Is dit nou de redding van de regiojournalistiek?

EN DAAR VERSCHEEN, zo tussen Sint en de Kerstman door, een journalistieke productie die de wereld moet veranderen. In het Leiderdorps Weekblad – wie leest hem niet? – stond de allereerste productie van het ‘Leids Mediafonds’, een initiatief dat de kwijnende regionale journalistiek moet redden.

Het idee is geweldig, vind ik althans. De regionale journalistiek wordt immers ernstig bedreigd, door afhakende lezers, opdrogende advertentie-inkomsten en kapot bezuinigde redacties. En daarmee dreigen de dorpen en middelgrote steden, toch de haarvaten van de samenleving, iedere vorm van onafhankelijke journalistieke controle te verliezen. Bij de meeste gemeenteraden staan de perstribunes inmiddels stof te vergaren; laat staan dat er ooit nog een journalist de gemeentelijke declaraties controleert, kritische vragen stelt aan de wethouder of zich verdiept in het handjeklap tussen de gemeente en de projectontwikkelaars.

Het Mediafonds moet daarin verandering brengen. Het fonds, onafhankelijk beheerd, verdeelt een subsidie van de gemeente Leiden over journalistieke projecten. Uniek, moedig en best visionair eigenlijk: de gemeente die zijn eigen waakhond betaalt.

Dan moet die waakhond alleen wel een beetje kunnen keffen natuurlijk. En de eerste journalistieke productie betaald door het fonds laat wat dat betreft toch wel wat te wensen over, bemerkte ik toen ik licht rillend van opwinding de eerste PDF open klikte.

Geen splijtende primeur. Geen stof opwaaiende reportage. Geen spraakmakend interview. Nee: het eerste dat we te zien kregen was… jawel, een interview met de wethouder van Leiderdorp. ‘SAMEN MET BEWONERS NADENKEN OVER ENERGIETRANSITIE IN DE ORANJEWIJK’, stond erboven. Een kop die de lezer op het puntje van zijn stoel zal brengen, zullen we maar zeggen.

kop1

In het interview legt de wethouder in beheerst ambtelijk jargon en niet gehinderd door enige tegenvraag uit dat de CO2-uitstoot ook in Leiderdorp omlaag moet en welke procedures daarvoor inn stelling zijn gebracht. Citaat: ‘Dat zijn stevige doelstellingen en er wordt hard gezocht naar maatregelen om die te realiseren.’

Waarna de wethouder nogmaals benadrukte dat hij toch echt vooral samenwerkt met de bewoners. En dat er een ‘drukbezochte’ bijeenkomst was geweest waar volgens de wethouder allemaal ‘positieve’ dingen waren gebeurd, maar waar de verslaggever merkwaardigerwijs ontbrak.

joostwillemsen.JPG
De wethouder poseert voor een reclamebord. Foto uit Leiderdorps Weekblad.

Vooruit, volgende artikel dan maar. Alweer een interview. Met de ‘EnergieAmbassadeur’ ditmaal en alweer onder een kop waarvan het nog lang onrustig zal zijn in Leiderdorp:

koop2

Knalt de interviewer er eens flink in: ‘Hoe pak jij je rol als energieambassadeur op?’

Artikel nummer drie, misschien? We zien een grijze mevrouw die glimlachend naar haar meterkast wijst. ‘VOLOP BEZIG MET VOORBEREIDINGEN OP EEN GASVRIJE TOEKOMST’, verduidelijkt de kop boven – alweer – een interview. Want ook mevrouw Van Goozen is er ‘klaar voor’ en is ‘hard bezig’ om ‘van het gas af’ te komen, stelt het stuk monter.

goozen
Mevrouw Van Goozen is ‘hard bezig’ om van het gas af te komen, volgens het Leiderdorps Weekblad.

Nou ja, tot je bij de een na laatste alinea komt. Van Goozen is waarschijnlijk al te oud om haar investering nog terug te verdienen, staat daar kort, en trouwens: onduidelijk is hoe ze sowieso aan het geld moet komen om haar woning om te bouwen. ‘Kortom, nog volop vragen, vooral over de financiële kant’, strijkt de interviewer die onverwachte dissonant vlug glad.

Kom, het is het Leiderdorps Weekblad maar, zult u zeggen. Het plaatselijk sufferdje, waar het gouden echtpaar een hand krijgt van de burgemeester en klaverjasvereniging Hartje Troef zijn uitslagen publiceert. Dat zal, maar was dit initiatief niet juist bedoeld om de kritische, onafhankelijke journalistiek wakker te kussen? Júíst hier, tussen de aankondigingen van de kerkdiensten op zondag en het laatste nieuws over de rolstoeluitleen in de Winkelhof in?

Toegegeven, dit was nog maar de eerste productie, op stapel staan nog zeventien projecten die er stuk voor stuk best veelbelovend uit zien. Maar toch, zorgen baart het me wel. Zo’n pagina waarop de wethouder zijn plannen mag toelichten en mevrouw Van Goozen mag zeggen hoe blij ze daarmee is: noemden we dat vroeger niet gewoon de gemeenteberichten?

Ik hoop van harte dat het Mediafonds opzienbarende, mooie en belangrijke producties voortbrengt. Ik hoop dat er onthullingen komen, en eye-openers, want journalistiek hoort nu eenmaal een beetje te schuren.

Maar ik sluit ook niet uit dat het voor de regiojournalistiek inmiddels te laat is – en dat het fonds in al zijn goede bedoelingen bezig is een allang opgegeven lijk te reanimeren.

Advertisements

Waarom die antivaxxers toch maar boffen, met Buitenhof

Het was weer zo ver. Nadat Jeroen Pauw zich al eens vergaloppeerde aan het onderwerp, mocht de anti-vaccinatiebeweging plaatsnemen bij Diana Matroos aan tafel, in het VPRO-programma Buitenhof ditmaal.

Vragen om moeilijkheden, natuurlijk. Maar ja, je moet toch wat met de hete aardappel die vaccinatie heet. De vaccinatiegraad daalt immers, en experts maken zich daarover grote zorgen. Journalistieke reflex: laat dan ook degenen eens aan het woord om wie het allemaal gaat.

Een terechte gedachte natuurlijk. Je zou zelfs kunnen zeggen dat de journalistieke plicht tot waarheidsvinding vereist dat je af en toe ook eens de ander aan het woord laat. Al is het maar om met eigen oren te horen wat voor standpunten die er eigenlijk op na houdt.

Maar de plicht tot waarheidsvinding vereist nóg iets. Namelijk: kritische vragen stellen.

En daar gaat het steeds mis. In Buitenhof zakte Diana Matroos weg in de rol van moderator in een debat. Aan tafel zit een mevrouw die tegen prikken is en een mevrouw die vóór is, laat ze het maar lekker uitzoeken met elkaar, dan zorg ik er wel voor dat ze ongeveer even vaak aan het woord komen en het item op tijd af is.

Met, toen de tijd om was, de onvergetelijke samenvatting: ‘U bent het duidelijk niet met elkaar eens. Maar u heeft allebei uw standpunt kunnen geven.’ Het ‘kunnen geven van uw standpunt’ als hoogste doel; missie bereikt! En zoekt u het thuis verder maar lekker uit.

Natuurlijk had Matroos zich moeten inlezen in het onderwerp. Een goede vraag aan de jeugdarts (pro-vaccinatie): ‘Maar als vaccins echt zo veilig zijn, waarom worden er dan toch ieder jaar zo’n honderd ernstige bijwerkingen gemeld?’ Of: ‘U zegt nu dat er in de derde wereld zoveel kinderen aan mazelen overlijden, maar we leven hier toch in een land waar de gezondheidszorg beter op orde is?’

En dan Madam Prik-me-niet ook wat kritische vragen stellen natuurlijk.

‘U zegt dat u zich heeft verdiept in het onderwerp. Dan kent u ook dat recente Nederlandse onderzoek dat uitwijst dat er zo’n 9000 kinderlevens zijn gered door vaccins tot 1992 alleen al. Hadden die dan maar dood gemoeten?’

Of: ‘U zegt dat vaccins autisme veroorzaken. Maar hoe verklaart u dan dat een recente, onafhankelijke analyse van in totaal 1,3 miljoen kinderen geen enkel verband vond?’

Of: ‘Op uw website beweert u dat je autisme kunt genezen met homeopathie. Kunt u ons eens laten zien op welk onafhankelijk medisch onderzoek u dat baseert?’

En: ‘U zegt dat er geen medisch vergelijkende onderzoeken zijn die vaccins met een placebo vergelijken. Waarom vind je er dan met één keer Googelen al meer dan tienduizend?’

En: ‘Heeft u soms zitten snoepen van de wonderpaddestoelen in het sprookjesbos, dat u dit soort rare dingen zegt?’

Goed, die vraag misschien niet, maar u snapt het idee.

Wat er nu ontstaat is wat experts een valse balans noemen. Enerzijds-anderzijds, alsof je twee eeuwen zorgvuldig opgebouwde medisch-wetenschappelijke kennis zomaar kunt afzetten tegen het ‘gevoel’ van een handvol moeders.

Ik zeg niet dat je dat gevoel niet serieus moet nemen. Ik ben tegen sanitaire cordons en spreekverboden. Maar schat dat gevoel in op waarde – een tamelijk particuliere mening, en maak het niet belangrijker dan het is – en onderzoek hem eerlijk en kritisch. Juist dán neem je je sprekers serieus.

Afgezien daarvan, het gaat hier om kinderlevens. Geen onderwerp waarbij je als een soort technisch voorzitter achterover kunt leunen en een beetje met grote vragende ogen gaan zitten kijken (Pauw) of er vooral op letten dat alle gasten goed aan het woord komen (Matroos).

Mensen serieus bevragen kan zomaar nog aardige resultaten opleveren ook. Ik geloof dat ik dat vorige week in mijn eigen stuk over vaccinweigeren heb bewezen.

 

Waar is het off-the-recordgesprek gebleven?

DE HOOGLERAAR, IK zal zijn naam niet noemen, liet me iets zien wat u nog niet mag weten. Afkomstig van een locatie die ik moet stilhouden. Maar spectaculair dat het was!

Het uur daarvoor had de hoogleraar me verteld over een onderzoek dat ik nog even geheim houd en over een zeer opmerkelijk experiment waarover ik helaas mijn kaken op elkaar moet houden. En hij vertelde me iets dat zo opmerkelijk is dat ik hard moest lachen en hem voorhield: het lijkt me dat je daarmee een Nobelprijs kunt winnen. Wat het precies is, hoort u later nog wel eens.

‘Ik hartje het off the record-gesprek’, tweette ik toen ik na afloop terug fietste naar het station van de universiteitsstad waar alle geheimzinnigheid zich afspeelde. Een blocnote vol losse opmerkingen en aantekeningen rijker: eind dit jaar komt zus, begin volgend jaar even letten op zo.

Het off the record-gesprek, niet met zo’n pr-type – ik word haast iedere week wel gebeld door iemand uit de pr met het verzoek of we eens ‘koffie kunnen drinken’ en ‘kennis kunnen maken’ om ‘te verkennen of er nog onderwerpen zijn waarin je mogelijk interesse hebt’ – maar gewoon zoals het hoort, met een wetenschapper die moeilijke woorden gebruikt, grafieken laat zien en zelf niet snapt welk van zijn onderzoeken nieuwswaardig zijn.

Nieuws in zijn ruwste, meest grofstoffelijke vorm. Zodat je journalistiek kunt beoordelen: dít is interessante kennis voor de maatschappij. Zonder dat daar een voorgekookte strategische pr-afweging van de voorlichterij aan vooraf gaat: dit is interessante informatie om onze universiteit te profileren als de universiteit waar we ons bewust zijn van duurzaamheid / internationalisering hoog in het vaandel hebben / aansluiting zoeken bij de industrie / de patiënt voorop stellen (doorhalen wat niet gewenst).

Maar het gesprek zonder dat het meteen een stukkie oplevert is wel een zeldzaamheid aan het worden. Ik herinner me hoe een andere hoogleraar, in de aardwetenschap, eens tegen me klaagde: toen ik nog in Duitsland werkte, kwamen er met enige regelmaat journalisten langs, gewoon om te zien wat we hier eigenlijk doen. Maar in Nederland, ho maar.

En dat was tien jaar geleden, voor de grote leegloop van de abonneebestanden, het tragische verval van de regiojournalistiek, het droeve vertrek van de adverteerders naar Facebook, YouTube en Google Ads.

‘Zomaar’ met iemand gaan praten, kom er tegenwoordig maar eens om. De groeiende stal freelancers zal het niet snel doen: uurtje factuurtje immers, een dag niet getikt is een dag niet betaald.

En de journalisten in vaste dienst hebben ook steeds minder ruimte: druk druk druk, de website moet nog gevuld, er moeten nog een opening pagina komen voor de krant van morgen. Dat geldt zelfs al een beetje voor mij, verwend nest in vaste dienst bij een grote krant. Kun je nagaan hoe het is in de hoekjes en gaatjes, bij de speciaalbladen, de regiokranten, de kleine nieuwszenders.

Terwijl: een uurtje lullen, wat is dat nou. Genoeg stof voor nog járen aan opmerkelijke nieuwsberichten, leverde me het in dit geval op. En vaak levert het ook niks op, dat is dan ook best.

Kom je nog eens achter je bureau vandaan, zoals dat dan heet.

Vijf fijne feitenvideo’s

HET PODCASTPROGRAMMA Onder Mediadoctoren wilde me interviewen, over hoe het is om video’s te maken bij de Volkskrant, en dus leek het me aardig om de balans eens op te maken. Welke van onze factcheckvideo’s zijn de beste?

Kijkcijfers zijn daarvoor niet de beste maat. Op Facebook, ons belangrijkste platform voor de video’s, lopen de kijkcijfers van de feitenvideo’s nogal uiteen – van 10 duizend tot, jawel, 1,9 miljoen views. Ook zonder die uitschieter (want dat was het) wisselt het aantal views sterk: gemiddeld 35 duizend views, maar met een standaardafwijking van 25 duizend, om het precies te zeggen.

Daarom kijk ik, als een volleerd sociale-media-goeroe, liever naar het aantal interacties. Hoe vaak werd een video per duizend views door kijkers geliked en gedeeld? Dat levert deze top-vijf op van onze, ik durf wel te zeggen, door de bezoeker meest gewaardeerde video’s:

Op 5: Wonen er echt tienduizend illegale asielzoekers in Amsterdam?

Op 4: Is Nederland probleem-drinkland nummer drie van de wereld?

Op 3: Zijn er in ons land meer fundamentalistische Christenen dan moslims?

Op 2: Is deze ijsbeer echt slachtoffer van klimaatverandering?

Op 1: Hoe zit dat nou met dat lagere zwarte IQ?

Leuk en motiverend, dat onze video’s zo goed worden bekeken en gewaardeerd. En veelzeggend natuurlijk, dat de best gewaardeerde video’s allemaal gaan over maatschappelijke thema’s.

We blijven vrolijk doorgaan!

(Ons vaste team bestaat uit: Rizky (coördinatie, montage, camera), Robin (camera, montage), Ronald, Tomas, Enith, Jennie (research), Myrthe (animatie), ikzelf (research, scripts, presentatie).)

Zó leuk is Drenthe nu ook weer niet

DE JOURNALISTIEK HAASTTE zich naar Paterswolde, waar onderzoek een nieuw inzicht had gebaard:  nergens is het zo goed wonen als in Noord-Drenthe!

Schoon. Rustig. Veilig – enfin, u kent dat soort lijstjes wel. De verslaggever van Radio 1 hield een hondenmevrouw staande: ja, inderdaad, het is hier best goed wonen, bekende zij verbouwereerd. Schoon, rustig, veilig.

Gek wel. Eerder dit jaar spoedde de journalistiek nog naar Ede, waar blijkens onderzoek óók de gelukkigste mensen van het land zouden wonen. Daarna snel door naar ‘t Gooi, de plek waar volgens een ‘unieke vergelijking’ van weekblad Elsevier het beter toeven is dan waar dan ook. Maar vergeet Amsterdam niet: de aantrekkelijkste plek om te wonen, bezwoer weer een andere studie.

En nu weer Noord-Drenthe. Zouden de gelukkigste mensen van Nederland soms telkens verhuizen?

Enorme huizen

Het begint met het onderzoek. De Brede Welvaartsindicator, zoals het 36 pagina’s tellende ding plechtig heet. Verzorgd door de Rabobank, in samenwerking met de Universiteit Utrecht. Voor het eerst gaat die monitor niet alleen over hoe de inkomens over het land zijn verdeeld, maar ook over woongenot en veiligheid – de Rabobank lanceerde pas een nieuwe campagne die moet uitstralen dat de bank heus niet alleen aan geld denkt, maar ook aan het welbevinden.

En ja: Noord-Drenthe number one. ‘Noorderlingen weten het allang, maar het staat nu ook wetenschappelijk vast’, constateerde het Dagblad van het Noorden tevreden. ‘Er staan hier enorme huizen met blije mensen’, signaleerde de radioverslaggever vanuit het verre Paterswolde.

Allemaal om deze grafiek:

Om tot die score te komen, telden de Rabobank en de universiteit elf ‘dimensies’ bij elkaar op – zaken als veiligheid en de werkloosheid, maar ook vragenlijstinzichten zoals hoe gelukkig men zegt te zijn, en hoe tevreden over de woning.

Maar kijk nog eens naar die grafiek. Tussen de tofste plekken en de akeligste uithoeken van het land zit maar zo’n 10 procent verschil in score. Tussen Noord-Drenthe en de nummer twee (Zuidwest-Drenthe) zit zo op het oog zelfs maar een paar procent verschil.

Hier missen natuurlijk de foutmarges. Want de volgende keer dat je in Noord-Drenthe langskomt om te vragen hoe happy men zich voelt, tref je misschien net een chagrijnigere steekproef. En dan is niet Noord-Drenthe, maar Zuidwest-Drenthe opeens kampioen Brede Welvaart. Of de Veluwe. Of Utrecht.

Nog niet af

Maar vraag dat niet aan de onderzoekers.

De universitaire deelnemers – historici Bas van Bavel en Auke Rijpma – erkenden dat ze de monitor ‘helaas nog niet hadden gemaakt met foutmarges’. De wetenschappers hadden het ‘er nog wel over gehad’ met de Rabobank.

En: ‘We kwamen toen tot de conclusie dat als we dat gedaan hadden, de verschillen tussen regio’s in het midden van de distributie (bv. Twente versus Utrecht) waarschijnlijk niet groot genoeg zijn om meetonzekerheid te overstemmen’, mailt Rijpma.

Maar waarom zou je dan je onderzoek uitbrengen, als het nog niet af is? Wél een winnaar uitroepen en plechtige presentaties houden en met de radio mee naar het noorden gaan, terwijl de marges om de getallen ‘helaas nog niet’ klaar zijn?

Onderzoeker Sjoerd Hardeman van RaboResearch Nederland noemt door de telefoon een andere reden: ‘Die marges zaten er niet bij toen we deze data kregen van het Centraal Bureau voor de Statistiek’.

Eh, ja? Hadden ze het CBS dan niet gewoon even kunnen bellen?

Retegelukkig

Zo worden de journalisten leuk bezig gehouden. Stuur ze naar Paterswolde, nee Ede, nee Alphen aan den Rijn! Als we maar ergens in ons achterhoofd houden: de Rabobank, daar snappen ze dat welzijn méér is dan inkomen en centen alleen.

De enige conclusie die je van een afstandje kunt trekken, is dat het op het platteland van Drenthe, Friesland of de Veluwe fijner toeven is dan in de binnenstad van Rotterdam of Den Haag. Maar ja, op de een of andere manier verbaast me dat nou niks.

Misschien is de belangrijkste slotsom wel wat wiskundige en cabaretier Jan Beuving me eens zei, na alweer een onderzoek dat uitwees waar de gelukkigste Nederlanders wonen. Na een peilende blik op de grafieken was Beuving eruit.

‘Eigenlijk is de conclusie gewoon: we zijn in Nederland hartstikke retegelukkig.’

 

newspaper

NASCHRIFT:

Opvallend was dat veel media zonder nadere vragen over de statistiek of de betrouwbaarheid meegingen in het verhaal van de Rabobank. Ik leek de enige die publiekelijk een wat ander geluid liet horen:

chcch

Een grappig detail: dit is wat er gebeurde toen ik het onderzoek op zoek naar nadere details over de foutmarges doorzocht op ‘confidence intervals’. Letterlijk geen betrouwbaarheid te vinden.

kk

Ojee, het NOS Journaal wordt gevirald

WAT IS ECHT en authentiek, en waar wordt het reclame en nep? Voor diepere gedachtes over die vraag kun je natuurlijk naar de nieuwe Blade Runner gaan – óf je zet gewoon het NOS Journaal aan.

Want het was natuurlijk best een wonderlijk incident dat zich daar donderdagavond voltrok.

Het begon met een item over het plan om woningen van het aardgas af te halen. ‘Een gigantische opgave, maar wel haalbaar’, aldus de NOS, op last van netbeheerder Stedin. Waarop dit lollige itempje volgde, met twee gewone burgers die van het gas af willen en daar een vlog over bijhouden:

Eh, juist. ‘Bewoner’ Ingrid? Een beetje verbaasd over haar gebruik van het jargonwoord ‘transitie’, besloot ik toch eens te googelen wie deze mevrouw eigenlijk is.

En ja hoor. Zo heel doorsnee is Van Prooijen ook weer niet. Ze is ‘businessontwikkelaar’ bij Alliander Duurzame Gebiedsontwikkeling, de poot van energiebedrijf Alliander met ‘als doel open netwerken te realiseren voor transport en distributie van duurzame en lokale energie.’

Een mevrouw wier werk het is om huizen van het gas te krijgen, dus. En dat doet ze met enthousiasme, zo blijkt uit de blurb bij haar profiel:

vanprooijen.JPG

En ‘bijdragen aan de versnelling van de energietransitie’ is dan ook precies wat ze, vermomd als ‘bewoner’, op ’s lands meest prominente nieuwspodium mocht doen. Citaat: ‘Ik denk dat het heel belangrijk is om de bewoners en woningeigenaars nu al te informeren: deze transitie zit eraan te komen.’

Verantwoordelijk verslaggever Henrik-Willem Hofs reageerde via Twitter snel en professioneel. Hij wist het niet. En voegde op de NOS-site toe dat Van Prooijen behalve burger ook duurzaamheidsadviseur bij Alliander DGO is.

Ja, maar nou nog dat vlog.

Daarop reist Van Prooijen samen met haar vriend het land af, op zoek naar duurzame techniekjes. Zo bezoeken Henk en Ingrid (‘Ja, zo heten we écht!’) een gezin dat de verwarming heeft vervangen door infraroodpanelen, krijgen ze een duurzaamadviseur over de vloer, en bezoeken ze Bert en Ellis, een paar dat een bestaande woning liet isoleren.

Een leuk, enthousiasmerend vlog. Het is alleen wel érg goed gemaakt. Met geavanceerde video-effecten, een professioneel afgewerkte geluidsband en een leader waar ik als ervaren amateur dágen over zou doen.

En dan heeft het vlog ook nog eens dezelfde naam als de campagne ‘Van Gas Los’ die het Programmabureau Warmte Koude Zuid-Holland vorige week lanceerde – toevallig precies tegelijk met de start van het vlog.

Citaat uit de communicatiestrategie van die campagne: “Om Nederlandse bewoners mee te krijgen in deze transitie, zullen zij allen geïnformeerd moeten worden met een optimistische boodschap.”

Ik bel Van Prooijen toch maar eens op.

Die is er eerlijk over: het idee voor het vlog was van haarzelf, ‘en daarna hebben we voor de uitvoering partners gezocht’. Zo is de montage van de video’s gratis uitgevoerd door Alliander DGO. En kreeg ze de mensen waar ze met haar vriend op bezoek ging aangereikt van het programmabureau.

Pr, dus gewoon.

Maar dat wordt in de video’s verzwegen. De namen van Alliander of het Programmabureau komen nergens voor, en als het stel bij een duurzaam gezin op bezoek gaat, heet het dat ze die ‘via via’ hebben leren kennen. Ook op de sociale kanalen van Henk en Ingrid: geen woord over de sponsoring.

vanprooij2

We worden hier, kortom, gevirald waar we bij staan. Subtiel gehersenspoeld, rijp gemaakt om ook ‘de energietransitie’ te maken: wég met dat vermaledijde gas, die leuke en vooral heel gewone Henk en Ingrid doen het ook!

Van Prooijen zelf baalt ervan. Ze heeft er slecht van geslapen, belooft haar pagina’s aan te passen. ‘Ik leer hier ook weer van’, zegt ze.

Dat is vervelend, want zij kan het natuurlijk ook niet helpen. Háár enthousiasme is tenminste oprecht. En van boze opzet is geen sprake.

Word je opeens ingezet als ‘influencer’, zoals dat dan heet. ‘Dan staat opeens de NOS in je huiskamer. We waren zó overdonderd’, zegt ze.

Maar de bureau’s en bedrijven achter het offensief, hadden díé niet open kaart moeten spelen? En de NOS? Had men zich daar niet even moeten afvragen: wacht even, dat leuke spontane vlog, in hoeverre is dat gewoon reclame?

 

(Dit blog is geheel in vrije tijd geschreven, zonder sponsoring, steun of sturing van welke derde partij ook. Alleen het fragment uit het NOS Journaal is losgeknipt door een collega, omdat mijn capture-programma het niet deed. Mijn professionele cv vindt u hier.)

 

Aardappel anders

HAD IK HET al gehoord? Een Nederlands bedrijf is er eindelijk in geslaagd een aardappel te ontwikkelen die ongevoelig is voor de gevreesde aardappelziekte, zo gonsde het rond. Een doorbraak van jewelste, kopte het toch altijd fatsoenlijke Financieele Dagblad. De gewasziekte kost de wereld immers zo’n 10 miljard euro per jaar.

Dus wat doe je dan. Je gaat eens rondbellen.

Al snel werd duidelijk dat de aardappel toch wat minder heet diende te worden gegeten. De aardappel is nog in ontwikkeling. En het is nog de vraag of het allemaal wel lukt. Zo’n aardappel is toch meer dan resistentie alleen, duidde iemand uit de industrie. Hij moet ook een goede opbrengst hebben, een mooie vorm, geen rare knobbels, lekker smaken.

Bovendien zijn er veel meer bedrijven bezig met de ontwikkeling van zo’n meervoudig resistente aardappel. Nog maar zien wie straks de echte knaller op de markt brengt. Dit is wel erg voorbarig, vond een van de wetenschappers die ik sprak.

 

Aap uit de mouw

Maar het nieuws dan? Er was hier toch een Grote Doorbraak In De Strijd Tegen De Gevreesde Aardappelziekte geboekt?

Na wat doorvragen kwam de aap uit de mouw. Het bedrijf in kwestie heeft woensdag een open dag. Belangstellenden van harte welkom.

Een van de genodigde journalisten was daarop aangeslagen. Joh, wat interessant, zo’n pieper. Mag ik niet een paar dagen eerder langskomen?

De dynamiek die volgt laat zich raden. Journalist komt langs. Bedrijfsleider steekt stoer verhaal af. Journalist onder de indruk. Exclusief nieuws, we hebben het als eerste! Schrijf je het wel newsy op? Weinig ander nieuws. Maandag. Opening krant. NOS erop, RTL erbij. Mediastorm compleet.

Zonder dat iemand op het idee komt het blindingly obvious te vragen. Bestáát dit gewas al? Is dit de eerste, de enige, de grootste kanshebber?

 

Nerveus

Ik kan het me hebben verbeeld, maar de bedrijfsleider in kwestie leek nerveus toen ik hem ermee confronteerde. Jazeker, het onderzoek was een hoopvolle nieuwe fase ingegaan. Maar een nieuw gewas was wat teveel eer. Ach, u weet hoe dat gaat. Die krantenkoppen he? Daarover hebben we helaas geen controle.

Waarna ik op mijn To-Do-lijstje schreef dat ik ooit eens een verhaal over phytophtora moet maken, ik mijn aantekeningen in de fik stak, enkele verwensingen uitsprak over Het Financieele Dagblad en ik mijzelf in slaap huilde: wéér een dag verknald met het checken van nepnieuws.

 

Naschrift:

Door alle media-aandacht voor het onderwerp kwam het later die avond alsnog van een nieuwsartikel van mijn hand, met daarin alle nuances van dien; u leest het hier.

Onzekerheidsmarges geven? Dat is zó passé

IK KOM ER toch nog even op terug: de ‘Global Drug Survey’, dat onderzoek waaruit zou blijken dat Nederland na Ierland en Denemarken hét land is met de meeste probleemdrinkers. Breeduit in het nieuws geweest, van Nieuwsuur tot Metro, ook al viel er van alles op het onderzoek af te dingen – lees vooral deze factcheck erop na, of bekijk anders het filmpje onderaan deze pagina.

Maar het alcoholische muisje heeft een bizar staartje.

Want terwijl de schijnwerper van de media-aandacht zich weer op andere zaken richtte, vroeg ik nog wat door. Want zo’n top drie van probleemdrinkende landen, snijdt dat eigenlijk wel hout? Het gaat hier immers om steekproefonderzoek. En uitkomsten van steekproeven, daar horen onzekerheidsmarges bij. Zou Nederland nog steeds op drie staan als je die meerekent? Misschien verschilt onze probleemdrinkscore wel helemaal niet significant van landen als Schotland, België of Mexico.

armslag gds
De waarschuwing in het GDS-rapport: niet te gebruiken voor landelijke schattingen!

Vooruit dus, graag even die onzekerheidsmarges. Maar op zó’n vraag had Floor van Bakkum van de Jellinek-kliniek, die de resultaten in ons land met veel enthousiasme in het nieuws verkondigde, niet gerekend. Onzekerheidsmarges? Nee, die had Van Bakkum niet. Misschien wisten ze het op het hoofdkantoor in Engeland.

Maar ook daar bleek men de marges rond de getallen niet zomaar te kunnen leveren. ‘Aangezien dit voorlopige analyses zijn, verschaffen we dit soort aanvullende details normaal gesproken niet,’ mailde de coördinator van het onderzoek, psychiater Adam Winstock.

Pardon, de onzekerheidsmarges, een ‘aanvullend detail’? Ik besloot door te vragen.

Want waarom brengt de Global Drug Survey zijn onderzoeksresultaten eigenlijk naar buiten in de vorm van hippe ranglijstjes? Het is toch zeker geen wedstrijdje veelzuipen of zoiets? In het rapport staat nota bene nadrukkelijk een disclaimer: onze cijfers gaan alleen over de uitgaansscene, en beslist niet over de héle bevolking van de onderzochte landen.

Het werd een paar dagen stil, maar daarna antwoordde Winstock uitgebreid en openhartig.

‘Jaren van ervaring’ hebben ertoe geleid dat men de nuances maar wegliet, mailde Winstock. ‘De competitie om ruimte betekent vaak dat er toch weinig ruimte is om onze methodes en beperkingen aan te geven – hoewel die worden benadrukt in onze rapporten, op onze website en vooral in de wetenschappelijke publicaties.’

‘We beseffen dat sommige media onderzoeksbevindingen graag vergelijken en tegen elkaar afzetten, op zoek naar een haakje om het verhaal te vertellen. We kunnen wel foutmarges presenteren, maar dat zou mediapartners er toch niet van weerhouden om landen in volgorde te zetten en met elkaar te vergelijken.’

Dus eigenlijk: de media maken toch overal een wedstrijd van, dus doen wij het alvast zelf. Het is net zoiets als alvast je eigen voordeur forceren, omdat anders die inbrekers het maar zouden doen. Raarrrr. En dom: uit onderzoek blijkt dat bij medisch nieuws veel van de overdrijvingen niet bij de media zitten – maar in de persberichten.

En die onzekerheidsmarges?

Die heb uiteindelijk gewoon zelf even ruw berekend. En zoals viel te verwachten is Nederland niet per se derde van de ongeveer 30 onderzochte landen, net zo min als Denemarken eerste is en Ierland tweede. We zitten ergens in een kopgroep van landen waar men in de uitgaansscene veel en heftig drinkt, samen met Denemarken, Noorwegen, Zweden, Canada, Nieuw-Zeeland, Ierland, het Verenigd Koninkrijk, Colombia en België.

Zie je nou wel dat het best kan, onderzoeksresultaten brengen zonder gedoe over wie op kop loopt en wie niet?

Moeten die onderzoekers alleen wél de onzekerheidsmarges erbij geven.

Het k-woord in het gedrang?

DAAR WAS-IE WEER: de roddel dat steeds meer bedrijven, overheidsinstellingen en media het k-woord zouden mijden, als het gaat om… nou ja, dat feest op 25 en 26 december. Om de grote boze moslim te pleasen, die het k-woord niet goed zou verdragen. Zo zou het feest met de dennenboom langzaam maar zeker ‘islamiseren’, zoals dat heet.

Vreemd. Zelf werk ik al twintig jaar bij allerlei oude media, van de ‘staatsomroep’ de NOS tot de ‘azijnbode’ De Volkskrant, en toch heb ik nog nooit een mailtje of dienstopdracht mogen ontvangen: voortaan gaan we het k-woord vermijden, om die arme moslims te ontzien. Ook heb ik nog nooit meegemaakt dat er opeens k-woorden uit mijn teksten waren verdwenen, of er piepjes werden gemonteerd over k-woorden die ik er in video’s of radio-uitzendingen uit floepte.

Maar goed, misschien gaan dit soort dingen wel achter mijn rug om en sluipt de politieke correctheid ons taalgebruik binnen zonder dat ik er erg in heb. Dus besloot ik het gewoon eens te turven. Op een plek waar ik bij kan: in de Nederlandse krantenarchieven. Zijn we echt het k-woord gaan vervangen door de neutralere f-woorden?

De eerste indruk is dat het wel meevalt. De Volkskrant gebruikte het woord ‘feestdagen’ deze maand tot dusver in 22 artikelen. Maar in de regel werd dat woord gewoon ter afwisseling gebruikt, en wemelde het in diezelfde artikelen van de k’s. Het k-feest viel in 14 artikelen, k-mis in 23, de k-man kwam voor in 8 artikelen, de k-boom in 20, het k-pakket in 6 en de k-dagen werden in 10 artikelen voluit opgeschreven. Weinig k-ontwijking te bekennen, moet ik zeggen.

graf2

Maar misschien is er door de jaren heen wel degelijk sprake van een trend. Wie weet spraken we tien, vijftien jaar geleden inderdaad veel vaker van het k-feest dan tegenwoordig. Ik zocht het na door álle kranten van de Persgroep door te vlooien op de woorden feestdagen en de k. Die deelde ik door elkaar, om de verhouding te bepalen.

Grof gezegd: het k-woord komt in kranten in twee tot drie keer zoveel artikelen voor als het neutralere woord ‘feestdagen’. Het woord feestdagen wordt eenvoudigweg minder vaak gebruikt. En inderdaad, die verhouding is héél langzaam aan het veranderen. Allleen: niet in het voordeel van de meer fijnbesnaarde moslim – integendeel. Gedurende de afgelopen vijftien jaar zijn de kranten het k-woord geleidelijk aan juist steeds méér gaan gebruiken ten opzichte van het neutralere ‘feestdagen’.

feestdagen.JPG

Niks islamisering of politieke correctheid of hoe noemen die PVV-Sjonnies dat nog meer. Als de cijfers al iets uitwijzen, is het juist een (oren dicht!) verkerstening van de feestdagen. Dat is sneu en schandalig, kunnen ze dáár nou niet eens wat aan doen, want oud en nieuw valt zo buiten de boot, met al dat k-feest hier en dat k-feest daar. Terwijl ik oud en nieuw eerlijk gezegd leuker vind.

Iets om deze k over na te denken, onder de k-boom, lijkt me. Wat een k-feest zeg, dat k.

 

 

Waarom u deze foto niet mag zien

2eb0fe7f-a540-4d9b-b5b4-a395818d8be6

DE MENSEN SCHROKKEN ervan, en het was natuurlijk ook best een griezelig gezicht. Een ‘verslangde’ muis, een proefmuis die genetisch zo is gemanipuleerd dat hij geen pootjes meer heeft. Brrr, zielig, softenon, als ik de reacties een beetje samenvat. Wat hebben die wetenschappers nou toch weer gedaan?

Het was dan ook niet de bedoeling dat u de foto te zien kreeg. De wetenschappers in kwestie – een Duits-Amerikaanse onderzoeksgroep – wilden hem desgevraagd niet in hoge resolutie beschikbaar stellen. Te onkies, gaven ze per e-mail aan. De mensen mochten eens denken. En de financiering van het onderzoek staken.

Een begrijpelijke angst. In 1997 raakte de biotechnologie ernstig van de leg, nadat er een foto opdook van een muis met een oor op zijn rug. Binnen een mum van tijd was het beeld iconisch geworden voor biotechnologie: getver, ze maken muizen waaruit mensenoren groeien! De foto zou de wetenschap nog jaren achtervolgen. (Het experiment zat trouwens anders.)

vacanti_mouse

Terwijl er toch minstens twee uitstekende redenen zijn om enge muizenfoto’s wél te publiceren. In vol ornaat, in volle glorie. Met gepaste trots.

Ten eerste: we hebben er recht op. Het is immers wél ‘van onze belastingcenten’, dat die wetenschappers daar hun muizen zitten te verbouwen. En bij academische openheid en transparantie hoort dat je ook de ongemakkelijke dingen laat zien. Niet alleen de directeur die een prijs uitreikt.

Belangrijker nog is reden nummer twee: zo’n rare muis roept direct de vraag op waarmee de wetenschap dan wél bezig is. En als iedereen dan toch met open mond zit te staren – een mooi moment om uit te leggen wat er eigenlijk aan de hand is.

Zelf deed ik dat op Twitter:

kniptwit

Zo verging het in 1997 in feite ook de oormuis. Wetenschappers reageerden geschrokken – dit wilden we helemaal niet laten zien! – maar intussen zorgde het diertje óók voor fascinatie. In één klap was duidelijk dat de wetenschap bezig was nieuw gebied te betreden. Of je dat nu leuk vindt of niet.

Als u nog ergens een enge muis heeft rondslingeren: probeer hem niet te verstoppen. Ja, mensen zullen erover vallen, erdoor geëmotioneerd raken, roepen dat u een Dr. Frankenstein bent die per direct door een woedende menigte met fakkels dient te worden verdreven uit uw horrorkasteel.

Maar misschien is dat wel het juiste moment om gewoon eens te vertellen wat u eigenlijk aan het doen bent.