Is dit nou de redding van de regiojournalistiek?

EN DAAR VERSCHEEN, zo tussen Sint en de Kerstman door, een journalistieke productie die de wereld moet veranderen. In het Leiderdorps Weekblad – wie leest hem niet? – stond de allereerste productie van het ‘Leids Mediafonds’, een initiatief dat de kwijnende regionale journalistiek moet redden.

Het idee is geweldig, vind ik althans. De regionale journalistiek wordt immers ernstig bedreigd, door afhakende lezers, opdrogende advertentie-inkomsten en kapot bezuinigde redacties. En daarmee dreigen de dorpen en middelgrote steden, toch de haarvaten van de samenleving, iedere vorm van onafhankelijke journalistieke controle te verliezen. Bij de meeste gemeenteraden staan de perstribunes inmiddels stof te vergaren; laat staan dat er ooit nog een journalist de gemeentelijke declaraties controleert, kritische vragen stelt aan de wethouder of zich verdiept in het handjeklap tussen de gemeente en de projectontwikkelaars.

Het Mediafonds moet daarin verandering brengen. Het fonds, onafhankelijk beheerd, verdeelt een subsidie van de gemeente Leiden over journalistieke projecten. Uniek, moedig en best visionair eigenlijk: de gemeente die zijn eigen waakhond betaalt.

Dan moet die waakhond alleen wel een beetje kunnen keffen natuurlijk. En de eerste journalistieke productie betaald door het fonds laat wat dat betreft toch wel wat te wensen over, bemerkte ik toen ik licht rillend van opwinding de eerste PDF open klikte.

Geen splijtende primeur. Geen stof opwaaiende reportage. Geen spraakmakend interview. Nee: het eerste dat we te zien kregen was… jawel, een interview met de wethouder van Leiderdorp. ‘SAMEN MET BEWONERS NADENKEN OVER ENERGIETRANSITIE IN DE ORANJEWIJK’, stond erboven. Een kop die de lezer op het puntje van zijn stoel zal brengen, zullen we maar zeggen.

kop1

In het interview legt de wethouder in beheerst ambtelijk jargon en niet gehinderd door enige tegenvraag uit dat de CO2-uitstoot ook in Leiderdorp omlaag moet en welke procedures daarvoor inn stelling zijn gebracht. Citaat: ‘Dat zijn stevige doelstellingen en er wordt hard gezocht naar maatregelen om die te realiseren.’

Waarna de wethouder nogmaals benadrukte dat hij toch echt vooral samenwerkt met de bewoners. En dat er een ‘drukbezochte’ bijeenkomst was geweest waar volgens de wethouder allemaal ‘positieve’ dingen waren gebeurd, maar waar de verslaggever merkwaardigerwijs ontbrak.

joostwillemsen.JPG
De wethouder poseert voor een reclamebord. Foto uit Leiderdorps Weekblad.

Vooruit, volgende artikel dan maar. Alweer een interview. Met de ‘EnergieAmbassadeur’ ditmaal en alweer onder een kop waarvan het nog lang onrustig zal zijn in Leiderdorp:

koop2

Knalt de interviewer er eens flink in: ‘Hoe pak jij je rol als energieambassadeur op?’

Artikel nummer drie, misschien? We zien een grijze mevrouw die glimlachend naar haar meterkast wijst. ‘VOLOP BEZIG MET VOORBEREIDINGEN OP EEN GASVRIJE TOEKOMST’, verduidelijkt de kop boven – alweer – een interview. Want ook mevrouw Van Goozen is er ‘klaar voor’ en is ‘hard bezig’ om ‘van het gas af’ te komen, stelt het stuk monter.

goozen
Mevrouw Van Goozen is ‘hard bezig’ om van het gas af te komen, volgens het Leiderdorps Weekblad.

Nou ja, tot je bij de een na laatste alinea komt. Van Goozen is waarschijnlijk al te oud om haar investering nog terug te verdienen, staat daar kort, en trouwens: onduidelijk is hoe ze sowieso aan het geld moet komen om haar woning om te bouwen. ‘Kortom, nog volop vragen, vooral over de financiële kant’, strijkt de interviewer die onverwachte dissonant vlug glad.

Kom, het is het Leiderdorps Weekblad maar, zult u zeggen. Het plaatselijk sufferdje, waar het gouden echtpaar een hand krijgt van de burgemeester en klaverjasvereniging Hartje Troef zijn uitslagen publiceert. Dat zal, maar was dit initiatief niet juist bedoeld om de kritische, onafhankelijke journalistiek wakker te kussen? Júíst hier, tussen de aankondigingen van de kerkdiensten op zondag en het laatste nieuws over de rolstoeluitleen in de Winkelhof in?

Toegegeven, dit was nog maar de eerste productie, op stapel staan nog zeventien projecten die er stuk voor stuk best veelbelovend uit zien. Maar toch, zorgen baart het me wel. Zo’n pagina waarop de wethouder zijn plannen mag toelichten en mevrouw Van Goozen mag zeggen hoe blij ze daarmee is: noemden we dat vroeger niet gewoon de gemeenteberichten?

Ik hoop van harte dat het Mediafonds opzienbarende, mooie en belangrijke producties voortbrengt. Ik hoop dat er onthullingen komen, en eye-openers, want journalistiek hoort nu eenmaal een beetje te schuren.

Maar ik sluit ook niet uit dat het voor de regiojournalistiek inmiddels te laat is – en dat het fonds in al zijn goede bedoelingen bezig is een allang opgegeven lijk te reanimeren.

Advertisements

Waar is het off-the-recordgesprek gebleven?

DE HOOGLERAAR, IK zal zijn naam niet noemen, liet me iets zien wat u nog niet mag weten. Afkomstig van een locatie die ik moet stilhouden. Maar spectaculair dat het was!

Het uur daarvoor had de hoogleraar me verteld over een onderzoek dat ik nog even geheim houd en over een zeer opmerkelijk experiment waarover ik helaas mijn kaken op elkaar moet houden. En hij vertelde me iets dat zo opmerkelijk is dat ik hard moest lachen en hem voorhield: het lijkt me dat je daarmee een Nobelprijs kunt winnen. Wat het precies is, hoort u later nog wel eens.

‘Ik hartje het off the record-gesprek’, tweette ik toen ik na afloop terug fietste naar het station van de universiteitsstad waar alle geheimzinnigheid zich afspeelde. Een blocnote vol losse opmerkingen en aantekeningen rijker: eind dit jaar komt zus, begin volgend jaar even letten op zo.

Het off the record-gesprek, niet met zo’n pr-type – ik word haast iedere week wel gebeld door iemand uit de pr met het verzoek of we eens ‘koffie kunnen drinken’ en ‘kennis kunnen maken’ om ‘te verkennen of er nog onderwerpen zijn waarin je mogelijk interesse hebt’ – maar gewoon zoals het hoort, met een wetenschapper die moeilijke woorden gebruikt, grafieken laat zien en zelf niet snapt welk van zijn onderzoeken nieuwswaardig zijn.

Nieuws in zijn ruwste, meest grofstoffelijke vorm. Zodat je journalistiek kunt beoordelen: dít is interessante kennis voor de maatschappij. Zonder dat daar een voorgekookte strategische pr-afweging van de voorlichterij aan vooraf gaat: dit is interessante informatie om onze universiteit te profileren als de universiteit waar we ons bewust zijn van duurzaamheid / internationalisering hoog in het vaandel hebben / aansluiting zoeken bij de industrie / de patiënt voorop stellen (doorhalen wat niet gewenst).

Maar het gesprek zonder dat het meteen een stukkie oplevert is wel een zeldzaamheid aan het worden. Ik herinner me hoe een andere hoogleraar, in de aardwetenschap, eens tegen me klaagde: toen ik nog in Duitsland werkte, kwamen er met enige regelmaat journalisten langs, gewoon om te zien wat we hier eigenlijk doen. Maar in Nederland, ho maar.

En dat was tien jaar geleden, voor de grote leegloop van de abonneebestanden, het tragische verval van de regiojournalistiek, het droeve vertrek van de adverteerders naar Facebook, YouTube en Google Ads.

‘Zomaar’ met iemand gaan praten, kom er tegenwoordig maar eens om. De groeiende stal freelancers zal het niet snel doen: uurtje factuurtje immers, een dag niet getikt is een dag niet betaald.

En de journalisten in vaste dienst hebben ook steeds minder ruimte: druk druk druk, de website moet nog gevuld, er moeten nog een opening pagina komen voor de krant van morgen. Dat geldt zelfs al een beetje voor mij, verwend nest in vaste dienst bij een grote krant. Kun je nagaan hoe het is in de hoekjes en gaatjes, bij de speciaalbladen, de regiokranten, de kleine nieuwszenders.

Terwijl: een uurtje lullen, wat is dat nou. Genoeg stof voor nog járen aan opmerkelijke nieuwsberichten, leverde me het in dit geval op. En vaak levert het ook niks op, dat is dan ook best.

Kom je nog eens achter je bureau vandaan, zoals dat dan heet.

Is dat Bikini-atol soms een beetje nep?

Ja, verrek zeg, nou je het zegt. Dat Bikini-atol waarvan de Volkskrant afgelopen zaterdag een grote satellietfoto afdrukte? Het ziet er eigenlijk best nep uit:

jankrant1

Neem die golven. Waar je normaal rond een eiland golfbreking zou verwachten, lijken ze dwars door het eiland heen te lopen. En in de ‘baai’ zien ze er hetzelfde uit als erbuiten, alsof het er kilometers diep is. ‘Gemanipuleerd’, oordeelde emeritus-hoogleraar geologie Jan Smit (VU), die de zaak aankaartte. Iemand moet een filter over het plaatje hebben gelegd, of zoiets.

Achter de schermen gaf dat wat consternatie. De Volkskrant is in elk geval onschuldig: we kochten de foto van fotopersbureau Getty Images, mét de verdachte golfjes er al bij. Dat bureau zegt de foto weer te hebben overgenomen van de Europese ruimtevaartorganisatie ESA. Daar maakte men de opname vorig jaar met een aardobservatiesatelliet uit het zogeheten Copernicus-programma.

We vragen de originele foto op bij ESA, waar ‘mission scientist’ Craig Donlon ons uiterst behulpzaam van materiaal voorziet. En warempel: als je inzoomt, zie je wel degelijk kleine golflijntjes verschijnen. En in de baai lopen ze inderdaad anders dan buiten het eiland:

GOLFPATROON2

Maar die nepgolven dan, die zo goed zichtbaar zijn op de foto? Het is een soort gezichtsbedrog. Een schaduweffect dat je alleen maar van grote afstand ziet. Op deze uitsnede zie je goed dat de ‘grote’ golven anders lopen dan de echte golflijntjes:

TWEEDE GOLFPATROON

Wat we hier zien, zijn ‘wind-rijen’, legt Donlon uit. Door de wind ontstaan er wervelingen in de zee, en komt er organisch materiaal zoals zeewier en schuim boven. Dat gebeurt in regelmatige banden. En omdat die stroken met organische materiaal iets minder zonlicht weerkaatsen, zie je ze vanuit de ruimte als donkere stroken – de ‘gemanipuleerde’ golven van Smit.

En dat ze er zo regelmatig uitzien? Dat is de regelmaat die je vaker ziet in de natuur, legt Donlon uit: net zoals wolken soms geordend zijn in mooie rechte straten, en zandkorrels worden opgeworpen in keurige rijen.

Fascinerend. Zó vol verrassingen zit de natuur dat je zelfs als getraind geoloog nog wel eens denkt: dit bestaat niet, dit móét gewoon wel nep zijn.

931_25_62-lake-water-langmuir

Wetenschap, breng je zaakjes eens op orde!

‘EN HUP, WEER even opstaan!’, tweette een collega monter. Daarbij de link naar een bericht uit NRC Handelsblad: ‘Ieder half uur opstaan maakt zitten minder dodelijk’, op basis van onderzoek in het prominente medische vakblad The Annals of Internal Medicine.

Totdat in de dagen die volgden de reacties binnendruppelden. Het ging hier om onderzoek gesponsord door Coca-Cola, dat er belang bij heeft om de gezondheidsgevaren van zitten te benadrukken, om zo de aandacht van frisdrank af te leiden. En het onderzoek zelf zat ‘tjokvol alarmbellen, beperkingen en verlammende tekortkomingen’, ging een van de critici tekeer.

hoed

Ach, die domme journalisten ook, is dan al snel de reactie. Die kun je ook van alles wijsmaken. Zelfs die van NRC, toch slijpsteen van de geest. We zien het bericht binnenkort wel gefileerd en in mootjes gehakt terug in het schandblok van een of andere factcheckrubriek. (Behalve NRC liepen onder meer CNN, CBS en The New York Times in de val.)

Maar wacht, dat is me toch wat te makkelijk. Want we hebben het hier natuurlijk niet over zomaar een nieuwtje uit de dorpskroeg. Dit is keiharde wetenschap, vastgelegd in een vakblad, niet het eerste het beste bovendien. Horen we er niet gewoon van op aan te kunnen dat wat je daar leest, een soort van, nou ja… klopt?

Maar nee.

Dat begint bij de ‘peer review’, het wetenschappelijke systeem van zelfcontrole door collega’s waarop men altijd zo trots is. Leuk, maar in de praktijk is de ‘review’ vooral een informele, op vrijwillige basis uitgevoerde controle, uitgevoerd door goedbedoelende wetenschappers die vooral letten op de methodes – maar minder op zaken als presentatie of overdrijving.

De gevolgen laten zich raden. Vorige week nog bleek dat van al het gepubliceerde biomedische onderzoek een kwart ‘spin’ bevat: de resultaten zijn dikwijls met kunstgrepen en trucjes ‘opgeleukt’, om het onderzoek beter te laten uitkomen.

Moet de reviewer daar niet ook op letten? Of zou de uitgever van zo’n vakblad niet een anti-spindokter moeten aanstellen? Of er tenminste in grote, opvallende letters boven zetten: LET OP, DIT ONDERZOEK WERD MEDE MOGELIJK GEMAAKT DOOR COCA-COLA? Dat staat nu ergens in laffe kleine lettertjes helemaal onderaan, op een plek waar alleen de meest gestaalde lezer nog komt.

hoed

En er is het persbericht. De analyses wijzen steevast uit dat persberichten neigen naar overdrijving en zelfs rechtstreekse verdraaiing van resultaten. Hebben de wetenschappers die het onderzoek in kwestie hebben uitgevoerd hier niet óók een zekere verantwoordelijkheid? Zo’n persbericht schrijft toch zeker niet zichzelf?

En zo’n universiteit of vakblad dat het persbericht uitbrengt? Heeft men daar geen enkel besef dat het openbaar maken van wetenschappelijke onderzoeksresultaten iets anders is dan het verkopen van een tweedehands auto? Ik weet het wel: geld, targets, er moet ‘gevaloriseerd’ worden. Maar is gedegen wetenschap niet óók een target – of ben ik nu ouderwets?

Arm NRC. Want kom op: dat eens in het half uur even opstaan uit je stoel de dood zou uitstellen, als een soort wonderolie tegen het sterven, dat is natuurlijk absurd. Een vrolijke puntmuts die de pr-machine op het onderzoek heeft gezet.

Maar het is te makkelijk om alleen de journalistiek de schuld te geven. Hoe pijnlijk en onterecht het ook is tegenover al die integere, ploeterende onderzoekers die ongetwijfeld de meerderheid vormen; zo lang de wetenschap zijn eigen kwaliteitscontrole niet op orde heeft, is er alle reden om onderzoek te wantrouwen.

Ík ben in elk geval weer wakker.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Hoe klimaatwetenschappers zich aan Harvey overschreeuwen

JE KON EROP wachten. Nu de orkaan Harvey is uitgeraasd, de doden zijn geborgen en het water is gedaald, is er de nasleep: een tsunami van wetenschappers die met opgeheven vinger benadrukken dat Harvey de orkaan toch écht te maken had met het klimaat.

Of nou ja, een beetje. Of niet echt eigenlijk.

Orkanen worden namelijk niet veroorzaakt door klimaatverandering. Ja: de zeespiegel staat wat hoger en dat duwt de stormvloed op – alleen gebeurde dat nu in dunbevolkt kustgebied. Ja: een warmere dampkring houdt meer water vast en dat geeft meer regen – alleen is dat hoogstens zes procent meer, blijkt uit de berekeningen. En ja: in een warmere wereld gaat de windkracht van orkanen iets omhoog – maar het is omstreden of zo’n effect nu al zichtbaar is.

Dat de schade in de VS zo groot was, komt vooral doordat men zijn zaakjes niet op orde had. Armoede. Bezuinigingen op waterwerken. Stadsuitbreidingen. Een kwart meer stoeptegels en asfalt sinds 1996.

Maar dat hield een aantal heren (het zijn altijd heren) klimaatwetenschapper niet tegen om toch vooral uit te weiden over wat Harvey allemaal wél met het klimaat te maken heeft.

hansen
James Hansen ziet een klimaatramp

‘Deze storm moet je opvatten als een waarschuwing. Dit verschijnsel gaan we vaker krijgen’, zei Princeton-wetenschapper Michael Oppenheimer.  ‘Harvey laat zien hoe kwetsbaar moderne samenlevingen zijn als het klimaat opwarmt’, zei atmosfeerwetenschapper Kerry Emanuel. ‘Het is keiharde natuurkunde.’

‘Harvey is hoe klimaatverandering eruit ziet’, constateerde meteoroloog Eric Holthaus op nieuwssite Politico. ‘Het is tijd om onze ogen te openen.’

‘Het is een feit: klimaatverandering maakte orkaan Harvey dodelijker’, schreef atmosfeerwetenschapper Michael Mann in de Britse milieukrant The Guardian. ‘Er is een duidelijk verband tussen klimaatverandering en sterkere orkanen’, stelde klimaatwetenschapper en activist James Hansen.

‘De menselijke CO2-uitstoot is waarom we deze orkanen hebben’, poneerde Chris Cuomo, zelfverklaard klimatoloog, intussen bij CNN. ‘We kunnen een manier bedenken om het aantal van deze stormen te verminderen.’

Einde van het liedje: een humeurige verklaring van het milieuministerie EPA, dat de wetenschap de boel niet zo moest politiseren. En de klimaatsceptici die feestelijk de kachel aanmaakten met die malle ‘alarmistische’ wetenschappers.

13513-200

Wetenschappers die spontaan naar voren dringen om uit te leggen dat een gebeurtenis die weinig te maken heeft met klimaatverandering, tóch te maken heeft met klimaatverandering. Die na een weerramp met 45 dodelijke slachtoffers haast verlekkerd roepen: kijk eens mensen, dít staat ons nou te wachten!

Het is zoiets als de PVV die na ieder wissewasje over moslims begint. Geen open, wetenschappelijk denken, maar gewoon dramatische incidenten aanwijzen om je gelijk te halen.

Zouden de Oppenheimers, Emanuels, Holthausens, Manns, Hansens, Cuomos, Emanuels en Rahmstorfen nou écht niet begrijpen dat hun gedram en gepreek alleen doordringt tot de al diepbekeerden – en ook averechts kan werken?

Dat het niet gaat om nóg snedigere soundbites, maar gewoon om het aanreiken van eerlijke, transparante, controleerbare informatie, zodat burgers zelf een oordeel kunnen vormen? (Zoals hier, of hier.)

Much to learn, you still have.

En, o ja: de eerste klimaatpraat over orkaan Irma is intussen al begonnen.

irma

 

NASCHRIFT 8-9: Dat het ook anders kan, bewijst hoofd orkaanvoorspellingen Gerry Bell van het Amerikaanse Climate Prediction Center in de New York Times. Opvallend: ‘Dr. Bell said his group does not consider climate change in developing its forecasts.’

 

Aardappel anders

HAD IK HET al gehoord? Een Nederlands bedrijf is er eindelijk in geslaagd een aardappel te ontwikkelen die ongevoelig is voor de gevreesde aardappelziekte, zo gonsde het rond. Een doorbraak van jewelste, kopte het toch altijd fatsoenlijke Financieele Dagblad. De gewasziekte kost de wereld immers zo’n 10 miljard euro per jaar.

Dus wat doe je dan. Je gaat eens rondbellen.

Al snel werd duidelijk dat de aardappel toch wat minder heet diende te worden gegeten. De aardappel is nog in ontwikkeling. En het is nog de vraag of het allemaal wel lukt. Zo’n aardappel is toch meer dan resistentie alleen, duidde iemand uit de industrie. Hij moet ook een goede opbrengst hebben, een mooie vorm, geen rare knobbels, lekker smaken.

Bovendien zijn er veel meer bedrijven bezig met de ontwikkeling van zo’n meervoudig resistente aardappel. Nog maar zien wie straks de echte knaller op de markt brengt. Dit is wel erg voorbarig, vond een van de wetenschappers die ik sprak.

 

Aap uit de mouw

Maar het nieuws dan? Er was hier toch een Grote Doorbraak In De Strijd Tegen De Gevreesde Aardappelziekte geboekt?

Na wat doorvragen kwam de aap uit de mouw. Het bedrijf in kwestie heeft woensdag een open dag. Belangstellenden van harte welkom.

Een van de genodigde journalisten was daarop aangeslagen. Joh, wat interessant, zo’n pieper. Mag ik niet een paar dagen eerder langskomen?

De dynamiek die volgt laat zich raden. Journalist komt langs. Bedrijfsleider steekt stoer verhaal af. Journalist onder de indruk. Exclusief nieuws, we hebben het als eerste! Schrijf je het wel newsy op? Weinig ander nieuws. Maandag. Opening krant. NOS erop, RTL erbij. Mediastorm compleet.

Zonder dat iemand op het idee komt het blindingly obvious te vragen. Bestáát dit gewas al? Is dit de eerste, de enige, de grootste kanshebber?

 

Nerveus

Ik kan het me hebben verbeeld, maar de bedrijfsleider in kwestie leek nerveus toen ik hem ermee confronteerde. Jazeker, het onderzoek was een hoopvolle nieuwe fase ingegaan. Maar een nieuw gewas was wat teveel eer. Ach, u weet hoe dat gaat. Die krantenkoppen he? Daarover hebben we helaas geen controle.

Waarna ik op mijn To-Do-lijstje schreef dat ik ooit eens een verhaal over phytophtora moet maken, ik mijn aantekeningen in de fik stak, enkele verwensingen uitsprak over Het Financieele Dagblad en ik mijzelf in slaap huilde: wéér een dag verknald met het checken van nepnieuws.

 

Naschrift:

Door alle media-aandacht voor het onderwerp kwam het later die avond alsnog van een nieuwsartikel van mijn hand, met daarin alle nuances van dien; u leest het hier.

Het k-woord in het gedrang?

DAAR WAS-IE WEER: de roddel dat steeds meer bedrijven, overheidsinstellingen en media het k-woord zouden mijden, als het gaat om… nou ja, dat feest op 25 en 26 december. Om de grote boze moslim te pleasen, die het k-woord niet goed zou verdragen. Zo zou het feest met de dennenboom langzaam maar zeker ‘islamiseren’, zoals dat heet.

Vreemd. Zelf werk ik al twintig jaar bij allerlei oude media, van de ‘staatsomroep’ de NOS tot de ‘azijnbode’ De Volkskrant, en toch heb ik nog nooit een mailtje of dienstopdracht mogen ontvangen: voortaan gaan we het k-woord vermijden, om die arme moslims te ontzien. Ook heb ik nog nooit meegemaakt dat er opeens k-woorden uit mijn teksten waren verdwenen, of er piepjes werden gemonteerd over k-woorden die ik er in video’s of radio-uitzendingen uit floepte.

Maar goed, misschien gaan dit soort dingen wel achter mijn rug om en sluipt de politieke correctheid ons taalgebruik binnen zonder dat ik er erg in heb. Dus besloot ik het gewoon eens te turven. Op een plek waar ik bij kan: in de Nederlandse krantenarchieven. Zijn we echt het k-woord gaan vervangen door de neutralere f-woorden?

De eerste indruk is dat het wel meevalt. De Volkskrant gebruikte het woord ‘feestdagen’ deze maand tot dusver in 22 artikelen. Maar in de regel werd dat woord gewoon ter afwisseling gebruikt, en wemelde het in diezelfde artikelen van de k’s. Het k-feest viel in 14 artikelen, k-mis in 23, de k-man kwam voor in 8 artikelen, de k-boom in 20, het k-pakket in 6 en de k-dagen werden in 10 artikelen voluit opgeschreven. Weinig k-ontwijking te bekennen, moet ik zeggen.

graf2

Maar misschien is er door de jaren heen wel degelijk sprake van een trend. Wie weet spraken we tien, vijftien jaar geleden inderdaad veel vaker van het k-feest dan tegenwoordig. Ik zocht het na door álle kranten van de Persgroep door te vlooien op de woorden feestdagen en de k. Die deelde ik door elkaar, om de verhouding te bepalen.

Grof gezegd: het k-woord komt in kranten in twee tot drie keer zoveel artikelen voor als het neutralere woord ‘feestdagen’. Het woord feestdagen wordt eenvoudigweg minder vaak gebruikt. En inderdaad, die verhouding is héél langzaam aan het veranderen. Allleen: niet in het voordeel van de meer fijnbesnaarde moslim – integendeel. Gedurende de afgelopen vijftien jaar zijn de kranten het k-woord geleidelijk aan juist steeds méér gaan gebruiken ten opzichte van het neutralere ‘feestdagen’.

feestdagen.JPG

Niks islamisering of politieke correctheid of hoe noemen die PVV-Sjonnies dat nog meer. Als de cijfers al iets uitwijzen, is het juist een (oren dicht!) verkerstening van de feestdagen. Dat is sneu en schandalig, kunnen ze dáár nou niet eens wat aan doen, want oud en nieuw valt zo buiten de boot, met al dat k-feest hier en dat k-feest daar. Terwijl ik oud en nieuw eerlijk gezegd leuker vind.

Iets om deze k over na te denken, onder de k-boom, lijkt me. Wat een k-feest zeg, dat k.

 

 

Zó klimaatsceptisch is team Trump helemaal niet

Klimaatsceptisch, zo wordt het nieuwe kabinet van Donald Trump alom genoemd. Maar wie door de retoriek heenprikt, ontdekt dat het met het wetenschap ontkennen best meevalt – en dat Trump gewoon een minder linkse koers zoekt.

En zo doet Trump precies wat men al van de man verwachtte: zich omringen met klimaatsceptici. Na het binnenhalen van openbaar aanklager Scott Pruitt als hoofd van het milieuagentschap EPA, komt klimaathater Cathy McMorris Rodgers waarschijnlijk op binnenlandse zaken.

Leuk, voor de planeet. ‘Een trotse klimaatontkenner’, zo noemen ze Rodgers ook wel. Iemand die niets moet hebben van ‘klimaatverandering of klimaatwetenschap’. Ze stak als congreslid dan ook stokjes voor allerlei milieumaatregelen, krijgt geld van de fossiele industrie en poneerde dat Al Gore beter is in creatief schrijven dan in wetenschap. Fout, fout, fout.

Ja, wacht even.

Een kabinet van wetenschapshaters en kop-in-het-zandstekers? De werkelijkheid ligt belangrijk anders. Dit zijn namelijk niet zozeer malloten die alle wetenschap ontkennen; het zijn vooral gewoon rechtse politici. Mensen, die geloven dat er ook een rechts-liberale uitweg uit de klimaatproblemen is. En dat is een cruciaal verschil.

rodgers
Cathy McMorris Rodgers.

Neem Rodgers. Hoe reageerde ze toen Obama een paar jaar geleden aangaf dat aardgas ‘de overbruggingsbrandstof is die onze economie kan aandrijven met minder van de koolstofvervuiling die klimaatverandering veroorzaakt’?

We agree’, noteerde ze in een officiële reactie. Niet direct het antwoord van een glasharde ontkenner van klimaatverandering.

En die keer dat ze Al Gore uitmaakte voor fantast? Leuk om het oorspronkelijke stuk erbij te zoeken: ze deed dat in een min of meer grappig bedoelde speech voor haar achterban. Én voegde er iets cruciaals aan toe, dat bij het nakakelen van haar citaat door haar tegenstanders steevast wordt weggelaten:

We recognize the obvious: hydropower is a renewable resource.

Waterkracht. Dát is waar Rodgers op inzet. Al in 2008 gaf ze er in een toespraak blijk van heus wel door te hebben dat er zoiets is als klimaatverandering veroorzaakt door CO2:

‘Ik ben vastbesloten dat terwijl we voortgaan met het debat over klimaatverandering en hoe we onze koolstofemissies moeten terugbrengen, waterkracht erkenning verdient voor de belangrijke rol die hij speelt in het noordwesten.’

muursticker-ijsbeertje-zoo-familyZo kent Trumps klimaatscepticisme vele tinten grijs. Wat zei Trump zelf trouwens toen de New York Times hem op de man af vroeg of er nu wel of geen door de mens veroorzaakte klimaatverandering bestaat?

I think right now … well, I think there is some connectivity. There is some, something.

Nog steeds een aanfluiting tegen de wetenschappelijke consensus natuurlijk, maar toch alweer heel wat anders dan zijn eerdere brullade dat klimaatverandering een complot is van China.

Ook Pruitt, de ijzervreter die de baas wordt van het milieudepartement, blijkt bij nadere inspectie niet helemaal op zijn door de olieindustrie betaalde achterhoofd gevallen. Een essay dat hij schreef voor het rechtse opinietijdschrift National Review verheldert veel van zijn denkwijze – en ongetwijfeld van die van Trump en Rodgers.

pruitt
Scott Pruitt: vazal van de fossiele industrie

Pruitt is voor zo ver ik weet nergens te betrappen op keiharde ontkenning van klimaatverandering. Al gaat hij wel vér: ‘Wetenschappers zijn het nog steeds oneens over de mate en schaal van het broeikaseffect en de connectie met het menselijk handelen.’ Strikt genomen klopt dat, al zal het bij de meeste wetenschappers het bloed onder de nagels vandaan halen.

Maar daarna komt de aap uit de mouw. ‘Klimaatverandering heeft geleid tot een van de grote beleidsdebatten van onze tijd. Dat debat is verre van beslecht’, schrijft Pruitt. Wat hem dwarszit, is niet zozeer of het klimaat al dan niet verandert – dat lijkt ook hij te zien als een gegeven – maar in hoeverre de federale overheid mag ingrijpen over de hoofden van staten en bedrijven heen.

Pruitt, nou eenmaal een rechtse rakker en belangenbehartiger van de fossiele industrie, vindt uiteraard van niet. Dat mondt uit in dit prachtige stukje Republikeinse politieke porno:

‘Zelden in de geschiedenis van de natie is de politiemacht van de overheid zo gretig ingezet om burgers tot stilte te intimideren. Maar nog verontrustender zijn de interne e-mails en andere documenten die aangeven dat deze inmenging is georkestreerd door groene-energie-lobbygroepen die de ambtenaren als marionetten gebruiken om hun extreme agenda’s te bevorderen. Dat zou ons allen angst moeten inboezemen. Groepen van buiten zouden niet in staat mogen zijn om de macht van de overheid te gebruiken als zwaard om achter hun politieke tegenstanders aan te gaan.’

Heerlijk. Er is geweld, er is intimidatie, er is de grote boze overheid en er zijn zelfs geheimzinnige ‘groepen van buiten’ (outside groups) aan het werk. Maar: als puntje bij paaltje komt, zijn geharnaste tegenstanders als Trump en Pruitt best bereid om te erkennen dat er zoiets is als klimaatverandering. ‘I have a very open mind to it’, zoals Trump dat zei.

muursticker-ijsbeertje-zoo-family

Een belangrijk onderscheid. Het zijn hier niet zozeer de wetenschappelijke feiten die botsen, maar de onderliggende wereldbeelden. De klimaat- en milieuwetenschap, gedomineerd door liberale, linkse mensen, weten wel wat wat hen betreft te oplossing is: nú de CO2-productie terugdraaien, met wind- en zonne-energie (en liever geen kernenergie), anders gaan kwetsbare ecosystemen ten onder, gevolgd door allerlei andere milieuellende. Zo is klimaatwetenschap als vanzelfsprekend synoniem komen te staan met links beleid. Maar wie zegt dat we allemaal even begaan zijn met het lot van de koralen en de ijsberen?

Natuurlijk zijn er ook andere visies denkbaar. Zoals: kom maar op met de klimaatverandering, als de nood echt hoog wordt lost de industrie het wel op met innovatie en misschien ‘geo-engineering’ van het klimaat. Of: dat hele klimaatverhaal wordt zó gecontroleerd door linkse types, het zal als puntje bij paaltje komt vast wel meevallen. Of zelfs: ach, als de klimaatverandering echt rampen gaat geven zoals overstromingen en natuurgeweld, zijn wij in het westen rijk en sterk genoeg om onszelf te redden, en de rest zoekt het maar uit.

En ja, dat is cynisch en rechts – maar daarom niet per se minder waar of minder wetenschappelijk dan de zelfverzekerde ‘de aarde staat in brand en nú is het tijd voor actie’-retoriek die in het discours allesoverheersend is geworden.

Het klimaatdebat zou minder moeten gaan om het winnen van zieltjes, en meer om het klimaat. Wie de strijd om het klimaat écht wil winnen, heeft weinig aan gehakketak met nog indringender milieufolders en nog alarmerender cijfers. Veel meer heb je aan dialoog, en met verbredende, pragmatische ideeën komen die ook op rechts acceptabel zijn – zoals ‘ecomodernistische’ ideeën over grootschalige industriële zon- en kernenergie.

En als zo’n Rodgers zich dan weer eens laat ontvallen dat de wetenschap dit of de wetenschap dat, let dan op. Wat probeert hij op zo’n moment eigenlijk te zeggen?

Waarom u deze foto niet mag zien

2eb0fe7f-a540-4d9b-b5b4-a395818d8be6

DE MENSEN SCHROKKEN ervan, en het was natuurlijk ook best een griezelig gezicht. Een ‘verslangde’ muis, een proefmuis die genetisch zo is gemanipuleerd dat hij geen pootjes meer heeft. Brrr, zielig, softenon, als ik de reacties een beetje samenvat. Wat hebben die wetenschappers nou toch weer gedaan?

Het was dan ook niet de bedoeling dat u de foto te zien kreeg. De wetenschappers in kwestie – een Duits-Amerikaanse onderzoeksgroep – wilden hem desgevraagd niet in hoge resolutie beschikbaar stellen. Te onkies, gaven ze per e-mail aan. De mensen mochten eens denken. En de financiering van het onderzoek staken.

Een begrijpelijke angst. In 1997 raakte de biotechnologie ernstig van de leg, nadat er een foto opdook van een muis met een oor op zijn rug. Binnen een mum van tijd was het beeld iconisch geworden voor biotechnologie: getver, ze maken muizen waaruit mensenoren groeien! De foto zou de wetenschap nog jaren achtervolgen. (Het experiment zat trouwens anders.)

vacanti_mouse

Terwijl er toch minstens twee uitstekende redenen zijn om enge muizenfoto’s wél te publiceren. In vol ornaat, in volle glorie. Met gepaste trots.

Ten eerste: we hebben er recht op. Het is immers wél ‘van onze belastingcenten’, dat die wetenschappers daar hun muizen zitten te verbouwen. En bij academische openheid en transparantie hoort dat je ook de ongemakkelijke dingen laat zien. Niet alleen de directeur die een prijs uitreikt.

Belangrijker nog is reden nummer twee: zo’n rare muis roept direct de vraag op waarmee de wetenschap dan wél bezig is. En als iedereen dan toch met open mond zit te staren – een mooi moment om uit te leggen wat er eigenlijk aan de hand is.

Zelf deed ik dat op Twitter:

kniptwit

Zo verging het in 1997 in feite ook de oormuis. Wetenschappers reageerden geschrokken – dit wilden we helemaal niet laten zien! – maar intussen zorgde het diertje óók voor fascinatie. In één klap was duidelijk dat de wetenschap bezig was nieuw gebied te betreden. Of je dat nu leuk vindt of niet.

Als u nog ergens een enge muis heeft rondslingeren: probeer hem niet te verstoppen. Ja, mensen zullen erover vallen, erdoor geëmotioneerd raken, roepen dat u een Dr. Frankenstein bent die per direct door een woedende menigte met fakkels dient te worden verdreven uit uw horrorkasteel.

Maar misschien is dat wel het juiste moment om gewoon eens te vertellen wat u eigenlijk aan het doen bent.

 

 

Nee, u mag mijn hele tekst niet lezen

Het kan haast niet anders of de voorlichters hebben het laatst met elkaar afgesproken. In een paar weken tijd kreeg ik opeens van verschillende kanten hetzelfde verzoek: fijn dat u ons inzage geeft in de alinea’s waarin u ons citeert, maar mogen we ook de hele tekst inzien? Zodat we de context kennen waarin u ons citeert?

Welja. Ik heb het altijd al een rare gewoonte gevonden om voorafgaand aan een journalistieke publicatie wat dan ook te laten lezen aan derden. Een bizar wantrouwen, dat daaraan ten grondslag ligt: alsof wij journalisten maar wat zouden opschrijven, of te stom zijn om te begrijpen wat ons is verteld.

Maar nu de voorlichters en pr-bonzen het voor elkaar hebben dat de inzage vooraf een soort gewoonterecht is geworden, is het kennelijk tijd voor de volgende stap. Of u even de hele tekst kunt laten zien. Want er zou in de ‘context’ toch zomaar iets kunnen staan wat ons niet bevalt.

Zeker zeven uitstekende redenen zijn er om op zo’n moment te zeggen: sorry, maar tot hier en niet verder. Ik som ze hier nog eens op, als service en ter herinnering, van belangrijk naar onbelangrijk.

newspaper

1. Inzage van hele stukken schoffeert de lezer

Journalisten die hele artikelen ter inzage geven, schrijven niet meer in de eerste plaats voor hun lezers. In hun achterhoofd zijn ze, hoe subtiel ook, bezig met de geïnterviewde. Dat is immers degene met wie ze direct contact hebben, van wie ze straks reactie krijgen, die kwaad wordt als het stuk te kritisch is wellicht.

Dat kleurt de inhoud, want wie wil er nou gedonder? Het gevolg: brave, bedrijfsachtige te-vriend-houdjournalistiek – en de lezer die aan de zijlijn staat.

 

2. Inzage maakt lui

Die cijfers. Dat jaartal. Hoe je die naam ook alweer schrijft. Ach, wat maakt het uit: de geïnterviewde krijgt het toch nog ter inzage. Die verbetert het wel. Toch?

Ja, dank je de koekoek. Het is our goddamn job om de feiten op orde te hebben. Wie zijn (of haar) feitencontrole uitbesteedt aan geïnterviewden, maakt zich bovendien kwetsbaar voor inkleuring. Wordt zo’n getal opeens een iets gunstiger getal. Lui, lui, lui.

 

3. Inzage maakt kwetsbaar

Rámpen kunnen er gebeuren als je zomaar complete berichten over de schutting gooit. Het AMC presteerde het eens om een door Natuurwetenschap & Techniek ter inzage gegeven tekst te jatten en uit te brengen als persbericht. De farmacie flikte het om een reactie op een kritisch artikel over statines uit te brengen, nog vóórdat dat kritische artikel was verschenen: de eerste klap is een daalder waard.

Zo gaat dat voortdurend. Alles wat je ter inzage geeft, kan en zal tegen je gebruikt worden. Vroeg of laat. Doe-het-dus-niet.

 

4. Inzage is oneerlijk voor anderen

Mooi, zo’n inzage in de hele tekst. Kan de geïnterviewde meteen even zien wat andere geïnterviewden allemaal hebben gezegd.

Ja, hallo: díé hebben nog niet kunnen reageren. Misschien hebben ze zich wel onhandig uitgedrukt, of zijn ze verkeerd geciteerd (het kómt voor). Er kan informatie uitlekken die helemaal niet voor de buitenwereld was bedoeld. Daarmee bewijs je niemand een dienst.

 

5. Inzage zet de journalist buitenspel

Het omgekeerde gebeurt ook. In de regiojournalistiek (waar mijn wortels liggen) gebeurt het zelfs geregeld. Er is een conflict, een relletje, een onenigheid. Je schrijft erover, en geeft het stuk ter inzage. En dan? Dan bellen beide kampen elkaar toch maar eens op.

Verrek, ik lees hier dat jij ook met die journalist hebt gesproken. We moeten dit niet via de krant doen. Onze meningsverschillen mogen niet op straat komen.

En aan het eind van de dag kloppen de kibbelende partijen opeens gebroederlijk aan met één gezamenlijke reactie: we zijn het eens geworden hoor! U kunt uw stuk uit de krant laten.

Wég nieuws. Handig is de journalistiek buitenspel gezet. Want natuurlijk was (is?) het conflict er wel degelijk. Alleen krijgt de buitenwereld daar niets van te horen.

 

6. Van inzage komt gedoe

Altijd hetzelfde liedje. Je geeft de geïnterviewde inzage in het artikel – begint hij (zij) wéér over hoe oneens hij het is met de andere partij. Of erger, de geïnterviewde gaat zitten schrappen in de citaten van anderen. ‘Dit klopt niet!!!’, staat er dan opeens in de kantlijn, met drie uitroeptekens erbij.

Alsjeblieft zeg. Laat geïnterviewden zich lekker met hun eigen zaakjes bemoeien. Dat is al voorrecht genoeg.

7. Inzage geeft kopzorgen

En dan zijn er nog die honderd-een praktische nadelen. De geïnterviewde gaat zich verzetten tegen de koppen en intro’s die je per ongeluk mee stuurde. Je hebt snel een reactie nodig, en op een paar losse alinea’s is het sneller reageren dan op een heel artikel. Een concepttekst kan gaan rondzwerven onder mensen voor wie hij niet is bedoeld, en zelfs jaren later opeens weer opduiken.

newspaper

Als je het zo overziet, is er eigenlijk geen enkele goede reden waarom je wel hele teksten over de schutting zou willen mieteren. Het enige belang dat daarmee is gediend, is dat van de zender – het bedrijf, de universiteit, de instantie waarmee je te maken hebt. Die vergroot zo zijn controle over de journalistiek. Want wie de zendende partij voortdurend laat meekijken over zijn schouder, is allang niet meer onafhankelijk.

Terwijl het alternatief toch alleszins redelijk is: alleen inzage in datgene waarin de geïnterviewde ook echt aan bod komt, met natuurlijk genoeg context om het begrijpelijk te houden. Alleen de quotes, dat is te weinig. Maar het hele artikel? Kom, ik ben uw speechschrijver niet zeg.

Waarna je hartelijk lachend en vriendelijk groetend de hoorn met een mooie zwaai op de haak kunt gooien.

Afgesproken?

journa