Nederland is echt belachelijk goed in wetenschap

ALS OEFENING VOOR de cursus datajournalistiek, en omdat het einde van het jaar nadert, besloot ik om de wetenschap in ons land eens te temperaturen. Want wat zeggen de data: hebben die geleerden van ons nog wat in de melk te brokkelen?

Gelukkig bestaan daarvoor allerlei fijne graadmeters. Zoals, voor een mooi recent beeld, de ‘hot papers’ van het moment. Dat zijn, om precies te zijn, de meest geciteerde 0,1 procent onderzoeken van de afgelopen twee jaar, verdeeld naar vakgebied.

In de natuurkunde bijvoorbeeld is het artikel dat de ontdekking van het Higgsdeeltje beschrijft, in september 2012 gepubliceerd in het vakblad Physical Letters B, nu al meer dan 1600 keer geciteerd door andere wetenschappers. Daarmee is het een ‘hot paper’ in de natuurkunde. Voor, laten we zeggen, wiskunde gelden andere getallen.

Gewapend met de inlogcodes van de wetenschappelijke databank Web of Science en allerlei software-hulpmiddeltjes (zoals deze! en deze!), ging ik aan de slag.

Na een aantal avondjes priegelen, durf ik vijf conclusies wel te trekken.

1. Nederland is écht ontzettend goed

In de rangorde van toffe wetenschapslanden, staat Nederland momenteel op plaats 14 – een positie die is gebaseerd op de zogeheten ‘H-index’ per land, een maat voor de wetenschappelijke productie (voor de details, zie hier).

Maar gemeten naar het aantal hot papers, staan we opeens op plek 5. Dat is veel hoger dan wetenschappelijke grootmachten als de VS, Japan, China, Canada en het Verenigd Koninkrijk.

De afgelopen twee jaar werkten Nederlandse wetenschappers mee aan 187 hot papers. In Amerika schreven ze er weliswaar 1323, maar als je bedenkt dat er in de VS 317 miljoen mensen wonen en in Nederland maar 17 miljoen, scoren wij opeens veel beter.

Per miljoen inwoners wisten we 11 hete artikelen af te scheiden. In de VS waren het er slechts 4. De Japanners brouwden maar 1,3 hot papers per miljoen inwoners; het machtige China kwam nog niet eens op een halve hot paper per miljoen mensen.

We hoeven alleen de Zwitsers, de Denen, de Australiërs en de Zweden boven ons te dulden. Ik vind het maar knap, van ons kleine kikkerlandje. (Interactieve kaart hier)

Aantal hot papers per miljoen inwoners:  hoe paarser, des te hoger de score.
Aantal hot papers per miljoen inwoners: hoe paarser, des te hoger de score.
Aantal 'hot papers' per miljoen inwoners.
Aantal ‘hot papers’ per miljoen inwoners.

 

2. We zijn een land van dokters en ingenieurs

En waar gaan die hot papers dan wel niet over? Nou: niet over onze verfijnde literaire analyses, onze duidingen van de geschiedkunde of onze grootse bijdragen aan filosofie, economie of de politieke theorie.

Welnee, echt hot onderzoek doen we in de geneeskunde. Dan een hele tijd niks. En dan volgen onze prestaties in de natuur- en sterrenkunde, de landbouwkunde en de aardwetenschappen.

Harde bèta’s en witte jassen dus. Jammer als u toevallig net alfa- of gammawetenschapper bent, maar zo liggen nu eenmaal de zaken. (Een interactieve graphic vindt u hier).

‘Hot papers’, naar onderzoeksveld.


3. In Amsterdam, Rotterdam en Utrecht ontdekken ze het meest

Uit Groningen komen best aardig wat hot papers en ook Maastricht, Nijmegen en zelfs Twente doen leuk mee.

Maar voor het echte werk moet je toch in Amsterdam zijn (AMC, VUMC), in Rotterdam (Erasmus MC) en in Utrecht (Universiteit Utrecht en UMC Utrecht). De drie grote steden zijn samen goed voor de helft van de meest geciteerde Nederlandse onderzoeksartikelen van het moment.

Daarna volgen Nijmegen (33), Leiden (22), Groningen (17), Delft en Wageningen (beide 12) en Maastricht (10).

Verrassend in het rijtje van wetenschapssteden waar ze cool onderzoek doen: Geleen (standplaats van DSM), Emmen (het Scheper Ziekenhuis nam deel aan een veelgeciteerd onderzoek) en het Texelse plaatsje Den Burg (daar zit het Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee, het NIOZ).

Waar komen hot papers vandaan?
Waar komen hot papers vandaan?

(Het interactieve kaartje: hier)

4. Van de meeste doorbraken merkt u niets

Als Albert Einstein vandaag zijn relativiteitstheorie zou publiceren, is er grote kans dat u daar weinig of niets van zou horen. De krant zou er niet over schrijven. Het journaal zou er niet over berichten. En er is zelfs gerede kans dat de universiteit van onze hedendaagse Einstein niet eens een persbericht zou doen uitgaan.

Veruit de meeste doorbraakpapers worden immers niet opgepikt door de media en zelfs niet eens door de eigen universiteit van de onderzoekers in kwestie. Als je inzoomt op de 56 studies onder leiding van Nederlanders wetenschappers, is dat toch wel echt wat opvalt:

persaandacht1

Niet dat dat nu zo heel erg is. De hot papers die níét door de media worden opgepikt, gaan in de regel over specialistische onderwerpen die vooral interessant zijn voor andere wetenschappers. De overleving van prostaatkanker bij patiënten die na de chemo worden nabehandeld met het middel enzatulamide, bijvoorbeeld. Of de herziene naamgeving van een bepaalde groep vaatziektes, zoals afgesproken op een conferentie. Of – ik verzin de voorbeelden niet – een nieuwe richtlijn voor het meten van bepaalde waarden van antistoffen na een transplantatie. Het is soms taaie stookolie, waarop de wetenschap draait.

Nee, dan de papers die wél werden opgepikt door de pers. Het waren er slechts 7. Maar de onderwerpen waren bepaald aansprekend:

persaandacht2Meer dan de helft van de superonderzoeken belandt dan ook in een vaktijdschrift waar niet-ingewijde wetenschappers (en journalisten) niet snel kijken, met titels als Trends In Plant Science, Quality Of Life Research en Journal Of Bone Mineral Research (ik had er ook nog nooit van gehoord).

Van de 187 hot papers van Nederlandse komaf verschenen er slechts 32 in een algemeen wetenschapsblad als Nature of Science: een zesde van het totaal.

hotpapers naar vakbladDuizelt het u al? Vooruit, nog één inzichtje dan. U bent er bijna.

4. Wie wil scoren, gaat samenwerken

Het beeld dat wetenschappers vooral in hun eentje zitten te ploeteren, is een van de meest hardnekkige misverstanden over wetenschap. Tegenwoordig staan er boven wetenschappelijke artikelen gemiddeld 5,4 auteursnamen. En dat aantal kan enorm oplopen. Bij grote projecten met deeltjesversnellers of enorme bergen DNA zijn het er soms zelfs duizenden.

Sterker, wie succes wil hebben in de wetenschap, constateerde een Amerikaanse-Canadese studie (PDF) een paar jaar geleden, doet er goed aan met zoveel mogelijk mensen samen te werken. Hoe groter een onderzoeksteam, des te groter de kans dat het onderzoek in kwestie een succeshit wordt in de citaties.

Dat is precies wat je ook bij de hot papers ziet waaraan Nederlanders meededen. De teams waarin de Nederlandse wetenschappers zitting hadden, telden gemiddeld 78,5 onderzoekers, verbonden aan gemiddeld 25 universiteiten en andere onderzoeksinstellingen.

Niet één van de Nederlandse hot papers werd geschreven door een eenling. Slechts vier papers werden geschreven door een duo. En bij veruit de meeste papers waren tussen de 10 en de 100 auteurs betrokken:

hot papers aantal auteursHet blijven kooplieden, die Nederlanders. Altijd aanhaken bij de anderen. Een formule die blijkbaar nog altijd succes verzekert.

Advertisements

One thought on “Nederland is echt belachelijk goed in wetenschap

  1. In een klein (ontwikkeld) land is het makkelijk om een relatief hoogopgeleide bevolking – en dus veel goede wetenschappers – te hebben, zie ook de Belegen en de Denen. Ik ben benieuwd hoe Singapore presteert.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s