Vrouwentekort? Bouw een spaghettistoel!

EN DAAR KREEG Evangelia Demerouti, chief diversity officer van de TU Eindhoven, zowaar het verwijt vrouwonvriendelijk te zijn. Allemaal vanwege deze opmerking, die ze maakte in een leerzaam en interessant interview met mijn collega Marjon Bolwijn.

Vraagt Marjon: Welk concreet voordeel verwacht u eigenlijk van meer vrouwelijke wetenschappers aan de TU Eindhoven?

Zegt de diversiteitsofficier:

vrouwen1

Waarna mevrouw nogal begrijpelijk het verwijt kreeg de rolletjes weer eens lekker te bevestigen:

vrouwen4

vrouwen2

Een lastige kwestie – dé lastige kwestie, zou ik haast zeggen. Is de wereld te vierkant voor de ronde blokjes genaamd vrouw? Of is het een illusie dat er überhaupt ronde en vierkante blokjes bestaan en passen ze als je het probeert gewoon door dezelfde opening?

Ik behoor tot de eerste school.

Natuurlijk zijn mannen en vrouwen anders. Mannen hebben zwaardere stemmen, baardgroei, borsthaar, mannenkaalheid en meer spieren. Man en vrouw zijn seksueel dimorf, zoals biologen zeggen. De mannetjes zijn iets beter toegerust om het nest te bewaken, de vrouwtjes iets meer om het nest te verzorgen.

En er is geen enkele reden waarom die overduidelijke fysieke verschillen opeens ophouden aan de buitenkant.

Ik heb altijd geleerd: als een bepaalde eigenschap in allerlei totaal verschillende culturen voorkomt, is er gerede kans dat er biologie aan ten grondslag ligt. En in haast alle culturen doen mannen ‘de buitenboel’. Ze gaan erop uit om te vechten, vertegenwoordigen de groep tegenover andere groepen en doen nutteloze dingen zoals met elkaar in de sportkantine zitten.

Terwijl de vrouwen met elkaar de binnengemeenschap vormen, hun eigen en elkaars kinderen grootbrengen, de meeste calorieën binnenhalen, de sociale cohesie handhaven en weer andere nutteloze dingen doen zoals eindeloos winkelen op zoek naar het ideale paar schoenen.

Hoor ik u daar nu door het lint gaan?



Wacht, veeg het schuim van uw lippen. Het grote misverstand is dat dit soort basisneigingen een of andere schutting zouden plaatsen tussen vrouwen en mannen. Alsof er twee gescheiden werelden zijn: een waarin de mannen mannendingen doen, en een waarin de vrouwen vrouwendingen doen.

Maar dat is natuurlijk onzin. Verzonnen door mannen (en hier en daar een vrouw) die bang zijn voor een verstoring van de sociale orde, met een heersende mannenkaste die tegen betaling allemaal leuke dingetjes mag doen buiten de deur, en een vrouwenkaste die onbetaald in de weer is met de kinderen, het eten en het huis.

In werkelijkheid overlappen de verdelingen elkaar grotendeels:

vrouwen6

Denk maar aan – iets onomstredens en meetbaars – lichaamslengte. Nederlandse vrouwen zijn gemiddeld 13,7 centimeter korter dan mannen, die gemiddeld 1,81 meter lang zijn. Maar omdat het gemiddeldes zijn, zijn er heus ook mannen die korter zijn dan sommige vrouwen, en vrouwen die langer zijn dan de gemiddelde man.

Stel, ik heb een magazijn waar de spullen zo hoog staan dat je minimaal 1,75 meter lang moet zijn om er te werken. En dat daar vervolgens haast alleen maar mannen werken. ‘Sorry hoor, maar mannen zijn nu eenmaal langer dan vrouwen!’, verdedig ik me, en ik kom met deze grafiek:

vrouwen7

Mis natuurlijk: in werkelijkheid sluit ik een procent of 20 van de vrouwen uit – het deel dat ik hieronder arceer:

vrouwen8

De Eindhovense oplossing: draai mijn arm om en dwing me om meer vrouwen aan te nemen.

Maar er is natuurlijk ook een andere oplossing. Koop een trapje, zodat meer mensen overal bij kunnen:

vrouwen9

Goed: nu de techniek.

Dat mannen de oplossingen meer zoeken in dingen en vrouwen meer in mensen, is redelijk onomstreden – als u me niet gelooft, lees deze meta-analyse er eens op na. Dat dit net als baarden en borsten in elk geval voor een deel wordt aangestuurd door hormoonverschillen, achten kenners ook al aannemelijk.

Volgens dat dingen-mensen-onderzoek heeft van de mannen 82,4 procent meer belangstelling in dingen. Aan de TU Eindhoven is momenteel 87,4 van de hoogleraren man.

Met wat fantasie (en mannelijk denken) komt de TU Eindhoven dus eigenlijk ‘maar’ 5 procentpunt vrouwelijke hoogleraren tekort, ofwel 13 vrouwen (de universiteit heeft in totaal 264 hoogleraren, en 5 procent van 264 is 13).

Alle reden dus om zo’n mannenbolwerk de arm om te draaien en ze onder dwang vrouwen te laten aannemen.

Maar wat de diversiteitsofficier zegt, is ook waar. En dus helpt het om een trapje te kopen – en de opleidingen wat meer menselijkheid te geven.

Dat kan vast makkelijker dan je denkt.

Laat je eerstejaars in plaats van een spaghettibrug een spaghettistoel bouwen of een spaghettibed: zelfde constructieregels, maar met de mens voor ogen.

Doe meer in groepjes.

En kap verdorie eens met dit soort neutronenbomfoto’s op je website:

CiTG_faculteit-1280x600-c-center

Zo kan ik nog honderd dingen bedenken. Als u een consultant nodig heeft, belt u even?

Advertisements

Een CVB-fonds moet er komen: Centen Voor Bloggers

VERKLEED ALS MINISTER van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap Ingrid van Engelshoven (D66) had ik deze week het genoegen om het eerste symposium van bloggende wetenschappers toe te spreken. Ik vertelde waarom blogs zo belangrijk zijn en er best wat subsidiegeld tegenover mag staan.

 

Geachte aanwezigen, beste bloggers,

 

Ik kon het niet nalaten u hier in eigen persoon toe te spreken. Nu Klaas Dijkhoff hardop verkondigt dat hij zich niet gebonden voelt aan het klimaatakkoord en CDA en ChristenUnie morrelen aan het kinderpardon, kan ik natuurlijk niet achterblijven. En als D66-bewindsvrouw zeg ik: het wordt hoog tijd om de bloggende wetenschap van Nederland eindelijk eens serieus te nemen en te voorzien van de nodige fondsen.

Degenen onder u die de Wetenschapsvisie hebben gelezen die ik afgelopen maandag presenteerde, zullen zich daarover niet verbazen. ‘Nieuwsgierig en betrokken’, heb ik die visie genoemd, en het woord ‘communicatie’ komt er wel vijftien keer in voor.

Ik citeer mijzelf:

‘Kennisdeling is belangrijk om het vertrouwen in de wetenschap hoog te houden én iedereen te betrekken bij het belang van onderzoek.

‘Vandaar dat ik NWO heb gevraagd een pilot te ontwikkelen om onderzoekers te belonen die actief met de samenleving de dialoog aan gaan. Hiervoor stel ik € 1 miljoen beschikbaar.’

 

Kijk, dames en heren bloggers, dat zal u als muziek in de oren klinken. Actief een dialoog met de samenleving aangaan, dat is immers precies wat u doet.

Maar wacht. Het woord ‘weblogs’ komt in mijn Wetenschapsvisie niet voor. Dat mocht niet van de VVD. Voor de VVD betekent ‘verbinding zoeken met de maatschappij’ immers zoveel als: wetenschap, bedenk een leuk nieuw product voor Philips of Unilever. Niet: schrijf een mooie blogpost over de Lachmann-methode of de motieven achter het Oekraïnereferendum.

 

Plechtige brieven

Ik zie dat anders. Om zeker twee redenen denk ik dat het volstrekt logisch is om uw weblogs te beschouwen als volwaardige vorm van academische kennisoutput.

De eerste reden is de ontwikkeling van het academisch publiceren zelf. Ooit, aan de dageraad van de moderne wetenschapsbeoefening, communiceerde u middels plechtige, vaak handgeschreven verslagen en brieven aan uw wetenschappelijk genootschap, een praktijk die voortkwam uit de gildestructuur van de middeleeuwen. Vervolgens werden die proceedings en letters gebundeld en uitgegeven door wetenschappelijke uitgevers. Een gang van zaken die ruim twee eeuwen heeft standgehouden.

Het internet, die grote verstoorder, heeft het speelveld echter volledig veranderd. Op internet is iedereen immers zelf uitgever geworden. Dat leidt ertoe dat wetenschappelijke publicaties steeds vaker gratis en openbaar toegankelijk zijn.

Maar ook hun vorm verandert. Een moderne academische publicatie bestaat vaak uit een bondige, goed leesbare korte versie, gevolgd door het supplement waarin de technische informatie staat. Bovendien laten steeds meer wetenschappelijke artikelen reacties door derden toe, via de zogeheten post hoc peer review. Wetenschappelijke publicaties beginnen, kortom, zelf steeds meer op blogposts te lijken.

De andere ontwikkeling is die van het internet zelf. Helaas begunstigen de spelregels van het wereldwijde web niet de meest betrouwbare, maar de meest populaire kennis, uitgedrukt in weblinks, likes, kliks en interacties. Vandaar dat het bovenin de zoekresultaten van Google naast de integere kennis wemelt van de pseudowetenschappelijke prietpraat over vaccins, klimaat, de echte reden waarom de Twin Towers instortten en wat al niet meer.

 

Tegenoffensief

Maar de laatste tijd komt er een tegenoffensief op gang. Onder druk van nepnieuws en politiek ingestoken propaganda zijn Google, Facebook, Twitter en andere aanbieders steeds nadrukkelijker op zoek naar betrouwbaarheidswaarmerken, om de zin van de onzin te filteren. Echte personen krijgen op Twitter een blauw authenticiteitsvinkje, Facebook voert actief campagne tegen aanbieders van clickbait, en op Google krijgen erkende factchecksites voorrang in de zoekresultaten.

Het internet zoekt naar waarachtigheid, de wetenschap naar meer openheid. Trek die lijnen door, en op het snijpunt vindt u… het wetenschappelijke weblog. In het Engelse taalgebied zijn er al diverse wetenschappelijke weblogs die de brug slaan tussen hun vakgebied en de buitenwereld: van Real Climate tot Neuroskeptic, van The Vulcanism Blog tot Ask a Mathmatician, en van The Cheerful Oncologist tot Mike the Mad Biologist. Dergelijke blogs zijn een onschatbare kennisbasis voor burgers op zoek naar informatie die behalve verdiepend en betrouwbaar ook nog eens behapbaar en amusant is. Ze combineren het beste van beide werelden. De internetversie van een wetenschappelijk review article, zeg maar.

Ook in ons land is die trend volop gaande. De artikelen van het weblog Klimaatverandering worden veelvuldig aangehaald als onverdachte bron om het felle debat over het klimaat te informeren. Blogs als Neerlandistiek en Mainzer Beobachter vormen een oase van kennis, amusement en inspiratie voor een lezerspubliek dat anders niet of nauwelijks met alfa- en gammawetenschap in aanraking zou komen. En Stukroodvlees en Overdemuur hebben hun invloed op politiek en het publieke debat ruimschoots bewezen.

Uw blogs zijn kortom niet alleen een logische vervolgstap in het academisch publiceren, maar ook van grote waarde om de burger te wapenen met kennis en argumenten, als naslagwerk en als uithangbord voor de wetenschappelijke methode.

In dat licht kan het niet langer zo zijn dat u dat ’s avonds na werktijd op uw zolderkamer moet doen, geheel onbezoldigd en terwijl u er soms zelfs op toelegt: ik denk aan degenen onder u die minder zijn gaan werken of betaalde nevenwerkzaamheden afhouden om de blogs te kunnen bijhouden.

 

Centen voor bloggers

Dat moet natuurlijk anders. Laten we dus streven naar een systeem van geaccrediteerde weblogs, die in aanmerking komen voor een speciaal NWO-fonds dat ik hiertoe graag zou oprichten, de zogenoemde CVB-gelden, ofwel ‘Centen voor Bloggers’.

Uiteraard houden de weblogs volledige inhoudelijke vrijheid. Als accreditatievoorwaarden kunt u denken aan zulke randvoorwaarden als het onderschrijven van een gedragscode en het onderhouden van een discussieforum. Bovendien kunt u denken aan de verplichting tot het voeren van een eindredactie, het weblog-alternatief dat het meest in de buurt komt van peer review.

Enfin, dames en heren, werk aan de winkel. Aan u de taak om gezamenlijke standaarden te ontwikkelen en kennisuitwisseling te bevorderen, zodat u bij NWO kunt aankloppen met een goed voorstel: hallo, NWO, hier zijn we dan, de ‘onderzoekers die actief met de samenleving de dialoog aangaan’, show us the money.

Laten we voorkomen dat het geld dat ik heb gereserveerd voor wetenschapscommunicatie weglekt naar nog meer wetenschapsvoorlichters, communicatieadviseurs, evenementenbureaus en gala-avonden met Robbert Dijkgraaf. Die wetenschappers middenin de maatschappij, dat bent u. Hup, de boer op, bloggers; u bent aan zet. En ik denk dat de bijeenkomst van vandaag een mooi begin was.

Goed, ik ben lang genoeg aan het woord geweest, en eerlijk gezegd begint deze jurk best een beetje te knellen. Ik hoop dat ik u wat stof tot nadenken heb kunnen geven voor bij de borrel. En tenslotte: ik wens u veel creativiteit en plezier bij het maken van uw weblogs. Want laten we vooral niet vergeten: bloggen over wetenschap, met alle mogelijkheden die het digitale tijdperk ons biedt, is misschien wel het mooiste wat er is.

Dank u voor uw aandacht.

twiet

20190129_225408

Hey, Jesse Klaver, ben je soms klimaatontkenner?

GROENLINKS-VOORMAN JESSE KLAVER hoefde er welgeteld één dag over na te denken. Kernenergie? No way, wat hem betreft, zo stelde hij in een achtknaller op Twitter. Dat was amper een etmaal nadat Arjen Lubach op Zondag zijn nek uitstak en het opnam voor de omstreden energiewinning uit atoomsplitsing, en VVD’er Klaas Dijkhoff er meteen maar een nucleair proefballonnetje achteraan stuurde.

Terecht, om zo je twijfels te hebben bij kernenergie. Lubach mag dan gelijk hebben dat kernenergie relatief veilig is – het hoeft maar één keer écht mis te gaan en de poppen zijn aan het dansen. En Lubach heeft wel gelijk dat kernenergie een CO2-vrije, stabiele en goedkope manier van energie-opwekking is, hij stapt wel erg makkelijk heen over de nadelen. Zoals dat het tijd kost (en klauwen vol geld) om kerncentrales te bouwen en dat de winning van grondstoffen vaak problematisch is. Plus dat voorstanders de neiging hebben om de mooie kanten van nieuwe technieken, zoals kernfusie, zwaar te overdrijven.

Maar op zijn beurt lijkt ook Jesse Klaver iets te vergeten: de wetenschappelijke consensus.

In zijn tussenrapport van vorige maand becijfert het VN-klimaatpanel het IPCC wat er precies nodig is om de internationale klimaatdoelstelling te halen, van 1,5 graad opwarming, en zeker niet meer dan 2 graden. En in al die vingeroefeningen gaat de hoeveelheid kernenergie flink omhoog, omdat China, Rusland en India nog heel wat centrales willen bouwen.

Zo gaat zelfs in het meest ‘groene’ scenario de hoeveelheid kernenergie met 59 procent omhoog in 2030, en met 150 procent in 2050. In de minst strenge scenario’s, waarbij we de 1,5 graad tijdelijk overschrijden, vervijfvoudigt de kernenergie zelfs. Vervijfvoudigt!

Hier, kijk zelf even naar de cijfers (van links naar rechts staan de vier scenario’s, van streng naar minder hard):

nuclear

Interessant is dat die informatie een beetje verstopt staat in het rapport, en niet voorkomt in het persbericht. Kennelijk voelt het IPCC de bui ook wel hangen: shit, we zijn voor ons draagvlak afhankelijk van Groenen en Linksen, en daar is kernenergie hartstikke taboe.

Maar hee, Jesse Klaver, klimaatwetenschapontkenner! Met zo’n njet tegen kernenergie ligt het vrij simpel: we halen die doelstelling niet.

Welles!, zeggen de Jesse Klavers op dit punt altijd. We moeten en zullen de CO2-uitstoot in 2030 met 49 procent hebben verminderd, via het klimaatakkoord en met windmolens en zonnecellen.

Maar het venijn zit in dat ‘we’. Klaver denkt daarbij, lekker pastoraal, aan Nederland. Terwijl de klimaatdoelstellingen internationaal zijn. Al stoot Nederland vanaf vandaag geen molecuul CO2 meer uit, voor onze internationale klimaatafspraken maakt dat vreemd genoeg niet uit. Daarvoor kijkt men namelijk niet naar de besparing van Nederland – maar naar die van Europa.

Daar zit Klavers denkfout. Bij ‘vijf keer meer kernenergie’ ziet hij er, bij wijze van spreken, al vijf kerncentrales à la Dodewaard of Doel bij bouwen in ons toch al krap bemeten land. Terwijl het er natuurlijk om gaat dat Nederland als de sodemieter kernstroom moet gaan aanmoedigen – die vervolgens wordt opgewekt in Frankrijk of Oost-Europa. Waarna de markt zijn werk doet en er wellicht ergens in Europa iemand op het idee komt om er kerncentrales bij te bouwen.

Ik ben persoonlijk helemaal niet zo’n voorstander van kernenergie, voordat u dat nou denkt. Maar in een klimaatrealiteit waar de VVD’er zijn geliefde auto duurder ziet worden, de CDA’er zijn lapje vlees moet verruilen voor een tofuburger en de PvdA’er huurders moet lastigvallen met klimaattoeslagen, mag ook milieuminnend links best wat water bij de ideologische wijn doen.

Voorlopig weten we één ding zeker: met de koers van GroenLinks, de Groenen, Greenpeace en nog zowat wat begint met ‘Gr’ houden we de opwarming van de aarde niet onder de 2 graden, en zeker niet onder de 1,5 graad.

Dat is geen politiek of moreel oordeel – maar gewoon de wetenschappelijke consensus.

 

Waar is het off-the-recordgesprek gebleven?

DE HOOGLERAAR, IK zal zijn naam niet noemen, liet me iets zien wat u nog niet mag weten. Afkomstig van een locatie die ik moet stilhouden. Maar spectaculair dat het was!

Het uur daarvoor had de hoogleraar me verteld over een onderzoek dat ik nog even geheim houd en over een zeer opmerkelijk experiment waarover ik helaas mijn kaken op elkaar moet houden. En hij vertelde me iets dat zo opmerkelijk is dat ik hard moest lachen en hem voorhield: het lijkt me dat je daarmee een Nobelprijs kunt winnen. Wat het precies is, hoort u later nog wel eens.

‘Ik hartje het off the record-gesprek’, tweette ik toen ik na afloop terug fietste naar het station van de universiteitsstad waar alle geheimzinnigheid zich afspeelde. Een blocnote vol losse opmerkingen en aantekeningen rijker: eind dit jaar komt zus, begin volgend jaar even letten op zo.

Het off the record-gesprek, niet met zo’n pr-type – ik word haast iedere week wel gebeld door iemand uit de pr met het verzoek of we eens ‘koffie kunnen drinken’ en ‘kennis kunnen maken’ om ‘te verkennen of er nog onderwerpen zijn waarin je mogelijk interesse hebt’ – maar gewoon zoals het hoort, met een wetenschapper die moeilijke woorden gebruikt, grafieken laat zien en zelf niet snapt welk van zijn onderzoeken nieuwswaardig zijn.

Nieuws in zijn ruwste, meest grofstoffelijke vorm. Zodat je journalistiek kunt beoordelen: dít is interessante kennis voor de maatschappij. Zonder dat daar een voorgekookte strategische pr-afweging van de voorlichterij aan vooraf gaat: dit is interessante informatie om onze universiteit te profileren als de universiteit waar we ons bewust zijn van duurzaamheid / internationalisering hoog in het vaandel hebben / aansluiting zoeken bij de industrie / de patiënt voorop stellen (doorhalen wat niet gewenst).

Maar het gesprek zonder dat het meteen een stukkie oplevert is wel een zeldzaamheid aan het worden. Ik herinner me hoe een andere hoogleraar, in de aardwetenschap, eens tegen me klaagde: toen ik nog in Duitsland werkte, kwamen er met enige regelmaat journalisten langs, gewoon om te zien wat we hier eigenlijk doen. Maar in Nederland, ho maar.

En dat was tien jaar geleden, voor de grote leegloop van de abonneebestanden, het tragische verval van de regiojournalistiek, het droeve vertrek van de adverteerders naar Facebook, YouTube en Google Ads.

‘Zomaar’ met iemand gaan praten, kom er tegenwoordig maar eens om. De groeiende stal freelancers zal het niet snel doen: uurtje factuurtje immers, een dag niet getikt is een dag niet betaald.

En de journalisten in vaste dienst hebben ook steeds minder ruimte: druk druk druk, de website moet nog gevuld, er moeten nog een opening pagina komen voor de krant van morgen. Dat geldt zelfs al een beetje voor mij, verwend nest in vaste dienst bij een grote krant. Kun je nagaan hoe het is in de hoekjes en gaatjes, bij de speciaalbladen, de regiokranten, de kleine nieuwszenders.

Terwijl: een uurtje lullen, wat is dat nou. Genoeg stof voor nog járen aan opmerkelijke nieuwsberichten, leverde me het in dit geval op. En vaak levert het ook niks op, dat is dan ook best.

Kom je nog eens achter je bureau vandaan, zoals dat dan heet.

Is dat Bikini-atol soms een beetje nep?

Ja, verrek zeg, nou je het zegt. Dat Bikini-atol waarvan de Volkskrant afgelopen zaterdag een grote satellietfoto afdrukte? Het ziet er eigenlijk best nep uit:

jankrant1

Neem die golven. Waar je normaal rond een eiland golfbreking zou verwachten, lijken ze dwars door het eiland heen te lopen. En in de ‘baai’ zien ze er hetzelfde uit als erbuiten, alsof het er kilometers diep is. ‘Gemanipuleerd’, oordeelde emeritus-hoogleraar geologie Jan Smit (VU), die de zaak aankaartte. Iemand moet een filter over het plaatje hebben gelegd, of zoiets.

Achter de schermen gaf dat wat consternatie. De Volkskrant is in elk geval onschuldig: we kochten de foto van fotopersbureau Getty Images, mét de verdachte golfjes er al bij. Dat bureau zegt de foto weer te hebben overgenomen van de Europese ruimtevaartorganisatie ESA. Daar maakte men de opname vorig jaar met een aardobservatiesatelliet uit het zogeheten Copernicus-programma.

We vragen de originele foto op bij ESA, waar ‘mission scientist’ Craig Donlon ons uiterst behulpzaam van materiaal voorziet. En warempel: als je inzoomt, zie je wel degelijk kleine golflijntjes verschijnen. En in de baai lopen ze inderdaad anders dan buiten het eiland:

GOLFPATROON2

Maar die nepgolven dan, die zo goed zichtbaar zijn op de foto? Het is een soort gezichtsbedrog. Een schaduweffect dat je alleen maar van grote afstand ziet. Op deze uitsnede zie je goed dat de ‘grote’ golven anders lopen dan de echte golflijntjes:

TWEEDE GOLFPATROON

Wat we hier zien, zijn ‘wind-rijen’, legt Donlon uit. Door de wind ontstaan er wervelingen in de zee, en komt er organisch materiaal zoals zeewier en schuim boven. Dat gebeurt in regelmatige banden. En omdat die stroken met organische materiaal iets minder zonlicht weerkaatsen, zie je ze vanuit de ruimte als donkere stroken – de ‘gemanipuleerde’ golven van Smit.

En dat ze er zo regelmatig uitzien? Dat is de regelmaat die je vaker ziet in de natuur, legt Donlon uit: net zoals wolken soms geordend zijn in mooie rechte straten, en zandkorrels worden opgeworpen in keurige rijen.

Fascinerend. Zó vol verrassingen zit de natuur dat je zelfs als getraind geoloog nog wel eens denkt: dit bestaat niet, dit móét gewoon wel nep zijn.

931_25_62-lake-water-langmuir

Is ‘valse balans’ niet gewoon een trucje om kritiek te smoren?

DAAR WAS HET verwijt weer, in het kabaal rond de omstreden klimaattweet van Thierry Baudet deze keer. ‘Jullie creëren een valse balans!’, klonk het in koor nadat de Volkskrant een brief plaatste waarin wetenschapsjournalist Simon Rozendaal betoogt dat Baudet helemaal zo’n ongelijk nog niet heeft. ‘Schandalig!’

Valse balans, ‘false balance’ voor degenen die het wat deftiger willen laten klinken. Betekent zoiets als: een wetenschappelijk vaststaand feit in twijfel trekken, door er een minderheidsstem tegenover te stellen. Alsof die even belangrijk zouden zijn. Bij voordrachten illustreer ik het altijd met dit plaatje:

Afbeelding1

 

Inderdaad, soms valsbalanceert het uit de hand. Jeroen Pauw moest vorig jaar openlijk excuses aanbieden, nadat hij in een uitzending over vaccins een gewone arts tegenover drie vaccin-ontkennende dwaallichtjes uit het sprookjesbos had gezet. En in een open brief klaagden ruim honderd Nobelprijswinnaars dat journalisten bij berichten over genetisch gemodificeerde gewassen altijd weer de onwetenschappelijke onzin van de anti-gmo-activisten van stal halen dat gengewassen kankerverwekkend zouden zijn.

Jammer alleen dat ‘valse balans’ soms ook wordt gebruikt als trucje om tegenstanders het zwijgen op te leggen. Vooral klimaatactivisten hebben hiervan een handje. Toen ik onlangs in een uitgebreid stand-van-zakenartikel over het klimaat ook de kritische klimaatpublicist Marcel Crok kort aan het woord liet, joelden vanaf de publieke tribune prompt de blauwe twittervogeltjes: false balance, weg ermee!

Dat is natuurlijk inflatie van de valse balans. In een radioreportage op NPO1 over Monsanto’s landbouwgif ‘Roundup’ verzuimde men te vermelden dat er net een grote, onafhankelijke studie is verschenen die aantoont dat het gehate gif bij de mens géén verhoogd kankerrisico geeft. Het zou maar een ‘valse balans’ geven om zo’n ontlastend onderzoek te noemen, was het onthutsende antwoord toen ik een van de journalisten ermee confronteerde.

valsebalans

Zo ontstaat een ideologische dictatuur, een meningenkalifaat waarin alleen de heersende partijlijn mag worden uitgedragen. Het debat over het klimaat wordt verpest, niet alleen door roeptoeters als Thierry Baudet, maar net zo goed door betweters aan het andere uiterste die bij iedere tegenspraak ‘klimaatscepticus!’ beginnen te roepen en daarbij inhoudelijk redelijk goed geïnformeerde critici als Rozendaal, Crok of de Delftse hoogleraar geologie Salomon Kroonenberg het spreekrecht willen benemen. Dat werkt averechts en kan de scepsis juist voeden: welke sinistere klimaatlobby is hier eigenlijk aan het werk?

De zwijgende meerderheid van klimaatwetenschappers, zo is mijn ervaring, benoemt in interviews gewoon de onzekerheden. Daags na de herrie rond Baudet postte de Tilburgse hoogleraar Reyer Gerlagh een uitstekende, genuanceerde uitleg waar Baudet gelijk heeft en waar niet; en bij Jinek zette weerman Peter Kuipers Munneke kalm en helder uiteen dat de polen harder opwarmen. Een verademing tussen de bittere beschietingen over en weer tussen ‘klimaatsceptici’ en ‘klimaatalarmisten’, zoals de kampen elkaar noemen.

Intussen is er in de klimaatkwestie zelf best ruimte voor discussie. Vast staat dat het klimaat opwarmt en dat broeikasgassen van de mens daar de hand in hebben: een uitgangspunt dat ook critici als Rozendaal, Crok en Baudet volledig onderschrijven. Maar een stuk minder duidelijk is hoe snel dat precies gaat en wat de gevolgen zijn – laat staan welke maatregelen we de komende decennia moeten nemen.

13513-200

Natuurlijk zou het absurd zijn om bij ieder bericht over klimaatverandering een ‘ontkenner’ op te trommelen, net zoals het idioot is om bij nieuws over evolutie een creationist te bellen of bij economisch nieuws de waarzegger te raadplegen. Dat gebeurt dan ook niet. Maar valse balans mag nooit ontaarden in een heksenwaag, een instrument om ook ‘gewone’ onwelgevallige standpunten te verketteren: verboden kennis!

Zo lang die andersdenkenden maar integer zijn, een zekere autoriteit hebben zodat ze aansprakelijk zijn op hun mening, en voortbouwen op dezelfde feitenbasis als iedereen: wie wil beweren dat klimaatopwarming een complot is uit China, doet dat maar lekker bij dagblad De Kabouterbode. En, de andere voorwaarde, zo lang maar duidelijk is dat het gaat om een minderheidsstandpunt of persoonlijke mening, géén evenwichtig enerzijds-anderzijds.

trumop

Op dit moment noemt maar 2 procent van de Nederlanders het klimaat spontaan als maatschappelijk probleem, en met domheid of gebrek aan informatie heeft dat niets te maken. Wel met ideologie: er zijn nu eenmaal ook mensen die níét ’s nachts wakker liggen om de koralen bij Australië. Of die erop vertrouwen dat als de nood écht aan de man is, we ons wel een weg uit de crisis MacGyveren. Dat mag. Bij de hoogoplopende discussies over het klimaat gaat het doorgaans niet om wetenschap, maar om de achterliggende ideologieën en wereldbeelden.

Fanatieke klimaatbezorgden moeten toch eens leren dat je mensen niet overtuigt met nóg meer cijfers of nog onheilspellender toekomstbeelden – daarmee bereik je vooral de al bekeerden. Ook omerta’s en banvloeken hebben de kennistoename nooit erg  geholpen. Open discussie daarentegen scherpt het inzicht, dwingt tot nadenken en het opfrissen van oude kennis, en genereert nieuwe ideeën.

Het zou zomaar kunnen dat ongeïnformeerde meelezers niet prompt worden vergiftigd met een of andere boosaardige dwaalleer, zoals de vals-balansroepers schijnen te denken – maar dat ze er wijzer van worden.

 

 

 

scp

Wetenschap, breng je zaakjes eens op orde!

‘EN HUP, WEER even opstaan!’, tweette een collega monter. Daarbij de link naar een bericht uit NRC Handelsblad: ‘Ieder half uur opstaan maakt zitten minder dodelijk’, op basis van onderzoek in het prominente medische vakblad The Annals of Internal Medicine.

Totdat in de dagen die volgden de reacties binnendruppelden. Het ging hier om onderzoek gesponsord door Coca-Cola, dat er belang bij heeft om de gezondheidsgevaren van zitten te benadrukken, om zo de aandacht van frisdrank af te leiden. En het onderzoek zelf zat ‘tjokvol alarmbellen, beperkingen en verlammende tekortkomingen’, ging een van de critici tekeer.

hoed

Ach, die domme journalisten ook, is dan al snel de reactie. Die kun je ook van alles wijsmaken. Zelfs die van NRC, toch slijpsteen van de geest. We zien het bericht binnenkort wel gefileerd en in mootjes gehakt terug in het schandblok van een of andere factcheckrubriek. (Behalve NRC liepen onder meer CNN, CBS en The New York Times in de val.)

Maar wacht, dat is me toch wat te makkelijk. Want we hebben het hier natuurlijk niet over zomaar een nieuwtje uit de dorpskroeg. Dit is keiharde wetenschap, vastgelegd in een vakblad, niet het eerste het beste bovendien. Horen we er niet gewoon van op aan te kunnen dat wat je daar leest, een soort van, nou ja… klopt?

Maar nee.

Dat begint bij de ‘peer review’, het wetenschappelijke systeem van zelfcontrole door collega’s waarop men altijd zo trots is. Leuk, maar in de praktijk is de ‘review’ vooral een informele, op vrijwillige basis uitgevoerde controle, uitgevoerd door goedbedoelende wetenschappers die vooral letten op de methodes – maar minder op zaken als presentatie of overdrijving.

De gevolgen laten zich raden. Vorige week nog bleek dat van al het gepubliceerde biomedische onderzoek een kwart ‘spin’ bevat: de resultaten zijn dikwijls met kunstgrepen en trucjes ‘opgeleukt’, om het onderzoek beter te laten uitkomen.

Moet de reviewer daar niet ook op letten? Of zou de uitgever van zo’n vakblad niet een anti-spindokter moeten aanstellen? Of er tenminste in grote, opvallende letters boven zetten: LET OP, DIT ONDERZOEK WERD MEDE MOGELIJK GEMAAKT DOOR COCA-COLA? Dat staat nu ergens in laffe kleine lettertjes helemaal onderaan, op een plek waar alleen de meest gestaalde lezer nog komt.

hoed

En er is het persbericht. De analyses wijzen steevast uit dat persberichten neigen naar overdrijving en zelfs rechtstreekse verdraaiing van resultaten. Hebben de wetenschappers die het onderzoek in kwestie hebben uitgevoerd hier niet óók een zekere verantwoordelijkheid? Zo’n persbericht schrijft toch zeker niet zichzelf?

En zo’n universiteit of vakblad dat het persbericht uitbrengt? Heeft men daar geen enkel besef dat het openbaar maken van wetenschappelijke onderzoeksresultaten iets anders is dan het verkopen van een tweedehands auto? Ik weet het wel: geld, targets, er moet ‘gevaloriseerd’ worden. Maar is gedegen wetenschap niet óók een target – of ben ik nu ouderwets?

Arm NRC. Want kom op: dat eens in het half uur even opstaan uit je stoel de dood zou uitstellen, als een soort wonderolie tegen het sterven, dat is natuurlijk absurd. Een vrolijke puntmuts die de pr-machine op het onderzoek heeft gezet.

Maar het is te makkelijk om alleen de journalistiek de schuld te geven. Hoe pijnlijk en onterecht het ook is tegenover al die integere, ploeterende onderzoekers die ongetwijfeld de meerderheid vormen; zo lang de wetenschap zijn eigen kwaliteitscontrole niet op orde heeft, is er alle reden om onderzoek te wantrouwen.

Ík ben in elk geval weer wakker.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Hoe klimaatwetenschappers zich aan Harvey overschreeuwen

JE KON EROP wachten. Nu de orkaan Harvey is uitgeraasd, de doden zijn geborgen en het water is gedaald, is er de nasleep: een tsunami van wetenschappers die met opgeheven vinger benadrukken dat Harvey de orkaan toch écht te maken had met het klimaat.

Of nou ja, een beetje. Of niet echt eigenlijk.

Orkanen worden namelijk niet veroorzaakt door klimaatverandering. Ja: de zeespiegel staat wat hoger en dat duwt de stormvloed op – alleen gebeurde dat nu in dunbevolkt kustgebied. Ja: een warmere dampkring houdt meer water vast en dat geeft meer regen – alleen is dat hoogstens zes procent meer, blijkt uit de berekeningen. En ja: in een warmere wereld gaat de windkracht van orkanen iets omhoog – maar het is omstreden of zo’n effect nu al zichtbaar is.

Dat de schade in de VS zo groot was, komt vooral doordat men zijn zaakjes niet op orde had. Armoede. Bezuinigingen op waterwerken. Stadsuitbreidingen. Een kwart meer stoeptegels en asfalt sinds 1996.

Maar dat hield een aantal heren (het zijn altijd heren) klimaatwetenschapper niet tegen om toch vooral uit te weiden over wat Harvey allemaal wél met het klimaat te maken heeft.

hansen
James Hansen ziet een klimaatramp

‘Deze storm moet je opvatten als een waarschuwing. Dit verschijnsel gaan we vaker krijgen’, zei Princeton-wetenschapper Michael Oppenheimer.  ‘Harvey laat zien hoe kwetsbaar moderne samenlevingen zijn als het klimaat opwarmt’, zei atmosfeerwetenschapper Kerry Emanuel. ‘Het is keiharde natuurkunde.’

‘Harvey is hoe klimaatverandering eruit ziet’, constateerde meteoroloog Eric Holthaus op nieuwssite Politico. ‘Het is tijd om onze ogen te openen.’

‘Het is een feit: klimaatverandering maakte orkaan Harvey dodelijker’, schreef atmosfeerwetenschapper Michael Mann in de Britse milieukrant The Guardian. ‘Er is een duidelijk verband tussen klimaatverandering en sterkere orkanen’, stelde klimaatwetenschapper en activist James Hansen.

‘De menselijke CO2-uitstoot is waarom we deze orkanen hebben’, poneerde Chris Cuomo, zelfverklaard klimatoloog, intussen bij CNN. ‘We kunnen een manier bedenken om het aantal van deze stormen te verminderen.’

Einde van het liedje: een humeurige verklaring van het milieuministerie EPA, dat de wetenschap de boel niet zo moest politiseren. En de klimaatsceptici die feestelijk de kachel aanmaakten met die malle ‘alarmistische’ wetenschappers.

13513-200

Wetenschappers die spontaan naar voren dringen om uit te leggen dat een gebeurtenis die weinig te maken heeft met klimaatverandering, tóch te maken heeft met klimaatverandering. Die na een weerramp met 45 dodelijke slachtoffers haast verlekkerd roepen: kijk eens mensen, dít staat ons nou te wachten!

Het is zoiets als de PVV die na ieder wissewasje over moslims begint. Geen open, wetenschappelijk denken, maar gewoon dramatische incidenten aanwijzen om je gelijk te halen.

Zouden de Oppenheimers, Emanuels, Holthausens, Manns, Hansens, Cuomos, Emanuels en Rahmstorfen nou écht niet begrijpen dat hun gedram en gepreek alleen doordringt tot de al diepbekeerden – en ook averechts kan werken?

Dat het niet gaat om nóg snedigere soundbites, maar gewoon om het aanreiken van eerlijke, transparante, controleerbare informatie, zodat burgers zelf een oordeel kunnen vormen? (Zoals hier, of hier.)

Much to learn, you still have.

En, o ja: de eerste klimaatpraat over orkaan Irma is intussen al begonnen.

irma

 

NASCHRIFT 8-9: Dat het ook anders kan, bewijst hoofd orkaanvoorspellingen Gerry Bell van het Amerikaanse Climate Prediction Center in de New York Times. Opvallend: ‘Dr. Bell said his group does not consider climate change in developing its forecasts.’

 

Aardappel anders

HAD IK HET al gehoord? Een Nederlands bedrijf is er eindelijk in geslaagd een aardappel te ontwikkelen die ongevoelig is voor de gevreesde aardappelziekte, zo gonsde het rond. Een doorbraak van jewelste, kopte het toch altijd fatsoenlijke Financieele Dagblad. De gewasziekte kost de wereld immers zo’n 10 miljard euro per jaar.

Dus wat doe je dan. Je gaat eens rondbellen.

Al snel werd duidelijk dat de aardappel toch wat minder heet diende te worden gegeten. De aardappel is nog in ontwikkeling. En het is nog de vraag of het allemaal wel lukt. Zo’n aardappel is toch meer dan resistentie alleen, duidde iemand uit de industrie. Hij moet ook een goede opbrengst hebben, een mooie vorm, geen rare knobbels, lekker smaken.

Bovendien zijn er veel meer bedrijven bezig met de ontwikkeling van zo’n meervoudig resistente aardappel. Nog maar zien wie straks de echte knaller op de markt brengt. Dit is wel erg voorbarig, vond een van de wetenschappers die ik sprak.

 

Aap uit de mouw

Maar het nieuws dan? Er was hier toch een Grote Doorbraak In De Strijd Tegen De Gevreesde Aardappelziekte geboekt?

Na wat doorvragen kwam de aap uit de mouw. Het bedrijf in kwestie heeft woensdag een open dag. Belangstellenden van harte welkom.

Een van de genodigde journalisten was daarop aangeslagen. Joh, wat interessant, zo’n pieper. Mag ik niet een paar dagen eerder langskomen?

De dynamiek die volgt laat zich raden. Journalist komt langs. Bedrijfsleider steekt stoer verhaal af. Journalist onder de indruk. Exclusief nieuws, we hebben het als eerste! Schrijf je het wel newsy op? Weinig ander nieuws. Maandag. Opening krant. NOS erop, RTL erbij. Mediastorm compleet.

Zonder dat iemand op het idee komt het blindingly obvious te vragen. Bestáát dit gewas al? Is dit de eerste, de enige, de grootste kanshebber?

 

Nerveus

Ik kan het me hebben verbeeld, maar de bedrijfsleider in kwestie leek nerveus toen ik hem ermee confronteerde. Jazeker, het onderzoek was een hoopvolle nieuwe fase ingegaan. Maar een nieuw gewas was wat teveel eer. Ach, u weet hoe dat gaat. Die krantenkoppen he? Daarover hebben we helaas geen controle.

Waarna ik op mijn To-Do-lijstje schreef dat ik ooit eens een verhaal over phytophtora moet maken, ik mijn aantekeningen in de fik stak, enkele verwensingen uitsprak over Het Financieele Dagblad en ik mijzelf in slaap huilde: wéér een dag verknald met het checken van nepnieuws.

 

Naschrift:

Door alle media-aandacht voor het onderwerp kwam het later die avond alsnog van een nieuwsartikel van mijn hand, met daarin alle nuances van dien; u leest het hier.

Onzekerheidsmarges geven? Dat is zó passé

IK KOM ER toch nog even op terug: de ‘Global Drug Survey’, dat onderzoek waaruit zou blijken dat Nederland na Ierland en Denemarken hét land is met de meeste probleemdrinkers. Breeduit in het nieuws geweest, van Nieuwsuur tot Metro, ook al viel er van alles op het onderzoek af te dingen – lees vooral deze factcheck erop na, of bekijk anders het filmpje onderaan deze pagina.

Maar het alcoholische muisje heeft een bizar staartje.

Want terwijl de schijnwerper van de media-aandacht zich weer op andere zaken richtte, vroeg ik nog wat door. Want zo’n top drie van probleemdrinkende landen, snijdt dat eigenlijk wel hout? Het gaat hier immers om steekproefonderzoek. En uitkomsten van steekproeven, daar horen onzekerheidsmarges bij. Zou Nederland nog steeds op drie staan als je die meerekent? Misschien verschilt onze probleemdrinkscore wel helemaal niet significant van landen als Schotland, België of Mexico.

armslag gds
De waarschuwing in het GDS-rapport: niet te gebruiken voor landelijke schattingen!

Vooruit dus, graag even die onzekerheidsmarges. Maar op zó’n vraag had Floor van Bakkum van de Jellinek-kliniek, die de resultaten in ons land met veel enthousiasme in het nieuws verkondigde, niet gerekend. Onzekerheidsmarges? Nee, die had Van Bakkum niet. Misschien wisten ze het op het hoofdkantoor in Engeland.

Maar ook daar bleek men de marges rond de getallen niet zomaar te kunnen leveren. ‘Aangezien dit voorlopige analyses zijn, verschaffen we dit soort aanvullende details normaal gesproken niet,’ mailde de coördinator van het onderzoek, psychiater Adam Winstock.

Pardon, de onzekerheidsmarges, een ‘aanvullend detail’? Ik besloot door te vragen.

Want waarom brengt de Global Drug Survey zijn onderzoeksresultaten eigenlijk naar buiten in de vorm van hippe ranglijstjes? Het is toch zeker geen wedstrijdje veelzuipen of zoiets? In het rapport staat nota bene nadrukkelijk een disclaimer: onze cijfers gaan alleen over de uitgaansscene, en beslist niet over de héle bevolking van de onderzochte landen.

Het werd een paar dagen stil, maar daarna antwoordde Winstock uitgebreid en openhartig.

‘Jaren van ervaring’ hebben ertoe geleid dat men de nuances maar wegliet, mailde Winstock. ‘De competitie om ruimte betekent vaak dat er toch weinig ruimte is om onze methodes en beperkingen aan te geven – hoewel die worden benadrukt in onze rapporten, op onze website en vooral in de wetenschappelijke publicaties.’

‘We beseffen dat sommige media onderzoeksbevindingen graag vergelijken en tegen elkaar afzetten, op zoek naar een haakje om het verhaal te vertellen. We kunnen wel foutmarges presenteren, maar dat zou mediapartners er toch niet van weerhouden om landen in volgorde te zetten en met elkaar te vergelijken.’

Dus eigenlijk: de media maken toch overal een wedstrijd van, dus doen wij het alvast zelf. Het is net zoiets als alvast je eigen voordeur forceren, omdat anders die inbrekers het maar zouden doen. Raarrrr. En dom: uit onderzoek blijkt dat bij medisch nieuws veel van de overdrijvingen niet bij de media zitten – maar in de persberichten.

En die onzekerheidsmarges?

Die heb uiteindelijk gewoon zelf even ruw berekend. En zoals viel te verwachten is Nederland niet per se derde van de ongeveer 30 onderzochte landen, net zo min als Denemarken eerste is en Ierland tweede. We zitten ergens in een kopgroep van landen waar men in de uitgaansscene veel en heftig drinkt, samen met Denemarken, Noorwegen, Zweden, Canada, Nieuw-Zeeland, Ierland, het Verenigd Koninkrijk, Colombia en België.

Zie je nou wel dat het best kan, onderzoeksresultaten brengen zonder gedoe over wie op kop loopt en wie niet?

Moeten die onderzoekers alleen wél de onzekerheidsmarges erbij geven.