Vijf fijne feitenvideo’s

HET PODCASTPROGRAMMA Onder Mediadoctoren wilde me interviewen, over hoe het is om video’s te maken bij de Volkskrant, en dus leek het me aardig om de balans eens op te maken. Welke van onze factcheckvideo’s zijn de beste?

Kijkcijfers zijn daarvoor niet de beste maat. Op Facebook, ons belangrijkste platform voor de video’s, lopen de kijkcijfers van de feitenvideo’s nogal uiteen – van 10 duizend tot, jawel, 1,9 miljoen views. Ook zonder die uitschieter (want dat was het) wisselt het aantal views sterk: gemiddeld 35 duizend views, maar met een standaardafwijking van 25 duizend, om het precies te zeggen.

Daarom kijk ik, als een volleerd sociale-media-goeroe, liever naar het aantal interacties. Hoe vaak werd een video per duizend views door kijkers geliked en gedeeld? Dat levert deze top-vijf op van onze, ik durf wel te zeggen, door de bezoeker meest gewaardeerde video’s:

Op 5: Wonen er echt tienduizend illegale asielzoekers in Amsterdam?

Op 4: Is Nederland probleem-drinkland nummer drie van de wereld?

Op 3: Zijn er in ons land meer fundamentalistische Christenen dan moslims?

Op 2: Is deze ijsbeer echt slachtoffer van klimaatverandering?

Op 1: Hoe zit dat nou met dat lagere zwarte IQ?

Leuk en motiverend, dat onze video’s zo goed worden bekeken en gewaardeerd. En veelzeggend natuurlijk, dat de best gewaardeerde video’s allemaal gaan over maatschappelijke thema’s.

We blijven vrolijk doorgaan!

(Ons vaste team bestaat uit: Rizky (coördinatie, montage, camera), Robin (camera, montage), Ronald, Tomas, Enith, Jennie (research), Myrthe (animatie), ikzelf (research, scripts, presentatie).)

Advertisements

Is ‘valse balans’ niet gewoon een trucje om kritiek te smoren?

DAAR WAS HET verwijt weer, in het kabaal rond de omstreden klimaattweet van Thierry Baudet deze keer. ‘Jullie creëren een valse balans!’, klonk het in koor nadat de Volkskrant een brief plaatste waarin wetenschapsjournalist Simon Rozendaal betoogt dat Baudet helemaal zo’n ongelijk nog niet heeft. ‘Schandalig!’

Valse balans, ‘false balance’ voor degenen die het wat deftiger willen laten klinken. Betekent zoiets als: een wetenschappelijk vaststaand feit in twijfel trekken, door er een minderheidsstem tegenover te stellen. Alsof die even belangrijk zouden zijn. Bij voordrachten illustreer ik het altijd met dit plaatje:

Afbeelding1

 

Inderdaad, soms valsbalanceert het uit de hand. Jeroen Pauw moest vorig jaar openlijk excuses aanbieden, nadat hij in een uitzending over vaccins een gewone arts tegenover drie vaccin-ontkennende dwaallichtjes uit het sprookjesbos had gezet. En in een open brief klaagden ruim honderd Nobelprijswinnaars dat journalisten bij berichten over genetisch gemodificeerde gewassen altijd weer de onwetenschappelijke onzin van de anti-gmo-activisten van stal halen dat gengewassen kankerverwekkend zouden zijn.

Jammer alleen dat ‘valse balans’ soms ook wordt gebruikt als trucje om tegenstanders het zwijgen op te leggen. Vooral klimaatactivisten hebben hiervan een handje. Toen ik onlangs in een uitgebreid stand-van-zakenartikel over het klimaat ook de kritische klimaatpublicist Marcel Crok kort aan het woord liet, joelden vanaf de publieke tribune prompt de blauwe twittervogeltjes: false balance, weg ermee!

Dat is natuurlijk inflatie van de valse balans. In een radioreportage op NPO1 over Monsanto’s landbouwgif ‘Roundup’ verzuimde men te vermelden dat er net een grote, onafhankelijke studie is verschenen die aantoont dat het gehate gif bij de mens géén verhoogd kankerrisico geeft. Het zou maar een ‘valse balans’ geven om zo’n ontlastend onderzoek te noemen, was het onthutsende antwoord toen ik een van de journalisten ermee confronteerde.

valsebalans

Zo ontstaat een ideologische dictatuur, een meningenkalifaat waarin alleen de heersende partijlijn mag worden uitgedragen. Het debat over het klimaat wordt verpest, niet alleen door roeptoeters als Thierry Baudet, maar net zo goed door betweters aan het andere uiterste die bij iedere tegenspraak ‘klimaatscepticus!’ beginnen te roepen en daarbij inhoudelijk redelijk goed geïnformeerde critici als Rozendaal, Crok of de Delftse hoogleraar geologie Salomon Kroonenberg het spreekrecht willen benemen. Dat werkt averechts en kan de scepsis juist voeden: welke sinistere klimaatlobby is hier eigenlijk aan het werk?

De zwijgende meerderheid van klimaatwetenschappers, zo is mijn ervaring, benoemt in interviews gewoon de onzekerheden. Daags na de herrie rond Baudet postte de Tilburgse hoogleraar Reyer Gerlagh een uitstekende, genuanceerde uitleg waar Baudet gelijk heeft en waar niet; en bij Jinek zette weerman Peter Kuipers Munneke kalm en helder uiteen dat de polen harder opwarmen. Een verademing tussen de bittere beschietingen over en weer tussen ‘klimaatsceptici’ en ‘klimaatalarmisten’, zoals de kampen elkaar noemen.

Intussen is er in de klimaatkwestie zelf best ruimte voor discussie. Vast staat dat het klimaat opwarmt en dat broeikasgassen van de mens daar de hand in hebben: een uitgangspunt dat ook critici als Rozendaal, Crok en Baudet volledig onderschrijven. Maar een stuk minder duidelijk is hoe snel dat precies gaat en wat de gevolgen zijn – laat staan welke maatregelen we de komende decennia moeten nemen.

13513-200

Natuurlijk zou het absurd zijn om bij ieder bericht over klimaatverandering een ‘ontkenner’ op te trommelen, net zoals het idioot is om bij nieuws over evolutie een creationist te bellen of bij economisch nieuws de waarzegger te raadplegen. Dat gebeurt dan ook niet. Maar valse balans mag nooit ontaarden in een heksenwaag, een instrument om ook ‘gewone’ onwelgevallige standpunten te verketteren: verboden kennis!

Zo lang die andersdenkenden maar integer zijn, een zekere autoriteit hebben zodat ze aansprakelijk zijn op hun mening, en voortbouwen op dezelfde feitenbasis als iedereen: wie wil beweren dat klimaatopwarming een complot is uit China, doet dat maar lekker bij dagblad De Kabouterbode. En, de andere voorwaarde, zo lang maar duidelijk is dat het gaat om een minderheidsstandpunt of persoonlijke mening, géén evenwichtig enerzijds-anderzijds.

trumop

Op dit moment noemt maar 2 procent van de Nederlanders het klimaat spontaan als maatschappelijk probleem, en met domheid of gebrek aan informatie heeft dat niets te maken. Wel met ideologie: er zijn nu eenmaal ook mensen die níét ’s nachts wakker liggen om de koralen bij Australië. Of die erop vertrouwen dat als de nood écht aan de man is, we ons wel een weg uit de crisis MacGyveren. Dat mag. Bij de hoogoplopende discussies over het klimaat gaat het doorgaans niet om wetenschap, maar om de achterliggende ideologieën en wereldbeelden.

Fanatieke klimaatbezorgden moeten toch eens leren dat je mensen niet overtuigt met nóg meer cijfers of nog onheilspellender toekomstbeelden – daarmee bereik je vooral de al bekeerden. Ook omerta’s en banvloeken hebben de kennistoename nooit erg  geholpen. Open discussie daarentegen scherpt het inzicht, dwingt tot nadenken en het opfrissen van oude kennis, en genereert nieuwe ideeën.

Het zou zomaar kunnen dat ongeïnformeerde meelezers niet prompt worden vergiftigd met een of andere boosaardige dwaalleer, zoals de vals-balansroepers schijnen te denken – maar dat ze er wijzer van worden.

 

 

 

scp

Waar zijn de vrouwelijke Kamerleden gebleven?

‘HET KOMT ALLEMAAL doordat de politiek een ruk naar rechts heeft gemaakt’, mopperde een feministische vrouw die ik dit weekeinde toevallig sprak. ‘Rechtse partijen hebben immers minder vrouwen op hun kieslijst. Dus komen er nu minder in de Tweede Kamer.’

We hadden het, uiteraard, over het maffe verschijnsel dat er straks opeens wel érg weinig vrouwen in de Tweede Kamer zitten. Momenteel is nog 40 procent van de Kamerleden vrouw; straks is dat nog maar een derde. Omgerekend zijn dat er trouwens maar 8 minder, maar toch, je zult de dames op bezoek krijgen, het is een huiskamer vol.

En nu dus een ruk naar rechts. Zou dat echt de reden zijn? Ik had zin om het toch eens uit te excellen.

Eerst maar eens de kieslijsten erbij. Ja, het is waar: de progressieve partijen hebben, door de bank genomen, meer vrouwelijke kandidaten op hun lijst staan dan de conservatieve partijen – en de linkse meer dan de rechtse. Volgens een bijna voorspelbaar patroon: de Partij van de Dieren, GroenLinks en de PvdA hebben de meeste vrouwen op hun kieslijst; de minste vrouwen vind je bij Forum voor Democratie, PVV, CDA en VVD. (De principieel vrouwloze SGP noem ik dan nog niet eens).

Vrouwen en rechts, dat zit niet lekker. Je ziet het meteen als je de partijen ordent van links naar rechts en van progressief naar conservatief, en er een lijntje doorheen trekt:

vrouwen1
Partijen geordend volgens de indeling van de politieke ruimte in links-rechts en progressief-conservatief, van André Krouwel.

Maar aan de andere kant: zou ‘meer rechts’ nou het enige zijn dat die acht verdwenen vrouwen verklaart?

Laten we voor de grap eens doen alsof er helemaal geen ruk naar rechts is geweest. En alsof de verkiezingsuitslag precies hetzelfde was als in 2012 – maar dan met de kieslijsten van 2017. De PvdA zou op 38 zetels blijven, VVD op 41, de PVV op 15 en zelfs wonderboy Jesse Klaver zou gewoon op 4 zetels blijven staan.

Wat zou dat betekenen voor het aantal vrouwen in de Kamer? Je gelooft je ogen niet: ook in ons nepparlement van 2017 neemt het aantal dames af: van 60 naar 56.

Dat zijn er nog maar vier, maar toch is het raar, te meer als je bedenkt dat het aantal vrouwelijke parlementsleden door de jaren heen geleidelijk toeneemt (volgens de formule y = 1,2593x – 2468,1, om precies te zijn). En volgens die trend hadden we in 2017 in theorie toch onderhand moeten doorstijgen naar 72 vrouwen:

vrouwen2
Toename van het aantal vrouwen in de Tweede Kamer, sinds 1970. De rondjes zijn verkiezingsuitslagen, de lijn is de trend. Cijfers: Parlement en politiek.

Dus ook zonder ruk naar rechts loopt de Kamer maar liefst 16 vrouwen ‘achter’. Er is een hele SP-fractie van vrouwen zoek, zou je kunnen zeggen. En de ruk naar rechts heeft dat dit jaar nog wat verergerd, terwijl de man-vrouwgelijkheid in het parlement zo onderhand haast een feit had moeten zijn.

Ik heb trouwens wel een paar ideetjes waarom dat zo zou kunnen zijn – maar daar ga ik eerst nog eens op puzzelen.

vrouwen3