen laat zien. Niet alleen de directeur die een prijs uitreikt.

Belangrijker nog is reden nummer twee: zo’n rare muis roept direct de vraag op waarmee de wetenschap dan wél bezig is. En als iedereen dan toch met open mond zit te staren – een mooi moment om uit te leggen wat er eigenlijk aan de hand is.

Zelf deed ik dat op Twitter:

kniptwit

Zo verging het in 1997 in feite ook de oormuis. Wetenschappers reageerden geschrokken – dit wilden we helemaal niet laten zien! – maar intussen zorgde het diertje óók voor fascinatie. In één klap was duidelijk dat de wetenschap bezig was nieuw gebied te betreden. Of je dat nu leuk vindt of niet.

Als u nog ergens een enge muis heeft rondslingeren: probeer hem niet te verstoppen. Ja, mensen zullen erover vallen, erdoor geëmotioneerd raken, roepen dat u een Dr. Frankenstein bent die per direct door een woedende menigte met fakkels dient te worden verdreven uit uw horrorkasteel.

Maar misschien is dat wel het juiste moment om gewoon eens te vertellen wat u eigenlijk aan het doen bent.

 

 

Nee, u mag mijn hele tekst niet lezen

Het kan haast niet anders of de voorlichters hebben het laatst met elkaar afgesproken. In een paar weken tijd kreeg ik opeens van verschillende kanten hetzelfde verzoek: fijn dat u ons inzage geeft in de alinea’s waarin u ons citeert, maar mogen we ook de hele tekst inzien? Zodat we de context kennen waarin u ons citeert?

Welja. Ik heb het altijd al een rare gewoonte gevonden om voorafgaand aan een journalistieke publicatie wat dan ook te laten lezen aan derden. Een bizar wantrouwen, dat daaraan ten grondslag ligt: alsof wij journalisten maar wat zouden opschrijven, of te stom zijn om te begrijpen wat ons is verteld.

Maar nu de voorlichters en pr-bonzen het voor elkaar hebben dat de inzage vooraf een soort gewoonterecht is geworden, is het kennelijk tijd voor de volgende stap. Of u even de hele tekst kunt laten zien. Want er zou in de ‘context’ toch zomaar iets kunnen staan wat ons niet bevalt.

Zeker zeven uitstekende redenen zijn er om op zo’n moment te zeggen: sorry, maar tot hier en niet verder. Ik som ze hier nog eens op, als service en ter herinnering, van belangrijk naar onbelangrijk.

newspaper

1. Inzage van hele stukken schoffeert de lezer

Journalisten die hele artikelen ter inzage geven, schrijven niet meer in de eerste plaats voor hun lezers. In hun achterhoofd zijn ze, hoe subtiel ook, bezig met de geïnterviewde. Dat is immers degene met wie ze direct contact hebben, van wie ze straks reactie krijgen, die kwaad wordt als het stuk te kritisch is wellicht.

Dat kleurt de inhoud, want wie wil er nou gedonder? Het gevolg: brave, bedrijfsachtige te-vriend-houdjournalistiek – en de lezer die aan de zijlijn staat.

 

2. Inzage maakt lui

Die cijfers. Dat jaartal. Hoe je die naam ook alweer schrijft. Ach, wat maakt het uit: de geïnterviewde krijgt het toch nog ter inzage. Die verbetert het wel. Toch?

Ja, dank je de koekoek. Het is our goddamn job om de feiten op orde te hebben. Wie zijn (of haar) feitencontrole uitbesteedt aan geïnterviewden, maakt zich bovendien kwetsbaar voor inkleuring. Wordt zo’n getal opeens een iets gunstiger getal. Lui, lui, lui.

 

3. Inzage maakt kwetsbaar

Rámpen kunnen er gebeuren als je zomaar complete berichten over de schutting gooit. Het AMC presteerde het eens om een door Natuurwetenschap & Techniek ter inzage gegeven tekst te jatten en uit te brengen als persbericht. De farmacie flikte het om een reactie op een kritisch artikel over statines uit te brengen, nog vóórdat dat kritische artikel was verschenen: de eerste klap is een daalder waard.

Zo gaat dat voortdurend. Alles wat je ter inzage geeft, kan en zal tegen je gebruikt worden. Vroeg of laat. Doe-het-dus-niet.

 

4. Inzage is oneerlijk voor anderen

Mooi, zo’n inzage in de hele tekst. Kan de geïnterviewde meteen even zien wat andere geïnterviewden allemaal hebben gezegd.

Ja, hallo: díé hebben nog niet kunnen reageren. Misschien hebben ze zich wel onhandig uitgedrukt, of zijn ze verkeerd geciteerd (het kómt voor). Er kan informatie uitlekken die helemaal niet voor de buitenwereld was bedoeld. Daarmee bewijs je niemand een dienst.

 

5. Inzage zet de journalist buitenspel

Het omgekeerde gebeurt ook. In de regiojournalistiek (waar mijn wortels liggen) gebeurt het zelfs geregeld. Er is een conflict, een relletje, een onenigheid. Je schrijft erover, en geeft het stuk ter inzage. En dan? Dan bellen beide kampen elkaar toch maar eens op.

Verrek, ik lees hier dat jij ook met die journalist hebt gesproken. We moeten dit niet via de krant doen. Onze meningsverschillen mogen niet op straat komen.

En aan het eind van de dag kloppen de kibbelende partijen opeens gebroederlijk aan met één gezamenlijke reactie: we zijn het eens geworden hoor! U kunt uw stuk uit de krant laten.

Wég nieuws. Handig is de journalistiek buitenspel gezet. Want natuurlijk was (is?) het conflict er wel degelijk. Alleen krijgt de buitenwereld daar niets van te horen.

 

6. Van inzage komt gedoe

Altijd hetzelfde liedje. Je geeft de geïnterviewde inzage in het artikel – begint hij (zij) wéér over hoe oneens hij het is met de andere partij. Of erger, de geïnterviewde gaat zitten schrappen in de citaten van anderen. ‘Dit klopt niet!!!’, staat er dan opeens in de kantlijn, met drie uitroeptekens erbij.

Alsjeblieft zeg. Laat geïnterviewden zich lekker met hun eigen zaakjes bemoeien. Dat is al voorrecht genoeg.

7. Inzage geeft kopzorgen

En dan zijn er nog die honderd-een praktische nadelen. De geïnterviewde gaat zich verzetten tegen de koppen en intro’s die je per ongeluk mee stuurde. Je hebt snel een reactie nodig, en op een paar losse alinea’s is het sneller reageren dan op een heel artikel. Een concepttekst kan gaan rondzwerven onder mensen voor wie hij niet is bedoeld, en zelfs jaren later opeens weer opduiken.

newspaper

Als je het zo overziet, is er eigenlijk geen enkele goede reden waarom je wel hele teksten over de schutting zou willen mieteren. Het enige belang dat daarmee is gediend, is dat van de zender – het bedrijf, de universiteit, de instantie waarmee je te maken hebt. Die vergroot zo zijn controle over de journalistiek. Want wie de zendende partij voortdurend laat meekijken over zijn schouder, is allang niet meer onafhankelijk.

Terwijl het alternatief toch alleszins redelijk is: alleen inzage in datgene waarin de geïnterviewde ook echt aan bod komt, met natuurlijk genoeg context om het begrijpelijk te houden. Alleen de quotes, dat is te weinig. Maar het hele artikel? Kom, ik ben uw speechschrijver niet zeg.

Waarna je hartelijk lachend en vriendelijk groetend de hoorn met een mooie zwaai op de haak kunt gooien.

Afgesproken?

journa

Leest u echt 100.000 woorden per dag?

DE NIEUWE online-krant PAPER siert zijn geboorte op met een mooie poster: een puddingbrein met daaromheen allemaal intrigerende weetjes over ons mediagebruik. Ons brein is te vet van alle media, wil de poster zeggen. Dus is het tijd voor een afslankcursus Continue reading “Leest u echt 100.000 woorden per dag?”

Invasie van de wetenschapscommunicatoren!

DE UITNODIGING KLONK niet zozeer als een vraag, maar meer als een mededeling: wanneer ik op welke plek werd verwacht. Er is een nieuwe vereniging voor wetenschapscommunicatie in oprichting, vernam ik. Dan en dan, daar en daar, we hopen dat je erbij bent. Continue reading “Invasie van de wetenschapscommunicatoren!”