Waarom u deze foto niet mag zien

2eb0fe7f-a540-4d9b-b5b4-a395818d8be6

DE MENSEN SCHROKKEN ervan, en het was natuurlijk ook best een griezelig gezicht. Een ‘verslangde’ muis, een proefmuis die genetisch zo is gemanipuleerd dat hij geen pootjes meer heeft. Brrr, zielig, softenon, als ik de reacties een beetje samenvat. Wat hebben die wetenschappers nou toch weer gedaan?

Het was dan ook niet de bedoeling dat u de foto te zien kreeg. De wetenschappers in kwestie – een Duits-Amerikaanse onderzoeksgroep – wilden hem desgevraagd niet in hoge resolutie beschikbaar stellen. Te onkies, gaven ze per e-mail aan. De mensen mochten eens denken. En de financiering van het onderzoek staken.

Een begrijpelijke angst. In 1997 raakte de biotechnologie ernstig van de leg, nadat er een foto opdook van een muis met een oor op zijn rug. Binnen een mum van tijd was het beeld iconisch geworden voor biotechnologie: getver, ze maken muizen waaruit mensenoren groeien! De foto zou de wetenschap nog jaren achtervolgen. (Het experiment zat trouwens anders.)

vacanti_mouse

Terwijl er toch minstens twee uitstekende redenen zijn om enge muizenfoto’s wél te publiceren. In vol ornaat, in volle glorie. Met gepaste trots.

Ten eerste: we hebben er recht op. Het is immers wél ‘van onze belastingcenten’, dat die wetenschappers daar hun muizen zitten te verbouwen. En bij academische openheid en transparantie hoort dat je ook de ongemakkelijke dingen laat zien. Niet alleen de directeur die een prijs uitreikt.

Belangrijker nog is reden nummer twee: zo’n rare muis roept direct de vraag op waarmee de wetenschap dan wél bezig is. En als iedereen dan toch met open mond zit te staren – een mooi moment om uit te leggen wat er eigenlijk aan de hand is.

Zelf deed ik dat op Twitter:

kniptwit

Zo verging het in 1997 in feite ook de oormuis. Wetenschappers reageerden geschrokken – dit wilden we helemaal niet laten zien! – maar intussen zorgde het diertje óók voor fascinatie. In één klap was duidelijk dat de wetenschap bezig was nieuw gebied te betreden. Of je dat nu leuk vindt of niet.

Als u nog ergens een enge muis heeft rondslingeren: probeer hem niet te verstoppen. Ja, mensen zullen erover vallen, erdoor geëmotioneerd raken, roepen dat u een Dr. Frankenstein bent die per direct door een woedende menigte met fakkels dient te worden verdreven uit uw horrorkasteel.

Maar misschien is dat wel het juiste moment om gewoon eens te vertellen wat u eigenlijk aan het doen bent.

 

 

Advertisements

Biotech = Godzilla?

(Deze column schreef ik voor het Volkskrant/KNAW/Nemo KennisCafé van oktober 2016, ‘Gentech in je eten’)

Beste mensen,

Zo half in de 20 zal ik zijn geweest toen ik voor het eerst hoorde van Freeman Dyson.

Dronken van jeugdige opstandigheid was ik destijds. ‘Biotech is Godzilla’ had ik gehoord van de Braziliaanse thrashmetalband Sepultura. En die konden het weten: ze kwamen uit een land waar Monsanto de armen uitwrong met Terminatorzaden, patenten op genen en gifthat melts your face’, om Sepultura te citeren.

En toen was daar Freeman Dyson. Een fijnzinnige theoretisch natuurkundige van de Princeton-universiteit die er warempel zelf een beetje uitzag alsof-ie genetisch was gemanipuleerd. Zoals we in de 20ste eeuw elektronen hebben getemd, schreef Dyson in allerlei essays die ik las en herlas, zo gaan we in de 21ste eeuw de genen temmen. Het leven zal versmelten met de technologie. En hij begon over kinderen die in de biologieles de meest fantastische levende wezens knutselden, en over hoe onze verre nakomelingen zichzelf genetisch zouden upgraden tot levende ruimteschepen.

Levend weefsel als bouwmateriaal, wat je dáár allemaal niet mee kunt! Je zou de wereld kunnen voeden met supersnel groeiende, extreem gezonde gewassen. Het klimaatprobleem oplossen door planten te ontwerpen die CO2 afvangen en diep onder de grond opslaan. De wereld van energie voorzien met zwarte planten die zonlicht omzetten in elektriciteit. De software van de natuur heeft al die fabelachtige plug-ins al in huis.

2.jpg
Freeman Dyson

Nog natter werd mijn biotechnologische droom met de komst van nieuwe, goedkope gentechnieken. De laatste jaren werd het voor het eerst mogelijk om aan biotech te doen zonder dat je er miljarden voor nodig hebt. Kunnen we eindelijk Godzilla Monsanto zijn monopolie uit de gierige klauwen slaan.

Er is eigenlijk maar één probleem: mijn oude makkers op links. Die willen niet. Ze komen op dit punt met allerlei bangmaakverhalen over hoe gevaarlijk gengewassen zijn, maar eigenlijk bedoelen ze iets heel anders: ze verlangen naar puurheid en eenvoud. Een ideaal dat teruggaat op de filosofie van Jean-Jacques Rousseau.

Wat natuurlijk is, is goddelijk en puur; en alles wat is aangeraakt door mensenhanden, dient te worden gewantrouwd – net als gentech. Een religieus sektarisme, dat zich doorgaans uit in onschuldige malloterieën met dolfijnen, gladde steentjes en gemekker over aura’s – maar dat hier opeens de vorm aanneemt van een algehele weigerachtigheid om ook maar één tengel uit te steken en iets te doen aan honger, armoede en milieuproblemen.

Monsanto is allang niet meer de enige Godzilla; Greenpeace en Friends of the Earth zijn hier de nieuwe multinationals die met leugen en intimidatie de dienst uitmaken.

Tijd voor een nieuwe opstand der agressieve langharigen, zou ik zo zeggen. Ik stel me een revolutie voor van bio-punkers, genetische hackers en achtertuin-anarchisten, die zelf de meest fantastische gewassen ontwerpen en online met elkaar delen: ultragezonde tomaat, supergroeiend fruit, groenten in allerlei modieuze vormen en kleuren.

Want wat was volgens Sepultura, die metalband uit de Braziliaanse sloppenwijk, ook alweer het beste antwoord op armoede en onderdrukking? Precies: je moest ze om de oren slaan met wetenschap:

‘Knowledge is the weapon against the hunger in the land.’

 

Chantage, bedrog, leugens: hoe de milieubeweging een familiebedrijfje aanvalt

DE ACTIVISTEN HADDEN zelfs Sneeuwwitje in stelling gebracht: die is niet meer de enige die zich zorgen moet maken om een appel. Daarnaast een foto van een snoezig verkleed kleutermeisje, dat met een vies gezicht naar een appel kijkt. Dit moet je je kind niet willen aandoen, was de boodschap die Friends of the Earth, moederorganisatie van onder meer Milieudefensie, wilde meegeven.

De vrucht in kwestie – een ‘riskante genetisch gemanipuleerde appel’, zeggen activisten – werd vorige week na jaren gesteggel eindelijk toegelaten op de Amerikaanse consumentenmarkt. De appel wordt niet bruin als je hem aansnijdt, wat handig is voor partjes in de broodtrommel en andere hapjes waar zo’n bruin uitgeslagen appel onplezierig oogt. Ideetje van de Canadese appelboer Neal Carter en zijn vrouw Louisa, die de ‘arctische appel’ al in de jaren negentig bedachten.

Wisten de Carters veel dat ze de gramschap van het halve sprookjesbos over zich zouden afroepen. Met grof geschut trokken groene concerns als Greenpeace en Friends of the Earth ten strijde. Hier was een griezelige lichtgevende Appel van Frankenstein, die koste wat kost moest worden bestreden, aldus de actiemultinationals.

Want dat bruin worden is juist heel goed, is een van de centrale argumenten, om te voorkomen dat je per ongeluk een rotte appel eet. ‘Wat bezielt sommige mensen om te denken dat ze de macht hebben om te veranderen wat van nature perfect is?’, aldus een van de ondertekenaars van een petitie op Facebook. Bovendien zou de appel ‘een nieuw gif’ bevatten, aldus yogaboekenschrijfster Christina Sarich op de populaire ecosite Natural Society.

[vervolgt hieronder]

1239395_10151566882537026_1178954829_n

Waar sprookjesfiguren en yogajuffen het hoogste woord voeren, is het de wetenschap die lijdt. Dat bruin worden is heus niet een speciaal voor de mens ontworpen waarschuwingssysteem tegen vieze appels, maar eerder een vergissing van de natuur. Snijd zo’n appel doormidden en zijn cellen gaan stuk, waarna de inhoud in aanraking komt met zuurstof en wat gaat roesten. En ‘gif’ bevat de appel niet: Carter heeft wat dna van een ander appelras toegevoegd, waardoor die roestvorming niet meer op gang komt.

Maar voor de arctische appel is het al te laat. De activisten hebben McDonald’s en babyvoedingsconcern Gerber al op de knieën gechanteerd: als de concerns de appel niet zou afzweren, zouden ze het mikpunt worden van publieksacties; als ze het wél deden, zou McDonald’s en Gerber publiekelijk worden geprezen (u raadt welke keuze de bedrijven maakten).

Een rare, omgekeerde wereld. Niet langer zijn milieuclubs die vredelievende natuurmensen die het opnemen tegen het grote boze kapitaal; denk eerder aan cynische milieumultinationals die met zijn allen een klein, zevenkoppig familiebedrijfje aanvallen, met lastercampagnes, publieke chantage, onversneden leugens en kleuters verkleed als Sneeuwwitje.

Intussen eten de meeste kinderen te weinig fruit, is er een obesitasepidemie, en zijn bij de stationswinkel waar ik ’s ochtends koffie koop de gevulde koeken goedkoper dan de appels.

Je zou zeggen dat de wereld wel wat innovaties à la Carter kan gebruiken.