Hey, Jesse Klaver, ben je soms klimaatontkenner?

GROENLINKS-VOORMAN JESSE KLAVER hoefde er welgeteld één dag over na te denken. Kernenergie? No way, wat hem betreft, zo stelde hij in een achtknaller op Twitter. Dat was amper een etmaal nadat Arjen Lubach op Zondag zijn nek uitstak en het opnam voor de omstreden energiewinning uit atoomsplitsing, en VVD’er Klaas Dijkhoff er meteen maar een nucleair proefballonnetje achteraan stuurde.

Terecht, om zo je twijfels te hebben bij kernenergie. Lubach mag dan gelijk hebben dat kernenergie relatief veilig is – het hoeft maar één keer écht mis te gaan en de poppen zijn aan het dansen. En Lubach heeft wel gelijk dat kernenergie een CO2-vrije, stabiele en goedkope manier van energie-opwekking is, hij stapt wel erg makkelijk heen over de nadelen. Zoals dat het tijd kost (en klauwen vol geld) om kerncentrales te bouwen en dat de winning van grondstoffen vaak problematisch is. Plus dat voorstanders de neiging hebben om de mooie kanten van nieuwe technieken, zoals kernfusie, zwaar te overdrijven.

Maar op zijn beurt lijkt ook Jesse Klaver iets te vergeten: de wetenschappelijke consensus.

In zijn tussenrapport van vorige maand becijfert het VN-klimaatpanel het IPCC wat er precies nodig is om de internationale klimaatdoelstelling te halen, van 1,5 graad opwarming, en zeker niet meer dan 2 graden. En in al die vingeroefeningen gaat de hoeveelheid kernenergie flink omhoog, omdat China, Rusland en India nog heel wat centrales willen bouwen.

Zo gaat zelfs in het meest ‘groene’ scenario de hoeveelheid kernenergie met 59 procent omhoog in 2030, en met 150 procent in 2050. In de minst strenge scenario’s, waarbij we de 1,5 graad tijdelijk overschrijden, vervijfvoudigt de kernenergie zelfs. Vervijfvoudigt!

Hier, kijk zelf even naar de cijfers (van links naar rechts staan de vier scenario’s, van streng naar minder hard):

nuclear

Interessant is dat die informatie een beetje verstopt staat in het rapport, en niet voorkomt in het persbericht. Kennelijk voelt het IPCC de bui ook wel hangen: shit, we zijn voor ons draagvlak afhankelijk van Groenen en Linksen, en daar is kernenergie hartstikke taboe.

Maar hee, Jesse Klaver, klimaatwetenschapontkenner! Met zo’n njet tegen kernenergie ligt het vrij simpel: we halen die doelstelling niet.

Welles!, zeggen de Jesse Klavers op dit punt altijd. We moeten en zullen de CO2-uitstoot in 2030 met 49 procent hebben verminderd, via het klimaatakkoord en met windmolens en zonnecellen.

Maar het venijn zit in dat ‘we’. Klaver denkt daarbij, lekker pastoraal, aan Nederland. Terwijl de klimaatdoelstellingen internationaal zijn. Al stoot Nederland vanaf vandaag geen molecuul CO2 meer uit, voor onze internationale klimaatafspraken maakt dat vreemd genoeg niet uit. Daarvoor kijkt men namelijk niet naar de besparing van Nederland – maar naar die van Europa.

Daar zit Klavers denkfout. Bij ‘vijf keer meer kernenergie’ ziet hij er, bij wijze van spreken, al vijf kerncentrales à la Dodewaard of Doel bij bouwen in ons toch al krap bemeten land. Terwijl het er natuurlijk om gaat dat Nederland als de sodemieter kernstroom moet gaan aanmoedigen – die vervolgens wordt opgewekt in Frankrijk of Oost-Europa. Waarna de markt zijn werk doet en er wellicht ergens in Europa iemand op het idee komt om er kerncentrales bij te bouwen.

Ik ben persoonlijk helemaal niet zo’n voorstander van kernenergie, voordat u dat nou denkt. Maar in een klimaatrealiteit waar de VVD’er zijn geliefde auto duurder ziet worden, de CDA’er zijn lapje vlees moet verruilen voor een tofuburger en de PvdA’er huurders moet lastigvallen met klimaattoeslagen, mag ook milieuminnend links best wat water bij de ideologische wijn doen.

Voorlopig weten we één ding zeker: met de koers van GroenLinks, de Groenen, Greenpeace en nog zowat wat begint met ‘Gr’ houden we de opwarming van de aarde niet onder de 2 graden, en zeker niet onder de 1,5 graad.

Dat is geen politiek of moreel oordeel – maar gewoon de wetenschappelijke consensus.

 

Advertisements

Waar zijn de vrouwelijke Kamerleden gebleven?

‘HET KOMT ALLEMAAL doordat de politiek een ruk naar rechts heeft gemaakt’, mopperde een feministische vrouw die ik dit weekeinde toevallig sprak. ‘Rechtse partijen hebben immers minder vrouwen op hun kieslijst. Dus komen er nu minder in de Tweede Kamer.’

We hadden het, uiteraard, over het maffe verschijnsel dat er straks opeens wel érg weinig vrouwen in de Tweede Kamer zitten. Momenteel is nog 40 procent van de Kamerleden vrouw; straks is dat nog maar een derde. Omgerekend zijn dat er trouwens maar 8 minder, maar toch, je zult de dames op bezoek krijgen, het is een huiskamer vol.

En nu dus een ruk naar rechts. Zou dat echt de reden zijn? Ik had zin om het toch eens uit te excellen.

Eerst maar eens de kieslijsten erbij. Ja, het is waar: de progressieve partijen hebben, door de bank genomen, meer vrouwelijke kandidaten op hun lijst staan dan de conservatieve partijen – en de linkse meer dan de rechtse. Volgens een bijna voorspelbaar patroon: de Partij van de Dieren, GroenLinks en de PvdA hebben de meeste vrouwen op hun kieslijst; de minste vrouwen vind je bij Forum voor Democratie, PVV, CDA en VVD. (De principieel vrouwloze SGP noem ik dan nog niet eens).

Vrouwen en rechts, dat zit niet lekker. Je ziet het meteen als je de partijen ordent van links naar rechts en van progressief naar conservatief, en er een lijntje doorheen trekt:

vrouwen1
Partijen geordend volgens de indeling van de politieke ruimte in links-rechts en progressief-conservatief, van André Krouwel.

Maar aan de andere kant: zou ‘meer rechts’ nou het enige zijn dat die acht verdwenen vrouwen verklaart?

Laten we voor de grap eens doen alsof er helemaal geen ruk naar rechts is geweest. En alsof de verkiezingsuitslag precies hetzelfde was als in 2012 – maar dan met de kieslijsten van 2017. De PvdA zou op 38 zetels blijven, VVD op 41, de PVV op 15 en zelfs wonderboy Jesse Klaver zou gewoon op 4 zetels blijven staan.

Wat zou dat betekenen voor het aantal vrouwen in de Kamer? Je gelooft je ogen niet: ook in ons nepparlement van 2017 neemt het aantal dames af: van 60 naar 56.

Dat zijn er nog maar vier, maar toch is het raar, te meer als je bedenkt dat het aantal vrouwelijke parlementsleden door de jaren heen geleidelijk toeneemt (volgens de formule y = 1,2593x – 2468,1, om precies te zijn). En volgens die trend hadden we in 2017 in theorie toch onderhand moeten doorstijgen naar 72 vrouwen:

vrouwen2
Toename van het aantal vrouwen in de Tweede Kamer, sinds 1970. De rondjes zijn verkiezingsuitslagen, de lijn is de trend. Cijfers: Parlement en politiek.

Dus ook zonder ruk naar rechts loopt de Kamer maar liefst 16 vrouwen ‘achter’. Er is een hele SP-fractie van vrouwen zoek, zou je kunnen zeggen. En de ruk naar rechts heeft dat dit jaar nog wat verergerd, terwijl de man-vrouwgelijkheid in het parlement zo onderhand haast een feit had moeten zijn.

Ik heb trouwens wel een paar ideetjes waarom dat zo zou kunnen zijn – maar daar ga ik eerst nog eens op puzzelen.

vrouwen3

Wie heeft de langste, Jesse of Emile?

HET IS EEN klassiek trucje om grafieken extra dramatisch te laten lijken – en behalve GroenLinks, die ik er al eerder op betrapte, maakt nu ook de SP ervan gebruik. De truc? Laat bij een grafiek de rechtopstaande y-as niet beginnen bij nul, maar hoger. Toe- en afnames lijken dan opeens veel dramatischer: een rustig stijgende huur verandert in een ijzingwekkend stijgende lijn, een geleidelijke daling van het aantal vaste contracten lijkt wel een achtbaan.

Kijk maar:

groenlinks1

sp1

Gelukkig leerde ik deze week een leuke manier om zo’n grafiek te ontmaskeren, van Ionica Smeets, die het weer had van wiskundige Hans Wisbrun, die het op zijn beurt weer had van de New York Times. Want trek die y-as maar eens door naar beneden, naar de nul. Dan zie je veel beter hoe het nu écht zit.

Het voorbeeld van Ionica ging over een dubieuze grafiek van Donald Trump; maar wat ze in Amerika kunnen, kunnen we hier natuurlijk ook. Dus besloot ik die grafieken van de SP en GroenLinks zelf door te trekken.

De SP-grafiek met de stijgende huren ziet er dan opeens zó uit:

sp_bewerkt

En het dalend aantal vaste contracten van GroenLinks? Die zien er aangevuld zó uit:

groenlinks_bewerkt.jpg

Maar dát is leuk! En het smaakt naar meer. Want wie van de twee partijen zou de kluit het meest belazeren? Even tekenen, even rekenen. De grafiek van de SP bestrijkt 150 euro (de y-as loopt van 400 tot 550 euro); die van GroenLinks begint bij 61 en loopt tot 74. Zo kun je de grafieken leuk met elkaar vergelijken, om te zien welke partij het meeste verborgen houdt onder zijn x-as:

vergelijking

Voeg hier uw grappen in over neuslengtes voorsprong en wie van de heren lijsttrekker de langste heeft; dan maak ik nog even een tekeningetje:

pinokkio2

En nee, die neuzen zijn niet op schaal (zo handig ben ik namelijk niet met Photoshop).

O, en mocht u in de verkiezingskoorts nog andere rare grafieken zien, laat u het me even weten?