Een CVB-fonds moet er komen: Centen Voor Bloggers

VERKLEED ALS MINISTER van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap Ingrid van Engelshoven (D66) had ik deze week het genoegen om het eerste symposium van bloggende wetenschappers toe te spreken. Ik vertelde waarom blogs zo belangrijk zijn en er best wat subsidiegeld tegenover mag staan.

 

Geachte aanwezigen, beste bloggers,

 

Ik kon het niet nalaten u hier in eigen persoon toe te spreken. Nu Klaas Dijkhoff hardop verkondigt dat hij zich niet gebonden voelt aan het klimaatakkoord en CDA en ChristenUnie morrelen aan het kinderpardon, kan ik natuurlijk niet achterblijven. En als D66-bewindsvrouw zeg ik: het wordt hoog tijd om de bloggende wetenschap van Nederland eindelijk eens serieus te nemen en te voorzien van de nodige fondsen.

Degenen onder u die de Wetenschapsvisie hebben gelezen die ik afgelopen maandag presenteerde, zullen zich daarover niet verbazen. ‘Nieuwsgierig en betrokken’, heb ik die visie genoemd, en het woord ‘communicatie’ komt er wel vijftien keer in voor.

Ik citeer mijzelf:

‘Kennisdeling is belangrijk om het vertrouwen in de wetenschap hoog te houden én iedereen te betrekken bij het belang van onderzoek.

‘Vandaar dat ik NWO heb gevraagd een pilot te ontwikkelen om onderzoekers te belonen die actief met de samenleving de dialoog aan gaan. Hiervoor stel ik € 1 miljoen beschikbaar.’

 

Kijk, dames en heren bloggers, dat zal u als muziek in de oren klinken. Actief een dialoog met de samenleving aangaan, dat is immers precies wat u doet.

Maar wacht. Het woord ‘weblogs’ komt in mijn Wetenschapsvisie niet voor. Dat mocht niet van de VVD. Voor de VVD betekent ‘verbinding zoeken met de maatschappij’ immers zoveel als: wetenschap, bedenk een leuk nieuw product voor Philips of Unilever. Niet: schrijf een mooie blogpost over de Lachmann-methode of de motieven achter het Oekraïnereferendum.

 

Plechtige brieven

Ik zie dat anders. Om zeker twee redenen denk ik dat het volstrekt logisch is om uw weblogs te beschouwen als volwaardige vorm van academische kennisoutput.

De eerste reden is de ontwikkeling van het academisch publiceren zelf. Ooit, aan de dageraad van de moderne wetenschapsbeoefening, communiceerde u middels plechtige, vaak handgeschreven verslagen en brieven aan uw wetenschappelijk genootschap, een praktijk die voortkwam uit de gildestructuur van de middeleeuwen. Vervolgens werden die proceedings en letters gebundeld en uitgegeven door wetenschappelijke uitgevers. Een gang van zaken die ruim twee eeuwen heeft standgehouden.

Het internet, die grote verstoorder, heeft het speelveld echter volledig veranderd. Op internet is iedereen immers zelf uitgever geworden. Dat leidt ertoe dat wetenschappelijke publicaties steeds vaker gratis en openbaar toegankelijk zijn.

Maar ook hun vorm verandert. Een moderne academische publicatie bestaat vaak uit een bondige, goed leesbare korte versie, gevolgd door het supplement waarin de technische informatie staat. Bovendien laten steeds meer wetenschappelijke artikelen reacties door derden toe, via de zogeheten post hoc peer review. Wetenschappelijke publicaties beginnen, kortom, zelf steeds meer op blogposts te lijken.

De andere ontwikkeling is die van het internet zelf. Helaas begunstigen de spelregels van het wereldwijde web niet de meest betrouwbare, maar de meest populaire kennis, uitgedrukt in weblinks, likes, kliks en interacties. Vandaar dat het bovenin de zoekresultaten van Google naast de integere kennis wemelt van de pseudowetenschappelijke prietpraat over vaccins, klimaat, de echte reden waarom de Twin Towers instortten en wat al niet meer.

 

Tegenoffensief

Maar de laatste tijd komt er een tegenoffensief op gang. Onder druk van nepnieuws en politiek ingestoken propaganda zijn Google, Facebook, Twitter en andere aanbieders steeds nadrukkelijker op zoek naar betrouwbaarheidswaarmerken, om de zin van de onzin te filteren. Echte personen krijgen op Twitter een blauw authenticiteitsvinkje, Facebook voert actief campagne tegen aanbieders van clickbait, en op Google krijgen erkende factchecksites voorrang in de zoekresultaten.

Het internet zoekt naar waarachtigheid, de wetenschap naar meer openheid. Trek die lijnen door, en op het snijpunt vindt u… het wetenschappelijke weblog. In het Engelse taalgebied zijn er al diverse wetenschappelijke weblogs die de brug slaan tussen hun vakgebied en de buitenwereld: van Real Climate tot Neuroskeptic, van The Vulcanism Blog tot Ask a Mathmatician, en van The Cheerful Oncologist tot Mike the Mad Biologist. Dergelijke blogs zijn een onschatbare kennisbasis voor burgers op zoek naar informatie die behalve verdiepend en betrouwbaar ook nog eens behapbaar en amusant is. Ze combineren het beste van beide werelden. De internetversie van een wetenschappelijk review article, zeg maar.

Ook in ons land is die trend volop gaande. De artikelen van het weblog Klimaatverandering worden veelvuldig aangehaald als onverdachte bron om het felle debat over het klimaat te informeren. Blogs als Neerlandistiek en Mainzer Beobachter vormen een oase van kennis, amusement en inspiratie voor een lezerspubliek dat anders niet of nauwelijks met alfa- en gammawetenschap in aanraking zou komen. En Stukroodvlees en Overdemuur hebben hun invloed op politiek en het publieke debat ruimschoots bewezen.

Uw blogs zijn kortom niet alleen een logische vervolgstap in het academisch publiceren, maar ook van grote waarde om de burger te wapenen met kennis en argumenten, als naslagwerk en als uithangbord voor de wetenschappelijke methode.

In dat licht kan het niet langer zo zijn dat u dat ’s avonds na werktijd op uw zolderkamer moet doen, geheel onbezoldigd en terwijl u er soms zelfs op toelegt: ik denk aan degenen onder u die minder zijn gaan werken of betaalde nevenwerkzaamheden afhouden om de blogs te kunnen bijhouden.

 

Centen voor bloggers

Dat moet natuurlijk anders. Laten we dus streven naar een systeem van geaccrediteerde weblogs, die in aanmerking komen voor een speciaal NWO-fonds dat ik hiertoe graag zou oprichten, de zogenoemde CVB-gelden, ofwel ‘Centen voor Bloggers’.

Uiteraard houden de weblogs volledige inhoudelijke vrijheid. Als accreditatievoorwaarden kunt u denken aan zulke randvoorwaarden als het onderschrijven van een gedragscode en het onderhouden van een discussieforum. Bovendien kunt u denken aan de verplichting tot het voeren van een eindredactie, het weblog-alternatief dat het meest in de buurt komt van peer review.

Enfin, dames en heren, werk aan de winkel. Aan u de taak om gezamenlijke standaarden te ontwikkelen en kennisuitwisseling te bevorderen, zodat u bij NWO kunt aankloppen met een goed voorstel: hallo, NWO, hier zijn we dan, de ‘onderzoekers die actief met de samenleving de dialoog aangaan’, show us the money.

Laten we voorkomen dat het geld dat ik heb gereserveerd voor wetenschapscommunicatie weglekt naar nog meer wetenschapsvoorlichters, communicatieadviseurs, evenementenbureaus en gala-avonden met Robbert Dijkgraaf. Die wetenschappers middenin de maatschappij, dat bent u. Hup, de boer op, bloggers; u bent aan zet. En ik denk dat de bijeenkomst van vandaag een mooi begin was.

Goed, ik ben lang genoeg aan het woord geweest, en eerlijk gezegd begint deze jurk best een beetje te knellen. Ik hoop dat ik u wat stof tot nadenken heb kunnen geven voor bij de borrel. En tenslotte: ik wens u veel creativiteit en plezier bij het maken van uw weblogs. Want laten we vooral niet vergeten: bloggen over wetenschap, met alle mogelijkheden die het digitale tijdperk ons biedt, is misschien wel het mooiste wat er is.

Dank u voor uw aandacht.

twiet

20190129_225408

Advertisements

Met zo’n rekentoets leer je toch niet rekenen?

ZEGT U EENS: hoeveel is 1,8 + 1,09 + 1,2?

Is het, zoals de verplichte rekentoets HAVO/VWO stelt, 4,09?

Welnee, meldde een bevriende wetenschapper nadat ik de toets voor de aardigheid had gemaakt. Wie getallen met één cijfer achter de komma optelt bij een getal met twee cijfers achter de komma, mag immers maar één cijfer achter de komma zetten. Die 1,8 uit de som had immers ook 1,78 kunnen zijn, of 1,83. En dus is het juiste antwoord niet 4,09, maar 4,1.

Een fout dus, of op zijn minst een dubieuze uitkomst – zomaar gevonden in de officiële antwoorden van de door staatssecretaris Sander Dekker zo bejubelde rekentoets. De gemiddelde scholier rekent als een dweil, en de rekentoets moet die o zo belangrijke vaardigheid weer op niveau brengen, is de gedachte achter de toets. Fijn, maar dan strekt het tot de aanbeveling dat de antwoorden kloppen, zou je zeggen.

Natuurkunde

En het is nog erger, blijkt uit de mailtjes die De Volkskrant ontving nadat we voor de aardigheid vijftien vragen uit de toets online hadden gezet. Want behalve de antwoorden, laten ook de vragen soms te wensen over.

Neem vraag 10, waar we vernemen hoe een zekere Janneke 600 euro bij elkaar hoopt te sparen met een rekening die jaarlijks 3,5 procent rente geeft en aan het einde van de spaarperiode van minimaal vijf jaar nog eens een bonus van 10 procent.

Zelfs de mevrouw van de redactie die de vragen online zette – en die toevallig meer dan tien jaar op topniveau werkzaam is geweest in de natuurkunde – kwam er niet goed uit. Komt die 10 procent nou bovenop de jaarrente van 3,5 procent? Moet je die 10 procent en de jaarrente apart berekenen en daarna pas optellen? Of geldt die 10 procent, zoals een lezer reageerde, alleen maar over de eerste vijf jaar? Je moet financieel specialist zijn om het te weten.

Tapijt

Of neem vraag 15, waar we ‘Jan’ leren kennen, die zijn kamer van 6 bij 7 meter gaat stofferen met tapijt, waarvan de prijs in een plaatje staat afgebeeld. Leuk, maar je moet wel bijzonder goede ogen hebben om te zien dat het tapijt 13,99 euro kost per vierkante, en niet per strekkende meter. Een prima oefening in het leren doorprikken van misleidende advertenties, stelde iemand op de redactie. Alleen met rekenen heeft het niets te maken.

image15

En ga zo maar door. In vraag 2 krijgt ‘Mariska’ percentueel net zoveel loonsverhoging als ‘Pieter’. Maar is dat een loonsverhoging per maand, of per jaar? In vraag 3 reist de ‘familie Dundee’ via Sydney van Melbourne naar Brisbane. Dat is 1925 kilometer, zoek je op in de bijgeleverde afstandstabel. Maar wacht: de vraag luidt hoeveel kilometer dat extra is – een woordje waar je gemakkelijk overheen leest, maar dat wel een slordige 1735 kilometer scheelt.

In de gracht

Zo toetst de rekentoets van alles – je gezichtsvermogen, je leesvaardigheid, je kennis van de tapijtbranche – behalve de rekenkunst. Het is een beetje alsof je bij het zwemexamen moet uitrekenen hoeveel tegeltjes er in een wedstrijdbad passen. Handig om te kunnen natuurlijk, maar niet als je ooit onverhoopt in de gracht valt.

En áls het bij de toets dan eindelijk rechttoe-rechtaan om rekenen gaat, met – hosanna – een goeie ouwe optelsom, klopt het officiële antwoord niet.

Kan dit gedrocht met Jannen en Jannekes en tapijten en taarten en al even héél snel bij het grofvuil?

Kamervragen

Beste Jaco Geurts en Michel Rog,

Deze week heeft u, oplettende kamerleden als u bent, namens uw partij het CDA kamervragen gesteld  over het havo-examen Nederlands. Maar eerlijk gezegd heb ik, als oplettende burger, ook een paar vragen aan u. Continue reading “Kamervragen”