Wijst ‘praten tegen je schoen’ op naderend einde?

WIJN DRINKEN IS normaal geworden. Grote afstanden worden in korte tijd afgelegd. Mensen zullen hoge gebouwen bouwen, tot diep in de nacht zal men dansen, maar elkaar op straat groeten doet men nauwelijks meer. Mannen zullen op vrouwen lijken en vrouwen op mannen. De mensen zullen praten in iets wat lijkt op een schoen.

Niet vreemd dat nogal wat moslims geloven dat het einde der tijden nabij is. Want de verschijnselen hierboven zijn heuse tekenen van het naderende einde, althans volgens oude islamitische geschriften. Kleine tekenen, zoals ze officieel heten, maar toch: voortekenen. Dat het einde der tijden nabij is. En geef toe, ze komen best herkenbaar over.

Hoe springlevend het eindtijdgeloof onder sommige moslims is, werd me duidelijk toen ik voor radiostation FunX werd geïnterviewd vanwege een artikel over eindtijddenken dat ik schreef voor de Volkskrant. Prompt kreeg het programma allerlei reacties van moslimluisteraars. Wisten ze daar bij FunX wel dat de apocalyptische signalen zich  opstapelen? Eén luisteraar belde en werd kwaad: die eindtijd volgens de islam, dat is niets om lacherig over te doen.

302ac0cdc9972ed246cf818dfd7ca3ef
Moslim checkt haar schoen.

En er was dus dat rare voorteken van dat praten tegen je schoen. Een schoen? Verhip, dat doet toch wel sterk denken aan een mobieltje. Geïntrigeerd besloot ik toch eens op zoek te gaan. Zou het echt op die manier in de Koran staan?

De zoektocht leidde naar iets anders: een hadiet, een overgeleverde handeling of uitspraak van de Profeet. In de islam vormen die overleveringen, verzameld door vroege volgelingen van de Profeet, een zeer belangrijke aanvulling op de Koran zelf. Een beetje vergelijkbaar met de getuigenissen van de apostelen in het christendom, eigenlijk.

Het schoenverhaal blijkt terug te gaan op hadiet nummer 2181, uit de verzameling van Aboe Said el-Khoedri, destijds een jonge volgeling van de Profeet. En met die schoen zit het ietsje anders, blijkt als je de oorspronkelijke tekst erbij pakt:

Bij de Ene in wiens hand mijn ziel rust! Het uur zal niet aanbreken totdat roofdieren tegen de mensen spreken en tot de punt van ‘s mans zweep en de bandjes van zijn sandalen tot hem spreken, en zijn dij hem vertelt wat er met zijn achtergebleven familie gebeurt.

Daarmee kun je alle kanten op, je moet het wel erg ruim interpreteren om hierin mobieltjes te herkennen. Eerder lijkt de Profeet te zeggen: mensen, rustig maar, het einde is nog lang niet nabij. Pas met sint juttemis is het zo ver, en als de dag nadert kun je hem niet missen, er gebeuren dan écht heel weirde dingen.

Zoals iedere goede profetie, zijn de voortekenen van de islamitische traditie zó geformuleerd dat je er alle kanten mee op kunt. Buiten de griezelig herkenbare over wijn drinken, flats bouwen en dansen, zitten er ook heel rare tussen. Zo moet de zon opkomen in het westen, zullen er overal meteorieten vallen en groeien de sekseverhoudingen dramatisch scheef: er zullen 50 keer meer vrouwen zijn dan mannen.

Om nog te zwijgen van die roofdieren die tegen de mensen beginnen te praten. Of zou mijn miauwende kat soms ook tellen?

kat
Poes miauwt apocalyptisch.
Advertisements

Biotech = Godzilla?

(Deze column schreef ik voor het Volkskrant/KNAW/Nemo KennisCafé van oktober 2016, ‘Gentech in je eten’)

Beste mensen,

Zo half in de 20 zal ik zijn geweest toen ik voor het eerst hoorde van Freeman Dyson.

Dronken van jeugdige opstandigheid was ik destijds. ‘Biotech is Godzilla’ had ik gehoord van de Braziliaanse thrashmetalband Sepultura. En die konden het weten: ze kwamen uit een land waar Monsanto de armen uitwrong met Terminatorzaden, patenten op genen en gifthat melts your face’, om Sepultura te citeren.

En toen was daar Freeman Dyson. Een fijnzinnige theoretisch natuurkundige van de Princeton-universiteit die er warempel zelf een beetje uitzag alsof-ie genetisch was gemanipuleerd. Zoals we in de 20ste eeuw elektronen hebben getemd, schreef Dyson in allerlei essays die ik las en herlas, zo gaan we in de 21ste eeuw de genen temmen. Het leven zal versmelten met de technologie. En hij begon over kinderen die in de biologieles de meest fantastische levende wezens knutselden, en over hoe onze verre nakomelingen zichzelf genetisch zouden upgraden tot levende ruimteschepen.

Levend weefsel als bouwmateriaal, wat je dáár allemaal niet mee kunt! Je zou de wereld kunnen voeden met supersnel groeiende, extreem gezonde gewassen. Het klimaatprobleem oplossen door planten te ontwerpen die CO2 afvangen en diep onder de grond opslaan. De wereld van energie voorzien met zwarte planten die zonlicht omzetten in elektriciteit. De software van de natuur heeft al die fabelachtige plug-ins al in huis.

2.jpg
Freeman Dyson

Nog natter werd mijn biotechnologische droom met de komst van nieuwe, goedkope gentechnieken. De laatste jaren werd het voor het eerst mogelijk om aan biotech te doen zonder dat je er miljarden voor nodig hebt. Kunnen we eindelijk Godzilla Monsanto zijn monopolie uit de gierige klauwen slaan.

Er is eigenlijk maar één probleem: mijn oude makkers op links. Die willen niet. Ze komen op dit punt met allerlei bangmaakverhalen over hoe gevaarlijk gengewassen zijn, maar eigenlijk bedoelen ze iets heel anders: ze verlangen naar puurheid en eenvoud. Een ideaal dat teruggaat op de filosofie van Jean-Jacques Rousseau.

Wat natuurlijk is, is goddelijk en puur; en alles wat is aangeraakt door mensenhanden, dient te worden gewantrouwd – net als gentech. Een religieus sektarisme, dat zich doorgaans uit in onschuldige malloterieën met dolfijnen, gladde steentjes en gemekker over aura’s – maar dat hier opeens de vorm aanneemt van een algehele weigerachtigheid om ook maar één tengel uit te steken en iets te doen aan honger, armoede en milieuproblemen.

Monsanto is allang niet meer de enige Godzilla; Greenpeace en Friends of the Earth zijn hier de nieuwe multinationals die met leugen en intimidatie de dienst uitmaken.

Tijd voor een nieuwe opstand der agressieve langharigen, zou ik zo zeggen. Ik stel me een revolutie voor van bio-punkers, genetische hackers en achtertuin-anarchisten, die zelf de meest fantastische gewassen ontwerpen en online met elkaar delen: ultragezonde tomaat, supergroeiend fruit, groenten in allerlei modieuze vormen en kleuren.

Want wat was volgens Sepultura, die metalband uit de Braziliaanse sloppenwijk, ook alweer het beste antwoord op armoede en onderdrukking? Precies: je moest ze om de oren slaan met wetenschap:

‘Knowledge is the weapon against the hunger in the land.’

 

Wetenschap als vrijbrief om lekker te lullen over God, zijn daar geen wetten tegen?

GRASDUINEND DOOR DE database voor filosofische publicaties PhilPapers kwam ik een interessante studie tegen: een nog niet gepubliceerd onderzoek naar wat voor opvattingen filosofen er eigenlijk op nahouden (PDF).

Ik was in de database beland door een discussie met enkele wijsgeren van de VU, die beweren dat er in de filosofie een ‘springlevend’ debat gaande is over de vraag of God bestaat. Ik denk van niet, zij van wel – enfin, u leest het hier.

Maar daardoorheen speelt iets anders. Iets dat me vaker opvalt als het om godsdienstfilosofen gaat (en vooral die van de VU): hun gelovigheid. Niet in Allah of Shiva, maar in de god van de christenen.

Ziedaar de peiling die David Bouget en de vooraanstaande bewustzijnsfilosoof David Chalmers uitvoerden onder 3226 (internationale) filosofen.

David Chalmers: meeste filosofen atheïstisch.
David Chalmers: meeste filosofen atheïstisch.

Slechts 11 procent van hen blijkt in God te geloven. Dat staat haaks op de bewering van de VU-filosofen dat God aan de winnende hand is in de filosofie, is aanzienlijk minder dan in de algemene populatie en zelfs minder dan onder de meeste andere wetenschappers. Een atheïstisch volkje, die filosofen.

Alle filosofen? Nee: in één tak van de filosofie houdt het deïsme dapper stand. Dat is de godsdienstfilosofie, blijkt uit het onderzoek. Daar gelooft liefst vier van de vijf onderzoekers.

Filosofen die in God geloven terwijl ze het geloof daarin zouden moeten bestuderen, ik vind het maar raar. Kán dat wel? Ik dacht altijd dat wetenschap waardenvrij hoorde te zijn en objectiveerbaar, of dat in elk geval zou moeten nastreven. Zoals het in de boekjes staat (in dit geval de Stanford Encyclopaedia of Philosophy):

Wetenschappelijke objectiviteit is een eigenschap van wetenschappelijke aanspraken, methodes en uitkomsten. Het geeft uitdrukking aan het idee dat de claims, methodes en resultaten van de wetenschap niet mogen worden beïnvloed door particuliere perspectieven, waarden, voorkeuren van gemeenschappen of persoonlijke belangen, om enkele relevante factoren te benoemen.

Maar hier hebben we wetenschappers die bijna van de daken schreeuwen dat hún god – die van de bijbel – lekker tóch bestaat. En die erop uit lijken om dat te bewijzen ook.

De wetenschap als dekmantel om zieltjes te winnen, is dat al snel. ‘Niet iets maar iemand, rationele argumenten voor het bestaan van God’, luidt bijvoorbeeld een boektitel die VU-filosofen Jeroen de Ridder en Emanuel Rutten in petto hebben. Dat zit dicht tegen de ouderwetse geloofsbelijdenis; de strekking laat in elk geval weinig aan de verbeelding over.

Of neem Rutten, openlijk ‘christelijk wetenschapper’, gepromoveerd op een heus ‘godsbewijs’ en die vorig jaar nog hardop zei dat ‘de meeste historici het erover eens zijn dat Jezus heeft geleefd, gekruisigd is, dat Zijn graf leeg was, en dat de discipelen meenden Hem te hebben ontmoet na zijn dood.’

Screenshot uit het Reformatorisch Dagblad. Iets te enthousiast?
Screenshot uit het Reformatorisch Dagblad. Maar is het nog wetenschap?

Is het denkbaar dat zo iemand een onderzoeksresultaat vindt dat níét strookt met zijn geloof? We hebben hier een meneer die in interviews aangeeft dat hij ‘bevangen is door het christendom’ en dat dat ‘geen rationele gedachte is’.

Hoe serieus moeten we het dan nemen als dr.ir. G.J.E. Rutten van de Vrije Universiteit Amsterdam het filosofisch discours samenvat met: ‘Alles wijst naar God’?

Bedenk dat het hier niet gaat om wetenschappers die een particuliere geloofsopvatting hebben naast hun werk – niks mis daarmee – nee, hun privé-opvatting ís hun werk geworden, en ze onderzoeken en onderwijzen vaak nog van gemeenschapsgeld ook (hadden we geen scheiding tussen kerk en staat?).

Hebben wetenschappers zich niet te houden aan een of ander objectief kader, zodat ook u en ik kunnen controleren of het echt wel zo is dat ‘de meeste historici’ geloven in Jezus’ lege graf, of dat de meeste filosofen inderdaad aanvaarden dat het atheïsme ‘overtuigend is weerlegd’?

Wetenschap als vrijbrief om lekker wat te lullen over God – zijn daar eigenlijk geen wetten tegen? Of beter nog: hoort zo’n vak zichzelf niet te beschermen, een controle tegen al te enthousiaste gelovigen, zodat de objectieve onderzoekers (die er ongetwijfeld ook volop zijn) geen last van ze hebben?

Ik zal de halve wereld wel weer over mij heen krijgen, en vooral zal ik wel iets niet goed hebben begrepen. Maar hoe zit het dan wel? Helpt u het mij en de lezers van dit blog even begrijpen?

Vooruit: de reactieruimte hieronder is voor u.

 

(Revisies: 4/1/15 11:27: kop veranderd.)

Kamervragen

Beste Jaco Geurts en Michel Rog,

Deze week heeft u, oplettende kamerleden als u bent, namens uw partij het CDA kamervragen gesteld  over het havo-examen Nederlands. Maar eerlijk gezegd heb ik, als oplettende burger, ook een paar vragen aan u. Continue reading “Kamervragen”

Gun Christenwetenschappers hun persoonlijke vrijheid om iets anders te gaan doen

In een open brief (PDF) breken 27 Christelijke wetenschappers vandaag een lans voor hun vrijheid van meningsuiting. In een open brief terug breekt Maarten Keulemans een lans voor de zijne. Continue reading “Gun Christenwetenschappers hun persoonlijke vrijheid om iets anders te gaan doen”