Zó leuk is Drenthe nu ook weer niet

DE JOURNALISTIEK HAASTTE zich naar Paterswolde, waar onderzoek een nieuw inzicht had gebaard:  nergens is het zo goed wonen als in Noord-Drenthe!

Schoon. Rustig. Veilig – enfin, u kent dat soort lijstjes wel. De verslaggever van Radio 1 hield een hondenmevrouw staande: ja, inderdaad, het is hier best goed wonen, bekende zij verbouwereerd. Schoon, rustig, veilig.

Gek wel. Eerder dit jaar spoedde de journalistiek nog naar Ede, waar blijkens onderzoek óók de gelukkigste mensen van het land zouden wonen. Daarna snel door naar ‘t Gooi, de plek waar volgens een ‘unieke vergelijking’ van weekblad Elsevier het beter toeven is dan waar dan ook. Maar vergeet Amsterdam niet: de aantrekkelijkste plek om te wonen, bezwoer weer een andere studie.

En nu weer Noord-Drenthe. Zouden de gelukkigste mensen van Nederland soms telkens verhuizen?

Enorme huizen

Het begint met het onderzoek. De Brede Welvaartsindicator, zoals het 36 pagina’s tellende ding plechtig heet. Verzorgd door de Rabobank, in samenwerking met de Universiteit Utrecht. Voor het eerst gaat die monitor niet alleen over hoe de inkomens over het land zijn verdeeld, maar ook over woongenot en veiligheid – de Rabobank lanceerde pas een nieuwe campagne die moet uitstralen dat de bank heus niet alleen aan geld denkt, maar ook aan het welbevinden.

En ja: Noord-Drenthe number one. ‘Noorderlingen weten het allang, maar het staat nu ook wetenschappelijk vast’, constateerde het Dagblad van het Noorden tevreden. ‘Er staan hier enorme huizen met blije mensen’, signaleerde de radioverslaggever vanuit het verre Paterswolde.

Allemaal om deze grafiek:

Om tot die score te komen, telden de Rabobank en de universiteit elf ‘dimensies’ bij elkaar op – zaken als veiligheid en de werkloosheid, maar ook vragenlijstinzichten zoals hoe gelukkig men zegt te zijn, en hoe tevreden over de woning.

Maar kijk nog eens naar die grafiek. Tussen de tofste plekken en de akeligste uithoeken van het land zit maar zo’n 10 procent verschil in score. Tussen Noord-Drenthe en de nummer twee (Zuidwest-Drenthe) zit zo op het oog zelfs maar een paar procent verschil.

Hier missen natuurlijk de foutmarges. Want de volgende keer dat je in Noord-Drenthe langskomt om te vragen hoe happy men zich voelt, tref je misschien net een chagrijnigere steekproef. En dan is niet Noord-Drenthe, maar Zuidwest-Drenthe opeens kampioen Brede Welvaart. Of de Veluwe. Of Utrecht.

Nog niet af

Maar vraag dat niet aan de onderzoekers.

De universitaire deelnemers – historici Bas van Bavel en Auke Rijpma – erkenden dat ze de monitor ‘helaas nog niet hadden gemaakt met foutmarges’. De wetenschappers hadden het ‘er nog wel over gehad’ met de Rabobank.

En: ‘We kwamen toen tot de conclusie dat als we dat gedaan hadden, de verschillen tussen regio’s in het midden van de distributie (bv. Twente versus Utrecht) waarschijnlijk niet groot genoeg zijn om meetonzekerheid te overstemmen’, mailt Rijpma.

Maar waarom zou je dan je onderzoek uitbrengen, als het nog niet af is? Wél een winnaar uitroepen en plechtige presentaties houden en met de radio mee naar het noorden gaan, terwijl de marges om de getallen ‘helaas nog niet’ klaar zijn?

Onderzoeker Sjoerd Hardeman van RaboResearch Nederland noemt door de telefoon een andere reden: ‘Die marges zaten er niet bij toen we deze data kregen van het Centraal Bureau voor de Statistiek’.

Eh, ja? Hadden ze het CBS dan niet gewoon even kunnen bellen?

Retegelukkig

Zo worden de journalisten leuk bezig gehouden. Stuur ze naar Paterswolde, nee Ede, nee Alphen aan den Rijn! Als we maar ergens in ons achterhoofd houden: de Rabobank, daar snappen ze dat welzijn méér is dan inkomen en centen alleen.

De enige conclusie die je van een afstandje kunt trekken, is dat het op het platteland van Drenthe, Friesland of de Veluwe fijner toeven is dan in de binnenstad van Rotterdam of Den Haag. Maar ja, op de een of andere manier verbaast me dat nou niks.

Misschien is de belangrijkste slotsom wel wat wiskundige en cabaretier Jan Beuving me eens zei, na alweer een onderzoek dat uitwees waar de gelukkigste Nederlanders wonen. Na een peilende blik op de grafieken was Beuving eruit.

‘Eigenlijk is de conclusie gewoon: we zijn in Nederland hartstikke retegelukkig.’

 

newspaper

NASCHRIFT:

Opvallend was dat veel media zonder nadere vragen over de statistiek of de betrouwbaarheid meegingen in het verhaal van de Rabobank. Ik leek de enige die publiekelijk een wat ander geluid liet horen:

chcch

Een grappig detail: dit is wat er gebeurde toen ik het onderzoek op zoek naar nadere details over de foutmarges doorzocht op ‘confidence intervals’. Letterlijk geen betrouwbaarheid te vinden.

kk

Advertisements

Onzekerheidsmarges geven? Dat is zó passé

IK KOM ER toch nog even op terug: de ‘Global Drug Survey’, dat onderzoek waaruit zou blijken dat Nederland na Ierland en Denemarken hét land is met de meeste probleemdrinkers. Breeduit in het nieuws geweest, van Nieuwsuur tot Metro, ook al viel er van alles op het onderzoek af te dingen – lees vooral deze factcheck erop na, of bekijk anders het filmpje onderaan deze pagina.

Maar het alcoholische muisje heeft een bizar staartje.

Want terwijl de schijnwerper van de media-aandacht zich weer op andere zaken richtte, vroeg ik nog wat door. Want zo’n top drie van probleemdrinkende landen, snijdt dat eigenlijk wel hout? Het gaat hier immers om steekproefonderzoek. En uitkomsten van steekproeven, daar horen onzekerheidsmarges bij. Zou Nederland nog steeds op drie staan als je die meerekent? Misschien verschilt onze probleemdrinkscore wel helemaal niet significant van landen als Schotland, België of Mexico.

armslag gds
De waarschuwing in het GDS-rapport: niet te gebruiken voor landelijke schattingen!

Vooruit dus, graag even die onzekerheidsmarges. Maar op zó’n vraag had Floor van Bakkum van de Jellinek-kliniek, die de resultaten in ons land met veel enthousiasme in het nieuws verkondigde, niet gerekend. Onzekerheidsmarges? Nee, die had Van Bakkum niet. Misschien wisten ze het op het hoofdkantoor in Engeland.

Maar ook daar bleek men de marges rond de getallen niet zomaar te kunnen leveren. ‘Aangezien dit voorlopige analyses zijn, verschaffen we dit soort aanvullende details normaal gesproken niet,’ mailde de coördinator van het onderzoek, psychiater Adam Winstock.

Pardon, de onzekerheidsmarges, een ‘aanvullend detail’? Ik besloot door te vragen.

Want waarom brengt de Global Drug Survey zijn onderzoeksresultaten eigenlijk naar buiten in de vorm van hippe ranglijstjes? Het is toch zeker geen wedstrijdje veelzuipen of zoiets? In het rapport staat nota bene nadrukkelijk een disclaimer: onze cijfers gaan alleen over de uitgaansscene, en beslist niet over de héle bevolking van de onderzochte landen.

Het werd een paar dagen stil, maar daarna antwoordde Winstock uitgebreid en openhartig.

‘Jaren van ervaring’ hebben ertoe geleid dat men de nuances maar wegliet, mailde Winstock. ‘De competitie om ruimte betekent vaak dat er toch weinig ruimte is om onze methodes en beperkingen aan te geven – hoewel die worden benadrukt in onze rapporten, op onze website en vooral in de wetenschappelijke publicaties.’

‘We beseffen dat sommige media onderzoeksbevindingen graag vergelijken en tegen elkaar afzetten, op zoek naar een haakje om het verhaal te vertellen. We kunnen wel foutmarges presenteren, maar dat zou mediapartners er toch niet van weerhouden om landen in volgorde te zetten en met elkaar te vergelijken.’

Dus eigenlijk: de media maken toch overal een wedstrijd van, dus doen wij het alvast zelf. Het is net zoiets als alvast je eigen voordeur forceren, omdat anders die inbrekers het maar zouden doen. Raarrrr. En dom: uit onderzoek blijkt dat bij medisch nieuws veel van de overdrijvingen niet bij de media zitten – maar in de persberichten.

En die onzekerheidsmarges?

Die heb uiteindelijk gewoon zelf even ruw berekend. En zoals viel te verwachten is Nederland niet per se derde van de ongeveer 30 onderzochte landen, net zo min als Denemarken eerste is en Ierland tweede. We zitten ergens in een kopgroep van landen waar men in de uitgaansscene veel en heftig drinkt, samen met Denemarken, Noorwegen, Zweden, Canada, Nieuw-Zeeland, Ierland, het Verenigd Koninkrijk, Colombia en België.

Zie je nou wel dat het best kan, onderzoeksresultaten brengen zonder gedoe over wie op kop loopt en wie niet?

Moeten die onderzoekers alleen wél de onzekerheidsmarges erbij geven.

Haten meeste christenen moslims?

IN DE SCHADUW van het nieuws dat politieke partij DENK op grote schaal nepaccounts  inzet om zijn gedachtegoed op sociale media te verspreiden, kwam weekblad Elsevier met een minstens zo opmerkelijk bericht. Onder Turkse en Marokkaanse Nederlanders zou een oproep rondgaan om op DENK te stemmen, afkomstig van enkele door Turkije betaalde soennitische imams.

‘De enige partij die zich inzet voor ons, is de partij DENK’, citeert Elsevier het app- en mail-bericht. En het gaat nog even verder:

‘In de media worden wij met z’n allen als uitschot neergezet. 52 procent van de christenen en 95 procent van de ruim 2 miljoen Wilders-aanhangers haat moslims en wil dat alle niet-westerse burgers het land verlaten.’

Krasse uitspraken, maar hoe zouden ze dat zo precies weten? Hebben die imams soms een eigen onderzoek ingesteld? En, belangrijker, zouden de cijfers hout snijden?

Eerst maar eens die 52 procent. Het getal blijkt nog niet zo gemakkelijk te achterhalen: er bestaat nu eenmaal weinig onderzoek naar het specifieke onderwerp wat christenen precies van moslims vinden.

Toch blijkt zo’n ‘onderzoek’ te bestaan – al moet het woord onderzoek tussen aanhalingstekens, want het gaat hier niet om een gedegen wetenschappelijke studie, maar gewoon om een peiling die drie jaar geleden werd uitgevoerd onder 1121 Nederlanders in opdracht van de EO (pdf).

En jawel: daar is de 52 procent, een beetje verstopt in het verslag. De onderzoekers legden de deelnemers de stelling voor: ‘Ik zou best moslims willen leren kennen, maar ik weet niet hoe’. Daarop zei 52 procent: nee, bedankt, met die stelling ben ik het oneens.

moslims1
Uit het EO-onderzoek: tadaa, 52 procent.

Inderdaad niet heel hartelijk, maar toch ook weer niet zo erg als de imams doen voorkomen. ‘Geen moslims willen leren kennen’ is immers nog altijd wat anders dan ‘moslims haten’, laat staan vinden dat ‘alle niet-westerse burgers het land moeten verlaten’. Een mens kan ook weinig behoefte hebben zijn buren beter te leren kennen, zonder ze meteen te haten of naar een ander land te wensen.

Bovendien zitten er allerlei addertjes onder het gras. Zo was maar de helft van de bevraagde deelnemers ook echt christen, blijkt uit de technische bijlages (pdf), en geeft één op de vijf deelnemers aan weleens bij moslims thuis te komen – 6 procent heeft ze zelfs in de familie. Ook zulke mensen zullen ‘oneens’ hebben geantwoord op de stelling: ik weet niet hoe ik moslims moet leren kennen.

95 procent

En de ‘95 procent van de Wilders-aanhangers’ die moslims zou ‘haten’? Het is lastig te achterhalen waar dat aantal vandaan komt. Uit een peiling van Maurice de Hond bleek dat 95 procent van de PVV-aanhang de integratie mislukt vindt, en bij een andere gelegenheid zei 95 procent het eens te zijn met de ‘minder Marokkanen’-uitspraak van Geert Wilders. Maar het zou ook gewoon spreekwoordelijk kunnen zijn: ‘95 procent’ is wat mensen al snel uit de losse pols zeggen als synoniem voor ‘bijna allemaal’.

Toch lijkt het zelfs hier overdreven dat 1,9 miljoen Nederlanders ‘moslims haten en alle niet-westerse burgers het land uit willen hebben’. Zelfs iemand die het eens was met de minder-Marokkanen-uitspraak van Wilders hoeft nog niet automatisch moslims te ‘haten’. Laat staan dat ze ‘alle niet-westerse burgers het land uit’ wensen. Of zouden ze het land ook willen ontdoen van Chinese horecawerkers, Zuid-Amerikaanse studenten en Indiase ict’ers?

Kortom, het mailtje van  de imams riekt naar stemmingmakerij – letterlijk, om stemmen te winnen voor DENK. Hoeveel spanningen er ook zijn, de imams verdraaien de cijfers om een overdreven negatief beeld te schetsen van de sfeer onder autochtone Nederlanders.

Oktoberwarmte: door het klimaat?

DAAR HAD FRANS Dijkstra de klimaatvrezende goegemeente toch mooi even beet.

Dijkstra – chemicus en statisticus, maar toch vooral een gepensioneerde heer met een werkende internetverbinding – had eens gecheckt of het inderdaad zo is dat de zachte oktoberdagen van laatst erop duiden dat het klimaat warmer wordt, zoals hier en daar viel te beluisteren.

Dus ging Dijkstra aan het tellen. En zowaar: door de bank genomen is het aantal oktoberdagen waarop de 23 graden wordt gehaald na 1957 helemaal niet groter dan daarvoor.

dijkstra
Frans Dijkstra

Als een statisticus dat zegt, moet het wel kloppen, toch? Dat de beste man zich daarna prompt verloor in allerlei klimaatskeptische kletskoek, ach, het zullen de jaren zijn. ‘Feit blijft, dat er van een doorgaande opwarming in Nederland momenteel geen sprake is’, ging hij in de Volkskrant tekeer.

Aangemoedigd door de cursus Excel die ik net had gevolgd, besloot ik de gangen van Dijkstra toch eens na te gaan. Al meteen bleken zijn cijfers niet te kloppen: Dijkstra heeft 23 warme oktoberdagen teveel geteld. Interessant is ook de constatering die een andere blogger al deed: opvallend is dat de warme oktoberdagen wél allemaal in de meest recente jaren vallen. Na 1975 waren het er 16, ofwel de helft van het totaal.

Maar noem het details. Een handjevol dagen uit een dataset van ruim 40 duizend metingen bekijken, waar lullen we eigenlijk over. Dus gooide ik het net wat ruimer uit, en keek ik hoe het zit met het aantal ‘gewone’ lenteachtige oktoberdagen – dagen waarop het in De Bilt 20 graden of warmer werd.

Kijk: dat blijken er warempel wel degelijk langzaamaan steeds meer te worden. Na de jaren vijftig waren het er zelfs tweemaal zoveel als daarvoor:

grafiekje1

Trouwens: waarom zou je niet ook de andere maanden bekijken? Onderzoekers die dat deden, kwamen tot een inzicht dat opeens al een stuk vertrouwder klinkt: de laatste decennia zijn er langzaamaan steeds minder extreem koude dagen, en steeds meer extreem warme.

Ja, maar dat is Nederland, kun je daar tegenin brengen. Het wordt hier steeds voller en stedelijker. En doordat er minder luchtverontreiniging is, bereikt ons meer zonlicht. Nogal wiedes dat het hier warmer wordt.

Daarom is het verstandiger om nóg meer metingen te gebruiken. Doe eens gek: we nemen de hele wereld.

Onderzoekers die dat deden, kwamen tot het inzicht dat de aarde langzaam opwarmt, met een spurt na 1975 en een pauze sinds ongeveer 1998, naar men inmiddels aanneemt doordat de oceanen een inhaalslag maken in warmteopname. Het is, kortom, gewoon precies wat je mag verwachten, op een planeet waar we de dampkring verdikken met extra broeikasgassen.

Lekkere statisticus, die Dijkstra. Natuurlijk heeft hij gelijk dat de mens kort van memorie is en dat het vroeger ook regelmatig warm was in oktober. Maar vervolgens maakt hij precies dezelfde denkfout als klimaatactivisten die ieder onverwachts doorbrekend zonnetje omarmen als bewijs dat de aarde opwarmt. Alleen doet Dijkstra het precies andersom: omdat er altijd warme dagen zijn geweest, redeneert hij, warmt de aarde blijkbaar niet op.

De werkelijkheid is natuurlijk dat het weer de dobbelsteen is die in een opwarmende wereld heel langzaam steeds een beetje oneerlijker wordt. Geleidelijk zullen we steeds vaker ’warm weer’ gooien. Maar frustrerend genoeg zeggen die worpen afzonderlijk niets over het klimaat.

De statisticus Dijkstra weet dat natuurlijk best. Sommige gepensioneerde heren zouden na hun pensionering ook gewoon een verbod op Excel moeten krijgen.

Willen Nederlandse moslims de sharia?

GEERT WILDERS ZEI het echt, daar in de Tweede Kamer: driekwart van de moslims in Nederland vindt de sharia belangrijker dan de Nederlandse wetten.

Oei. Dus drie op de vier moslims willen het met 80 stokslagen bestraffen als je op het terras alcohol drinkt, en van dieven de rechterhand afhakken (bij recidive volgt de linkervoet). Drie op de vier moslims! Onder de moslims die ik ken, zitten ze in elk geval niet.

BxwpCwNIQAA_viC.jpg largeHoe de praatjes in de wereld komen. Een andere ‘op onderzoek gebaseerde’ uitspraak van Wilders – dat de meeste Nederlandse moslims achter de jihad staan – werd vanochtend al direct weersproken door de onderzoekers zelf. Het cijfer ging over iets heel anders. En het ging niet eens om echt onderzoek, maar om een enquête voor de NCRV.

Maar die liefde voor de sharia dan?

Wilders’ driekwart gaat terug op een recente studie die vaker op moslimfobe blogs wordt aangehaald, een overigens alleszins fatsoenlijk enquêteonderzoek onder 9000 christenen en Marokkaanse en Turkse allochtonen in zes Europese landen: Duitsland, Oostenrijk, Frankrijk, Zweden, België en Nederland.

Dik 150 vragen kregen die om de oren. Van ‘eet u wel eens halal’ tot ‘wat is uw hoogst genoten opleiding’; en van ‘heeft u ook kinderen’ tot ‘vindt u joden te vertrouwen’. Allemaal om de zes landen beter met elkaar te kunnen vergelijken: in welk land lukt de integratie het best?

En ja: daar kwam inderdaad de vraag der vragen. Nummer 144: ‘De regels van de Koran zijn belangrijker dan de wetten van [naam land]’. En of men het daarmee eens was.

Huh? Maar de sharia dan? De stokslagen, stenigingen, afgehakte handen? Helaas voor Geert: het woord ‘sharia’ kwam in het onderzoek helemaal niet voor. En de ‘regels van de Koran’ naleven is toch echt wat anders. Een katholiek die de ‘regels van de kerk’ naleeft, wil ook niet meteen dat de paus weer aan de macht komt en ketters op de brandstapel komen.

In de vragen onmiddellijk daarvóór hadden de moslims bovendien moeten aangeven hoe vaak ze naar de moskee gingen, halal aten en of ze vastten tijdens de ramadan. Ze waren dus ‘geprimed’, zoals dat heet: aangesproken op het naleven van de leefregels van hun geloof. Het zou wel heel gek zijn als ze direct daarna zeiden: ach, als puntje bij paaltje komt, vind ik de regels van de koran helemaal niet belangrijk.

Dan vallen de uitkomsten nog mee. In Nederland bleek 70 procent (niet driekwart!) van de bevraagde moslims de koranregels belangrijker dan de wet te vinden. Dat was trouwens evenveel als in België, en iets minder dan in Frankrijk en Oostenrijk.

En, frappant: ook van de ondervraagde christenen stelde één op de zes mensen de regels van de Bijbel boven de Nederlandse wet. Zouden die soms de inquisitie terug willen?

Natuurlijk niet. Wat Wilders en zijn kudde bangeriken steeds maar ontgaat, is dat er niet zoiets bestaat als één islam. Godsdienst komt voort uit de maatschappij die haar voortbrengt, in plaats van omgekeerd. Vandaar dat een Christen in de Amerikaanse bible belt heel andere denkbeelden heeft dan een Christen in de Randstad.

De olifant in de kamer is dat de meeste Nederlandse moslims gewoon naar RTL kijken, klagen over het weer en hun boodschappen doen bij de Jumbo. Het zijn soms net Nederlanders, die moslims (er schijnen er zelfs bij te zitten die dat wettelijk ook zíjn).

Wilde dat kwartje nu maar eens vallen, daar achter de blanke top der duinen.

 

Naschrift: inmiddels heeft ook Ruud Koopmans in Trouw zijn afkeuring uitgesproken over de opmerking van Wilders. ‘De regels van de koran gelijkstellen aan de sharia, vind ik een overdrijving’.