Biotech = Godzilla?

(Deze column schreef ik voor het Volkskrant/KNAW/Nemo KennisCafé van oktober 2016, ‘Gentech in je eten’)

Beste mensen,

Zo half in de 20 zal ik zijn geweest toen ik voor het eerst hoorde van Freeman Dyson.

Dronken van jeugdige opstandigheid was ik destijds. ‘Biotech is Godzilla’ had ik gehoord van de Braziliaanse thrashmetalband Sepultura. En die konden het weten: ze kwamen uit een land waar Monsanto de armen uitwrong met Terminatorzaden, patenten op genen en gifthat melts your face’, om Sepultura te citeren.

En toen was daar Freeman Dyson. Een fijnzinnige theoretisch natuurkundige van de Princeton-universiteit die er warempel zelf een beetje uitzag alsof-ie genetisch was gemanipuleerd. Zoals we in de 20ste eeuw elektronen hebben getemd, schreef Dyson in allerlei essays die ik las en herlas, zo gaan we in de 21ste eeuw de genen temmen. Het leven zal versmelten met de technologie. En hij begon over kinderen die in de biologieles de meest fantastische levende wezens knutselden, en over hoe onze verre nakomelingen zichzelf genetisch zouden upgraden tot levende ruimteschepen.

Levend weefsel als bouwmateriaal, wat je dáár allemaal niet mee kunt! Je zou de wereld kunnen voeden met supersnel groeiende, extreem gezonde gewassen. Het klimaatprobleem oplossen door planten te ontwerpen die CO2 afvangen en diep onder de grond opslaan. De wereld van energie voorzien met zwarte planten die zonlicht omzetten in elektriciteit. De software van de natuur heeft al die fabelachtige plug-ins al in huis.

2.jpg
Freeman Dyson

Nog natter werd mijn biotechnologische droom met de komst van nieuwe, goedkope gentechnieken. De laatste jaren werd het voor het eerst mogelijk om aan biotech te doen zonder dat je er miljarden voor nodig hebt. Kunnen we eindelijk Godzilla Monsanto zijn monopolie uit de gierige klauwen slaan.

Er is eigenlijk maar één probleem: mijn oude makkers op links. Die willen niet. Ze komen op dit punt met allerlei bangmaakverhalen over hoe gevaarlijk gengewassen zijn, maar eigenlijk bedoelen ze iets heel anders: ze verlangen naar puurheid en eenvoud. Een ideaal dat teruggaat op de filosofie van Jean-Jacques Rousseau.

Wat natuurlijk is, is goddelijk en puur; en alles wat is aangeraakt door mensenhanden, dient te worden gewantrouwd – net als gentech. Een religieus sektarisme, dat zich doorgaans uit in onschuldige malloterieën met dolfijnen, gladde steentjes en gemekker over aura’s – maar dat hier opeens de vorm aanneemt van een algehele weigerachtigheid om ook maar één tengel uit te steken en iets te doen aan honger, armoede en milieuproblemen.

Monsanto is allang niet meer de enige Godzilla; Greenpeace en Friends of the Earth zijn hier de nieuwe multinationals die met leugen en intimidatie de dienst uitmaken.

Tijd voor een nieuwe opstand der agressieve langharigen, zou ik zo zeggen. Ik stel me een revolutie voor van bio-punkers, genetische hackers en achtertuin-anarchisten, die zelf de meest fantastische gewassen ontwerpen en online met elkaar delen: ultragezonde tomaat, supergroeiend fruit, groenten in allerlei modieuze vormen en kleuren.

Want wat was volgens Sepultura, die metalband uit de Braziliaanse sloppenwijk, ook alweer het beste antwoord op armoede en onderdrukking? Precies: je moest ze om de oren slaan met wetenschap:

‘Knowledge is the weapon against the hunger in the land.’

 

Advertisements

Schrijf gewoon eens géén persbericht!

‘MAAR WAAR LIGT nu de grens tussen nieuws en geen nieuws? Ik heb geprobeerd mijn onderzoek in het persbericht niet te hypen. Maar het probleem is natuurlijk dat dicht bij de feiten blijven toch minder catchy persberichten geeft.’

Het is zomaar een van de reacties van wetenschappers op een stuk dat ik dit weekeinde in de Volkskrant schreef. Van het wetenschapsnieuws in de media, betoogde ik daarin, blijkt een aanzienlijk deel bij nadere inspectie helemaal niet te kloppen. En een van de hoofdschuldigen is het persbericht, dat de vertaalslag maakt van wetenschap naar begrijpelijk bericht.

Daarin worden nuances en armslagen vaak weggelaten, bevindingen aangedikt, en wordt tegenbewijs soms zelfs weggepoetst. Waarna de media vaak zo’n zelfde oppoetsbeurt nog eens uitvoeren en er opeens iets staat wat nergens meer op slaat: vrouwen slapen langer dan mannen, van chocolade val je af, wie slecht kan rekenen heeft een moeder met een slecht werkende schildklier.

Openhartig

Terwijl er voor het dilemma van de wetenschapper – ‘maar als ik bij de feiten blijf wordt het zo saai!’ – toch een simpele uitkomst is. Een oplossing, die wetenschappers in hun goede bedoelingen om aan ‘outreach’ te doen soms over het hoofd zien.

Misschien is het gevondene gewoon geen nieuws.

Schitterend werd dat duidelijk in een van de gesprekken die leidde tot mijn artikel, met Karien Stronks en Anton Kunst, beiden hoogleraar aan het AMC, en auteurs van een door henzelf te zwaar aangezet onderzoek naar de vermeende gezondheidseffecten van het Vogelaarwijkenbeleid.

‘Eindeloos’ hadden ze gepraat over ‘de richting’ van het persbericht, vertelden ze me in een openhartig, uitgebreid gesprek. ‘Ook met onze partners, en verschillende maatschappelijke organisaties.’

Het punt was dat de onderzoekers slechts enkele heel voorzichtige aanwijzingen hadden gevonden dat het ‘krachtwijkenbeleid’ van minister Vogelaar de bewoners van achterstandswijken gezonder had gemaakt. Er waren ook aanwijzingen dat het beleid níét had geholpen. En wat de onderzoekers hadden gevonden, kon eigenlijk ook gewoon toeval zijn, noteerden ze in een vakartikel.

Nuances weg

Maar in het persbericht werd dat: ‘Achterstandswijken gezonder door krachtwijkenbeleid’ en waren alle bedenkingen verschrompeld tot een korte zin helemaal onderaan de laatste paragraaf: ‘Veel andere problemen verbeterden echter niet.’

Stronks: ‘Als ik het zelf zou schrijven, zou ik schrijven dat mensen in de krachtwijken er op sommige aspecten op vooruit zijn gegaan in hun gezondheid. Maar de nuanceringen die ik aanbreng als onderzoeker worden vaak door de journalist weer weggehaald.’

Dus daar zaten ze. Met hun wankele resultaten. Stronks gaf een haast ontwapenend eerlijk kijkje wat er dan omgaat in het hoofd van de wetenschapper die het gevoel heeft dat er aan ‘outreach’ moet worden gedaan:

‘Wij dachten over dat persbericht: wat is nou de kop die erboven moet? Moet je dan zeggen: no evidence for an effect? Of moet je zeggen: ze zijn gezonder geworden? De kop: ‘op sommige aspecten zijn ze gezonder geworden’, die willen jullie niet. Daar hebben we lang over gesproken. We hadden ook verschillende kampen.’

De meest logische conclusie kwam kennelijk niet bij de onderzoekers op: misschien was er gewoon wel geen nieuws. Of althans: geen kraakhelder, eenduidig nieuws dat per persbericht de wereld in geschoten dient te worden. (verder onder foto)

vogelaar

Een Vogelaarwijk

Verontrustend monster

Het merkwaardige is dat die slotsom voor de hand lag – hij ligt besloten in die opmerking, ‘de kop ‘op sommige aspecten gezonder’, die willen jullie niet.’ Inderdaad, zo’n kop haalt de krant niet. En dus moet de waarheid worden getweakt, om de krant dan maar wél te halen?

Het nieuws mooier maken dan het is, om in godsvredesnaam de media te halen; mij lijkt het de wereld op zijn kop. Maar ik kan me de druk voorstellen: zo beschikken alle universiteiten tegenwoordig over ‘communicatieprofessionals’ die de wetenschapper achter de broek aan zitten om eens naar buiten te treden, en moet je bij het indienen van onderzoeksvoorstellen vaak al aangeven hoe je aan ‘outreach’ denkt te gaan doen.

Een systeem dat wel problemen móét geven, niet in de laatste plaats voor de geloofwaardigheid van de wetenschap zelf.

Iets zegt me dat onze beleidsmakers een verontrustend monster hebben gecreëerd, met al die nadruk op wetenschappelijk concurreren, opvallen, scoren en verkopen en voor het voetlicht brengen van je onderzoek.