Waarom Extinction Rebellion antidemocratische trekken heeft

download (2)

IK BEN NIET zo van de godwins, het overal bij halen van de oorlog, maar in dit geval ging het vanzelf. Want wat antwoordde ik toen klimaatbeweging Extinction Rebellion me een technische vraag stelde? Nou, dit:

twt1

Dat had ik achteraf gezien niet moeten doen, want de nazi’s erbij halen, dat gaat natuurlijk te ver. Maar diep bezorgd ben ik wel degelijk. Over de voorstellen die Extinction Rebellion doet. En die ernstig ondemocratisch zijn.*

Aanleiding is een prachtig, diepgravend podcastinterview dat energiejournalist Remco de Boer had met Ernst-Jan Kuiper, woordvoerder van de Nederlandse tak van de uit Engeland overgewaaide beweging. U kunt het gehele interview hier beluisteren.

Ronduit groezelig wordt het vanaf ongeveer 45 minuten. Want wat zegt Kuiper dáár nou?

‘Het idee is dat 100 mannen en vrouwen willekeurig worden gekozen uit de Nederlandse bevolking en dat die representatief zijn voor de Nederlandse bevolking, qua inkomen, geslacht, leeftijd. En dat deze mensen goed worden voorgelicht door experts. En dat die mensen collectief gaan beslissen hoe we naar nul CO2-uitstoot in 2025 gaan.’

Waarop De Boer aanvult: ‘Want de overheid moet geleid worden door de besluiten van die raad. Die raad zegt wat er moet gebeuren.’

Kuiper: ‘Ja.’

De Boer: ‘U zegt nogal wat he?’

Kuiper: ‘O ja. Zeker, zeker.’

De Boer: ‘Maar er is toch democratie in het westen, of niet?’

Kuiper: ‘Het is maar net hoe je het noemt. We noemen dit democratie inderdaad. Maar als je kijkt hoe beslissingen in de praktijk worden genomen, dan is de lobby van de fossiele industrie bijzonder sterk. Kijk, vanaf het eerste IPCC-rapport in 1990 hadden onze overheden eigenlijk al maatregelen moeten nemen. (…) En toch hebben onze overheden in feite niks of nauwelijks niks gedaan. De wereldwijde CO2-uitstoot is sinds 1990 met 60 procent gestegen. Het punt is dat wij, en ikzelf, onze politici niet meer vertrouwen met het oplossen van dit probleem. Dat is heel essentieel.’

De Boer: ‘Dus dan kloppen die commentaren dat u een ander democratisch stelsel wilt.’

Kuiper: ‘Tot op zekere hoogte wel. Op dit onderwerp willen we de macht en de beslissingen teruggeven aan de burgers. Niet meer voor de politici, die in feite naar de lobbyïsten luisteren.’

De Boer: ‘Meent u dat nou echt?’

Kuiper: ‘Dat meen ik echt, ja. Omdat wij ervan overtuigd zijn, en ikzelf ook, dat dit economisch-politieke systeem niet in staat is om dit probleem op te lossen.’

Nepparlement

Alsjeblieft. Onze democratisch gekozen politici zijn gecorrumpeerd en niet te vertrouwen, de macht moet terug naar het pure en onbezoedelde volk. Waar hebben we dat eerder gehoord? Bij Geert Wilders, die het parlement een ‘nepparlement’ noemde omdat het verschil ‘met de mensen thuis levensgroot is’? Bij Thierry Baudet, die de Kamer toebeet: ‘u zult worden vervangen’?

Er rammelt van alles aan de gedachtegang van Kuiper. Wie bepaalt welke ‘experts’ de burgers gaan opvoeden en hoe dat gebeurt? Extinction Rebellion zelf? En wie zegt dat die honderd willekeurig gekozen burgers klimaatmaatregelen zullen bepleiten? Uit de onderzoeken blijkt immers dat de meeste burgers best iets willen doen aan het klimaat, zo lang het maar niet teveel kost.

Maar het ergste manco is dit: dat afschaffen van de vertegenwoordigende democratie, om een politiek doel te halen. Doodeng. Misschien nog verontrustender is het gemak waarmee Kuiper, net gepromoveerd als aardwetenschapper in Utrecht, erover praat. Deze begindertiger heeft werkelijk geen flauw benul.

De Boer: ‘Het zou best eens kunnen dat een aantal luisteraars een beetje met de oren zitten te klapperen.’

Kuiper: ‘Wij zijn juist voor meer democratie.’

De Boer: ‘Maar er ís toch democratie in het westen, of niet?’

Kuiper: ‘Het is maar net hoe je het noemt.’

Het meest in de buurt komt het gedachtegoed van Extinction Rebellion nog van links-communistische dictaturen, zoals die van Stalin en Trotski. Want wat zegt Kuiper dáár nou toch weer (rond de 50ste minuut)?

Kuiper: ‘Uiteindelijk is het heel simpel: het kapitalisme roeit zichzelf binnenkort uit. Simpelweg omdat we grootschalige problemen gaan krijgen met het verbouwen van voedsel als we op deze manier doorgaan. Daarmee roeit het kapitalisme zichzelf uit. Dit is niet is dat wij… dit is wat de wetenschap ons vertelt. Het kapitalisme roeit zichzelf uit. Dat kan iedereen zien aankomen.’

Het kapitalisme dat met zichzelf ‘vanzelf’ uitroeit, met een soort natuurwetenschappelijke wetmatigheid. Dat is precies zoals Karl Marx het zag. Met als enige verschil dat Marx de steeds grotere arm-rijkverschillen als motor achter het geheel zag – en Kuiper het klimaat.

So far, so good. Laat ze lekker denken.

Maar wat gebeurde er begin vorige eeuw, toen de revolutie maar niet vanzelf wilde komen? In de Sovjet-Unie besloot de kliek rond Trotski de geschiedenis een handje te helpen: ze pleegden een coupe, executeerden de tsaar en vestigden de bolsjewistische dictatuur. Met, jawel, een burgerraad die de wil van het volk wel eens even zou vertegenwoordigen – zelfs het jargon heeft Kuiper van de dictators afgekeken.

Frustrerend

Ik weet niet hoe het met u zit, maar ik vind het maar griezelig. Het idee van een democratie is nou net dat alle meningen worden gehoord – óók de meningen waarmee meneer Kuiper en zijn maten van Extinction Rebellion het toevallig niet eens zijn. Dat kan soms knap vervelend zijn. Zelfs zo frustrerend dat je ervoor de straat op gaat.

Maar de democratie vertrappen, dat is zoiets als de kleuter die bij spelverlies het speelbord omver gooit. Het is bovendien, zo leert de geschiedenis, een weg die maar al te gemakkelijk leidt naar dictatuur, onderdrukking en geweld.

Ik zou zeggen: als u lid bent geworden van Extinction Rebellion, zeg uw lidmaatschap gauw op. Als u zo nodig een beter klimaat wilt, prima. Maar besef dat er slecht één manier is: die van het overtuigen op argumenten. En dat er, hoe hinderlijk dat soms ook is, altijd mensen zullen zijn die het nu eenmaal anders zien.

De pest is: het is ook onze planeet. Wen er maar aan.

 

*) Na de ophef over deze blogpost heb ik deze alinea toegevoegd, en een zin die verwees naar de machtsgreep van Hitler verwijderd, omdat het erbij halen van de Tweede Wereldoorlog teveel afleidt van de inhoud van mijn klacht.

Vrouwentekort? Bouw een spaghettistoel!

EN DAAR KREEG Evangelia Demerouti, chief diversity officer van de TU Eindhoven, zowaar het verwijt vrouwonvriendelijk te zijn. Allemaal vanwege deze opmerking, die ze maakte in een leerzaam en interessant interview met mijn collega Marjon Bolwijn.

Vraagt Marjon: Welk concreet voordeel verwacht u eigenlijk van meer vrouwelijke wetenschappers aan de TU Eindhoven?

Zegt de diversiteitsofficier:

vrouwen1

Waarna mevrouw nogal begrijpelijk het verwijt kreeg de rolletjes weer eens lekker te bevestigen:

vrouwen4

vrouwen2

Een lastige kwestie – dé lastige kwestie, zou ik haast zeggen. Is de wereld te vierkant voor de ronde blokjes genaamd vrouw? Of is het een illusie dat er überhaupt ronde en vierkante blokjes bestaan en passen ze als je het probeert gewoon door dezelfde opening?

Ik behoor tot de eerste school.

Natuurlijk zijn mannen en vrouwen anders. Mannen hebben zwaardere stemmen, baardgroei, borsthaar, mannenkaalheid en meer spieren. Man en vrouw zijn seksueel dimorf, zoals biologen zeggen. De mannetjes zijn iets beter toegerust om het nest te bewaken, de vrouwtjes iets meer om het nest te verzorgen.

En er is geen enkele reden waarom die overduidelijke fysieke verschillen opeens ophouden aan de buitenkant.

Ik heb altijd geleerd: als een bepaalde eigenschap in allerlei totaal verschillende culturen voorkomt, is er gerede kans dat er biologie aan ten grondslag ligt. En in haast alle culturen doen mannen ‘de buitenboel’. Ze gaan erop uit om te vechten, vertegenwoordigen de groep tegenover andere groepen en doen nutteloze dingen zoals met elkaar in de sportkantine zitten.

Terwijl de vrouwen met elkaar de binnengemeenschap vormen, hun eigen en elkaars kinderen grootbrengen, de meeste calorieën binnenhalen, de sociale cohesie handhaven en weer andere nutteloze dingen doen zoals eindeloos winkelen op zoek naar het ideale paar schoenen.

Hoor ik u daar nu door het lint gaan?



Wacht, veeg het schuim van uw lippen. Het grote misverstand is dat dit soort basisneigingen een of andere schutting zouden plaatsen tussen vrouwen en mannen. Alsof er twee gescheiden werelden zijn: een waarin de mannen mannendingen doen, en een waarin de vrouwen vrouwendingen doen.

Maar dat is natuurlijk onzin. Verzonnen door mannen (en hier en daar een vrouw) die bang zijn voor een verstoring van de sociale orde, met een heersende mannenkaste die tegen betaling allemaal leuke dingetjes mag doen buiten de deur, en een vrouwenkaste die onbetaald in de weer is met de kinderen, het eten en het huis.

In werkelijkheid overlappen de verdelingen elkaar grotendeels:

vrouwen6

Denk maar aan – iets onomstredens en meetbaars – lichaamslengte. Nederlandse vrouwen zijn gemiddeld 13,7 centimeter korter dan mannen, die gemiddeld 1,81 meter lang zijn. Maar omdat het gemiddeldes zijn, zijn er heus ook mannen die korter zijn dan sommige vrouwen, en vrouwen die langer zijn dan de gemiddelde man.

Stel, ik heb een magazijn waar de spullen zo hoog staan dat je minimaal 1,75 meter lang moet zijn om er te werken. En dat daar vervolgens haast alleen maar mannen werken. ‘Sorry hoor, maar mannen zijn nu eenmaal langer dan vrouwen!’, verdedig ik me, en ik kom met deze grafiek:

vrouwen7

Mis natuurlijk: in werkelijkheid sluit ik een procent of 20 van de vrouwen uit – het deel dat ik hieronder arceer:

vrouwen8

De Eindhovense oplossing: draai mijn arm om en dwing me om meer vrouwen aan te nemen.

Maar er is natuurlijk ook een andere oplossing. Koop een trapje, zodat meer mensen overal bij kunnen:

vrouwen9

Goed: nu de techniek.

Dat mannen de oplossingen meer zoeken in dingen en vrouwen meer in mensen, is redelijk onomstreden – als u me niet gelooft, lees deze meta-analyse er eens op na. Dat dit net als baarden en borsten in elk geval voor een deel wordt aangestuurd door hormoonverschillen, achten kenners ook al aannemelijk.

Volgens dat dingen-mensen-onderzoek heeft van de mannen 82,4 procent meer belangstelling in dingen. Aan de TU Eindhoven is momenteel 87,4 van de hoogleraren man.

Met wat fantasie (en mannelijk denken) komt de TU Eindhoven dus eigenlijk ‘maar’ 5 procentpunt vrouwelijke hoogleraren tekort, ofwel 13 vrouwen (de universiteit heeft in totaal 264 hoogleraren, en 5 procent van 264 is 13).

Alle reden dus om zo’n mannenbolwerk de arm om te draaien en ze onder dwang vrouwen te laten aannemen.

Maar wat de diversiteitsofficier zegt, is ook waar. En dus helpt het om een trapje te kopen – en de opleidingen wat meer menselijkheid te geven.

Dat kan vast makkelijker dan je denkt.

Laat je eerstejaars in plaats van een spaghettibrug een spaghettistoel bouwen of een spaghettibed: zelfde constructieregels, maar met de mens voor ogen.

Doe meer in groepjes.

En kap verdorie eens met dit soort neutronenbomfoto’s op je website:

CiTG_faculteit-1280x600-c-center

Zo kan ik nog honderd dingen bedenken. Als u een consultant nodig heeft, belt u even?

Zó leuk is Drenthe nu ook weer niet

DE JOURNALISTIEK HAASTTE zich naar Paterswolde, waar onderzoek een nieuw inzicht had gebaard:  nergens is het zo goed wonen als in Noord-Drenthe!

Schoon. Rustig. Veilig – enfin, u kent dat soort lijstjes wel. De verslaggever van Radio 1 hield een hondenmevrouw staande: ja, inderdaad, het is hier best goed wonen, bekende zij verbouwereerd. Schoon, rustig, veilig.

Gek wel. Eerder dit jaar spoedde de journalistiek nog naar Ede, waar blijkens onderzoek óók de gelukkigste mensen van het land zouden wonen. Daarna snel door naar ‘t Gooi, de plek waar volgens een ‘unieke vergelijking’ van weekblad Elsevier het beter toeven is dan waar dan ook. Maar vergeet Amsterdam niet: de aantrekkelijkste plek om te wonen, bezwoer weer een andere studie.

En nu weer Noord-Drenthe. Zouden de gelukkigste mensen van Nederland soms telkens verhuizen?

Enorme huizen

Het begint met het onderzoek. De Brede Welvaartsindicator, zoals het 36 pagina’s tellende ding plechtig heet. Verzorgd door de Rabobank, in samenwerking met de Universiteit Utrecht. Voor het eerst gaat die monitor niet alleen over hoe de inkomens over het land zijn verdeeld, maar ook over woongenot en veiligheid – de Rabobank lanceerde pas een nieuwe campagne die moet uitstralen dat de bank heus niet alleen aan geld denkt, maar ook aan het welbevinden.

En ja: Noord-Drenthe number one. ‘Noorderlingen weten het allang, maar het staat nu ook wetenschappelijk vast’, constateerde het Dagblad van het Noorden tevreden. ‘Er staan hier enorme huizen met blije mensen’, signaleerde de radioverslaggever vanuit het verre Paterswolde.

Allemaal om deze grafiek:

Om tot die score te komen, telden de Rabobank en de universiteit elf ‘dimensies’ bij elkaar op – zaken als veiligheid en de werkloosheid, maar ook vragenlijstinzichten zoals hoe gelukkig men zegt te zijn, en hoe tevreden over de woning.

Maar kijk nog eens naar die grafiek. Tussen de tofste plekken en de akeligste uithoeken van het land zit maar zo’n 10 procent verschil in score. Tussen Noord-Drenthe en de nummer twee (Zuidwest-Drenthe) zit zo op het oog zelfs maar een paar procent verschil.

Hier missen natuurlijk de foutmarges. Want de volgende keer dat je in Noord-Drenthe langskomt om te vragen hoe happy men zich voelt, tref je misschien net een chagrijnigere steekproef. En dan is niet Noord-Drenthe, maar Zuidwest-Drenthe opeens kampioen Brede Welvaart. Of de Veluwe. Of Utrecht.

Nog niet af

Maar vraag dat niet aan de onderzoekers.

De universitaire deelnemers – historici Bas van Bavel en Auke Rijpma – erkenden dat ze de monitor ‘helaas nog niet hadden gemaakt met foutmarges’. De wetenschappers hadden het ‘er nog wel over gehad’ met de Rabobank.

En: ‘We kwamen toen tot de conclusie dat als we dat gedaan hadden, de verschillen tussen regio’s in het midden van de distributie (bv. Twente versus Utrecht) waarschijnlijk niet groot genoeg zijn om meetonzekerheid te overstemmen’, mailt Rijpma.

Maar waarom zou je dan je onderzoek uitbrengen, als het nog niet af is? Wél een winnaar uitroepen en plechtige presentaties houden en met de radio mee naar het noorden gaan, terwijl de marges om de getallen ‘helaas nog niet’ klaar zijn?

Onderzoeker Sjoerd Hardeman van RaboResearch Nederland noemt door de telefoon een andere reden: ‘Die marges zaten er niet bij toen we deze data kregen van het Centraal Bureau voor de Statistiek’.

Eh, ja? Hadden ze het CBS dan niet gewoon even kunnen bellen?

Retegelukkig

Zo worden de journalisten leuk bezig gehouden. Stuur ze naar Paterswolde, nee Ede, nee Alphen aan den Rijn! Als we maar ergens in ons achterhoofd houden: de Rabobank, daar snappen ze dat welzijn méér is dan inkomen en centen alleen.

De enige conclusie die je van een afstandje kunt trekken, is dat het op het platteland van Drenthe, Friesland of de Veluwe fijner toeven is dan in de binnenstad van Rotterdam of Den Haag. Maar ja, op de een of andere manier verbaast me dat nou niks.

Misschien is de belangrijkste slotsom wel wat wiskundige en cabaretier Jan Beuving me eens zei, na alweer een onderzoek dat uitwees waar de gelukkigste Nederlanders wonen. Na een peilende blik op de grafieken was Beuving eruit.

‘Eigenlijk is de conclusie gewoon: we zijn in Nederland hartstikke retegelukkig.’

 

newspaper

NASCHRIFT:

Opvallend was dat veel media zonder nadere vragen over de statistiek of de betrouwbaarheid meegingen in het verhaal van de Rabobank. Ik leek de enige die publiekelijk een wat ander geluid liet horen:

chcch

Een grappig detail: dit is wat er gebeurde toen ik het onderzoek op zoek naar nadere details over de foutmarges doorzocht op ‘confidence intervals’. Letterlijk geen betrouwbaarheid te vinden.

kk

Wie heeft de langste, Jesse of Emile?

HET IS EEN klassiek trucje om grafieken extra dramatisch te laten lijken – en behalve GroenLinks, die ik er al eerder op betrapte, maakt nu ook de SP ervan gebruik. De truc? Laat bij een grafiek de rechtopstaande y-as niet beginnen bij nul, maar hoger. Toe- en afnames lijken dan opeens veel dramatischer: een rustig stijgende huur verandert in een ijzingwekkend stijgende lijn, een geleidelijke daling van het aantal vaste contracten lijkt wel een achtbaan.

Kijk maar:

groenlinks1

sp1

Gelukkig leerde ik deze week een leuke manier om zo’n grafiek te ontmaskeren, van Ionica Smeets, die het weer had van wiskundige Hans Wisbrun, die het op zijn beurt weer had van de New York Times. Want trek die y-as maar eens door naar beneden, naar de nul. Dan zie je veel beter hoe het nu écht zit.

Het voorbeeld van Ionica ging over een dubieuze grafiek van Donald Trump; maar wat ze in Amerika kunnen, kunnen we hier natuurlijk ook. Dus besloot ik die grafieken van de SP en GroenLinks zelf door te trekken.

De SP-grafiek met de stijgende huren ziet er dan opeens zó uit:

sp_bewerkt

En het dalend aantal vaste contracten van GroenLinks? Die zien er aangevuld zó uit:

groenlinks_bewerkt.jpg

Maar dát is leuk! En het smaakt naar meer. Want wie van de twee partijen zou de kluit het meest belazeren? Even tekenen, even rekenen. De grafiek van de SP bestrijkt 150 euro (de y-as loopt van 400 tot 550 euro); die van GroenLinks begint bij 61 en loopt tot 74. Zo kun je de grafieken leuk met elkaar vergelijken, om te zien welke partij het meeste verborgen houdt onder zijn x-as:

vergelijking

Voeg hier uw grappen in over neuslengtes voorsprong en wie van de heren lijsttrekker de langste heeft; dan maak ik nog even een tekeningetje:

pinokkio2

En nee, die neuzen zijn niet op schaal (zo handig ben ik namelijk niet met Photoshop).

O, en mocht u in de verkiezingskoorts nog andere rare grafieken zien, laat u het me even weten?

Schrijf gewoon eens géén persbericht!

‘MAAR WAAR LIGT nu de grens tussen nieuws en geen nieuws? Ik heb geprobeerd mijn onderzoek in het persbericht niet te hypen. Maar het probleem is natuurlijk dat dicht bij de feiten blijven toch minder catchy persberichten geeft.’

Het is zomaar een van de reacties van wetenschappers op een stuk dat ik dit weekeinde in de Volkskrant schreef. Van het wetenschapsnieuws in de media, betoogde ik daarin, blijkt een aanzienlijk deel bij nadere inspectie helemaal niet te kloppen. En een van de hoofdschuldigen is het persbericht, dat de vertaalslag maakt van wetenschap naar begrijpelijk bericht.

Daarin worden nuances en armslagen vaak weggelaten, bevindingen aangedikt, en wordt tegenbewijs soms zelfs weggepoetst. Waarna de media vaak zo’n zelfde oppoetsbeurt nog eens uitvoeren en er opeens iets staat wat nergens meer op slaat: vrouwen slapen langer dan mannen, van chocolade val je af, wie slecht kan rekenen heeft een moeder met een slecht werkende schildklier.

Openhartig

Terwijl er voor het dilemma van de wetenschapper – ‘maar als ik bij de feiten blijf wordt het zo saai!’ – toch een simpele uitkomst is. Een oplossing, die wetenschappers in hun goede bedoelingen om aan ‘outreach’ te doen soms over het hoofd zien.

Misschien is het gevondene gewoon geen nieuws.

Schitterend werd dat duidelijk in een van de gesprekken die leidde tot mijn artikel, met Karien Stronks en Anton Kunst, beiden hoogleraar aan het AMC, en auteurs van een door henzelf te zwaar aangezet onderzoek naar de vermeende gezondheidseffecten van het Vogelaarwijkenbeleid.

‘Eindeloos’ hadden ze gepraat over ‘de richting’ van het persbericht, vertelden ze me in een openhartig, uitgebreid gesprek. ‘Ook met onze partners, en verschillende maatschappelijke organisaties.’

Het punt was dat de onderzoekers slechts enkele heel voorzichtige aanwijzingen hadden gevonden dat het ‘krachtwijkenbeleid’ van minister Vogelaar de bewoners van achterstandswijken gezonder had gemaakt. Er waren ook aanwijzingen dat het beleid níét had geholpen. En wat de onderzoekers hadden gevonden, kon eigenlijk ook gewoon toeval zijn, noteerden ze in een vakartikel.

Nuances weg

Maar in het persbericht werd dat: ‘Achterstandswijken gezonder door krachtwijkenbeleid’ en waren alle bedenkingen verschrompeld tot een korte zin helemaal onderaan de laatste paragraaf: ‘Veel andere problemen verbeterden echter niet.’

Stronks: ‘Als ik het zelf zou schrijven, zou ik schrijven dat mensen in de krachtwijken er op sommige aspecten op vooruit zijn gegaan in hun gezondheid. Maar de nuanceringen die ik aanbreng als onderzoeker worden vaak door de journalist weer weggehaald.’

Dus daar zaten ze. Met hun wankele resultaten. Stronks gaf een haast ontwapenend eerlijk kijkje wat er dan omgaat in het hoofd van de wetenschapper die het gevoel heeft dat er aan ‘outreach’ moet worden gedaan:

‘Wij dachten over dat persbericht: wat is nou de kop die erboven moet? Moet je dan zeggen: no evidence for an effect? Of moet je zeggen: ze zijn gezonder geworden? De kop: ‘op sommige aspecten zijn ze gezonder geworden’, die willen jullie niet. Daar hebben we lang over gesproken. We hadden ook verschillende kampen.’

De meest logische conclusie kwam kennelijk niet bij de onderzoekers op: misschien was er gewoon wel geen nieuws. Of althans: geen kraakhelder, eenduidig nieuws dat per persbericht de wereld in geschoten dient te worden. (verder onder foto)

vogelaar

Een Vogelaarwijk

Verontrustend monster

Het merkwaardige is dat die slotsom voor de hand lag – hij ligt besloten in die opmerking, ‘de kop ‘op sommige aspecten gezonder’, die willen jullie niet.’ Inderdaad, zo’n kop haalt de krant niet. En dus moet de waarheid worden getweakt, om de krant dan maar wél te halen?

Het nieuws mooier maken dan het is, om in godsvredesnaam de media te halen; mij lijkt het de wereld op zijn kop. Maar ik kan me de druk voorstellen: zo beschikken alle universiteiten tegenwoordig over ‘communicatieprofessionals’ die de wetenschapper achter de broek aan zitten om eens naar buiten te treden, en moet je bij het indienen van onderzoeksvoorstellen vaak al aangeven hoe je aan ‘outreach’ denkt te gaan doen.

Een systeem dat wel problemen móét geven, niet in de laatste plaats voor de geloofwaardigheid van de wetenschap zelf.

Iets zegt me dat onze beleidsmakers een verontrustend monster hebben gecreëerd, met al die nadruk op wetenschappelijk concurreren, opvallen, scoren en verkopen en voor het voetlicht brengen van je onderzoek.

 

 

Het CPB maakt u bang met enge Brexit-cijfers

WAT EEN LEUK nieuw woord leerde ik deze week! Nu in Groot-Brittannië het referendum over een vertrek uit de EU aanstaande is, zo las ik in een commentaar in het blad New Scientist, doet er veel ‘mathswash’ de ronde: ‘het presenteren van vage schattingen als gedegen voorspelling, zonder voorbehoud of foutmarges.’

Wiskundewas. Ik moest eraan denken toen het Centraal Plan Bureau deze week met grote stelligheid vaststelde dat een vertrek van de Britten uit de EU ons land 10 miljard euro zal kosten. Wel duizend euro per Nederlander!, rekende mijn eigen krant behulpzaam voor.

Ik reageerde:

cpb2

 

Dat was weliswaar ingedikt in 140 tekens, maar daarom nog niet minder gemeend. Toen ik de afgelopen zomer 100 oude toekomstprognoses doorvlooide om te kijken welke er waren uitgekomen, was een van mijn conclusies dat vooral economische doemscenario’s er in de regel naast zitten. Dat was ook de conclusie van wetenschapsjournalist Dan Gardner in zijn boek Future Babble: economen zijn kampioen er volledig naast zitten.

Doemscenario’s

Achter de sombere cijfers van het CPB gaat een doorrekening schuil van twee scenario’s: eentje waarbij de Britten weggaan en nooit meer handelsafspraken maken met de EU, en eentje waarbij ze dat wel doen, maar pas na tien jaar. Twee doemscenario’s, dus eigenlijk.

En dat is nog positief gedacht ook, gaat het bureau verder: door het wegvallen van ‘handelgedreven innovatie’ – wat dat ook mag zijn – kan de schade nog eens 65 procent hoger uitvallen. Let wel, in het rapport zelf (PDF) schrijft het CPB dat als een soort opmerking in de marge. En het Bureau zegt er meteen bij dat het cijfer ‘zeker niet robuust’ is.

Opvallend is de spin die het CPB vervolgens in het persbericht aan het geheel geeft. Daar wordt nog maar één bedrag genoemd: de kosten van het hoogste scenario, de bovengrens dus. Waarna het persbericht die bovengrens nog eens oprekt, door er al in de derde zin op te wijzen dat zelfs het ergste geval nog veel erger kan:

‘Als we conform recente voorbeelden aannemen dat de groei afhangt van handelgedreven innovatie, dan kunnen de kosten voor Nederland van 10 miljard euro zelfs 65% hoger uitvallen.’

Vandaar die ‘duizend euro per Nederlander’. Maar even rekenen: 10 miljard gedeeld door 17 miljoen Nederlanders is 588 euro. In het lagere CPB-scenario is het zelfs ‘maar’ 442 euro per Nederlander. Er zijn dagen dat ik het niet op zak heb, maar het is toch weer een stuk minder dan duizend euro.

Wasmiddel

Zo worden de geesten rijp gewassen met het schuurmiddel van de cijfers: er dreigt een economische ramp als de Britten de EU de rug toekeren! Ook in ons land zullen de gevolgen ontzettend zijn! Moeders haal je kinderen in huis! (En lang leve de Europese Unie!)

Dat het ook wel eens anders kan lopen, alleen al omdat er talloze partijen belang hebben bij kleinere deelafspraken over de handel, is een nuancering die op een of andere manier is weggespoeld door het wiskundewassen.

De reactie van CPB-bestuurder en hoogleraar Bas ter Weel, als je hem erop wijst dat alle nuances ontbreken? Tja, wíj waren heel genuanceerd, de media hebben het weer eens vreselijk opgeblazen:

cpb1

Mijn vraag terug aan hem was of hij eigenlijk denkt dat een onderzoeksteam van eurosceptische wetenschappers tot precies dezelfde conclusies zou zijn gekomen.

Nu ik eraan denk: op het antwoord wacht ik nog.

Het zijn vooral juristen, die over de Griekse economie gaan

In een scherpe, slimme column in De Volkskrant betoogde UvA-econoom Rens van Tilburg dat het niet bepaald wetenschappelijk verantwoord is, wat de Europese Unie van Griekenland afdwingt. Een eisenpakket opleggen dat de Griekse schuldenlast nog verder opdrijft: het is ‘onaanvaardbaar’ en ‘onhoudbaar’, betoogt de econoom in een betoog dat u gewoon zelf maar moet lezen.

In de marge speelt Van Tilburg de Duitse buitenlandminister Wolfgang Schäuble de zwartepiet toe:

‘De jurist Schäuble probeert de economie zijn wet op te leggen. Een recept voor rampspoed.’

Een beetje onder de gordel natuurlijk, maar wel een interessante opmerking. Want misschien heeft Van Tilburg hier wel een punt. Een club juristen denkt toch anders dan een gezelschap van overwegend sociologen, net zoals op een congres voor hersenchirurgen een heel andere sfeer hangt dan in een zaal vol stratenmakers.

Landbouweconoom

Gelukkig had ik een uurtje over: hoe zit het eigenlijk met de wetenschappelijke achtergrond van die Brusselse beslissers? Welk intellectueel DNA stroomt hen door de aderen, en welke kijk op de wereld dromt hier eigenlijk samen?

Eerst de Eurotop, het informele gezelschap van ministers van financiën van de eurolanden. Onder voorzitterschap van Jeroen Dijsselbloem, van huisuit landbouweconoom. En gelukkig voor Europa zijn dat er meer: van de 19 ministers van financiën hebben er 11 een gedegen economische opleiding. De Griek Euclid Tsakalotos was zelfs hoogleraar economie, evenals Dusan Mramor (Slovenië) en Edward Scicluna (Malta).

Al blijft het raar dat uitgerekend enkele sleutelfiguren niet direct uitblinken in economie: Schäuble van Duitsland is jurist, Michel Sapin van Frankrijk is geograaf, Eric Wiebes van Nederland is werktuigbouwkundige.

Maar dan de Raad van Europa, die club van premiers en presidenten die de lakens uitdeelde aan Griekenland. Onder de regeringsleiders vind je slechts 4 economen. En die zitten niet direct in een land van cruciale betekenis: Estland, Lithouwen, Letland en Portugal. De juristen daarentegen, daar struikel je over: zo’n 40 procent van de leiders heeft een achtergrond in de rechten.

Deeltjesversneller

Gemarmerd met nog wat andere beroepen natuurlijk. Als je in de Raad van Europa heel hard roept om een dokter in de zaal, is het geneeskundige Ewa Kopacz van Polen die komt aanrennen. Als er iemand door zijn stoel zakt, kan Stefan Löfven van Zweden misschien helpen: de man is van huisuit lasser. Angela Merkel en Klaus Iohannis uit Roemenië kletsen intussen bij over de laatste ontdekkingen in de deeltjesversneller van CERN: natuurkundigen onder elkaar.

Maar al die juristen! Vier keer meer dan economen. Ik weet natuurlijk ook wel dat de landsdelegaties opereren in teams en worden bijgestaan door hele batterijen adviseurs en ambtenaren – maar toch waait er op zijn minst een flinke bries richting procedurele en juridische argumenten, daar in die Raad.

En o ja, de Griekse premier Alexis Tsipras zelf is ingenieur. Geen econoom, en ook geen jurist. Dat zal de zaak natuurlijk ook niet erg hebben geholpen. Meer verstand van echte bruggen dan van overbruggingskredieten, beter met de draagkracht van vloeren dan de draagkracht van bevolkingsgroepen.

Het is maar in welke handen je het lot van je economie legt.

De achtergrond van de EU-regeringsleiders.
De achtergrond van de EU-regeringsleiders.
De ingenieur Tsipras, politicoloog Hollande en de juristen Schäuble en Michel (rechts) in gesprek over de Griekse economie.
De ingenieur Tsipras, politicoloog Hollande en de juristen Juncker en Michel (rechts) in gesprek over de Griekse economie.

En welk belang hebben duurzaam-apostelen bij klimaatverandering?

Dinsdag verschijnt een boek waarop ik mij verheug. In De Balie zullen dan een stuk of tien wetenschappers en ondernemers met elkaar in debat gaan over De Twijfelbrigade, een ‘boek dat de klimaatscepsis fileert’, zoals de aankondiging strijdbaar belooft.

Milieukundige Jan Paul van Soest, die het boek schreef, heeft er lang aan gewerkt. Het boek ‘onthult’ welke belangen er schuilgaan achter ‘de enorme sceptische machinerie’ van ‘ideologisch gemotiveerde dienaren van de vrijemarktvisie en de fossiele brandstoffenenergie’, aldus de aankondiging. De klimaatontkenners dus. Ik heb er ook nog wel eens een stel ontmaskerd.

Jan Paul van Soest, milieuconsultant.
Jan Paul van Soest, milieuconsultant.

Maar wacht eens, een ‘enorme sceptische machinerie’? In de VS zal het best, maar in ons land lopen de klimaatsceptici de deur nu niet direct plat, een enkele losgeslagen PVV’er of gepensioneerde ingenieur daar gelaten. Laat staan dat je er geld aan kunt verdienen: klimaatscepsis is vooral slecht voor de zaken.

Waarom de klimaatwetenschap wordt afgewezen, luidt niettemin de subtitel die Van Soest aan zijn boek meegaf. Ook al zo raar. De klimaatwetenschappelijke papers vliegen ons om de oren, en volgens Eurobarometer vinden Europeanen klimaatverandering het op een na grootste wereldprobleem (na honger). Maar blijkbaar is dat niet genoeg en meent Van Soest dat ‘de klimaatwetenschap wordt afgewezen’.

Laat ik het goede voorbeeld van Van Soest volgen, en ook eens ‘hard zijn in de ontleding’ van de ‘georganiseerde beweging’ die er achter zijn spierballentaal schuilgaat.

Te beginnen met Van Soest zelf. Ik ken de beste man niet, maar even zoeken leert dat hij een goede boterham verdient aan duurzaam. Als consultant, en oprichter van ondernemersvereniging De Groene Zaak. In de weer met zaken als elektrische auto’s, ondergrondse CO2-opslag en biomassa. Kortom, iemand die direct belang heeft bij de boodschap dat het helemaal misgaat met het klimaat en we snel in actie moeten komen (te beginnen met een consult bij de heer Van Soest).

Zijn uitgever, Maurits Groen? De naam zegt het al: alweer een ondernemer die tot over de hernieuwbare oren in duurzaam zit. Oud-hoofdredacteur van Milieudefensie, oprichter van meerdere duurzaam-bedrijven, gewild spreker op bijeenkomsten voor duurzame ondernemers. Alweer iemand met aandelen in de opwarming van de aarde, om het zo maar eens te zeggen.

En ga zo maar door. Drie sprekers die in De Balie ‘de jonge generatie’ vertegenwoordigen, zitten in de duurzame consultancy en de zakelijke milieulobby. De wetenschap wordt vertegenwoordigd door onder meer Pier Vellinga, keer op keer bekritiseerd wegens wel erg vrijelijk gedoemdenk, en vooral: wederom iemand wiens broodwinning het is om heel hard te roepen dat de wereld vergaat.

Erik van Praag, milieuconsultant.
Erik van Praag, milieuconsultant.

Zelfs de columnist van de avond, die toch als hofnar wat tegengas had kunnen bieden, zal het groene gospel uit volle borst meezingen: het is Erik van Praag, organisatieadviseur, schrijver van boeken met titels als De aarde heeft koorts en iemand die blijkens zijn bedrijfswebsite vindt dat er ‘een massale bewustzijnstransformatie nodig is.’

Een gezellig feestje van de duurzaam-ondernemers dus. Van die mannen die in een villa wonen met zonnepanelen en die duizenden kilometers maken in hun elektrische auto’s, uit naam van het milieu. Hoera, de wereld warmt op. Dat biedt business opportunities. En wie het waagt de zaak te nuanceren, is al snel een scepticus, een onverantwoordelijke natuurvernieler die niets van de wetenschap heeft begrepen.

Helemaal niet erg natuurlijk, dat zich rondom de pot met milieusubsidies een nieuwe klasse van duurzaam-ondernemers heeft afgezet die zich warmen aan het d-woord. Misschien is dat zelfs goed voor het milieu. Maar ongemakkelijk wordt het als de ondernemer op de kansel klimt, het einde der tijden verkondigt en ons zwaaiend met De Wetenschap hel en verdoemenis belooft als we zijn product niet afnemen.

Je zou haast vergeten dat de werkelijkheid saaier is. Dat we niet in rap en voorspelbaar tempo opmarcheren naar de afgrond. Dat grote veranderingen zeer geleidelijk gaan, uitgesmeerd over duizenden jaren, zelfs als ze ‘op hol slaan’, zoals dat in het apocalyptische taaltje heet.

Dat er misschien andere, urgentere problemen zijn dan de uitstoot van broeikasgassen: denk aan overbevolking, aids, ontbossing, overbevissing, inkomensongelijkheid, geloofsfanatisme, sociale vervreemding.

Wordt het niet eens tijd voor een boek dat ‘hard in zijn ontleding van de georganiseerde klimaatondernemers’ is?