Het CPB maakt u bang met enge Brexit-cijfers

WAT EEN LEUK nieuw woord leerde ik deze week! Nu in Groot-Brittannië het referendum over een vertrek uit de EU aanstaande is, zo las ik in een commentaar in het blad New Scientist, doet er veel ‘mathswash’ de ronde: ‘het presenteren van vage schattingen als gedegen voorspelling, zonder voorbehoud of foutmarges.’

Wiskundewas. Ik moest eraan denken toen het Centraal Plan Bureau deze week met grote stelligheid vaststelde dat een vertrek van de Britten uit de EU ons land 10 miljard euro zal kosten. Wel duizend euro per Nederlander!, rekende mijn eigen krant behulpzaam voor.

Ik reageerde:

cpb2

 

Dat was weliswaar ingedikt in 140 tekens, maar daarom nog niet minder gemeend. Toen ik de afgelopen zomer 100 oude toekomstprognoses doorvlooide om te kijken welke er waren uitgekomen, was een van mijn conclusies dat vooral economische doemscenario’s er in de regel naast zitten. Dat was ook de conclusie van wetenschapsjournalist Dan Gardner in zijn boek Future Babble: economen zijn kampioen er volledig naast zitten.

Doemscenario’s

Achter de sombere cijfers van het CPB gaat een doorrekening schuil van twee scenario’s: eentje waarbij de Britten weggaan en nooit meer handelsafspraken maken met de EU, en eentje waarbij ze dat wel doen, maar pas na tien jaar. Twee doemscenario’s, dus eigenlijk.

En dat is nog positief gedacht ook, gaat het bureau verder: door het wegvallen van ‘handelgedreven innovatie’ – wat dat ook mag zijn – kan de schade nog eens 65 procent hoger uitvallen. Let wel, in het rapport zelf (PDF) schrijft het CPB dat als een soort opmerking in de marge. En het Bureau zegt er meteen bij dat het cijfer ‘zeker niet robuust’ is.

Opvallend is de spin die het CPB vervolgens in het persbericht aan het geheel geeft. Daar wordt nog maar één bedrag genoemd: de kosten van het hoogste scenario, de bovengrens dus. Waarna het persbericht die bovengrens nog eens oprekt, door er al in de derde zin op te wijzen dat zelfs het ergste geval nog veel erger kan:

‘Als we conform recente voorbeelden aannemen dat de groei afhangt van handelgedreven innovatie, dan kunnen de kosten voor Nederland van 10 miljard euro zelfs 65% hoger uitvallen.’

Vandaar die ‘duizend euro per Nederlander’. Maar even rekenen: 10 miljard gedeeld door 17 miljoen Nederlanders is 588 euro. In het lagere CPB-scenario is het zelfs ‘maar’ 442 euro per Nederlander. Er zijn dagen dat ik het niet op zak heb, maar het is toch weer een stuk minder dan duizend euro.

Wasmiddel

Zo worden de geesten rijp gewassen met het schuurmiddel van de cijfers: er dreigt een economische ramp als de Britten de EU de rug toekeren! Ook in ons land zullen de gevolgen ontzettend zijn! Moeders haal je kinderen in huis! (En lang leve de Europese Unie!)

Dat het ook wel eens anders kan lopen, alleen al omdat er talloze partijen belang hebben bij kleinere deelafspraken over de handel, is een nuancering die op een of andere manier is weggespoeld door het wiskundewassen.

De reactie van CPB-bestuurder en hoogleraar Bas ter Weel, als je hem erop wijst dat alle nuances ontbreken? Tja, wíj waren heel genuanceerd, de media hebben het weer eens vreselijk opgeblazen:

cpb1

Mijn vraag terug aan hem was of hij eigenlijk denkt dat een onderzoeksteam van eurosceptische wetenschappers tot precies dezelfde conclusies zou zijn gekomen.

Nu ik eraan denk: op het antwoord wacht ik nog.

Advertisements

Het zijn vooral juristen, die over de Griekse economie gaan

In een scherpe, slimme column in De Volkskrant betoogde UvA-econoom Rens van Tilburg dat het niet bepaald wetenschappelijk verantwoord is, wat de Europese Unie van Griekenland afdwingt. Een eisenpakket opleggen dat de Griekse schuldenlast nog verder opdrijft: het is ‘onaanvaardbaar’ en ‘onhoudbaar’, betoogt de econoom in een betoog dat u gewoon zelf maar moet lezen.

In de marge speelt Van Tilburg de Duitse buitenlandminister Wolfgang Schäuble de zwartepiet toe:

‘De jurist Schäuble probeert de economie zijn wet op te leggen. Een recept voor rampspoed.’

Een beetje onder de gordel natuurlijk, maar wel een interessante opmerking. Want misschien heeft Van Tilburg hier wel een punt. Een club juristen denkt toch anders dan een gezelschap van overwegend sociologen, net zoals op een congres voor hersenchirurgen een heel andere sfeer hangt dan in een zaal vol stratenmakers.

Landbouweconoom

Gelukkig had ik een uurtje over: hoe zit het eigenlijk met de wetenschappelijke achtergrond van die Brusselse beslissers? Welk intellectueel DNA stroomt hen door de aderen, en welke kijk op de wereld dromt hier eigenlijk samen?

Eerst de Eurotop, het informele gezelschap van ministers van financiën van de eurolanden. Onder voorzitterschap van Jeroen Dijsselbloem, van huisuit landbouweconoom. En gelukkig voor Europa zijn dat er meer: van de 19 ministers van financiën hebben er 11 een gedegen economische opleiding. De Griek Euclid Tsakalotos was zelfs hoogleraar economie, evenals Dusan Mramor (Slovenië) en Edward Scicluna (Malta).

Al blijft het raar dat uitgerekend enkele sleutelfiguren niet direct uitblinken in economie: Schäuble van Duitsland is jurist, Michel Sapin van Frankrijk is geograaf, Eric Wiebes van Nederland is werktuigbouwkundige.

Maar dan de Raad van Europa, die club van premiers en presidenten die de lakens uitdeelde aan Griekenland. Onder de regeringsleiders vind je slechts 4 economen. En die zitten niet direct in een land van cruciale betekenis: Estland, Lithouwen, Letland en Portugal. De juristen daarentegen, daar struikel je over: zo’n 40 procent van de leiders heeft een achtergrond in de rechten.

Deeltjesversneller

Gemarmerd met nog wat andere beroepen natuurlijk. Als je in de Raad van Europa heel hard roept om een dokter in de zaal, is het geneeskundige Ewa Kopacz van Polen die komt aanrennen. Als er iemand door zijn stoel zakt, kan Stefan Löfven van Zweden misschien helpen: de man is van huisuit lasser. Angela Merkel en Klaus Iohannis uit Roemenië kletsen intussen bij over de laatste ontdekkingen in de deeltjesversneller van CERN: natuurkundigen onder elkaar.

Maar al die juristen! Vier keer meer dan economen. Ik weet natuurlijk ook wel dat de landsdelegaties opereren in teams en worden bijgestaan door hele batterijen adviseurs en ambtenaren – maar toch waait er op zijn minst een flinke bries richting procedurele en juridische argumenten, daar in die Raad.

En o ja, de Griekse premier Alexis Tsipras zelf is ingenieur. Geen econoom, en ook geen jurist. Dat zal de zaak natuurlijk ook niet erg hebben geholpen. Meer verstand van echte bruggen dan van overbruggingskredieten, beter met de draagkracht van vloeren dan de draagkracht van bevolkingsgroepen.

Het is maar in welke handen je het lot van je economie legt.

De achtergrond van de EU-regeringsleiders.
De achtergrond van de EU-regeringsleiders.
De ingenieur Tsipras, politicoloog Hollande en de juristen Schäuble en Michel (rechts) in gesprek over de Griekse economie.
De ingenieur Tsipras, politicoloog Hollande en de juristen Juncker en Michel (rechts) in gesprek over de Griekse economie.

Help! De gemeentelijke democratie verdwijnt

Gemeenteraadsvergadering in Lisse

Gemeentes krijgen steeds meer te doen. Des te zorgwekkender dat het er uitgerekend in die gemeentes steeds minder democratisch aan toe gaat.

HET ROMMELT IN de middelgrote en kleine gemeentes, het politieke achterland van de vier grote steden. Schandalen en schandaaltjes zijn er aan de orde van de dag, en burgers mopperen er meer en luider dan ooit. ‘De stedelijke democratie in CRISIS?’, formuleerde de Tilburgse bestuurskundige Laurens de Graaf onlangs in een praatje, en dat woord ‘crisis’ zette hij vet: op lokaal niveau is de democratie steeds zichtbaarder uitgehold aan het raken.

Je ziet het aan alles. Neem de opkomst. Ging bij de kamerverkiezingen twee jaar geleden nog driekwart van het electoraat naar de stembus, tijdens de laatste gemeenteraadsverkiezingen was dat net de helft. Die opkomst kachelt bovendien al tientallen jaren achteruit: 60 procent in 1998, 58 procent in 2006, 54 procent in 2010.

Ook bij de partijen zelf kraakt de democratie in haar voegen. De ledentallen slinken, en gemeenteraadsleden zijn moeilijk te vinden. Inmiddels voert van alle gemeentes haast eenderde actief campagne om raadsleden te ronselen. Bizar eigenlijk: in plaats van een eervolle functie voor notabelen, is het raadslidmaatschap een hondenbaan geworden, corvee waarvoor nota bene zelfs het te besturen orgaan de gemeente moet smeken en zeuren.

Gevolg is dat de raadsleden in veel van de 403 gemeentes in ons land nu niet direct het neusje van de bestuurlijke zalm zijn. Onder insiders zijn de dames en heren gemeenteraadslid mikpunt op verjaardagen en bij de koffieautomaat: kennen de dossiers niet, snappen het spel niet, stelletje amateurs.

Regionale krant?

Om nog te zwijgen van die andere democratische smeerolie, de journalistieke controle. Van alle media kregen de regionale kranten de afgelopen twintig jaar de hardste klappen: de oplage verdampte met eenderde, het lezersaantal halveerde. En programma’s als Hart van Nederland ten spijt, tonen de landelijke media weinig aandrang het gat dat overblijft op te vullen. In feite heeft de journalistiek zich steeds verder teruggetrokken uit de samenleving buiten Amsterdam en Den Haag.

De oplages van regionale en landelijke kranten, geïnventariseerd door Piet Bakker.
De oplages van regionale en landelijke kranten, geïnventariseerd door Piet Bakker.

Wat resteert, zijn door geldnood en lezerskaalslag ontvolkte ‘rompredacties’. Tijd voor netwerken, journalistiek onderzoek, achtergrondstukken of het natrekken van tips hebben die niet. ‘Armoede’, schetst een oud-collega van de regionale krant desgevraagd de sfeer. ‘Bijna iedereen op de stadsredactie heeft er een taak of dorp bij.’

De arbeidsintensieve politieke journalistiek is het zwaarst getroffen. Er moet wel iets heel heftigs op de agenda staan, wil de regiokrant plaatsnemen in de meestal leegstaande ‘perstribune’ van de raadszaal. En zelfs dat laat de krant steeds vaker over aan beginnende freelancers of bijverdienende werkstudenten.

Terwijl de inzet hoger is dan ooit. Niet alleen zijn gemeentes steeds groter, ook hun takenpakket zwelt. Jeugdzorg, ouderenzorg, monumentenzorg; de gemeente krijgt er heel wat zorgen en zorgjes bij. Een rare paradox: uitgerekend de twee organen die steeds grotere delen van ons leven bepalen – Europa en de gemeente – kunnen ons steeds minder bommen.

Corruptie

Ergens is dat een goed teken. Blijkbaar is onze bemoeienis niet meer nodig; zonder bestuurder rijdt de machine ook wel. Wie zomaar ergens op de stoep gaat liggen of het vertikt gemeentebelasting te betalen, krijgt inderdaad te maken met de diensten van de collectieve sector, helemaal vanzelf.

Maar keerzijdes zijn er ook. Waar de kat van huis is dansen de muizen op tafel, en in de gemeentes lijken vooral de projectontwikkelaars, ondernemers en middenstanders te profiteren. Talloos zijn de voorvallen waar de gemeente knarsetandend ongewenste bouwprojecten zag doorgaan, vergunningen moest gedogen of zelfs de portemonnee moest trekken, nadat de eerste de beste vrije jongen ze juridisch pootje lichtte.

En dan zijn er de ambtenaren, in elke democratie een machtsblok op zich. In hoeverre blijven die nog loyaal aan een steeds onberekenbaardere raad met een steeds smallere machtsbasis? Als de bestuurder in slaap dommelt, moet het apparaat toch verder. Het gevolg zijn uitwassen, van eigenzinnige ambtenaren die gewoon hun zin doordrijven tot wethouders die openlijk oorlog voeren met hun ambtenaren.

Intussen stijgt de corruptie. Jaarlijks worden er in ons land zo’n 130 corruptiezaken onderzocht, waarvan iets minder dan de helft uitmondt in strafrechtelijke vervolging. Daarbij gaat het niet om duistere types die op de parkeerplaats enveloppen uitwisselen; denk eerder aan de veel subtielere ruilhandel in invloed, goodwill en macht. Het raadslid blijkt dan opeens opdrachten te krijgen van de gemeente als aannemer, de wethouder informatie door te spelen aan de middenstand, de ambtenaar pandjes onderhands door te verkopen aan het bouwbedrijf.

Kafkaëske verordeningen

In de middelgrote gemeente waar ik zelf woon, worden de gevolgen van het democratisch verval inmiddels zichtbaar in het openbare leven. Een bouwput die maar niet vol komt. Infrastructuur die er wel-niet-wel-tóch-niet komt. Een nieuw gebouwde parkeergarage die leegstaat. Soms vallen er brieven in de bus met malle, kafkaëske verordeningen; af en toe zie je ergens op straat wat mannen samendrommen om een contract of opening te beklinken.

De democratie sijpelt weg zoals ze is gekomen: door de kieren van Nederland, de kleinste gemeente het eerst. Hoe lang nog voordat ook ons land begint te dalen op de ranglijsten van democratieën, stapje voor stapje in de richting van Wit-Rusland, Noord-Korea en Togo?

Eerst maar eens stemmen. De vakjes op het stembiljet lijken druppels op een gloeiende plaat. Je zou haast vergeten dat ze ook de zandkorrels zijn waaruit het bouwsel van de democratie is opgetrokken.

Waarom het consumentenvertrouwen niet te vertrouwen is

TUSSEN ALLE SOMBERE berichten over Griekenland, de oplopende werkloosheid en de stagnerende huizenmarkt was er in elk geval één lichtpuntje: consumenten blijken ‘beduidend minder somber’ over de economie dan een paar maanden geleden. Continue reading “Waarom het consumentenvertrouwen niet te vertrouwen is”